Opgaven

1. Meedoen aan onze samenleving

Waarom?

  • Er zijn inwoners die leven in een sociaal isolement. Het ontbreekt hen aan een sociaal netwerk door verschillende oorzaken waaronder een beperking, onvoldoende sociale vaardigheden of een taalbarrière.
  • Mensen worden steeds ouder. De groep ouderen wordt steeds groter en zij wonen langer zelfstandig thuis. Hierdoor is meer (informele) hulp en ondersteuning thuis nodig en neemt ook het aantal crisissituaties toe.
  • Het aantal jongeren dat gebruikmaakt van jeugdhulp neemt toe door een complexere samenleving en verbeterde signalering. Daarbij wordt de hulpverlening steeds complexer (en duurder).
  • Inwoners met een uitkering verhogen hun eigenwaarde als zij ondersteund worden naar werk, waardoor meedoen wordt bevorderd.
  • Huishoudens met een laag inkomen, vaak met schulden, kunnen minder meedoen. Dat wordt versterkt door schaamte en taboe.
  • Inzetten op zelfredzaamheid, samenredzaamheid en preventie is noodzakelijk omdat we in toekomst meer met minder geld moeten doen. Het sociaal domein heeft per hulpvraag steeds minder geld beschikbaar.
  • De regelingen voor zorg, ondersteuning of werkloosheid kunnen leiden tot afhankelijkheid en verdere sociale ongelijkheid. Door samenhang aan te brengen in de ondersteuning wordt hulp effectiever.
  • Andere maatschappelijke partners zoals verenigingen en vrijwilligersorganisaties dragen voor een belangrijk deel bij aan het welzijn en meedoen van onze inwoners. Niet alle inwoners doen mee ondanks de inzet van onze maatschappelijke partners.
  • Veel van onze inwoners lopen meer gezondheidsrisico dan anderen door hun leefstijl, leefomgeving, opleiding, (geen) werk, schuldenproblematiek, etc.

Samen aan de slag met meedoen

  • Verdere transformatie is noodzakelijk om de toenemende vraag naar zorg en ondersteuning om te buigen. Zodat we in de komende jaren kunnen uitkomen met de beschikbare budgetten.
  • Basis is en blijft dat we blijven zorgen voor inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben.
  • Dat vraagt om meer maatwerk: op de persoon passende combinaties van bijvoorbeeld zorg, aangepast werk en schuldhulpverlening.
  • We blijven zelf experimenteren en maken hierbij onder andere gebruik van succesvolle ervaringen elders.

Voorkomen is immers beter dan genezen.

Wat willen we bereiken?

*2.1.1: Iedereen werkt en handelt vanuit onze leidende principes.

De leidende principes:

  1. Zelf, met het eigen netwerk en dan buiten het eigen netwerk.
  2. Voorkomen is beter dan genezen.
  3. Iedereen doet mee en draagt bij aan de inclusieve samenleving.
  4. Uitgaan van wat kan of wat geleerd kan worden.
  5. Zo licht en kort als mogelijk, zo zwaar en lang als noodzakelijk.
  6. Processen zijn simpel: 'het resultaat telt'.
  7. Professionals: 'het resultaat telt'.
  8. Lokaal waar het kan, regionaal waar het beter is.

Zo gaan we dat doen

*2.1.2: Onze inwoners worden integraal en snel geholpen.

De inwoner ervaart zo min mogelijk barrières bij het stellen van een vraag in het sociaal domein. Ook is voor hen duidelijk wat er met de vraag gebeurt en van wie zij een antwoord kunnen verwachten. Eventuele ondersteuning wordt in samenhang ingezet.

Zo gaan we dat doen

*2.1.3: Sociaal domein binnen de samenleving.

De informatie over de inrichting en mogelijkheden van het sociaal domein binnen de samenleving is begrijpelijk en eenvoudig toegankelijk voor iedereen.

Zo gaan we dat doen

*2.1.4: Inwoners zijn meer zelfredzaam en samenredzaam.

Inwoners zijn meer zelfredzaam en samenredzaam. We zetten meer preventie in, waardoor escalatie en complexe zorg voorkomen wordt. De samenleving is alerter en hulpvragen worden eerder herkend en waar mogelijk gekoppeld aan passende ondersteuning.

Zo gaan we dat doen

*2.1.5: De arbeidsmarkt sluit beter aan.

Er is een betere match tussen de vraag van de arbeidsmarkt en de mogelijkheden van doelgroepen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Zo gaan we dat doen

*2.1.7: Inwoners die mantelzorg of vrijwillig zorg verlenen voelen zich erkend en gewaardeerd.

Inwoners die mantelzorg of vrijwillig zorg verlenen, voelen zich erkend en gewaardeerd. Zij worden gesteund door elkaar en hun omgeving en als het nodig is ook door de gemeente. De mantelzorgers en zorgvrijwilligers kunnen hun inzet volhouden. 

Zo gaan we dat doen

*2.1.8: Vrijwilligers voelen zich erkend, gewaardeerd en ondersteund.

Vrijwilligers voelen zich erkend en gewaardeerd. Zij worden gesteund door elkaar, door hun omgeving en door hun organisatie en waar nodig door de gemeente.

Zo gaan we dat doen

*2.1.9: De gezondheidsvaardigheden van onze inwoners verhogen.

De gezondheidsvaardigheden van onze inwoners verhogen zodat zij in staat zijn om zelf hun (gezondheids)problemen op te lossen, of beter, te voorkomen. Zij beschikken over informatie over gezond leven, begrijpen die informatie en zijn daardoor actief bezig met hun gezondheid. 

Zo gaan we dat doen

*4.1.6: Binnen 4 jaar een inclusieve gemeente.

We zijn binnen 4 jaar echt een inclusieve gemeente, die letterlijk en figuurlijk zonder drempels toegankelijk is. Inwoners merken op fysiek en sociaal gebied dat er rekening gehouden wordt met hun beperking of de beperking van een ander.

Zo gaan we dat doen

Financieel

2. Een leven lang leren

Waarom?

Leren en ontwikkelen draagt bij aan een kansrijk en succesvol leven voor alle inwoners. Door nieuwe vaardigheden en kennis op te blijven doen, kan iedereen blijven meedoen, inzetbaar blijven en daarmee zingeving aan het leven geven.

Wat willen we bereiken?

*2.2.4: Belemmerende factoren om te leren worden snel gesignaleerd en opgelost.

In Nederland worden 119.000 kinderen (0-18 jr) blootgesteld aan kindermishandeling. Dit is ruim 3% van de kinderen. Met gerichte ondersteuning van het onderwijs willen we vroegtijdig signaleren. En met gerichte ondersteuning van gezinnen willen we dat percentage terugdringen. We zetten in op kennis- en competentieontwikkeling op de basisschool en hulp zo dichtbij mogelijk, zodat kinderen in een veilige en prettige omgeving kunnen leren en opgroeien.

Zo gaan we dat doen

*3.2.1: Onderwijs is bereikbaar voor iedereen.

Iedereen moet gebruik kunnen maken van onderwijsaanbod. Scholen liggen verspreid in de gemeente en zijn goed bereikbaar voor zowel schoolgaande jeugd als ook voor mensen met een om- en herscholingswens, zowel fysiek als qua toeleiding.

Zo gaan we dat doen

*3.2.2: Alle inwoners van de gemeente hebben een startkwalificatie.

Het is voor iedere inwoner van belang dat hij/zij passend werk kan vinden.

Zo gaan we dat doen

*3.2.3: We dringen laaggeletterdheid in onze gemeente terug.

Ook in onze gemeente komt laaggeletterdheid voor, vaak niet zichtbaar. Wij zetten ons in om laag geletterde inwoners te helpen zodat ze nog beter kunnen meedoen in de samenleving.

Zo gaan we dat doen

*3.2.5: Het onderwijs sluit duurzaam aan op de arbeidsmarkt en op relevante maatschappelijke ontwikkelingen.

Samen met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven ontwikkelen we nieuwe onderwijsvormen voor de vraag naar personeel van morgen.

Zo gaan we dat doen

Financieel

3. Een bloeiende economie biedt kansen voor inwoners en bedrijven

Waarom?

We creëren banen voor inwoners en personeel voor bedrijven
Door voldoende ontwikkelruimte te bieden op bedrijventerreinen creëren we banen voor inwoners en personeel van bedrijven. Want ongeveer de helft van onze werkgelegenheid is gehuisvest op bedrijventerreinen We bieden daarmee een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven

Met een bloeiende economie zijn wij een aantrekkelijke gemeente. 
Want dat is een belangrijke voorwaarde om hier te wonen, werken, leren en recreëren. Een bloeiende economie biedt immers werkgelegenheid voor onze inwoners en daarmee inkomsten en zingeving. Het draagt bij aan voorzieningen en de leefbaarheid in dorpen

Kansen liggen bij nieuwe vormen economie en samenhang tussen economische sectoren.
Bedrijven specialiseren en werken in toenemende mate samen om met elkaar hoogwaardige en innovatieve producten te produceren. Door dit als gemeente voor bedrijven mogelijk te maken en onderwijs hier zo goed mogelijk op aan te laten sluiten, zorgen we voor werkgelegenheid, duurzaamheid en voorspoed.

Wat willen we bereiken?

*1.3.1: Goede bedrijventerreinen.

Wij hebben goede bedrijventerreinen om bedrijven de ruimte te bieden zich hier te vestigen en/of te kunnen groeien

Zo gaan we dat doen

*3.3.2: We versterken onze concurrentiepositie voor innovatieve en circulaire industrie.

We zien een concentratie van innovatieve maakindustrie in onze gemeente en willen deze ontwikkeling verder ondersteunen en daarmee werkgelegenheid bevorderen.

Zo gaan we dat doen

*3.3.3: Gepast werk voor inwoners.

Wij bieden samen met onze maatschappelijke partners en bedrijven onze inwoners de gelegenheid om gepast werk te vinden.

Zo gaan we dat doen

*3.3.4: Afstudeerders en start-ups blijven wonen en werken in de regio en daarmee vormen wij een aantrekkelijke afstudeerregio in Nederland.

Door er zorg voor te dragen dat afstudeerders en startups in onze regio blijven wonen en werken, vormen we de afstudeerregio van Nederland, trekken we jong talent aan voor onze bedrijven en blijven we een vitale en leefbare gemeente en regio.

Zo gaan we dat doen

*3.3.5: Het toeristisch product is met 10% gegroeid.

Samen met ondernemers uit de toeristisch en recreatieve branche willen we meer toeristen vermaken en inwoners meer van hun vrije tijd laten genieten van de vele voorzieningen in de gemeente.

Zo gaan we dat doen

*3.3.6: Per kern en in het buitengebied hebben we afspraken gemaakt over ondernemerschap.

We zien dat de voorzieningen en ondernemers zowel in de kernen als ook in het buitengebied onder druk staan. We maken afspraken met hen over de mogelijkheden om voorzieningen te behouden.

Zo gaan we dat doen

*3.3.7: We hebben een breed platform van bedrijven en organisaties dat ons adviseert over economische groei.

Samen met de bedrijven- en ondernemersverenigingen en met andere partners in onze gemeente onderzoeken en bespreken  we de ontwikkelingen in de economie en maken we afspraken hoe de economie te bevorderen.

Zo gaan we dat doen

Financieel

4. Over grenzen heen kijken

Waarom?

Regionale en internationale samenwerking is belangrijk om vraagstukken op te kunnen lossen. Demografische ontwikkelingen leiden tot opgaven en vraagstukken die zich niet beperken tot de gemeente- en landsgrenzen.
Om onze ambities te realiseren is samenwerking belangrijk. Regionale en internationale samenwerking biedt kansen op economisch en cultureel gebied en op de onderwijs- en arbeidsmarkt.
We maken onszelf en de regio sterker. Samen sta je sterker, heb je meer geld en meer invloed.

Wat willen we bereiken?

*3.4.1: We hebben een intensieve samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid binnen de Achterhoek.

Als gemeente overleggen we een aantal keren per jaar met ondernemersverenigingen als IBOIJ en VIV en met opleidingsorganisaties in de gemeente en daarbuiten. Dat doen we om vooral samen ontwikkelingen te benoemen en gezamenlijk te werken aan maatschappelijke opgaven. In regionaal verband werken deze drie O's samen in de Achterhoek Board en de Thematafels van de Regio Achterhoek.

Zo gaan we dat doen

*3.4.2: Er is een structurele samenwerking met Duitse buurgemeenten op verschillende beleidsvelden.

Als gemeente spreken we onze buurgemeenten over verschillende zaken. Daar waar mogelijk bekijken we of samenwerking ons beide verder brengt. Dat kan beleidsmatig als er gezamenlijke doelen zijn, maar ook in de uitvoering van werkzaamheden.  Deze samenwerkingsafspraken bespreken wij in de regionale ambtelijke en bestuurlijke overleggen zoals in het D(uitsland)5 / NL7 overleg.

Zo gaan we dat doen

*3.4.3: We maken het gemakkelijker voor Nederlandse en Duitse bedrijven om over en weer zaken te doen.

We proberen belemmeringen die het gevolg zijn van onder andere verschillende wetgeving en cultuurverschillen weg te nemen. Door informatie te delen en bedrijfsleven met elkaar in contact te brengen, wordt zaken doen over de grens voor ondernemers gemakkelijker.

Zo gaan we dat doen

Financieel

We voeren deze opgave uit binnen de beschikbare middelen.

5. Duurzaamheid geeft nieuwe energie

Waarom?

We willen aan toekomstige generaties een leefbare wereld doorgeven en een schone en groene gemeente zijn.
We willen klimaatverandering tegengaan en uitputting van grondstoffen voorkomen. Dit vraagt om een nieuwe blik op productie, gebruik en hergebruik van onze energie en grondstoffen.

We hebben afspraken gemaakt in Nederland en in de Regio Achterhoek.
Nederland moet in 2050 energieneutraal zijn op grond van internationale afspraken en klimaatdoelen. Inmiddels hebben we de regionale uitvoeringsagenda (akkoord van Groenlo) waarin concreet staat wat de gemeente moet doen om energie neutraal te worden. Deze agenda geeft een voorkeursroute aan maar er zijn meerdere routes mogelijk. In de regio is afgesproken om in 2030 energieneutraal te zijn (zonder mobiliteit). Ook voor afvalscheiding en circulaire economie zijn nationaal afspraken gemaakt.

Wat willen we bereiken?

*1.5.1: Iedereen herkent de noodzaak en is zich bewust wat hij/zij kan bijdragen aan verduurzaming.

Zo gaan we dat doen

*1.5.2: Zelf opwekken van electriciteit (duurzame energie).

Op dit moment verbruiken we ongeveer 200 GWh per jaar aan  energie, waarvan een groot deel nog grijze energie. In 2030 moeten we energieneutraal zijn. Dit willen we bereiken door circa 185 GWh per jaar aan elektriciteit om te zetten naar eigen opgewekte, groene energie. Daarnaast gaan we 41 GWh per jaar besparen op energie.  Op dit moment hebben we circa 60% gerealiseerd. Dit betekent dat we nog 40% moeten behalen door besparing en omzetting naar groene energie.

Zo gaan we dat doen

*1.5.3: Vervanging van aardgas door andere warmtebronnen.

We gebruiken circa 50 miljoen m3 aardgas per jaar in onze gemeente. De doelstelling is om in 2030:
- 13 mln m3 aardas te vervangen door andere warmtebronnen.
- 27 mln m3 aardas te besparen (zie hiervoor het doel 'energie, elektriciteit en aardgas besparen').

Op dit moment hebben we ongeveer 36% van de doelstelling behaald. We moeten dus nog 64% realiseren in de komende 12 jaar.

Zo gaan we dat doen

*1.5.4: We besparen energie, electriciteit en gas.

We gebruiken circa 40 miljoen m3 aardgas per jaar in onze gemeente. Hiervan willen we 27 mln m3 aardgas besparen. De overige 13 mln m3 zetten we om in andere vormen van warmteopwekking. (Zie ook het doel 'vervanging van aardgas'.)
Daarnaast verbruiken we ongeveer 200 GWh aan elektriciteit per jaar. Hiervan willen we 41 GWh besparen. De overige 185 GWh vervangen we door eigen opgewekte, groene energie. (Zie ook het doel 'zelf opwekken van groene energie'.)
Deze doelen hebben we in 2030 behaald.

Zo gaan we dat doen

*1.5.5: We scheiden 75% van ons huishoudelijk afval in 2020, in 2025 is dat 90%.

Het ingezamelde gescheiden afval wordt verwerkt en hergebruikt.

Zo gaan we dat doen

*1.5.6: We dringen het gebruik van originele (primaire) grondstoffen terug en sluiten daarbij aan op landelijke normen.

Hierbij stimuleren we ook het hergebruik van grondstoffen en materialen.

Zo gaan we dat doen

Financieel

6. Van buiten naar binnen werken

Waarom?

Wij maken onderdeel uit van de veranderende samenleving
Onze samenleving blijft in beweging en door de digitale ontwikkelingen verandert de interactie tussen overheid en inwoners. Inwoners zijn mondiger en kundiger. En mensen verenigen zich ook steeds gemakkelijker in andere, nieuwe verbanden. Ook stellen ze stellen hogere eisen aan de gemeente. Onze uitdaging is om de kloof tussen de leef- en de systeemwereld te overbruggen.

Het accent verschuift van de groep naar het individu. Daarnaast is er een sterke ontwikkeling van de 24-uursmaatschappij en de steeds verdergaande digitalisering.
Dit vraagt om een andere manier van werken van de politiek, het bestuur en de ambtenaren. Dit stelt andere eisen aan onze dienstverlening.

Meer samen doen

We willen meer samen doen met inwoners meer co-creatie maar dat is behoorlijk complex. Het betekent niet alleen wat voor ons als gemeente maar ook voor onze inwoners. Want het vraagt ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de gekozen oplossing. Het Right to challenge is een mooi voorbeeld van inwoners die verantwoordelijkheid willen nemen voor hun aandeel in de samenleving. Men wil zelf zeggenschap en dingen samen oppakken.

Daarnaast willen we de komende jaren voor vier verschillende opgaven per opgave een taskforce oprichten. Het gaat om:
- wonen en zorg
- duurzaamheid en energietransitie
- economie, ruimte en bedrijvigheid
- werk, inkomen en onderwijs

In deze taskforces brengen we mensen samen die voor de opgaven een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren en inbreng hebben. Geen “positiespelers” maar creatieve dwarsdenkers. Mensen die hun nek durven uitsteken, die vanuit gezamenlijke belang denken, inspireren en geïnspireerd worden, innoverend willen zijn en daarin zelf ook risico willen nemen. Van een taskforce verwachten we visie, kaders en plannen waarmee partners en wij samen aan de slag willen. En als we op weg zijn monitoren de taskforces de voortgang en halen de beruchte spreekwoordelijke “beren op de weg” weg. We stellen voor om per jaar met 1 taskforce te beginnen en te starten met wonen en zorg (zie onder opgave ‘flexibel wonen’ bij opgave 8). Hierin combineren we wonen, toegang, duurzaamheid (rondom woning), langer zelfstandig wonen, etc.

Wat willen we bereiken?

*1.6.5: De basishouding is ‘ja mits’, maar soms is ‘nee’ het enige antwoord.

We gaan uit van mogelijkheden en denken mee met onze inwoner. Als we ‘nee’ moeten zeggen, leggen we uit waarom dit zo is. We moeten ons houden aan wetten en regels en rekening houden met het algemeen belang.

Zo gaan we dat doen

*4.6.1: De inwoner vindt dat we goed zichtbaar zijn in de wijk.

De inwoner heeft meer contact met medewerkers van de gemeente in de eigen buurt. En inwoners ervaren het als een verbetering. Wij komen elkaar tegen op allerlei plekken, buurten en wijken. We ontmoeten elkaar, werken samen en we steken de handen uit de mouwen.

Zo gaan we dat doen

*4.6.2: De inwoner vindt dat de gemeente hem goed informeert.

De inwoner ontvangt of vindt de informatie die hij nodig heeft. Deze informatie is helder en begrijpelijk. De gemeente gebruikt verschillende manieren om inwoners en bedrijven te bereiken. Dat varieert van persoonlijk contact via  sociale media tot een brief.

Zo gaan we dat doen

*4.6.3: We zijn digitaal goed bereikbaar.

95% van de diensten kan de inwoner digitaal aanvragen en afhandelen. Inwoners kiezen zelf hoe en wanneer ze contact leggen met de gemeente. Inwoners weten welke risico’s de digitale wereld met zich meebrengen.

Zo gaan we dat doen

*4.6.4: We zoeken naar manieren om samen op te trekken en maatschappelijke doelen te realiseren.

Een gelijkwaardige samenwerking tussen gemeente en (groepen) inwoners, bedrijven en organisaties, vraagt veel van ons allemaal. Dit betekent enerzijds wat voor de medewerkers van de gemeente. Het vraagt om de juiste medewerker op de juiste plaats op het juiste moment. Hierdoor kunnen we flexibel inspelen op de vragen. Anderzijds moeten we gebruik maken van alle kennis en informatie die we als gemeente hebben. Dit heeft consequenties voor alle data en informatie waar we toegang toe hebben. Gegevens die wij tot onze beschikking hebben (big data) gebruiken we op een verantwoorde manier.

Zo gaan we dat doen

*4.6.5: De basishouding is ‘ja mits’, maar soms is ‘nee’ het enige antwoord.

We gaan uit van mogelijkheden en denken mee met onze inwoner. Bij vraagstukken maken we de afweging tussen de juridische regels, de financiële consequenties en de maatschappelijke effecten. Als we ‘nee’ moeten zeggen, leggen we uit waarom dit zo is. We moeten ons houden aan wetten en regels en rekening houden met het algemeen belang, maar zoeken hierin naar een redelijke balans.

Zo gaan we dat doen

Financieel

7. Een visie op onze omgeving

Waarom?

De omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking.
Met de Omgevingswet wil de overheid regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen.

Met de nieuwe omgevingswet willen we:

  • de verschillende plannen beter op elkaar afstemmen
  • duurzame projecten stimuleren en
  • gemeenten meer ruimte geven.

Zo ontstaat ruimte voor bedrijven en inwoners en organisaties om met ideeën te komen.

De samenleving verandert
Inwoners en bedrijven hebben vaker initiatieven. Als overheid zijn we verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. De omgevingswet maakt het mogelijk lokale vraagstukken lokaal op te lossen. De gemeente vervult hierin een ‘spin in het web’-functie. Meer keuzevrijheid om op lokaal niveau in te spelen op behoeften van initiatiefnemers en belanghebbenden.

Het is tijd voor een nieuwe visie
Dit is dé kans om vanuit een brede blik niet alleen naar de fysieke omgeving te kijken. Ook leggen we verbindingen met het sociale en economische domein. Daarom noemen we onze omgevingsvisie de Toekomstvisie.

Wat willen we bereiken?

*1.7.1: Op 1 januari 2021 zijn we klaar voor de omgevingswet.

Dit betekent dat de inrichting van de systemen op de belangrijkste punten klaar is. In 2024 moeten we geheel aangesloten zijn op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO), in 2021 verwerken we de aanvragen digitaal. Verder vraagt de nieuwe wet een andere manier van werken. We gaan aan het werk met de nieuwe wetgeving.
 

Daarvoor is het nodig dat de volgende onderdelen er zijn:

  • omgevingsvisie(toekomstvisie)
  • omgevingsplan
  • omgevingsvergunning

Zo gaan we dat doen

*1.7.2: Meer ruimte voor initiatieven en passende oplossingen.

Na de invoering van de Omgevingswet kunnen we uitgaan van minder regels, overzichtelijker regels en snellere besluitvorming. Meer ruimte voor initiatieven en meer aandacht voor de lokale situatie, opdat er een passende oplossing komt.

Zo gaan we dat doen

Financieel

We voeren deze opgave uit binnen de bestaande budgetten.

8. Flexibel wonen op maat

Waarom?

Door de veranderende bevolkingssamenstelling (ontgroening en vergrijzing), sluit het woningaanbod in de bestaande voorraad niet goed meer aan bij de vraag.
De laatste jaren verandert het aantal inwoners in onze gemeente en de samenstelling van huishoudens. De huishoudens worden kleiner en de woonwensen veranderen. De komende jaren zal het aantal huishoudens nog iets stijgen. Ook past het aanbod niet altijd bij de vraag. Dit vraagt om nieuwe woningen op korte termijn.

Op langere termijn daalt het aantal huishoudens weer waardoor er mogelijk een sloopopgave ontstaat. Particuliere woningeigenaren zijn hiervoor verantwoordelijk. Hulp van Rijk en Provincie is noodzakelijk.
Daarnaast zijn veel (verouderde) woningen niet aantrekkelijk voor starters doordat ze niet voldoen aan de eisen. Verbouwingen kunnen starters niet (meer) meefinancieren. Door gestegen prijzen van koopwoningen en strengere financieringseisen voor de hypotheek zijn koopwoningen vooral voor starters minder toegankelijk.

Woningen moeten levensloopbestendig worden.
We wonen langer zelfstandig (met ondersteuning) thuis. Dit geldt niet alleen voor ouderen maar ook voor bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

Woningen moeten duurzaam worden.
Veel woningen hebben een hoog energieverbruik. Woningcorporaties (zoals Wonion) zijn volop bezig met het verduurzamen van de woningen. In de particuliere sector gebeurt dit nog te weinig.
Vanaf 2024 zijn asbesthoudende daken verboden in verband met gezondheid. Dit betreft vooral landbouwschuren. De komende jaren moeten eigenaren het asbest verwijderen. De gemeente heeft hierin een informerende en faciliterende rol.

Klik op de "Meer" knop om naar de Beleidsnotitie WBP te gaan -->

Wat willen we bereiken?

*1.8.1: Vraag en aanbod zijn kwantitatief en kwalitatief beter in balans; de ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod is kleiner dan nu.

Onderzoek geeft aan dat op dit moment er binnen de huidige woningvraag sprake is van een tekort aan gelijkvloerse woningen en starterswoningen (goedkope rijtjeshuizen). Er nu een overschot aan vrijstaande koopwoningen. De behoefte is kleiner bouwen voor zowel jong als oud. Bovendien is er sprake van een mismatch tussen kernen: er is in Varsseveld, Gendringen en Silvolde geen evenwicht tussen de vraag naar nieuwe woningen en het aanbod aan plannen. In Ulft en het buitengebied is er een overschot. Terborg zit er tussenin.

Zo gaan we dat doen

*1.8.2: Er zijn voldoende woningen geschikt om flexibel aan te passen aan veranderende behoeften (levensloopbestendige en flexibele woningen).

Levensloopbestendig wil zeggen dat ouderen niet gedwongen hoeven te verhuizen omdat de woning niet kan worden aangepast. Op termijn moet dit leiden tot minder  verhuizingen en woningaanpassingen vanuit de Wmo.

Zo gaan we dat doen

*1.8.3: Er zijn meer particulieren bezig met het verduurzamen van hun woning.

Vanaf 1 juli 2018 is het wettelijk verplicht om nieuwbouw Bijna Energie Neutraal uit te voeren (BENG; Bijna Energie Neutraal Gebouw). Echter het gros van de woningen staat er al. Driekwart daarvan is particulier bezit. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun woning. Er is geen verplichting maar de gemeente wil dit wel stimuleren.

Zo gaan we dat doen

*2.8.2: Levensloopbestendige en flexibele woningen

Er zijn voldoende woningen geschikt om flexibel aan te passen aan veranderende behoeften (levensloopbestendige en flexibele woningen.
Op termijn moet dit leiden tot minder (gedwongen) verhuizingen en woningaanpassingen vanuit de Wmo.

Zo gaan we dat doen

Financieel