Paragrafen

In de paragrafen geven we een dwarsdoorsnede van de begroting op een aantal onderwerpen door alle programma’s heen. Dit betekent dat hier algemene beleidsregels worden geformuleerd die doorwerken in verschillende programma’s. Het is dan ook mogelijk dat er doublures ontstaan met wat gemeld is in de programma’s zelf. Bedrijfsvoering is verantwoord onder het hoofdstuk 'bedrijfsvoering'.

 

 

Paragraaf financiering

Inleiding

De paragraaf financiering geeft inzicht in de financieringspositie en de beheersing van de risico’s die aanwezig kunnen zijn bij het aantrekken en/of uitzetten (uitlenen) van middelen (geld). In deze paragraaf brengen we de kansen en risico’s rond financiering in beeld.

Beleid

Bij het aantrekken en uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen. De belangrijkste kaders hierover zijn opgenomen in de volgende beleidsdocumenten:

  • Financiële verordening, artikel 212 (2016)
  • Treasurystatuut (2017). Het treasurystatuut is bij besluit in 2017 vastgesteld door de raad. Het treasurystatuut is de vertaling van het door de gemeente gehanteerde treasurybeleid. In dit statuut zijn de doelstellingen, richtlijnen en limieten van het beleid vastgesteld. Doel van het treasurybeleid is enerzijds om op een verantwoorde wijze een zo goed (lees: hoog) mogelijk rendement te maken op belegde gelden. Anderzijds is het doel om op een verantwoorde wijze gelden aan te trekken tegen een zo aantrekkelijk (lees: laag) mogelijke rente. Kort gezegd levert een actief en gedegen treasurybeleid de gemeente juist geld op, respectievelijk bespaart het de gemeente geld.
  • Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). Op de bepalingen in deze wet berust het treasurystatuut. Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Financiering

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Deze zijn terug te vinden op de balans. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan we de reserves en voorzieningen plus de vaste geldleningen. Hierbij houden we rekening met investeringen waartoe is besloten (nieuwe investeringen). Een eventueel financieringstekort wordt eerst opgevangen door het opnemen van het goedkope kasgeld (tot de kasgeldlimiet – zie onder kasgeldlimiet-). Voor het overige deel wordt een vaste geldlening aangetrokken. Dit jaar zijn de financieringsmiddelen minder dan de financieringsbehoefte. Omdat daarnaast ook de voorraden voorgefinancierd worden, is het restant opgevangen door kasgeld aan te trekken.

 

Financieringsbehoefte (x 1.000)

 31-12-2019

Financieringsbehoefte

 

Boekwaarde (im)materiële vaste activa

140.080

Boekwaarde financiële vaste activa

  11.933

Totaal financieringsbehoefte

152.013

Financieringsmiddelen

 

reserves (inclusief jaarrekeningresultaat) na resultaatbestemming en bestemmingsreserves (3.818)

  27.577

voorzieningen

      8.127

vaste geldleningen *

114.374

Totaal financieringsmiddelen

 150.078

Financieringstekort

1.935

* Er is dit jaar 1 vaste geldlening van € 15 miljoen aangetrokken op 28 juni.

 

Leningenportefeuille
De gemeente heeft behoefte aan externe financiering voor het herfinancieren van de huidige (aflopende) geldleningen, voor het bekostigen van investeringen, grondexploitaties en voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften van de exploitatie uitgaven.

Leningenportefeuille (x 1.000)

 

 2019

Stand leningen per 1 januari

116.528

Reguliere aflossingen

17.154

Nieuwe leningen*

15.000

Stand leningen per 31 december

114.374

Activa

We kennen financiële en (im) materiële vaste activa. De meeste investeringen vinden plaats onder de materiële vaste activa. Deze investeringen bestaan uit investeringen met maatschappelijk nut en investeringen met economisch nut. Investeringen die kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut. Investeringen met maatschappelijk nut hebben geen mogelijkheid tot het verwerven van inkomsten, zoals wegen en bruggen.

Op het moment dat een investering wordt gedaan, worden de kapitaallasten berekend en meegenomen in de exploitatie. De kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijving. Als de investering helemaal is afgeschreven (bijvoorbeeld na 10 jaar), vallen de afschrijvingslasten vrij. Elk jaar hebben we daardoor zogenaamde ‘vrijval’ in de afschrijving. Dit is in feite de ruimte voor nieuwe investeringen, uitgaande van een vast bedrag per jaar voor kapitaallasten.

Grote projecten en/of investeringen
Dit jaar zijn er een aantal grote projecten uitgevoerd of gestart te weten: de reconstructie van de Hoofdstraat in Varsselder, de Vogelbuurt in Ulft, de rotonde aan de Zelhemseweg, het fietspad van de Sinderenseweg, de parallelweg Berghseweg en de Burgemeester van Tuyllstraat in Varsseveld.

Ook zijn er grote bedragen gestort bij het SVN (stimuleringsfonds volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) met als doel toekomst bestendig wonen te stimuleren.

Risicobeheer

Wij zijn als gemeente voor onze uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering; de gemeente trekt geen financiering aan voor specifieke projecten. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven samen financiert. Deze wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt bij de financiering geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten.

In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm).

Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. We sluiten een langlopende lening af zodra de hoogte van de kortgeldleningen de kasgeldlimiet met een derde opeenvolgende kwartaal overschrijdt. Wij benutten de kasgeldlimiet zo maximaal mogelijk, aangezien de rente voor kortlopende leningen momenteel zeer laag is. In 2019 was het rentepercentage voor het kortgeld het gehele jaar negatief, waardoor we rente hebben ontvangen.

Kasgeldlimiet (x 1.000)

 2019

Begrotingstotaal per 1 januari 2019

101.859

Vastgesteld percentage

8,5%

Kasgeldlimiet

8.658

Gemiddeld opgenomen kortlopende leningen

6.412

Ruimte (+)

2.246

Renterisiconorm

Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente.

De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema laat de berekening over 2019 zien.

Renterisiconorm (x 1.000)

 2019

Renterisiconorm  

Lasten begroting

101.859

Percentage risiconorm

20%

Totaal renterisiconorm

20.371

 

 

Aflossingen en renteherzieningen

 

Reguliere aflossingen geldleningen

17.154

Geldleningen met renteherziening

0

Totaal aflossingen en renteherzieningen

17.154

Ruimte (+)

3.217

 

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn partijen waar de gemeente een bestuurlijke relatie mee heeft en waarin we een financieel belang hebben. We hebben een zetel in het bestuur (vertegenwoordiging) of we hebben vanwege eigendom van aandelen stemrecht in de aandeelhoudersvergadering. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die in geval van een faillissement achterblijven.

Beleid

Het BBV schrijft voor om van de verbonden partijen een samenvattend overzicht te geven en onderscheid te maken in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Conform onze financiële verordening (verordening op grond van artikel 212 gemeentewet), lichten we de verbonden partijen op hoofdlijnen toe in deze paragraaf. Het gaat hierbij om partijen met aanmerkelijk financieel belang (dit zijn partijen waar we minimaal € 50.000 per jaar aan bijdragen). Per verbonden partij zijn de doelstellingen, activiteiten, ontwikkelingen en risico’s benoemd. De paragraaf sluit af met het financieel overzicht.

De wijze waarop de verbonden partijen bijdragen aan het realiseren van onze maatschappelijke opgaven is in de programma's van deze rekening inzichtelijk gemaakt.

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

 

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is

Doelstelling

  • Uitvoeren van alle wettelijke archieftaken voor de acht gemeenten in de Achterhoek.
  • Uitvoeren van de zogenoemde “Staring-taken” (diensten op het gebied van behoud van en onderzoek naar streekcultuur en –historie). Voor 15 gemeenten in Achterhoek en Liemers.

Activiteiten

  • Het beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van archiefbewaarplaatsen van de deelnemende overheidslichamen conform de Archiefwet.
  • Het toezicht door de streekarchivaris op het beheer van de niet naar de centrale archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de (8) gemeenten in de Achterhoek.
  • Het in stand houden en bevorderen van het cultureel erfgoed in het gebied van de Achterhoek en de Liemers in de ruimste zin van het woord.

Deelnemende partijen

Gemeenschappelijke Regeling van acht Achterhoekse gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk.

Bestuurlijk belang

De burgemeester heeft namens Oude IJsselstreek zitting in het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

Het ECAL heeft zich in 2019 gericht op het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van archieven. Hierbij hoort ook het digitaliseren van de archieven en collecties.
Voor 2019-2022 is een bijdrage vastgesteld voor vier jaar.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Geen.

GGD Noord- en Oost Gelderland

 

GGD Noord- en Oost Gelderland

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het op regionaal niveau vaststellen en uitvoeren van gezondheidsbeleid. Dit betreft met name activiteiten op het gebied van preventie zoals gezondheidsbevorderende en –beschermende maatregelen.

Activiteiten

  • Preventieve en uitvoerende taken vanuit de Wet publieke gezondheid, genoemd in de artikelen 2, 4, 5, 5a, 6 en 7. Dit betreft o.a. de taken op het gebied van jeugdgezondheidszorg en preventieve ouderengezondheidszorg.
  • Het uitbrengen van hygiëneadviezen aan instellingen.
  • Het uitvoeren van inspecties bij kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang.
  • Het uitvoeren van het Rijksvaccinatieprogramma.
  • Het uitbrengen van medisch milieukundige adviezen.
  • Het vaccineren en voorlichten van reizigers.
  • Het verrichten van taken op het terrein van de forensische geneeskunde.
  • Overige uit te voeren taken op het terrein van de volksgezondheid die van een GGD verwacht mogen worden ten behoeve van gemeenten, personen, instellingen en organisaties.

Deelnemende partijen

• Aalten
• Apeldoorn
• Berkelland
• Bronckhorst
• Brummen
• Doetinchem
• Elburg

• Epe
• Ermelo
• Harderwijk
• Heerde
• Lochem
• Montferland
• Nunspeet

• Oldebroek
• Oost Gelre
• Oude IJsselstreek
• Putten
• Voorst
• Winterswijk
• Zutphen

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder volksgezondheid vanuit het college van B&W neemt deel aan het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

  • De begroting is een uitwerking van de Uitgangspuntennota 2020. Met de uitgangspuntennota biedt de GGD meer kans aan gemeenten op sturing van de jaarlijkse begroting. De begroting bevat drie inhoudelijke programma's: Jeugdgezondheidszorg, Algemene Gezondheidszorg en Kennis en Expertise.
  • De GGD werkt middels de Bestuursagenda 2019-2023 aan 4 prioriteiten: NOG gezondere jeugd, NOG gezondere leefomgeving, NOG gezonder ouder worden en NOG gezondere leefstijl.
Voor alle vier prioriteiten geldt:
  • De GGD sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen en bij het gezondheidsbeleid en de preventieagenda’s van de gemeenten.
  • Gemeenten dragen bij aan het NOG gezonder laten worden van hun inwoners en aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Door meer te investeren in preventie en gezondheidsbevordering kan gezondheidswinst worden behaald.
  • De GGD besteedt specifieke aandacht aan het bereiken van kwetsbare groepen (mensen met een lage sociaaleconomische status, in armoede, laaggeletterdheid, nieuwkomers en psychisch kwetsbare mensen).
  • De GGD zoekt innovatieve strategieën om het bereik en de effecten van gezondheidsprogramma’s te vergroten.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de strategische visie. Kern van deze visie is dat de gemeenten hebben gekozen voor een GGD die zich versterkt als een gemeentelijke gezondheidsdienst.

Laborijn

 

Laborijn (Doetinchem)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Ontwikkelingen

In 2015 is de Participatiewet ingevoerd. De Participatiewet is de decentralisatie op het gebied van werk en inkomen. Hiermee is een aantal grote beleidsinhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De uitvoering van de Participatiewet vindt plaats door de gemeenschappelijke regeling Laborijn.

Het college van de gemeente Oude IJsselstreek heeft in december 2019 definitief besloten om uit te treden uit de GR Laborijn en laat onderzoeken op welke wijze de overgang vanuit de GR naar de beoogde nieuwe situatie het beste kan worden vormgegeven. De nieuwe uitvoeringsorganisatie is uiterlijk 1 januari 2021 operationeel.

Doelstelling

Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. De Participatiewet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong).

 

De kerntaken van Laborijn hebben betrekking op werk en inkomen. Door allerlei interventies ondersteunt Laborijn bijstandsgerechtigden naar werk.

Activiteiten

  • Diverse re-integratie-instrumenten, zoals scholing, loonkostensubsidies en overige interventies op het gebied van werk en inkomen.
  • Mensen begeleiden naar de voor hen hoogst haalbare positie op de werkladder.
  • Begeleid werken.
  • Beschut werken.
  • Detachering van mensen in de WSW.

Deelnemende partijen

Gemeenten Aalten, Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek. De gemeente Montferland heeft (vanuit Wedeo) alleen de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening neergelegd bij de Laborijn.

Bestuurlijk belang

Vanuit het college van B&W is een lid en een plaatsvervangend lid in Dagelijks en Algemeen Bestuur van Laborijn afgevaardigd.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Er is een reëel risico dat de ontvangen middelen die van het Rijk (BUIG) niet voldoende zijn om de uitkeringen te betalen en er vanuit de algemene middelen bijbetaald moet worden.

Bij effectuering van het voorgenomen besluit tot uittreding uit de GR Laborijn moeten we rekening houden met de kosten van uittreding en het inrichten van een nieuwe organisatie.

 

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

 

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het uitvoeren van omgevingsrecht conform de landelijke kwaliteitscriteria.

Activiteiten

Vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieuwetgeving en aanverwante specialismen.

Deelnemende partijen

  • Gemeente Aalten
  • Gemeente Berkelland
  • Gemeente Bronkhorst
  • Gemeente Doetinchem
  • Gemeente Lochem
  • Gemeente Montferland
  • Gemeente Oost Gelre
  • Gemeente Oude IJsselstreek
  • Gemeente Winterswijk
  • Gemeente Zutphen
  • Provincie Gelderland

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk neemt namens de gemeente deel aan het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

In 2017 is gestart met output financiering. In 2018 is gemonitord waaruit is gebleken dat de inschattingen vrij goed waren. Het aantal milieuvergunningen was door de aangetrokken economie wel hoger maar het aantal meldingen was daarentegen weer lager. In 2019 heeft het Algemeen Bestuur van de ODA ingestemd met een kostenverhoging voor de deelnemende gemeenten. Voor de producten wordt gebruikt gemaakt van het door de ODA gemaakte productenboek. De uitgevoerde werkzaamheden komen overeen met de planning. Doordat in 2019 een provinciale subsidie is verleend voor het uitvoeren van controles op energiemaatregelen zijn de kosten minder hoog.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De Omgevingsdienst Achterhoek is een uitvoeringsorganisatie die - met de Gelderse Maat als uitgangspunt - conform wet- en regelgeving uitvoering geeft aan vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zgn. VTH-taken). Formeel blijven de de deelnemende organisaties hiervoor verantwoordelijk. Voor zover er sprake is van zelfstandige beleidsvoornemens hebben die hoofdzakelijk betrekking op het niveau van bedrijfsvoering.

Regio Achterhoek (Doetinchem)

 

Regio Achterhoek (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is
2. Een leefbare gemeente
3. De werkende gemeente
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

GR Regio Achterhoek zet zich in voor een krachtige regio die snel en besluitvaardig samenwerkt om de Achterhoek economisch sterk te houden. Overheid, Ondernemers en Maatschappelijke organisaties werken hiervoor samen. De inhoudelijke basis voor de samenwerking is de Achterhoek Visie 2030, opvolger van het Strategiedocument Agenda2020.

Activiteiten

De Achterhoek Raad heeft de Achterhoek Visie 2030 vastgesteld. Op basis van deze visie bepaalt de Achterhoek Board samen met de Achterhoek Thematafels de inhoudelijke activiteiten, die worden beschreven in de jaarplannen. De Achterhoek Raad ziet toe op de voortgang. De uitvoering van deze inhoudelijke activiteiten gebeurt aan de volgende zes Thematafels:

  • Smart werken en Innovatie
  • Onderwijs en Arbeidsmarkt
  • Wonen en Vastgoed
  • Mobiliteit en Bereikbaarheid
  • Circulaire energie en Energietransitie
  • De Gezondste Regio

De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur en voert de volgende taken uit:

  • Voert de regie op de algehele samenwerking
  • Faciliteert het opstellen en uitvoeren van de Achterhoek Visie 2030, de jaarplannen en bijbehorende investeringsagenda
  • Adviseert Board en Raad over de lobby en subsidies en levert hiervoor ook de capaciteit

Deelnemende partijen

 

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Doetinchem
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk heeft zitting in het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn we bestuurlijk vertegenwoordigd aan alle zes Thematafels. Portefeuillehouder wonen van Oude IJsselstreek is voorzitter van de Thematafel Wonen en Vastgoed. Portefeuillehouder zorg uit Oude IJsselstreek is vicevoorzitter van de Thematafel De Gezondste Regio.

Ontwikkelingen

In 2018 hebben de zeven gemeenten die lid zijn van de Regio Achterhoek ingestemd met een nieuwe samenwerkingsstructuur. Deze bestaat uit een Achterhoek Board, Achterhoek Raad, en zes Thematafels. De nieuwe samenwerking kent ook een nieuwe naam: Achterhoek Ambassadeurs. De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur. De zeven Achterhoekse gemeenten blijven hier deel van uitmaken. Deze nieuwe structuur kan van invloed zijn op hoe de gemeenschappelijke regeling Regio Achterhoek er in de toekomst uit gaat zien. In 2019 is met elkaar afgesproken om in 2020 de nieuwe regionale samenwerking te evalueren.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

 Geen

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

Op zowel maatschappelijk als zakelijk verantwoorde wijze:
• voorzien in de behoefte aan sociaal geldelijk krediet;
• regelen van schulden van personen in financiële moeilijkheden conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
• voorzien in budgetbeheer;

Activiteiten

• kredietverlening
• budgetbeheer
• schuldhulpverlening
• verzorgen van aanvragen wet schuldsanering natuurlijke personen

Deelnemende partijen

• Aalten
• Almelo
• Berkelland
• Borne
• Bronckhorst
• Dinkelland
• Enschede
• Haaksbergen

• Hellendoorn
• Hengelo (O)
• Hof van Twente
• Lochem
• Losser
• Montferland
• Oldenzaal
• Oost Gelre

• Oude IJsselstreek
• Rijssen-Holten
• Tubbergen
• Twenterand
• Wierden
• Winterswijk

Bestuurlijk belang

Portefeuillehouder sociale zaken is vanuit het college lid van het Algemeen Bestuur, een lid van het college is plaatsvervangend lid.

Ontwikkelingen

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is ingegaan per 1 juli 2012. In algemene zin zien we een verslechterende financiële positie voor een deel van onze inwoners.

Sinds 2018 voeren we de intake voor de dienstverlening van de Stadsbank uit in eigen beheer.

In 2019 is de uitvoering van bewindvoering van de Stadsbank niet meer opgenomen in de basisbijdrage aan de Stadsbank.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De in gang gezette registratie en verantwoording van de geldstroom vormt een vast onderdeel van bestuurlijke rapportages vanuit het sociaal domein.

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland

 

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het gemeenschappelijk en op regionaal niveau uitvoeren van veiligheidsbeleid, specifiek gericht op brandweertaken, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en multidisciplinaire samenwerking, zowel preventief als repressief.

Activiteiten

  • inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
  • adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen als ook in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
  • adviseren van het college van burgemeester en wethouders over:
    • het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;
    • het beperken van brandgevaar;
    • het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;
    • het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;
    • voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
    • instellen en in stand houden van een brandweer;
    • instellen en in stand houden van een GHOR;
    • voorzien in de meldkamerfunctie;
    • aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
    • inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de eerder genoemde taken.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Hattem
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

De toekomstvisie en opdrachten VNOG zijn in september gepresenteerd in het algemeen bestuur. Hierover is de raad geïnformeerd op 5 december. Daarnaast is aangegeven dat op 15 januari de toekomstvisie VNOG zal worden vastgesteld, waarna de financiële risico's duidelijk zullen worden

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

I.v.m. de nijpende financiële situatie is de gemeentelijke bijdrage met 10 % over 2018 en 2019 gestegen. De raad heeft een zienswijze ingediend op de financiële jaarstukken VNOG.

Deze ontstane tekorten hebben vanaf 2020 een structureel karakter.

De portefeuillehouder heeft bij memo op 5 december 2019 laten weten aan de raad dat de motie, ten aanzien van de begroting 2020-2024, niet zal worden uitgevoerd.

Deelnemingen

BNG Bank (Den Haag)

Primair doel

Bankier van en voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang.

Activiteiten

De strategische doelstelling van de bank is het behoud van substantiële marktaandelen in Nederlandse publieke en semipublieke domein en het behalen van een redelijk dividend voor de aandeelhouders.

Deelnemende partijen

De Staat is houder van 50% procent van de aandelen, de andere 50% is verdeeld onder gemeenten, provincies en hoogheemraadschap.

Financieel

Wij bezitten 161.460 aandelen. Dit jaar hebben wij € 460.161 dividend ontvangen. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2020-2023 € 378.000.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Alliander N.V. (Arnhem)

Primair doel

Netwerkbedrijf dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de energieleidingen in Nederland.

Activiteiten

Kernactiviteit is het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit.

Deelnemende partijen

Provincie Gelderland en Noord Holland, Falcon BV en de gemeente Amsterdam bezitten 75% van de aandelen. De overige 25% is verdeeld over diverse gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 580.414 aandelen. Dit jaar hebben wij € 636.443 dividend ontvangen. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2020-2023 € 489.000.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Vitens (Utrecht)

Primair doel

Drinkwaterbedrijf dat drinkwater levert aan 5,6 miljoen klanten.

Activiteiten

Verantwoordelijk voor een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.

Deelnemende partijen

De aandeelhouders bestaan uit provincies en gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 40.057 aandelen. Dit jaar hebben wij € 36.051 dividend ontvangen. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2020-2023 € 101.000.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Financieel overzicht

Verbonden partij Bijdrage 2019 Bijdrage 2019 Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat
primitief na wijziging 1-1-2019 31-12-2019 1-1-2019 31-12-2019
Regio Achterhoek 252 252 5.272 5.688 5.349 17.609 84
GGD Noord- en Oost Gelderland 588 588 3.028 2.877 2.923 2.529 40
VNOG 1.800 2.001 -436 7.843 51.146 46.174 4.203
ODA 491 589 134 -389 1.347 2.242 -668
Stadsbank ON 283 283 1.080 1.696 15.042 14.616 684
Laborijn 2.276 2.509 6.619 6.129 9.536 10.517 1.092
Erfgoedcentrum AL 167 167 46 154 722 680 108
Totaal 5.857 6.389 15.743 23.998 86.065 94.367 5.543

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is bestemd (rioolheffing, afvalstoffenheffing) als heffingen waarvan de besteding niet van te voren is bestemd (onroerende-zaakbelasting en toeristenbelasting). Uit het overzicht “algemene dekkingsmiddelen” blijkt overigens van welke omvang het budgettaire belang is van met name de niet-bestemde heffingen. Dat inzicht, gekoppeld aan het inzicht over omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang, omdat de budgettaire positie van de gemeente mede wordt bepaald door de wijze waarop het lokale belastinginstrument wordt gehanteerd.

Beleid

Het beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de in 2014 door de raad vastgestelde verordeningen. Om een goed overzicht te behouden in de actuele stand van zaken, stellen we jaarlijks een nieuwe verordening vast.

De gemeente Oude IJsselstreek kent de volgende gemeentelijke belastingen en heffingen:

 

Belasting/heffing Omschrijving

Marktgelden

Geheven voor innemen standplaatsen op warenmarkt Silvolde, Terborg, Ulft en Varsseveld.
Precariobelasting Geheven voor het verlenen van een standplaats op gemeentegrond.
Lijkbezorgingrechten Geheven voor gebruik algemene begraafplaatsen Varsseveld en Terborg. Eventuele overschotten of tekorten worden conform besluit verrekend met de reserve.
Leges Deze betreffen diverse gemeentelijke leges (bouwvergunning, uittreksels etc.)
Toeristenbelasting Belastingheffing van personen die niet in de gemeentelijke bevolkings-administratie zijn opgenomen, maar die tegen betaling/vergoeding wel verblijf houden door overnachtingen in bijv. hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeermiddelen.
OZB niet-woningen Wordt geheven van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen.
Woonlasten Dit zijn de onroerende-zaakbelastingen zakelijk recht woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen. De opbrengsten OZB-woningen is conform besluit met 3% gestegen. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd.
Reinigingsrechten Reinigingsrecht voor bedrijven en instellingen die geringe (passend in de normale containers) hoeveelheden afval aanbieden en de gemeente hebben verzocht afval tijdens normale inzamelingsactiviteiten mee te willen nemen.
Precariorechten Geheven voor het gebruik maken van een met vergunning verleende standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Reclamebelasting Deze belasting is vanaf 2017 ingevoerd voor het centrum van Varsseveld en vanaf 2019 ook voor bedrijventerrein Akkermansweide in Terborg voor openbare aankondigingen. Wij innen deze belasting in feite als tussenpersoon. De inkomsten worden verrekend met door de gemeente gemaakte kosten. Het restant wordt rechtstreeks doorbetaald aan de desbetreffende ondernemersfonds. Per saldo is dit dus budgettair neutraal.
lkask

Tarieven

Tarieven diverse heffingen 2018 2019
Onroerende-zaakbelastingen
Eigenaren van woningen, in % van de waarde 0,16620% 0,16330%
Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde 0,16158% 0,16190%
Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde 0,19460% 0.19450%
Afvalstoffenheffing
Meerpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer  155,04 174,00
Meerpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer  230,04 258,00
Eénpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer  114,96 129,00
Eénpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer  189,96 213,00
Extra grote grijze container  230,00 258,00
Reinigingsrechten
Standaard containerset met kleine grijze container  185,04 210,36
Standaard containerset met een grote grijze container  260,04 295,68
Rioolheffing
 Per aansluiting  246,00 237,00
Toeristenbelasting
 Per overnachting 1,24 1,27
Precariorechten
Dagtarief 12,65 13,05
Jaartarief 525,00 540,00

Opbrengsten

Opbrengsten belastingen/ heffingen (x 1.000) Werkelijk 2018 Begroot voor wijziging 2019 Begroot na wijziging 2019 Werkelijk 2019
OZB woningen 5.640 5.743 5.808 5.812
OZB niet-woningen 2.426 2.466 2.571 2.572
Afvalstoffenheffing 2.490 2.786 2.786 2.794
Rioolheffing woningen 4.147 4.210 3.928 4.014
Rioolrecht bedrijven 220 228 220 220
Leges 1.218 766 926 1.153
Lijkbezorgingrechten 169 150 225 290
Marktgelden 19 18 18 17
Reinigingsrechten 38 35 35 43
Toeristenbelasting 146 147 147 145
Precariobelasting 7 6 6 7
Reclamebelasting 26 24 36 36
Totaal 16.546 16.579 16.706 17.103

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

Afvalstoffenheffing + reinigingsrecht Lijkbezorgingsrechten
Kosten Afval 3.064 Kosten begraafplaatsen 80
Opbrengsten afval excl. heffingen 955 Opbrengsten begraafplaatsen 1
Netto kosten Afval 2.109 Netto kosten Begraafplaatsen 79
Salaris + overhead 391 Salaris + overhead 134
BTW 403 Rente 1
Rente 43 Toevoeging reserve 75
Totale kosten 2.946 Totale kosten 289
Opbrengst heffingen 2.837 Opbrengst heffingen 290
Dekking 96% Dekking 100%
Rioolheffing Omgevingsvergunning bouwen
Kosten Riolering 2.443 Kosten omgevingsvergunning bouwen 80
Opbrengsten Riolering excl. heffingen 6 Overige opbrengsten 0
Netto kosten Riolering 2.437 Netto kosten omgevingsvergunning bouwen 80
Salaris + overhead 519 Salaris + overhead 392
BTW 475 Totale kosten 472
Rente 684
Toevoeging voorziening 120 Opbrengst heffingen* 762
Totale kosten 4.235
Dekking 161%
Opbrengst heffingen 4.235 *primitief begrote heffingen 450.000
Dekking 100%
Algemene dienstverlening Markten
Kosten algemene dienstverlening 23 Kosten markten 37
Overige opbrengsten 0 Overige opbrengsten 3
Netto kosten algemen dienstverlening 23 Netto kosten markten 34
Salaris + overhead 479 Salaris + overhead 5
Totale kosten 502 Totale kosten 39
Opbrengst overige dienstverlening 286 Opbrengst heffingen 17
Dekking 57% Dekking 44%

Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslagen van de woonlasten. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen per saldo niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau.

In 2019 is een totaalbedrag van € 322.095 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden. Dit is 4,79% van de totaal geraamde opbrengsten gemeentelijke belastingen die voor gemeentelijke kwijtschelding in aanmerking komt. In 2018 werd in totaliteit ruim € 320.000 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In deze paragraaf zijn conform de voorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen.

De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren:
Infrastructuur:

  • Wegen
  • Civiel technische kunstwerken
  • Riolering
  • Gemeentelijke gebouwen
  • Water

Voorzieningen:

  • Openbaar groen
  • Speelplaatsen
  • Openbare verlichting

Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner.

Op beheerniveau werken we aan het opstellen van een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR).

Beleids- en beheerplannen

De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier jaar evalueren we de beheerplannen en zo nodig stellen we ze bij.

De volgende nota’s zijn vastgesteld:

Beleidsstuk/ beheerplan

Planperiode

Inhoud/opmerking

Wegenbeleid

2019 - 2023

Wegenbeleidsplan

Wegenbeheer

2019 - 2023

Wegenbeheersplan

Openbare verlichting beleid

2012 - 2016

Nieuw beleidsplan is in concept gereed.

Openbare verlichting Vervangingsplan

2017 - 2020

Vervangen van SOX en SON armaturen.

Gemeentelijk rioleringsplan

2017 - 2020

In 2016 is er een nieuw verbreed GRP vastgesteld.

Waterplan

2010 - 2020

Waterbeleidsplan

Groenbeleidsplan

2014 - 2019

In 2018 is gestart met een nieuwe visie voor natuur, groen en landschap.

Groenbeheerplan

2014 - 2019

Beheer groen

Bomenbeheerplan

2008 - 2018

Nieuw beheerplan wordt voorzien in 2020

Speelruimtebeleid

2007 - 2015

Er is nieuw beleid nodig voor speelruimte en -voorzieningen.

Speelplaatsen beheerplan

2017 - 2021

In 2017 is een nieuw beheerplan speelvoorzieningen opgesteld

Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gemoeid zijnde financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. Aan het einde van deze paragraaf bieden we integraal inzicht in de financiën die met het onderhoud kapitaalgoederen gemoeid zijn.

Wegen

Beleid
Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2019-2023”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROW-systematiek). Één keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld.

 

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
Niveau 6 (Voldoen vastgestelde CROW-norm, gelijk aan niveau C)

Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen

Uitvoeren beleidsplan Wegen 2019 - 2023

jaarlijks

 5 jaar

Bestaand beleid

Bestaande budgetten en formatie

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen

Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen

Groot onderhoud van de wegen

Weginspectie 2019

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)

jaarlijks

 

jaarlijks

 

jaarlijks

2 jaar

jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande formatie

 

Bestaande formatie

Bestaande budget en formatie

Extra budget en bestaande formatie

Kwaliteit
In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau basis is een voldoende (cijfer tussen 5,5 en 6,5).

Om te kunnen bepalen op welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente zitten worden structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen door een onafhankelijk bureau vertaald naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. Uit de laatste inspecties blijkt dat het kwaliteitsniveau van de wegen licht aan het stijgen is en nu net onder kwaliteitsniveau basis zit (5,3 om 5,5).

Financiën
In het nieuwe beleidsplan Wegen, die in maart 2019 is vastgesteld door de raad staan een aantal uitgangspunten voor de financiële berekening beschreven, zoals:

  • Omvang van het huidige areaal;
  • Berekening alleen voor verharde wegen;
  • In stand houden van de bestaande situatie (dezelfde materialen, dezelfde constructieopbouw, dezelfde wegbreedte, enz.);
  • Alleen kosten voor groot onderhoud, geen kosten voor vervanging, geen kosten voor klein onderhoud, geen kosten voor verzorgend onderhoud zoals straatvegen of onkruidbeheersing;
  • In stand houden van het huidige areaal op het gewenste kwaliteitsniveau.

Met de hierboven genoemde uitgangspunten, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie Basis is in het beleidsplan een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Voorstel is om deze kosten in jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te brengen (jaarlijks ramen in de begroting). Volgens de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) mogen de kosten voor vervangingen (reconstructies) niet meegeraamd worden voor het onderhoudsbudget Wegen. Hierdoor zal worden voorgesteld om voor reconstructies van wegen en fietspaden een apart budget aan te vragen. We houden hierbij voorlopig rekening met een bedrag van gemiddeld € 600.000 per jaar. Dit bedrag is vanaf 2020 als investering op de meerjarenbegroting opgevoerd. De bestemmingsreserve kan per 2019 afgesloten worden.

Ontwikkelingen
Eind 2019 is er een globale weginspectie uitgevoerd. Met de nieuwe inspectiegegevens wordt er onderhoudsplanning voor 2020 en 2021 gemaakt. Met de nieuwe inspectiegegevens kan ook een berekening worden gemaakt van het huidige kwalteitsniveau. Deze is in april gereed. Hieruit moet blijken of er nog steeds een stijgende kwalteitslijn van de wegen is. Ieder jaar zal de onderhoudsplanning van de wegen opnieuw worden bekeken en eventueel worden bijgesteld.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte

Beleid

De gemeente Oude IJsselstreek heeft een groot aantal civieltechnische kunstwerken in beheer en eigendom. Al deze kunstwerken zijn van belang voor de bereikbaarheid, de veiligheid, de economie en het welzijn van de bewoners van deze gemeente. Om de functies van deze kunstwerken te kunnen garanderen, zullen ze onderhouden moeten worden. Voor een effectief en bedrijfseconomisch beheer en onderhoud ervan is in 2017 een beheerplan vastgesteld.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Schoon, heel en veilig

Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.

Schouwen van de diverse objecten door de eigen dienst

Financieel
In 2019 zijn extra voorbereidingskosten gemaakt voor de vervanging van de duiker in de Doetinchemseweg, waarmee meer dan begroot was uitgegeven. In de begroting 2020 is het budget naar beneden bijgesteld. De consequenties hiervan worden indien nodig inzichtelijk gemaakt. 

Gerealiseerd in 2019
Naast het normale onderhoudswerk aan de diverse constructies is er begonnen met het groot onderhoud aan de waterspeelplaats in Ulft. Voor het seizoen 2020 moeten deze werkzaamheden gereed zijn.

Risico's
De risico's liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Openbare verlichting

Beleid
Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud vervult.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.

Uitvoeren beleidsplan Openbare verlichting 2012-2016

Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten)

Vervanging masten en armaturen

Uitvoeren regulier onderhoud

Afhandelen storingen en klachten

Op- en vaststellen beleidsplan 2020 - 2025

2012 - 2016

2019 e.v

 2017 - 2020

Jaarlijks

Jaarlijks

 Vijf jaar

Bestaande budgetten en formatie

Waar mogelijk vanuit de projecten

 Volgens Vervangingsplan

 Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

 Subdoelstelling

Het vervangen van lampen (en bijbehorende armaturen) met hoog energieverbruik.

Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak

 2019 e.v.

2019 e.v.

 Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie


Kwaliteit
In de periode 2017-2020 willen we circa 600 armaturen en 400 lichtmasten vervangen. Naast de vermindering van veiligheidsrisico’s en reductie van het energieverbruik zullen deze vervangingen ook zorgen voor een uniforme toepassing van masten en armaturen waardoor er een rustig wegbeeld ontstaat.

Financiën
In 2017 is het vervangingsplan van de openbare verlichting bekostigd uit de bestemmingsreserve Wegen en Openbare Verlichting. Vanaf 2019 is de bestemmingsreserve afgerond en wordt het extra bedrag van € 150.000 rechtstreeks aan het budget voor openbare verlichting toegevoegd. Dit wordt gedekt vanuit het exploitatiebudget voor wegen.

Ontwikkelingen
De ontwikkelingen op het gebied van LED (Lichting Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. Doordat de SOX en SON armaturen uit de handel wordt genomen en duur in onderhoud en energieverbruik zijn worden deze in de eerste cyclus van vier jaar vervangen door LED armaturen. Het is de bedoeling dat we eind 2019 circa 20% van alle armaturen vervangen hebben door een LED armatuur.

Het dimmen van de openbare verlichting voeren we verder in, dit scheelt ongeveer 10% energieverbruik op de totale installatie. Ook gaan we een aantal pilot projecten doen met slimme verlichting. Het onderhoud van de openbare verlichting voeren we vanaf 2012 gezamenlijk met de gemeente Montferland en Doetinchem uit. Het nieuwe onderhoudscontract is in 2020 ingegaan voor een periode van 3 jaar.

Risico’s
Ieder jaar worden masten die 45 jaar of ouder zijn getest op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgt. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Met de toevoeging van € 150.000 extra budget kunnen de masten in principe tijdig worden vervangen en blijft het risico beperkt.

 

Riolering

Beleid
Binnen de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017 - 2020 (vGRP) is opgenomen hoe de gemeente denkt om te gaan met deze drie zorgplichten en bevat:

a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater en het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
b. een overzicht van de aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a;
c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd; de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten;
d. een overzicht van de financiële gevolgen van het vGRP.

Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn er verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing wordt jaarlijks herzien en met behulp van een kostendekkingsplan vastgesteld.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
(Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater)

Uitvoeren vGRP

2017-2020

Bestaande formatie en budgetten

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering

Uitvoeren GRP

jaarlijks

Idem

Voorkomen van “water op straat”

Oplossen knelpunten

Uitvoeren vGRP

jaarlijks

jaarlijks

p.m.

Bestaande formatie en budgetten

Per 2017 is er een nieuw verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vastgesteld met een looptijd van 4 jaar.

Kwaliteit
Door middel van camera-inspecties wordt jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering bepaald. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, wordt met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning opgesteld.
Samen met de vrijvervalriolering maakt de electro-mechanische riolering (drukriolering) het grootste onderdeel uit van het gehele rioolsysteem. Om ook hier inzicht te krijgen in de kwaliteit is er nog niet zo lang geleden besloten om dit onderdeel ook periodiek te inspecteren. De eerste inspecties bevestigen de verwachte levensduur van bepaalde onderdelen. Aan de hand van de uitgevoerde inspecties zal hier ook een vervangingsplan voor opgesteld worden.
Binnen het vGRP is al rekening gehouden met de hierboven genoemde vervangingsplannen.

Planning
Zoals al aangegeven is het huidige verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan herzien per 2017.

Financieel
In oktober 2016 is het gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de vaststelling van dit plan, zijn ook de uitgangspunten voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn:

  • Jaarlijkse stijging van de heffing met 3%;
  • Jaarlijks beoordelen of dit percentage voldoende of juist onvoldoende is voor de dekking van de riooluitgaven;
  • Een acceptabele stand van de voorziening riolering (ca. € 250.000 - € 300.000) om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen.

Met inachtneming van de bovenstaande uitgangspunten, is de rioolheffing voor 2020 naar beneden bijgesteld met € 6 per huishouden (van € 237 naar € 231 ). Dit, omdat de stand van de voorziening hoger is dan noodzakelijk.

Ontwikkeling
Dat het klimaat aan het veranderen is, is inmiddels duidelijk. Wat in alle scenario’s naar voren komt zijn hogere temperaturen, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Met name de heftigere buien leveren een uitdaging op. Het traditionele riool kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Hierbij kan gedacht worden aan infiltratie in de bodem, afvoer naar open water of kortdurende bering in de openbare ruimte. Daarnaast zal er gewerkt moeten worden aan bewustwording bij de burgers. Zij zullen moeten accepteren dat er door de heftigere buien, vaker water op straat blijft staan. Het nieuwe verbreed GRP 2017 – 2020 speelt nog meer dan het vorige in op de gevolgen van klimaatverandering.

Risico’s
Met de jaarlijkse financiële actualisatie om de hoogte van de rioolheffing te bepalen beperken we eventuele risico’s tot een aanvaardbaar niveau.

Groen, natuur en landschap

Beleid
Het beleid voor de groene omgeving is vastgesteld in het Groenbeleidsplan en Groenbeheerplan van 2014.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur en het bevorderen van een aantrekkelijke groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek

Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

 

Subdoelstelling

 

 

 

Streven naar beeldkwaliteit groen die overeen komt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan

Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

Kwaliteit
Op basis van het huidige budget wordt de beheerkwaliteit ‘schoon en veilig’ gerealiseerd. De beheerkwaliteit ‘heel en technisch’ blijft hierop wat achter. De verzorgingsgraad van het groen is redelijk. Uit een laatst gehouden schouw (2019) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel aan de onderkant.

Financiën
Met de aanpassing van het budget met € 30.000,- voor de bestrijding van de eikenprocessierups is binnen het budget gebleven. Het budget is voor de komende jaren structureel verhoogd. 

Ontwikkelingen
In 2019 hebben we een start gemaakt met Visie op Landschap, Natuur en Stedelijk Groen. Hierbij zal ook aandacht besteed worden aan de beheerplannen voor bomen, bermen en groen in de kernen.

Risico’s
Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
Een ander (financieel) risico wordt gevormd door ziektes en plagen. De bestrijding van eikenprocessierups wordt jaarlijks uitgevoerd vanwege de volksgezondheid. De verwachting is dat de plaagdruk in de komende jaren een aandachtspunt blijft.

Water

Beleid
Het Waterplan bestaat uit een inventarisatie en een analyse. Dit beleidskader zorgt dat al het water een duidelijke functie heeft voor burgers, toeristen, bedrijven, natuur en milieu. Het gaat om modern waterbeleid, waardoor water en watergerelateerde raakvlakken gelijkwaardig zijn aan andere beleidsvelden. Het eindresultaat is een gezonde, "waterrijke" en milieuvriendelijke gemeente.

 

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

In 2020, een ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en ruimtelijke samenhang in het water in en om de gemeente Oude IJsselstreek

Uitvoering in overeenstemming met het uitvoeringsprogramma

Financieel
De financiële aspecten van het onderdeel water zijn opgenomen in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan.

Ontwikkelingen
Zoals al beschreven in het onderdeel Riolering, is het klimaat aan het veranderen. Deze verandering is niet alleen van invloed op de riolering, maar ook op het watersysteem. Overtollig water uit de kernen dient ook op een verantwoorde wijze verwerkt te worden. Binnen het GRP 2017 - 2020 is hier ook aandacht aan geschonken.

Planning
Binnen het GRP 2017 – 2020 is ruimte opgenomen om het beheer en onderhoud van de watergangen meer vorm te geven.

Risico’s
Behoudens beperkte overstromingsrisico’s zijn er geen risico’s bekend.

Speelplaatsen

Speelplekken en -toestellen

Beleid
In 2007 is het beleidsplan opgesteld. In 2017 is het Beheerplan Spelen opgesteld. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt hoe het beheer van speelplekken en toestellen beheersbaar en veilig blijft.

Kwaliteit
Door ouderdom neemt de kwaliteit van de speelplekken en toestellen af. Er wordt onderhouden op basis van veiligheid.
Wanneer een toestel onveilig is, wordt deze verwijderd.

Financiën
Het budget voor het onderhoud van speeltoestellen is toereikend. In het huidige budget is geen ruimte voor vervanging van speeltoestellen. 

Ontwikkeling
Om de huidige speelsituatie, kwaliteit van de speelvoorzieningen en de financiële situatie in kaart te brengen, zijn verschillende scenario's uitgewerkt. Aan de hand hiervan kan een keuze gemaakt worden voor het toekomstige speelbeleid. 

Risico’s
Alle wijkbeheerders zijn voorzien van het keuringscertificaat “speeltoestellen” en kunnen dus de speeltoestellen zelfstandig keuren. Eénmaal per 3 jaar keurt een onafhankelijk bureau de toestellen nogmaals volgens NEN-EN 1176-7:2008. Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.

Financieel overzicht

Onderdeel (x 1.000) Begroting primitief 2019 Begroting na wijziging Rekening 2019
Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten
Wegen 5.026 78 5.058 108 5.480 520
Civiele kunstwerken 172 - 172 - 213 9
Riolering 7.901 8.780 7.758 8.233 7.882 8.357
Gebouwen 4.632 2.433 4.487 2.223 5.188 2.504
Groen 3.963 28 3.957 28 4.126 132
Speelplaatsen 12 - 12 - 7 -
Openbare Verlichting 470 - 470 - 493 10

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, zorg en welzijn, cultuur, sport en recreatie en economische structuur.
Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Met name de (financiële) risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente.
Het bestaande beleid op het gebied van Grondbeleid is opgenomen in de volgende stukken:
- Nota Grondbeleid;
- In bestemmingsplannen;
- Structuurvisie(s).

Nota grondbeleid
De gemeente Oude IJsselstreek heeft in 2016 haar nieuwe nota grondbeleid vastgesteld. Belangrijke wijzigingen in het nieuwe grondbeleid zijn dat naast faciliterend grondbeleid de mogelijkheid om actief te verwerven blijft, de nota anticipeert op wijzigingen en aangescherpte regelgeving vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Daarnaast heeft de gemeente als doelstelling om vastgoed (inclusief gronden) af te stoten en wordt naast de reguliere P&C cyclus gewerkt met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG).

Gronduitgifte
De gemeente heeft, binnen de daarvoor vastgestelde grondexploitaties voor woningbouw, nog maar enkele bouwmogelijkheden, met name in twee kleine kernen, beschikbaar. Deze kavels zijn ingevolge de beleidsnota ‘Woningbouwplanning gemeente Oude IJsselstreek’ niet meer direct voor uitgifte beschikbaar maar kunnen met een daarvoor te volgen RO-procedure, en mits ze aan de huidige regionale en lokale criteria, voldoen alsnog uitgegeven worden.
Voor 2019 leek, wat betreft de uitgifte van bedrijventerreinen, de economische crisis al weer ver achter ons en dat komt tot uitdrukking in het verlenen van opties en de verkoop van bouwkavels, vooral in het plan Hofskamp-Oost 2e fase in Varsseveld. Al vanaf 2017 is daar een versnelde uitgifte te constateren die zich in 2018 en 2019 heeft doorgezet. De vraag is hoe dit onder de huidige omstandigheden in 2020 en verder zal gaan. De verkoop op het bedrijventerrein de Rieze in Ulft blijft ook in 2019 achter, ondanks de getoonde belangstelling hiervoor.

Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken
De gemeente Oude IJsselstreek kent geen eigen algemene reserve voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten wordt voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening getroffen. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze zal groot genoeg moeten zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich ook daadwerkelijk voordoen. Daarmee kan worden gesteld dat met verwachte nadelige resultaten en financiële risico’s binnen de grondexploitatie in voldoende mate rekening wordt gehouden.

Wijziging in wet en regelgeving

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen
Op basis van handreikingen toetst de gemeente Oude IJsselstreek of en in hoeverre het “grondbedrijf” van de gemeente wordt belast met een afdracht in het kader van de vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van deze toets is het meest waarschijnlijke scenario nog steeds dat voor het “grondbedrijf” van de gemeente Oude IJsselstreek géén afdracht voor de Vpb zal plaats vinden. Het argument daarbij is dat de gemeente Oude IJsselstreek met het grondbedrijf géén onderneming drijft omdat niet wordt voldaan aan het criteria “winststreven”. De Vpb wordt echter bepaald aan de hand van toekomstige kasstromen en op basis van afwaarderingen in het verleden.
Begin dit jaar is de gevraagde toets met toelichting op het winstoogmerk van het “grondbedrijf” van de gemeente Oude IJsselstreek voor het eerste belastingjaar na invoering van de belastingplicht in 2016 voorgelegd aan de Belastingdienst Grote Ondernemingen Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen. De belastingdienst komt vervolgens tot de conclusie dat de gemeente in het jaar 2016 inderdaad géén winstoogmerk heeft, maar geeft aan dat vanwege de aantrekkende markt het mogelijk is dat de gemeente op een later moment alsnog een winstoogmerk heeft. Daarom dient deze toets (de QuickScan) jaarlijks te worden uitgevoerd.

Winstneming
Als onderdeel van de regelgeving is, in de Notitie Grondexploitaties uit 2016, de aanbeveling opgenomen dat volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winstnemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Duidelijk is geworden dat dit geïnterpreteerd moet worden als een verplichting tot tussentijdse winstneming wanneer is voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden. In navolging van de winstneming in het boekjaar van 2018 wordt ook in het boekjaar 2019 winst genomen als gevolg van de gerealiseerde grondverkopen op de 2e fase van Hofskamp-Oost in Varsseveld.

Wetvoorstel Aanvullingswet grondeigendom
Het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is nabehandeling in 2019 in de Tweede Kamer inmiddels in 2020 door de Eerste Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel voorziet in de integratie van de regels over onteigening, voorkeursrechten, landinrichting, stedelijke herverkaveling en kostenverhaal in de Omgevingswet. De regeling van de grondexploitatie in de omgevingswet bevat enkele vernieuwingen, maar de kern van het stelsel is intact gebleven. Het stelsel van de Omgevingswet zou op 1 januari 2021 in werking treden, maar deze inwerkingtreding is uitgesteld. Onderdelen van de aanvullingswet zijn:

Voorkeursrecht en onteigening
De huidige instrumenten van het voorkeursrecht worden vervangen door instrumenten die zo dicht mogelijk blijven bij de oude grondslagen voor vestiging van een voorkeursrecht zoals de omgevingsvisie (de oude structuurvisie) en het omgevingsplan (het voormalige bestemmingsplan).
In de nieuwe wetgeving voor onteigening wordt een scheiding aangebracht tussen de onteigeningsprocedure en de schadeloosstellingsprocedure. Beide worden afzonderlijk van elkaar doorlopen. Het bestuur dat het aangaat neemt een onteigeningsbeschikking dat door de bestuursrechter moet worden bekrachtigd. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit. Nadat aan een aantal wettelijke voorwaarden is voldaan wordt een onteigeningsakte ingeschreven.

Kostenverhaal
Gekozen is voor een herziene regeling die ook geschikt is voor gebiedsontwikkelingen met een onzeker eindbeeld en een onzeker tijdsverloop. Daarom kent de regeling in de Omgevingswet herziening voor kostenverhaal.

Uitgangspunten voor kostenverhaal Omgevingswet
Het wetsvoorstel kent meer flexibiliteit: kostenverhaal zowel geschikt voor actieve grondpolitiek als voor organische ontwikkeling met veel onzekerheden.

Figuur exploitatieplan verdwijnt: kostenverhaalsbeschikking
Als het kostenverhaal niet is verzekerd komt de verplichte publiekrechtelijke regeling in beeld. Het kostenverhaal wordt in de Omgevingswet geïntegreerd in de kerninstrumenten van de Omgevingswet, zoals een omgevingsplan of omgevingsvergunning, of het projectbesluit.

Actualisaties en herzieningen grondexploitaties

Actualisatie grondexploitaties
Alle gronden in exploitatie worden eens per jaar (peildatum 31 december) geactualiseerd. Deze actualisatie houdt het volgende in:

    • Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar.
    • Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten.
    • Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen.
    • Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving.
    • Aanpassing parameters:
      • De rente waarmee in de grondexploitatie in de grondexploitaties werd gerekend bedroeg voor 2019 2,25 % en voor 2020 en volgende jaren 2 % (zoals ook begroot). Elk jaar wordt voor het herzien van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening berekend wat de rente moet zijn die over de boekwaarde aan de algemene middelen wordt vergoed, de zogenaamde ‘omslagrente’. De gemeenten zijn verplicht om de werkelijke rente over het vreemde vermogen toe te rekenen aan de grondexploitaties Op basis hiervan kon de huidige rekenrente in de grondexploitatieberekeningen worden verlaagd naar 2 %. Eventuele rentedalingen dan wel -stijgingen in de komende jaren zijn meegenomen in de (risico)berekeningen van de grondexploitaties.
      • De kostenstijging blijft vooralsnog gehandhaafd op 2,5 %. Grondexploitaties hebben grotendeels betrekking op Grond, weg- en waterbouw. Aangezien voor het merendeel van de huidige exploitaties geldt dat het bouw- en woonrijpmaken is afgerond, is de hoogte van dit percentage slechts van geringe invloed. Daarentegen zijn er nog plankosten (verkooptraject, beheer- en administratiekosten) te maken maar deze betreffen dan weer (grotendeels) het doorberekenen van interne uren. Het gehanteerde percentage past binnen de bandbreedte zoals beschreven in ‘Outlook Grondexploitaties 2020’ van Metafoor.
      • Het percentage van de opbrengstenstijging wordt, opnieuw, gehandhaafd op 0 %. Om reden van de korte exploitatieduur voor de resterende plannen voor woningbouw wordt geen opbrengstenstijging toegepast. Voor de enkele kavels die nog beschikbaar waren, zijn inmiddels al (koop)afspraken gemaakt of pas weer beschikbaar na het doorlopen van een planologische procedure (als gevolg van de Woningbouwplanning).
        Ook voor bedrijventerreinen wordt vooralsnog ook uitgegaan van 0 % opbrengstenstijging. Enerzijds omdat voor bedrijventerreinen al (prijs)afspraken zijn gemaakt door reservering, optie, dan wel omdat onderhandelingen al lopen voor bouwkavels (Hofskamp-Oost 2e fase in Varsseveld). Anderzijds omdat op de Rieze in Ulft de afname moeizaam verloopt en prijsstijgingen niet bijdragen aan een verbetering daarvan. Om die reden zijn er niet opnieuw taxaties uitgevoerd. De gehanteerde verkoopprijzen passen nog binnen deze waardering van februari 2018.

Resultaten van gronden in exploitatie
Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd per peildatum 31 december 2019. Dat wil zeggen dat alle kosten van verwerving, bouw- en woonrijpmaken en plankosten (investeringen) en opbrengsten en winstnemingen (desinvesteringen), die zorgen voor de vermeerdering respectievelijk vermindering van de boekwaarden zijn verwerkt en dat de parameters zo nodig zijn aangepast (zie hiervoor onder Actualisatie grondexploitaties).
De boekwaarden, de hoogte van de voorzieningen en de te verwachten resultaten van alle gronden in exploitatie zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Verloop

Gronden in

exploitatie

Boek-

waarde

1-1-2019

Investe-

ringen

Des-

Investe-

ringen

Boek-waarde

31-12-2019

Voorzien-ingen

Gecorr.

Balans-waarde

31-12-2019

Resultaat 2019

Obv NCW

(BBV Discon- teringsvoet)

Resultaat

2018

Obv NCW

(BBV Discon- teringsvoet)

De Rieze V + VI

4.898.592

171.317

0

5.069.909

460.463

4.609.446

460.463

677.520

Hofskamp Oost II

3.829.652

151.332

1.474.332

2.506.652

0

2.506.652

-407.266

-507.918

Hutten Noord

378.069

114.981

307.250

185.800

188.854

-3.054

188.854

190.841

Centrumplan Ulft

145.516

7.882

0

153.398

6.921

146.477

6.921

7.207

Slawijkseweg

20.187

17.781

0

37.968

881

37.087

881

0

Kromkamp

333.693

16.725

89.180

261.238

128.236

133.002

128.236

314.023

Totaal

9.605.709

480.018

1.870.762

8.214.965

785.355

7.429.610

378.089

681.673

(saldo nadelig)

(saldo nadelig)

Het verwacht totaal en per saldo nog nadelig resultaat is in 2019 is ten opzichte van het vorige boekjaar, vooral dankzij de verkoop van bouwterreinen binnen Hofskamp-Oost 2e fase in Varsseveld, met bijna 45 % gedaald van € 681.673,-- naar € 378.089,--.
Voor het verwachte nadelige resultaten van de grondcomplexen kunnen deze binnen de daarvoor getroffen verliesvoorzieningen worden opgevangen.

 

Afsluiting complexen en winstneming

Afsluiting complexen
Bij jaarrekening 2019 kunnen (nog) geen grondcomplexen worden afgesloten.

 

Winstneming
In de Notitie Grondexploitaties uit 2016 is een aanbeveling opgenomen die geïnterpreteerd moet worden als een verplichting tot tussentijdse winstneming wanneer aan de daaraan te stellen voorwaarden wordt voldaan. In onderstaand overzicht is een analyse opgesteld inzake de voorwaarden per complex en de gevolgen.

Overzicht winstneming grondcomplexen

 

Complex

Resultaat betrouw-

baar

Gronden verkocht

Kosten gerealiseerd

%

Gemaakte

kosten

%

Gerealiseerde opbrengsten

%

winstneming

Bedrag

Winstneming

De Rieze VI + V

Negatief

nee

nee

 

 

 

     Geen

Hofskamp-Oost

Positief

nee

nee

81

98

79

  249.160

Hutten-Noord

Negatief

nee

nee

 

 

 

     Geen

Centrumplan Ulft

Negatief

nee

nee

 

 

 

     Geen

Slawijkseweg

Negatief

nee

nee

 

 

 

     Geen

Kromkamp

Negatief

nee

nee

 

 

 

     Geen

Resultaat van winstneming 2019

249.160

In 2018 bedroeg het totaal van de winstneming €697.127,-- als tussentijdse winstneming van het grondcomplex Hofskamp-Oost 2e fase Varsseveld en door de afsluiting van het complex Bomenbuurt in Ulft. Ook in 2019 is er (verplicht) winstgenomen die voor dit boekjaar € 249.160,-- bedraagt als gevolg van het doorzetten van de verkopen op de 2e fase Hofskamp-Oost in Varsseveld. De hoogte wordt bepaald door de daarvoor geldende berekeningsmethodiek volgens de begroting- en rekeningvoorschriften gemeenten (BBV).

 

Grondexploitaties bedrijventerreinen
Bij de herziening van de grondexploitaties voor de bedrijfsterreinen De Rieze (V + VI) in Ulft en Hofskamp Oost 2e fase in Varsseveld waren de vooruitzichten nog somber gestemd met als gevolg dat voor de verwachte resultaten een verliesvoorziening is getroffen. Deze kan bij actualisatie van de grondexploitatie net als in het boekjaar 2018 weer worden verlaagd maar blijft van toepassing voor de exploitatie van de Rieze in Ulft. Ondanks getoonde belangstelling voor bedrijventerreinen daar is er in 2019 geen bouwgrond verkocht. De huidige actualisatie van de grondexploitaties laten (mede door aantrekken van de markt, de verkopen in 2017, 2018 en 2019 op Hofskamp-Oost), zien dat wederom een deel van deze voorziening kan vrijvallen. Door het verwachte voordelige resultaat van Hofskamp-Oost 2e fase kent dit grondcomplex daarom geen voorziening meer. Die van de Rieze in Ulft is ook wat afgenomen waarbij rekening gehouden is met voorziene verkopen in 2020. Per saldo gaat bij de vrijval om een bedrag van ruim € 217.000,--. Onderstaand overzicht van het verloop van de verliesvoorziening bedrijfsterreinen.

Verloop verliesvoorzieningen

Bedrijfsterreinen

 

Balanswaarde

VVZ

 01-01-2019

Toevoeging

Vermindering

Balanswaarde

VVZ

 31-12-2019

Vrijval

(toevoeging

 alg. reserve)

De Rieze V + VI Ulft

677.520

 

217.057

460.463

217.057

Hofskamp-Oost 2e fase Varsseveld

0

 

 

0

 

Totaal

677.520

 

 

460.520

 

 

 

Ontwikkeling bedrijventerreinen (Hofskamp-Oost 3e fase in Varsseveld)
Al in het Gelders Streekplan van 1997 is een fasegewijze ontwikkeling van bedrijventerrein Hofskamp-Oost in Varsseveld opgenomen. Sindsdien heeft de innovatieve maakindustrie rond Varsseveld een forse ontwikkeling doorgemaakt. Dat blijkt ook uit de verkoop van bouwkavels binnen het bestemmingsplan Hofskamp-Oost 2e fase. Om te voorzien in de economische dynamiek, is het van belang te starten met de planvorming van een derde fase Hofskamp-Oost in Varsseveld. Nu het regionaal programma werklocaties (RPW) is vastgesteld door de Provincie Gelderland, is de voorbereiding voor het benodigde bestemmingsplan gestart. Voor de verwerving van gronden is al een voorkeursrecht gevestigd. Met het vaststellen van het bestemmingsplan wordt dit voorkeursrecht bestendigd.
De huidige omstandigheden staan het maken van plannen (nog) niet in de weg. Pas op de lange duur zal blijken welke deze van invloed zijn op de verdere ontwikkelingen en realisatie van dit plan.

 

Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD
De gemeenten Doetinchem, Montferland, Bronckhorst en Oude IJsselstreek werken samen bij de ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen binnen de gemeenten. Specifiek bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark (RBT) in de gemeente Doetinchem en het Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD (EBT) in de gemeente Montferland, waarbij de deelnemende gemeenten risicodragend zijn.

In 2019 hebben de vier Achterhoekse gemeenteraden ingestemd met de uitwerking van de gedachtenlijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek. De uitwerking van deze gedachtenlijnen betekent voor het A18 BP dat het noordelijk deel weer in exploitatie wordt genomen door de toenemende vraag naar (grote) bedrijfskavels, de concrete belangstelling en een daadwerkelijke verkoop op het noordelijk deel.

De recentelijke actualisatie van de grex van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem laat een lager nadelig resultaat zien dat nu uitkomt op ca. € 1,85 miljoen. Dat heeft ook te maken met de ontwikkelingen op DocksNLD waarvan het voordelige resultaat nog is toegenomen en als bijdrage in de exploitatie van Doetinchem is opgenomen.

Het noordelijk deel van Bedrijvenpark A18 is niet in exploitatie maar als voorraad gronden op de balans opgenomen. Nu deze gronden op marktwaarde getoetst zijn kan de eerder daarvoor getroffen verliesvoorziening vervallen.

 

Fasering en aanpassing grondexploitatie
Het noordelijk deel wordt gefaseerd in exploitatie genomen en toegevoegd aan de actieve grondexploitatie van het A18 Bedrijvenpark (zuidelijk deel). Een volgende fase wordt toegevoegd op het moment dat er concreet zicht is verkoop van bouwrijpe grond.

 

Financiële gevolgen
Onderstaande overzichten geven cijfermatig het verloop van de voorzieningen en de risico’s voor het boekjaar 2019.
Voor ons als deelnemende gemeente neemt de getroffen verliesvoorziening per saldo thans met ruim € 900.000,-- af tot € 366.620,--. Voor dit bedrag zou onze gemeente aangesproken kunnen worden als de exploitatie van het grondcomplex BP A18 van Doetinchem uiteindelijk en definitief met dit verlies wordt afgesloten. De verwachting is dat deze verliesvoorziening nog verder zal afnemen.

Verloop verliesvoorziening

Samenwerking WA

(aandeel Oude IJsselstreek)

Balans-waarde

VVZ

 1-1-2019

Toevoeging

Onttrekking

Balans-waarde

VVZ

 31-12-2019

Vrijval

BP A18 Zuid (fase 1)

43.634

322.986

 

366.620

 

BP A18 Noord (fase 2)

1.233.278

 

1.233.278

0

1.233.278

Totaal

1.276.912

322.986

1.233.278

366.620

1.233.278

 

 

Verloop Risico’s Samenwerking WA

(aandeel Oude IJsselstreek)

Risico’s

 1-1-2019

Toename

Afname

Risico’s

 31-12-2019

Risicoprofiel

Risico’s

 31-12-201

BP A18 Zuid (fase 1)

64.000

 

12.000

52.000

Gewogen

52.000

BP A18 Noord (fase 2)

0

 

 

0

Niet in exploitatie

0

Totaal

64.000

 

12.000

52.000

 

52.000

 

Financiële gevolgen Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (regionale woonagenda)
De door de gemeenteraad van Oude IJsselstreek vastgestelde beleidsnota Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (WBP O-IJ) bracht, door vermindering van het aantal bouwmogelijkheden, voor de gehele gemeente, financiële gevolgen en risico’s met zich mee.
De gevolgen voor de gemeentelijke grondexploitaties zijn gekwantificeerd in een daarvoor bedoelde verliesvoorziening WBP O-IJ. Daarvoor is bij jaarrekening 2015 een “overall” voorziening getroffen. Bij jaarrekening 2018 werd de hoogte van deze verliesvoorziening nog op € 673.278,-- vastgesteld.
In deze voorziening waren inbegrepen de financiële gevolgen voor onze gemeentelijke grondexploitaties door vermindering van het aantal uitgeefbaar kavels én de mogelijke financiële gevolgen indien ontwikkelaars of bouwbedrijven schade ten gevolge van deze vermindering zouden ondervinden, inclusief juridische kosten. Veelal zijn er vóór afloop van het vervallen van de bouwmogelijkheden door ontwikkelaars en bouwbedrijven nog vroegtijdig omgevingsvergunningen aangevraagd.
Na het terugbrengen van de plancapaciteit als doel van de hiervoor genoemde woningbouwplanning is ondertussen regionaal het standpunt ingenomen vooral voor starters en senioren te blijven bouwen. Wel onder de voorwaarden van regionale en lokale kwaliteitscriteria waaraan (oude en nieuwe) plannen getoetst kunnen worden. Besluitvorming over deze criteria heeft inmiddels plaatsgevonden.
Dit heeft vervolgens als resultaat dat eerder geschrapte bouwmogelijkheden binnen en buiten de gemeentelijke grondexploitaties alsnog (al dan niet in gewijzigde vorm) kunnen worden benut.
Daarom kan deze verliesvoorziening onder de naam “Verliesvoorziening woningbouwplanning Oude IJsselstreek 2016” komen te vervallen. Eventuele claims voor geleden schade en juridische kosten zullen zich in dit kader niet meer voordoen.
Deze voorziening wijzigt wel in “Verliesvoorziening woningbouw” voor de gemeentelijke grondcomplexen. Hoewel deze is afgenomen met bijna € 350.000,-- resteert nog een bedrag van € 324.892,--
Naast de mogelijke “harde” financiële gevolgen, bracht de vaststelling van de beleidsnota Woningbouwplanning ook financiële risico’s met zich mee, daarbij dient onderscheid gemaakt te worden in risico’s via het publieke en het private spoor. De financiële risico’s vanuit het publiekrechtelijke spoor (wijziging bestemmingsplan, intrekking omgevingsvergunningen (activiteit bouwen) werden al als nihil beschouwd. In de beleidsnotitie werd rekening gehouden met het zogenaamde principe van “voorzienbaarheid”.
Een andere was een mogelijk beroep op schade vanuit de civielrechtelijke kant. In een aantal dossiers heeft de gemeente Oude IJsselstreek een samenwerkingsovereenkomst gesloten met partijen. In een aantal overeenkomsten zit feitelijk geen “ontsnappingsclausule” opgenomen. Dit betekent niet dat deze overeenkomsten niet ontbonden kunnen worden. De gemeente heeft namelijk de mogelijkheid om een beroep te doen op “onvoorziene omstandigheden”. Wel is de gemeente daarbij verplicht tot het vergoeden van de “geleden” schade. De kans van slagen voor de wederpartij bij de rechter werd ook als gering beschouwd. Dit heeft te maken met de voorzienbaarheid. Deze geldt ook in het private spoor. Partijen hadden immers 1,5 tot 3 jaar (afhankelijk van de leeftijd van het bestemmingsplan), om hun schade zoveel mogelijk te beperken. De verwachting dat uiteindelijk nog in een drietal dossiers mogelijk sprake zou zijn van een civielrechtelijke procedure bleek ongegrond. Eventuele schadeclaims zijn ondervangen door aanvullende overeenkomsten (zoals schikking in de vermindering) of door bestemmingswijziging passend binnen de gestelde criteria en de doelgroep.
Het nog in de vorige jaarrekening opgenomen risicobedrag van € 940.000 komt daarmee te vervallen.

 

Overzicht verloop verliesvoorzieningen
In het boekjaar 2019 hebben diverse mutaties binnen bestaande voorzieningen plaatsgevonden en zijn alle verliesvoorzieningen geactualiseerd. Het verloop van alle voorzieningen staat weergegeven in onderstaand overzicht.

Verloop verliesvoorzieningen

Balans-

waarde

 01-01-2019

Toevoeging voorzieningen (onttrekking alg. reserve)

Inzet / onttrekking

Vrijval

(toevoeging

alg. reserve)

Balans-

Waarde

31-12-2019

VVZ Woningbouwplanning (WBP O-IJ)

Thans verliesvoorziening woningbouw

673.278

 

348.386

348.386

324.892

VVZ bedrijventerreinen O IJ

677.520

 

217.057

217.057

460.463

VVZ Samenwerking WA A18 BP

1.276.912

322.986

1.233.278

1.233.278

366.620

Totaal

2.627.710

322.986

1.798.721

1.798.721

1.151.975

 


1 Alle in deze paragraaf genoemde bedragen zijn in euro’s en exclusief BTW

Risico’s

Inleiding

Grondexploitaties zijn ramingen van het financiële verloop van ruimtelijke projecten, zoals woningbouwprojecten, bedrijventerreinen en herstructureringsplannen. Grondexploitaties hebben vaak een langere looptijd. Gedurende deze looptijd kunnen allerlei veranderingen plaatsvinden die zowel positief als negatief kunnen uitpakken voor het financiële resultaat van de exploitatie. De veranderingen die op kunnen treden, kunnen van velerlei aard zijn. De inflatie kan oplopen, de rente kan veranderen, er kunnen zich omstandigheden voordoen die niet waren voorzien, zoals een financiële en economische crisis of juist een opleving daarvan. Een grondexploitatie is dan ook niet alleen een raming, maar bovenal een dynamisch proces.
De paragraaf grondbeleid in de jaarrekening geeft de stand van zaken per 31 december van het betreffende (boek)jaar, alsmede de verwachte financiële uitkomst (resultaat) bij het beëindigen van de exploitatie in het eindjaar op Netto Contante Waarde (NCW). Zekere risico’s, zowel positief als negatief, zijn voor zover mogelijk in de exploitatieberekeningen meegenomen. Er kunnen zich echter ook onzekere gebeurtenissen voordoen.
Met behulp van een risicomodel worden zowel mogelijke positieve als negatieve ontwikkelingen financieel vertaald. Voor alle lopende grondexploitaties (“bouwgrond in exploitatie”) is met behulp van het risicomodel berekend wat het financiële resultaat wordt wanneer de veronderstelde gebeurtenissen zich zouden voordoen.
Basis voor de berekeningen zijn de geactualiseerde grondexploitaties.

Uitgangspunten
Vertrekpunt voor de risicoberekeningen zijn de huidige grondexploitaties zoals opgenomen in de jaarrekening 2019. Uitgangspunten zijn het begrote resultaat, de gehanteerde parameters, de looptijd van de exploitaties en de kosten en opbrengsten die nog gerealiseerd moeten worden.

  • Begroot resultaat grondexploitaties
    Uitgangspunt voor de berekeningen zijn de begrotingen van de grondexploitaties, zoals gepresenteerd in deze jaarrekening.

  • Kosten en opbrengsten nog te maken.
    In de grondexploitaties zijn de totaal nog te maken kosten geraamd op € 1,25 miljoen ( inclusief kostenstijging en rente). De nog te realiseren opbrengsten zijn geraamd op € 9,03 miljoen. In de risicoanalyse wordt berekend hoe kosten en opbrengsten zich kunnen ontwikkelen op basis van de veronderstelde onzekere gebeurtenissen.

  • Parameters
    In de grondexploitaties wordt gerekend met de volgende parameters:
    • Kostenstijging 2,5 % per jaar
    • Opbrengstenstijging 0,0 % per jaar
    • Rente 2,0 % per jaar
    • In de risicoanalyse worden bandbreedtes geformuleerd. Daarmee kan uitgerekend worden wat het resultaat van de grondexploitaties is wanneer de parameters zich de komende jaren wijzigen.
  • Looptijd van de grondexploitaties
    Elke grondexploitatie kent een bepaalde looptijd. Dat wil zeggen het aantal jaren dat nog nodig is om alle geraamde kosten en geraamde opbrengsten te realiseren. In de risicoanalyse wordt berekend wat de invloed op de resultaten is, wanneer de geraamde looptijd, door bijvoorbeeld planvertraging, verlengd moet worden of juist door de oplevende economie kan worden verkort.
    Risico’s in de berekening
    De volgende algemene risico’s zijn benoemd en toegepast op alle grondexploitaties in de risicoanalyse. Deze risico’s hebben dus invloed op alle grondexploitaties.
  • Kostenstijging
    In de grondexploitatie wordt gerekend met een kostenstijging van 2,5 % per jaar. Voor de grondexploitaties met een korte looptijd is het risico van verdere kostenstijging geschat als een “positief” risico, dit wil zeggen dat wordt geschat dat de kans groot is dat er geen of beperkt sprake is van een verdere kostenstijging, lager dan geraamd in de grondexploitaties.

  • Opbrengstenstijging
    In de grondexploitaties is rekening gehouden met een opbrengstenstijging van 0,0 % per jaar. Een stabilisatie van de uitgifteprijzen is nog steeds op zijn plaats. In de risicoanalyse is er vanuit gegaan dat de komende jaren geen opbrengstenstijging gerealiseerd kan worden. Het risico op eventuele minderopbrengsten is meegenomen onder grondopbrengsten.

  • Rente
    In de grondexploitatieberekeningen wordt een rekenrente van 2 % rente per jaar gehanteerd dat wordt toegerekend aan het vreemd vermogen. Dit is nagenoeg gelijk aan de omslagrente zoals deze wordt toegerekend aan de grondexploitaties. De rente van 2 % per jaar in de grondexploitaties wordt daarom als reëel geschat. Op de middellange termijn ( < 5 jaar) kan mogelijk nog een afname van de rente worden verwacht. Ook kan zich dit op de lange termijn ( > 5 jaar) verder doorzetten, in de risicoanalyse is daarom rekening gehouden met een bandbreedte van een half procentpunt.

  • Fasering
    Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd. De fasering in deze complexen wordt als reëel geschat. Desalniettemin wordt rekening gehouden met een minimale constante uitgifte, m.n. voor complexen met een langere looptijd zoals voor de bedrijventerreinen is dit moeilijk in te schatten. Derhalve is rekening gehouden dat de looptijd in een aantal complexen toch verder op kan schuiven. Dit resulteert meestal in extra rentekosten (en toenemende kosten) waardoor het projectresultaat verslechtert. Maar een verbetering is ook mogelijk zoals blijkt uit de ontwikkelingen van Hofskamp-Oost in Varsseveld.

  • Grondopbrengsten
    Zoals gezegd zijn de grondexploitaties geactualiseerd. Verondersteld wordt dat de geraamde grondopbrengsten nog marktconform zijn of zijn vastgelegd in reserveringen, opties of lopende onderhandelingen.
    Voor grondexploitaties met nog een korte loopduur (1 tot 2 jaar) wordt dan ook geen verandering in de grondopbrengst verwacht. Voor de bedrijfsterreinen wordt nog gerefereerd aan taxaties van twee jaar geleden. De taxaties geven een bandbreedte. In de risico berekening is daar rekening mee gehouden.

  • Specifieke risico’s
    Voor elke grondexploitatie is nagegaan of hierin nog specifieke risico’s zitten. Dit komt slechts in een enkel complex voor.

     

    Resultaat risico berekeningen
    Op basis van bovenbeschreven risico’s is van alle grondexploitaties een risico analyse gemaakt.
    Voor het bepalen van het weerstandsvermogen wordt binnen de grondexploitatie rekening gehouden met een gemiddeld risico (gebaseerd op een gemiddelde van best en worse case scenario) dat wil in dit geval zeggen dat de invloed van positieve als ook negatieve gebeurtenissen even groot is. In dit scenario wordt er vanuit gegaan dat niet alle risico’s zich volledig en tegelijk voordoen, maar is een gemiddelde uitkomst berekend. Aangezien er in de risico’s nauwelijks positieve gebeurtenissen zijn opgenomen, verslechteren nagenoeg alle grondexploitaties ook in dit scenario. Dit met de kanttekening dat door herziening of actualisering van de grondcomplexen en de daarvoor getroffen voorzieningen het risico is afgenomen.

    Risico scenario
    In het gemiddeld risico scenario is het totale verwachte eindresultaat van alle exploitaties per saldo € 2 miljoen negatief. In onderstaande tabel zijn per exploitatie de uitkomsten van het gemiddeld risico scenario weergegeven. Het merendeel van de risico’s is afgenomen door verkoop van bouwkavels, vooral van bedrijventerreinen binnen Hofskamp-Oost 2e fase in Varsseveld, en de verwachte verbetering van de exploitatie.
    Bij het bepalen van de risico’s is rekening gehouden met marktrisico’s, zoals een langere maar ook kortere uitgifteduur als ook een mogelijk risico van prijsreductie.
    Voor de in de exploitatiebegrotingen berekende nadelige eindresultaten zijn voorzieningen getroffen, zowel voor de bedrijventerreinen als voor woningbouw. De resultante van risico’s en voorzieningen wordt in het volgende overzicht weergegeven.

    Risicoanalyse grondexploitaties

     

     

     

     

    Project

    Berekend

    risico

    neutraal

    resultaat

    nadelig

    Getroffen

    Verlies-

    voorziening

    Resterend

    Risico

    31-12-2019

    Resterend

    Risico

    31-12-2018

    De Rieze Ulft (V en VI)

    614.343

    460.463

    153.880

    -129.425

    Hofskamp-Oost II Varsseveld

    -136.788

    0

    -136.788

    -80.608

    Hutten-Noord Ulft

    189.218

    188.854

    364

    12.208

    Centrumplan Ulft

    1.234.169

    6.921

    1.227.248

    1.247.822

    Slawijkseweg Netterden

    2.042

    881

    1.161

    6.339

    Kromkamp Sinderen

    131.387

    128.236

    3.151

    7.683

    Totaal (per saldo)

    2.034.371

    785.355

    1.249.016

    1.064.019

    Totaal positief

    136.788

     

    136.788

    210.033

    Totaal negatief

    2.171.159

     

    1.385.804

    1.274.052

     

Het totaal resterend risico van alle grondexploitaties bedroeg in 2018 ruim € 1,27 miljoen negatief (NCW). Dit risico is in 2019 iets toegenomen tot ruim € 1,38 miljoen. Waarbij de kanttekening gemaakt wordt dat dit toegenomen risico met name te wijten is aan het (verwachte) achterblijven van verkopen van bouwterreinen voor bedrijven in Ulft. Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit wordt met het totaal van dit risico rekening gehouden.

 BBV voorschriften (wijziging te hanteren rentepercentage)
Vanaf 2016 geldt dat voorzieningen die via de methode van netto contante waarde worden gewaardeerd, tegen het percentage van de disconteringsvoet moeten plaatsvinden. In de Begroting- en rekeningvoorschriften (BBV) is bepaalt dat de disconteringsvoet voor grondexploitaties 2 % bedraagt, hierop heeft nog geen wijziging plaatsgevonden. Dit percentage wordt gehanteerd voor het bepalen van de hoogte van de risico’s op netto contante waarde (NCW) zoals voorgeschreven.
De rekenrente, ook wel omslagrente genoemd, bedraagt eveneens 2 %. Dit rentepercentage wordt gebruikt voor het bepalen van de hoogte van de aan de algemene dienst jaarlijks te vergoeden rente, berekent over de boekwaarde van de grondcomplexen.

 

Risico’s totaal
Bij de weerstandscapaciteit dient rekening gehouden te worden met een resterend totaal (gemiddeld) risico op de grondexploitaties van circa € 1,25 miljoen.
Tot slot dient nog rekening gehouden te worden met risico’s vanuit de deelname in de ontwikkeling van het regionaal en euregionaal bedrijvenpark ten bedrage van € 52.000,--. E.e.a. is toegelicht onder “Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD”.
Het totaal aan risico’s komt daarmee op ruim € 1,3 miljoen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het totaal van alle risico’s.

Resterende risico's

 

 

 

Regionaal bedrijfsterreinen (RBT/EBT)

52.000

gewogen risico

52.000

Resterende risico’s woningbouw gemeente

1.231.924

gewogen risico

1.231.924

Resterende risico’s bedrijventerreinen gemeente

17.092

gewogen risico

17.092

Gevolgen weerstandsvermogen

 

 

1.301.016

 

De risico’s binnen de paragraaf grondbeleid hebben invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen van de jaarrekening.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente middelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit).

Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie.

Beleid

Als bestaand beleid is vastgelegd:

  •  Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;
  • De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.
  • Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk intact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;
  • De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;
  • De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.

Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

 

Weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigingen. Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet om risico's af te dekken, zonder bestaand beleid aan te passen.
Omdat het dekken van niet begrote structurele kosten over het algemeen gepaard gaat met aanpassing van bestaand beleid, ligt de aandacht in deze paragraaf met name op de incidentele weerstandscapaciteit.

De bestemmingsreserves nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee.

Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per begin van het boekjaar 2020.

Weerstandscapaciteit  Bedrag
a. Begrotingsruimte (post onvoorzien) 0
b. Algemene reserves (na resultaat bestemming) 23.759
c. Stille reserves 1.000
Totaal weerstandscapaciteit per 1-1-2020 24.759

Toelichting

A. Begrotingsruimte
In de jaarrekening maakt het restant van de post voor onvoorziene uitgaven deel uit van het rekeningresultaat. Deze maakt daardoor geen deel uit van de weerstandscapaciteit.

B. Algemene reserve

Algemene reserve
(x 1.000)
Werkelijke stand
1-1-2019
Begrote stand
1-1-2020
Werkelijk stand
31-12-2019
Algemene reserve*) 20.343 18.266 23.759

 

*) Is stand per 31-12-2019 vermeerderd met € 275.000 dat bij de resultaatbestemming hieraan wordt toegevoegd.

C. Stille reserves
Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met 50% van het verschil tussen de boekwaarde en de actuele WOZ-waarde. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van € 1.000.000.

 

Risico's
Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en het bedrag ten hoogte van de maximale risico. In totaal is het risico voor Oude IJsselstreek berekend op € 5.101.000.

De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) :

Risico's Mate
inschatbaarheid
Beheersing Financieel
gevolg
Risico
a. Aansprakelijkheid / eigendom Bedrijfsvoering        
Schadeclaims Slecht Verminderen 400 40
Eigendommen Slecht Verminderen 450 45
Bedrijfsvoering Slecht Accepteren 800 160
b. Financiële risico's        
Bestuursdwang Slecht Verminderen 300 150
Niet tijdig en in volle omvang behalen van taakstellingen / dekkingsmogelijkheden Redelijk Verminderen 1.200 240
Gevolgen coronacrisis Slecht Accepteren PM PM
c. Grondexploitatie        
Zie paragraaf Grondbeleid Redelijk Accepteren 1.301 1.301
d. Verbonden partijen        
Zie paragraaf verbonden partijen Goed Verminderen 6.389 639
Frictiekosten uittreding Laborijn Slecht Verminderen PM PM
e. Open eind regelingen        
Open eind regelingen Redelijk Verminderen 4.000 1.000
f. Garant en borgstellingen        
Garant- en borgstellingen Slecht Accepteren 77.608 776
g. Overige (externe) factoren        
Overige factoren   Verminderen 3.000 750
      95.448 5.101

Toelichting categorieën

a. Aansprakelijkheid/ eigendommen /bedrijfsvoering
Dit betreft aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen. Daarnaast hebben we een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging. Daarnaast zijn er een aantal specifieke risico's:

  • Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww.
  • Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders. .
  • Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders. 

b. Financiële risico’s

  • Bestuursdwang en proceskosten
  • Niet tijdig en in volle omvang behalen van taakstellingen / dekkingsmogelijkheden 
  • Gevolgen coronacrisis.
    Om de gevolgen van de crisis voor de samenleving te beperken zijn diverse maatregelen getroffen. Enerzijds door het Rijk, die voor een belangrijk deel door de gemeente worden uitgevoerd. En ook door de gemeente zijn in aanvulling daarop nog maatregelen hiertoe genomen. Op dit moment is niet duidelijk in welke mate dit financiële gevolgen heeft voor onze begroting. In ieder geval via de tussentijdse rapportage zullen wij hiervan een beeld proberen te geven.

 c. Grondexploitatie

  • zie paragraaf “Grondbeleid”

 d. Verbonden partijen

  • zie paragraaf "Verbonden partijen"
  • Frictiekosten uittreding Laborijn

Een bijzonder risico binnen deze categorie betreft het risico op desintegratiekosten voor de gemeenschappelijke regeling Laborijn. De voorgenomen uittreding zal incidenteel tot kosten leiden, die momenteel nog niet te ramen zijn. Het risico zit niet zozeer in de vraag of dit zich voordoet. De onzekerheid betreft met name de omvang ervan.

e. Open-einde regelingen

De uitgaven die gemoeid zijn met open-einde regelingen zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk te beïnvloeden door de gemeente omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is. 

  • Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Jeugd, WMO en Participatie)
  • Exploitatiesubsidies
  • Leerlingenvervoer

 f. Garant/borgstellingen

  • Het overzicht van de borg-/garantstellingen is opgenomen in de jaarstukken. 

g. Overige (externe) factoren

  • Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen.
  • Planschade.
  • Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden.
  • Leges.
  • Hypotheken personeel.
  • Fluctuatie kosten en opbrengsten Afvalscheiding.
  • Uitkering gemeentefonds inclusief Btw- compensatiefonds (BCF).
  • Vennootschapsbelasting (VPB).
  • Omgevingswet.

Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000)

De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Een ratio >2 is uitstekend te noemen.

 

 

beschikbare weerstandscapaciteit

 

24.759

 

 

Weerstandsvermogen

=

------------------------------------------------

=

-----------

=

4,9

 

 

benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

 

5.101

 

 

 

Kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen zijn:

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden)

Het is van belang deze kengetallen in breder perspectief te zien, aangezien deze op zichzelf staand maar een deel van het totale beeld van de gemeentelijke financiën weergeven.

Kengetallen
(x 1.000)

Rekening
2018

Begroting
2019
(stand 1-1)

Rekening
2019
(stand 31-12)
1a Netto schuldquote 117% 133% 115%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd 106% 122% 104%
2  Solvabiliteitsratio 16% 14% 17%
3  Grondexploitatie 8% 9% 7%
4  Structurele exploitatieruimte 0% 1% 1%
5  Belastingcapaciteit* 101% 102% 101%

* Gebaseerd op het landelijk gemiddelde van € 740 (2019) voor meerpersoonhuishoudens met een koopwoning.
 

Signaleringswaarden

Waarde
Oude IJsselstreek

Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote 115,0% <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote, gecorrigeerd 104,1% <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio 16,6% >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie 6,9% <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte Rekening 0,7% Begr en MJR>0% Begr of MJR >0% Bgr en MJR <0%
Structurele exploitatieruimte MJR 2023 0,4%
Belastingcapaciteit 100,9% <95% 95-105% >105%
Weerstandsvermogen 485,4% >100% 80-100% <80%