Paragrafen

Paragrafen

In de paragrafen geven we een dwarsdoorsnede van de begroting op een aantal onderwerpen door alle opgaven en programma’s heen. Dit betekent dat hier algemene beleidsregels worden geformuleerd die doorwerken in verschillende opgaven en programma’s. Het is dan ook mogelijk dat er doublures ontstaan met wat gemeld is in de opgaven of programma’s zelf. Zeven paragrafen zijn verplicht. De paragraaf bedrijfsvoering is ondergebracht bij programma 5 (bedrijfsvoering/overhead), aangezien vrijwel alle activiteiten feitelijk onderdeel uitmaken van de overhead. De gemeente is vrij om extra paragrafen toe te voegen.

 

 

 

Paragraaf Financiering

Inleiding

De paragraaf financiering geeft inzicht in de financieringspositie en de beheersing van de risico’s die aanwezig kunnen zijn bij het aantrekken en/of uitzetten (uitlenen) van middelen (geld). In deze paragraaf brengen we de kansen en risico’s rond financiering in beeld.

Beleid

Bij het aantrekken en uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen. De belangrijkste kaders hierover zijn opgenomen in de volgende beleidsdocumenten:

  • Financiële verordening, artikel 212 (2005)
  • Treasurystatuut (2017)
    Het treasurystatuut is bij besluit in 2017 vastgesteld door de Raad. Het treasurystatuut is de vertaling van het door de gemeente gehanteerde treasurybeleid. In dit statuut zijn de doelstellingen, richtlijnen en limieten van het beleid vastgesteld. Doel van het treasurybeleid is enerzijds om op een verantwoorde wijze een zo goed (lees: hoog) mogelijk rendement te maken op belegde gelden. Anderzijds is het doel om op een verantwoorde wijze gelden aan te trekken tegen een zo aantrekkelijk (lees: laag) mogelijke rente. Kort gezegd levert een actief en gedegen treasurybeleid de gemeente juist geld op, respectievelijk bespaart het de gemeente geld.
  • Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido).
    Op de bepalingen in deze wet berust het treasurystatuut. Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Financiering

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Deze zijn terug te vinden op de balans. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan we de reserves en voorzieningen plus de vaste geldleningen. Hierbij houden we rekening met investeringen waartoe is besloten (nieuwe investeringen). Een eventueel financieringstekort wordt eerst opgevangen door het opnemen van het goedkope kasgeld (tot de kasgeldlimiet – zie onder kasgeldlimiet-). Voor het overige deel wordt een vaste geldlening aangetrokken. Het komend jaar verwachten wij een financieringstekort. Daarnaast worden langlopende geldleningen gebruikt worden om de voorraden te kunnen blijven financieren. We verwachten daarom ook aankomende jaren langlopende geldleningen aan te moeten trekken.

Financieringsbehoefte (x 1.000)

 1-1-2019

Financieringsbehoefte

 

boekwaarde (im)materiële vaste activa

142.059

boekwaarde financiële vaste activa

10.725

Totaal financieringsbehoefte

152.784

Financieringsmiddelen

 

reserves

23.797

voorzieningen

  8.269

vaste geldleningen

 116.528

Totaal financieringsmiddelen

 148.594

Financieringstekort

      4.190

Leningenportefeuille
De gemeente heeft behoefte aan externe financiering voor het herfinancieren van de huidige (aflopende) geldleningen, voor het bekostigen van investeringen en voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften van de exploitatie uitgaven.

Op basis van het coalitieakkoord was het doel om de leningenportefeuille in 2022 terug te brengen naar € 110 mln. Door de tekorten van het sociaal domein over 2018 en 2019 van circa € 7 mln, is ook de leningenportefeuille € 7 mln hoger dan verwacht. Het tekort wordt weliswaar gedekt uit de reserve sociaal domein en de algemene reserve, maar deze dekking is geen letterlijke financiële reserve op de bankrekening. Om de reserves aan te wenden, moeten we hiervoor geld lenen. Zonder de tekorten, zou de leningenportefeuille met de huidige investeringslijst uitkomen op circa € 110 mln.

 

 

Leningenportefeuille (x 1.000)

 2019

Stand leningen per 1 januari (*1)

116.528

Reguliere aflossingen

   16.404

Nieuwe leningen (*2)

   18.000

Stand leningen per 31 december

 118.124

(*1) Verwacht wordt dat we voor 1-1-2019 een aanvullende langlopende geldlening aantrekken van € 10 miljoen

(*2) op basis van de huidige verwachtingen wordt er in 2019 ongeveer € 10,5 miljoen geïnvesteerd. Waarvan € 6 miljoen financiering restant kredieten uit oude jaren en € 4,5 miljoen nieuwe investeringen. Ook zullen afgeloste geldleningen, deels worden geherfinancierd, waarmee het totaal op circa € 18 mln uitkomt.

Activa
De activa bestaan uit investeringen met maatschappelijk nut en investeringen met economisch nut. Investeringen die kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut. Investeringen met maatschappelijk nut hebben geen mogelijkheid tot het verwerven van inkomsten, zoals wegen en bruggen.

Op het moment dat een investering volledig is afgerond, worden de kapitaallasten berekend en het eerstvolgende jaar meegenomen in de exploitatie. De kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijving. Als de investering helemaal is afgeschreven (bijvoorbeeld na 10 jaar), vallen de afschrijvingslasten vrij. Elk jaar hebben we daardoor zogenaamde ‘vrijval’ in de afschrijving. Dit is in feite de ruimte voor nieuwe investeringen, uitgaande van een vast bedrag per jaar voor kapitaallasten. In deze Programmabegroting houden we de komende jaren rekening met nieuwe kapitaallasten die reeds verwerkt zijn in de begroting.

Risicobeheer

Wij zijn als gemeente voor onze uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering; de gemeente trekt geen financiering aan voor specifieke projecten. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven samen financiert. Deze wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt bij de financiering geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten.
In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm).

Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. We sluiten een langlopende lening af zodra de hoogte van de kortgeldleningen de kasgeldlimiet met een derde opeenvolgende kwartaal overschrijdt. Wij benutten het kasgeldlimiet zo maximaal mogelijk, aangezien de rente voor kortlopende leningen momenteel zeer laag is. Er bestaat zelfs de mogelijkheid dat deze rente ook in 2019 en verder nog negatief blijft zodat we door afsluiten van kasgeld rente ontvangen.

Kasgeldlimiet (x 1.000)

 2019

Begrotingstotaal per 1 januari 2019

101.859

Vastgesteld percentage

     8,5%

Kasgeldlimiet 

   8.658

verwacht gemiddelde op te nemen kortlopende leningen

   8.000

Ruimte (+)

       658

Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente.

De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema laat de berekening over 2019 zien.

 

Renterisiconorm (x 1.000)

 2019

Renterisiconorm  

Lasten begroting

101.859

Percentage risiconorm

      20%

Totaal renterisiconorm

 20.372

 

 

Aflossingen en renteherzieningen

 

Reguliere aflossingen geldleningen

16.404

Geldleningen met renteherziening

            0

Totaal aflossingen en renteherzieningen

16.404

Ruimte (+)

   3.968

 

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn partijen waar de gemeente een bestuurlijke relatie mee heeft en waarin ze een financieel belang heeft. We hebben een zetel in het bestuur (vertegenwoordiging) of hebben stemrecht (door aandelen). Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die in geval van een faillissement achterblijven.

Beleid

Het BBV schrijft voor  om van de verbonden partijen een samenvattend overzicht te geven en onderscheid te maken in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Conform onze financiële verordening (verordening artikel 212), lichten we de verbonden partijen op hoofdlijnen toe in deze paragraaf. Het gaat hierbij om partijen met aanmerkelijk financieel belang (dit zijn partijen waar we minimaal € 50.000 per jaar aan bijdragen). Per verbonden partij zijn de doelstellingen, activiteiten, ontwikkelingen en risico’s benoemd. Ook de financiën zijn bijgewerkt.

De gemeente wil de beoogde maatschappelijke effecten, zoals geformuleerd in de programma’s, zo goed mogelijk realiseren. Waar we dit in samenwerking met anderen uitvoeren, maken we dit inzichtelijk in de programma’s zelf.

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

 

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

  • Uitvoeren van alle wettelijke archieftaken voor de acht gemeenten in de Achterhoek.
  • Uitvoeren van de zogenoemde “Staring-taken” (diensten op het gebied van behoud van en onderzoek naar streekcultuur en –historie). Voor 15 gemeenten in Achterhoek en Liemers.

Activiteiten

  • het overeenkomstig de Archiefwet beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van archiefbewaarplaatsen van de deelnemende overheidslichamen;
  • het toezicht door de streekarchivaris op het beheer van de niet naar de centrale archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de (8) gemeenten in de Achterhoek;
  • het in stand houden en bevorderen van het cultureel erfgoed in het gebied van de Achterhoek en de Liemers in de ruimste zin van het woord.

Deelnemende partijen

De 15 gemeenten in Achterhoek (7) en Liemers en de Provincie Gelderland.

Bestuurlijk belang

De wethouder voor Cultuur heeft namens Oude IJsselstreek zitting in het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

Het ECAL richt zich de komende jaren vooral op om archieven en collecties in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te houden. Hierbij hoort ook het digitaliseren van de archieven en collecties.
Voor 2019-2022 is een nieuwe bijdrage vastgesteld voor vier jaar.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Geen.

GGD-Gelre IJssel (Zutphen)

 

GGD-Gelre IJssel (Zutphen)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het op regionaal niveau vaststellen en uitvoeren van gezondheidsbeleid. Dit betreft met name activiteiten op het gebied van preventie zoals gezondheidsbevorderende en –beschermende maatregelen.

Activiteiten

  • Preventieve en uitvoerende taken vanuit de Wet publieke gezondheid, genoemd in de artikelen 2, 4, 5, 5a, 6 en 7. Dit betreft o.a. de taken op het gebied van jeugdgezondheidszorg en preventieve ouderengezondheidszorg.
  • Het uitbrengen van hygiëneadviezen aan instellingen.
  • Het uitvoeren van inspecties bij kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang.
  • Het uitbrengen van medisch milieukundige adviezen.
  • Het vaccineren en voorlichten van reizigers.
  • Het verrichten van taken op het terrein van de forensische geneeskunde.
  • Overige uit te voeren taken op het terrein van de volksgezondheid die van een GGD verwacht mogen worden ten behoeve van gemeenten, personen, instellingen en organisaties.

Deelnemende partijen

• Aalten
• Apeldoorn
• Berkelland
• Bronckhorst
• Brummen
• Doetinchem
• Elburg

• Epe
• Ermelo
• Harderwijk
• Heerde
• Lochem
• Montferland
• Nunspeet

• Oldebroek
• Oost Gelre
• Oude IJsselstreek
• Putten
• Voorst
• Winterswijk
• Zutphen

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder volksgezondheid maakt vanuit het college van B&W deel uit van het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

• De begroting is een uitwerking van de Uitgangspuntennota 2019. Met de uitgangspuntennota biedt de GGD meer kans aan gemeenten op sturing van de jaarlijkse begroting. De begroting bevat vijf inhoudelijke programma's: Jeugdgezondheidszorg, Algemene Gezondheidszorg, Kennis en Expertise, Maatschappelijke ondersteuning en Publieke Gezondheid Vluchtelingen.
• De GGD sluit aan bij de ontwikkelingen in de gemeente in het sociale domein en op de actuele ontwikkelingen in het publieke domein.
• De GGD bereidt zich voor op de invoering van de Omgevingswet en in het bijzonder op de advisering over het aspect gezondheid. Daarnaast vraagt de instroom van vluchtelingen extra inzet van publieke gezondheidszorg voor statushouders. Vanaf 1 januari 2019 zijn de gemeenten verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de strategische visie. Kern van deze visie is dat de gemeenten hebben gekozen voor een GGD die zich versterkt als een gemeentelijke gezondheidsdienst.

Laborijn

 

Laborijn  (Doetinchem)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Ontwikkelingen

In 2015 is de Participatiewet ingevoerd. De Participatiewet is de decentralisatie op het gebied van werk en inkomen. Hiermee zijn een aantal grote beleidsinhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De uitvoering van de Participatiewet vindt plaats door de gemeenschappelijke regeling Laborijn.
De deelnemende gemeenten aan Laborijn zijn Aalten, Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek.  De gemeente Montferland heeft (vanuit Wedeo) alleen de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening neergelegd bij de Laborijn.

Op dit moment geeft Laborijn haar dienstverlening en belangrijkste processen vorm en inhoud. 

Doelstelling

Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. De Participatiewet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong).

 

De kerntaken van Laborijn hebben betrekking op werk en inkomen. Door allerlei interventies ondersteunt Laborijn haar bijstandsgerechtigden naar werk.

Activiteiten

  • diverse re-integratie-instrumenten, zoals scholing, loonkostensubsidies en overige interventies op het gebied van werk en inkomen.
  • mensen begeleiden naar de voor hen hoogst haalbare positie op de werkladder.
  • begeleid werken.
  • beschut werken.
  • detachering van mensen in de WSW.

Deelnemende partijen

Gemeenten Aalten, Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek.

Bestuurlijk belang

Vanuit het college van B&W is een lid en een plaatsvervangend lid in Dagelijks en Algemeen Bestuur van Laborijn afgevaardigd.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Er is een reëel risico dat de ontvangen middelen die van het Rijk (BUIG) niet voldoende zijn om de uitkeringen te betalen.

 

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

 

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het uitvoeren van omgevingsrecht conform de landelijke kwaliteitscriteria.

Activiteiten

Vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieuwetgeving en aanverwante specialismen.

Deelnemende partijen

  • Gemeente  Aalten
  • Gemeente  Berkeland
  • Gemeente  Bronkhorst
  • Gemeente  Doetinchem
  • Gemeente  Lochem
  • Gemeente  Montferland
  • Gemeente  Oost Gelre
  • Gemeente  Oude IJsselstreek
  • Gemeente  Winterswijk
  • Gemeente  Zutphen
  • Provincie Gelderland

Bestuurlijk belang

De gemeente bezet één zetel in het Algemeen Bestuur vanuit het college (Burgemeester van Dijk).

Ontwikkelingen

In 2017 is er gestart met output financiering.  In 2018 is gemonitord of deze  inschattingen reëel zijn geweest of dat er achteraf veel correcties gedaan moeten worden.  Dit zal ook voor de komende jaren nog gebeuren. We lopen het risico dat als de inkomsten voor de ODA tegenvallen, wij tot 98% moeten mee financieren. Voor de producten wordt gebruikt gemaakt van het door de ODA gemaakte productenboek. De ODA gaat mogelijk een rol spelen bij de inventarisatie van de asbestdaken.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De Omgevingsdienst Achterhoek is een uitvoeringsorganisatie die met de Gelderse Maat als uitgangspunt conform Wet- en regelgeving (incl. de zogenaamde 'VTH-criteria' -Vergunnen, Toezicht (houden) en Handhaven-) uitvoering geeft aan wat formeel taken zijn van de deelnemende organisaties. Voor zover er sprake is van zelfstandige beleidsvoornemens hebben die hoofdzakelijk betrekking op het niveau van bedrijfsvoering.

Regio Achterhoek (Doetinchem)

 

Regio Achterhoek (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is
2. Een leefbare gemeente
3. De werkende gemeente
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Regio Achterhoek zet zich in voor een krachtige regio die snel en besluitvaardig samenwerkt om de Achterhoek economisch sterk te houden.  Overheid, Ondernemers en Maatschappelijke organisaties werken in de Regio Achterhoek samen.  De inhoudelijke  basis voor de samenwerking is Agenda 2030, opvolger van het Strategiedocument Agenda2020.

Activiteiten

Op basis van Agenda2030 bepaalt de Achterhoek Board samen met de Achterhoek Raad de inhoudelijke activiteiten. De Achterhoek Raad controleert ook de voortgang. De uitvoering gebeurt aan zes Thematafels:

- Smart werken en Innovatie
- Onderwijs en Arbeidsmarkt
- Vastgoed en woningmarkt
-  Mobiliteit en bereikbaarheid
- Circulaire energie en energietransitie
-  Zorginnovatie

De Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur en voert de volgende taken uit:

-  Voert de regie op de algehele samenwerking
-  Zorgt er voor dat Agenda2030, jaarplannen en bijbehorende investeringsagenda worden opgesteld en uitgevoerd
-  Adviseert Board en Raad over de lobby en subsidies en levert hiervoor ook de capaciteit

Deelnemende partijen

 

  • Aalten
  • Berkeland
  • Bronkhorst
  • Doetinchem
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Onze burgemeester heeft zitting in het Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn we bestuurlijk vertegenwoordigd aan alle zes Thematafels. Onze wethouder Wonen is voorzitter van de Thematafel Vastgoed en woningmarkt, onze wethouder Zorg is vicevoorzitter van de Thematafel Zorginnovatie.

Ontwikkelingen

In 2018 hebben de  zeven gemeenten die lid zijn van de Regio Achterhoek ingestemd met een nieuwe samenwerkingsstructuur. Deze bestaat uit een Achterhoek Board, Achterhoek Raad, en zes Thematafels.  De Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe  structuur. De zeven Achterhoekse gemeenten blijven hier deel van uitmaken.  Deze  nieuwe structuur kan van invloed zijn op hoe de gemeenschappelijke regeling Regio Achterhoek er in de toekomst  uit gaat zien.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

 Geen

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

Op zowel maatschappelijk als zakelijk verantwoorde wijze:
• voorzien in de behoefte aan sociaal geldelijk krediet;
• regelen van schulden van personen in financiële moeilijkheden conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
• voorzien in budgetbeheer;

Activiteiten

• kredietverlening
• budgetbeheer
• schuldhulpverlening
• verzorgen van aanvragen wet schuldsanering natuurlijke personen

Deelnemende partijen

• Aalten
• Almelo
• Berkelland
• Borne
• Bronckhorst
• Dinkelland
• Enschede
• Haaksbergen

• Hellendoorn
• Hengelo (O)
• Hof van Twente
• Lochem
• Losser
• Montferland
• Oldenzaal
• Oost Gelre

• Oude IJsselstreek
• Rijssen-Holten
• Tubbergen
• Twenterand
• Wierden
• Winterswijk

Bestuurlijk belang

Portefeuillehouder sociale zaken is vanuit het college lid van het Algemeen Bestuur, een lid van het college is plaatsvervangend lid.

Ontwikkelingen

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is ingegaan per 1 juli 2012. In algemene zin zien we een verslechterende financiële positie voor een deel van onze inwoners. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van financiële ondersteuning om (dreigende) schulden op te lossen.

Per 1 januari 2018 voeren we de intake voor de dienstverlening van de Stadsbank uit in eigen beheer.

Vanaf 2019 wordt aan inwoners een eigen bijdrage gevraagd naar draagkracht voor de kosten voor bewindvoering via de Stadsbank. Hiermee wordt bij de Stadsbank gewerkt volgens dezelfde aanpak als bij de overige bewindvoerders: inwoners worden in gelijke situaties op een gelijke manier behandeld.

Schuldhulpmaatjes en Stadsbank hebben te maken met stijgende aanvragen en stijgende kosten.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De in gang gezette registratie en verantwoording van de geldstroom zal een vast onderdeel gaan vormen van bestuurlijke rapportages vanuit het sociaal domein.

 

Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland

 

Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het gemeenschappelijk en op regionaal niveau uitvoeren van veiligheidsbeleid, specifiek gericht op brandweertaken, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en multidisciplinaire samenwerking, zowel preventief als repressief.

Activiteiten

  • inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
  • adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
  • adviseren van het college van burgemeester en wethouders over;
    • het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;
    • het beperken van brandgevaar;
    • het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;
    • het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand.
    • voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
    • instellen en in stand houden van een brandweer;
    • instellen en in stand houden van een GHOR;
    • voorzien in de meldkamerfunctie;
    • aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
    • inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de eerder genoemde taken.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkeland
  • Bronkhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Hattem
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

De VNOG evalueert na de reorganisatie van afgelopen jaren haar eigen werkwijze. Er zijn signalen dat de begroting VNOG vanaf 2020 structureel omhoog gaat.  Zodra de uitkomsten van het onderzoek bekend zijn zal via de reguliere P&C documenten hierover gecommuniceerd worden. 

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Er zijn geen risico's bekend.

 

Deelnemingen

BNG Bank (Den Haag)

Primair doel

Bankier van en voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang

Activiteiten

De strategische doelstelling van de bank is het behoud van substantiële marktaandelen in Nederlandse publieke en semipublieke domein en het behalen van een redelijk dividend voor de aandeelhouders

Deelnemende partijen

De Staat is houder van 50% procent van de aandelen, andere 50% is verdeeld onder gemeenten, provincies en hoogheemraadschap

Financieel

Wij bezitten 161.460 aandelen.  In de jaarrekening wordt een dividend verantwoord van 408.494 over 2017. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2019-2022 € 280.000

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigd onze gemeente

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Alliander N.V. (Arnhem)

Primair doel

Netwerkbedrijf dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de energieleidingen in Nederland

Activiteiten

Kernactiviteit zijn het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit

Deelnemende partijen

Provincie Gelderland en Noord Holland, Falcon BV en de gemeente Amsterdam bitten 75% van de aandelen. De overige 25% is verdeeld over 55 andere gemeenten

Financieel

Wij bezitten 580.414  aandelen. In de jaarrekening wordt een dividend verantwoord van 388.230 over 2017. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2019-2022 € 397.000

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigd onze gemeente

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Vitens  (Utrecht)

Primair doel

Drinkwaterbedrijf dat drinkwater levert aan 5,6 miljoen klanten

Activiteiten

Verantwoordelijkheid voor een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu

Deelnemende partijen

111 aandeelhouders bestaande uit provincies en gemeenten

Financieel

Wij bezitten 40.057  aandelen. In de jaarrekening wordt een dividend verantwoord van 132.188 over 2017. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 begroten we voor 2019-2022  € 141.000

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigd onze gemeente

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Financieel overzicht

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Vooral voor de zuivere belastingen, dit zijn de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag dan in totaliteit niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Een overzicht van de inkomstenbronnen van de gemeente is in bijlage E terug te vinden.

Beleid

Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de in 2015 door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen. Om een beter overzicht te krijgen in de actuele verordeningen stellen we jaarlijks een nieuwe verordening vast voor iedere belasting cq heffing.

Uitgangspunten voor onze leges, heffingen en tarieven
Voor de leges, heffingen en tarieven hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • Voor 2019 stijgt de opbrengst OZB met 3% plus het areaal;
  • Het tarief Rioolheffing voor 2019 wordt verlaagd met 3,74% t.o.v. 2018;
  • De hoogte van de afvalstoffenheffing is afhankelijk van het tarief voor een grote of kleine container.
  • Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten zijn maximaal 100% kostendekkend;
  • De overige heffingen stijgen jaarlijks trendmatig met een indexering van 3%, met uitzondering van de Reclamebelasting en Lijkbezorgingsrechten;
  • Leges en rechten zijn in principe 100% kostendekkend.

*1: is niet meer van toepassing

Woonlasten

Lokale lastendruk/ontwikkeling van de woonlasten

Om een indruk te hebben wat de “lokale lastendruk” is, wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij worden de voor huishoudens gebruikelijke heffingen betrokken. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) stelt jaarlijks een atlas van de lokale lasten op.

Navolgend overzicht geeft de berekende belastingdruk voor Oude IJsselstreek in 2019. Het bedrag van de bruto woonlasten is opgebouwd uit de onroerendezaakbelasting, waarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde woningwaarde (zowel landelijk als provinciaal als voor Oude IJsselstreek), de  afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 Uitgangspunten voor vergelijking van de belastingdruk oud en nieuw:
• de waarde van een woning is gemiddeld € 204.000  (2017: € 197.000)
• één- en meerpersoonshuishoudens.

 De gemiddelde belastingdruk voor een eigenaar/bewoner in 2018 en 2019 ziet er in Oude IJsselstreek dan als volgt uit (in hele €):

De OZB en afvalstoffenheffing stijgen; de rioolheffing daalt. Waarmee de totale lastendruk in 2019 gemiddeld stijgt met 2,38% (€ 14,50) per jaar per huishouden.
De afvalstoffenheffing stijgt in 2019 voor huishoudens met een kleine container gemiddeld € 16,50 per jaar. De marktprijzen op verwerking van afval fluctueren sterk. Zo is het verwerken van PMD (Plastic en Metalen verpakkingen en Drankenkartons) duurder geworden. Daardoor ontvangen we een minder hoge vergoeding voor het ingezamelde PMD dan we hadden verwacht. Sinds 2010 is de afvalstoffenheffing in Oude IJsselstreek flink gedaald. Met de stijging in 2019 zitten we ongeveer op het tariefniveau van 2013.Door de stijging van de afvalstoffenheffing kan de indruk ontstaan dat scheiden niet loont. De afvalstoffenheffing zou echter nog sterker zijn gestegen, als het afval minder goed gescheiden wordt.

Uitgaande van gemiddelden waarden van woningen en van een meerpersoonshuishouden liggen de gemiddelde woonlasten in 2018 in Gelderland op € 733 , landelijk op € 730 en regionaal (Achterhoek) op € 722 . De lasten in Oude IJsselstreek waren gemiddeld € 728 . Gemiddeld genomen is de lastendruk in de Achterhoek met 0,83% gedaald t.o.v. 2017.

 

 

Opbrengsten

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

Hieronder hebben we inzichtelijk gemaakt, hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit hebben we gedaan voor de tarieven van belastingen die ten hoogste kostendekkend mogen zijn.

Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de beoordeling van het verzoek  vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. Naar verwachting wordt er in 2018 ruim 700 keer kwijtschelding verleend tot een totaal bedrag van ongeveer € 270.000.

 Overzicht kwijtschelding gemeentelijke belastingen:

 

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In deze paragraaf zijn conform de voorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen.

De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren:
Infrastructuur:

  • Wegen
  • Civiel technische kunstwerken
  • Riolering
  • Gemeentelijke gebouwen
  • Water

Voorzieningen:

  • Openbaar groen
  • Speelplaatsen
  • Openbare verlichting

Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner.

Op beheerniveau werken we aan het opstellen van een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR).

Beleids- en beheerplannen

De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier jaar evalueren we de beheerplannen en zo nodig stellen we ze bij.

De volgende nota’s zijn vastgesteld:

Beleidsstuk/ beheerplan

Planperiode

Inhoud/opmerking

Wegenbeleid

2014 - 2018

Wegenbeleidsplan

Wegenbeheer

2018 - 2023

Wegenbeheersplan

Openbare verlichting beleid

2012 - 2016

De reserve wegen is uitgebreid met openbare verlichting. Nieuw beleidsplan  is eind 2018 gereed.

Openbare verlichting Vervangingsplan

2017 - 2020

In 2017 is de eerste fase uitgevoerd.

Gemeentelijk rioleringsplan

2017 - 2020

In 2016 is er een nieuw verbreed GRP vastgesteld.

Waterplan

2010 - 2020

Waterbeleidsplan

Groenbeleidsplan

2014 - 2019

In 2018 is gestart met een nieuwe visie voor natuur, groen en landschap.

Groenbeheerplan

2014 - 2019

Beheer groen

Bomenbeheerplan

2008 - 2018

Nieuw beheerplan wordt voorzien in 2019

Speelruimtebeleid

2007 - 2015

Er is nieuw beleid nodig voor speelruimte en -voorzieningen.

Speelplaatsen beheerplan

2017 - 2021

In 2017 is een nieuw beheerplan speelvoorzieningen opgesteld

Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gemoeid zijnde financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. Aan het einde van deze paragraaf bieden we integraal inzicht in de financiën die met het onderhoud kapitaalgoederen gemoeid zijn.

Wegen

Beleid
Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2014-2018”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROW-systematiek). Één keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld.

 

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
Niveau 6 (Voldoen vastgestelde CROW-norm, gelijk aan niveau C)

Planmatig onderhoud en   grootonderhoud van wegen

Opstellen beleidsplan Wegen 2019 - 2023

jaarlijks

 5 jaar

Bestaand beleid

Bestaande budgetten en formatie

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen

Uitvoering van het   beleidsplan Wegen 2019-2023

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen

Groot onderhoud van de wegen

Weginspectie 2019

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)

jaarlijks

 

jaarlijks

 

jaarlijks

2 jaar

jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande formatie

 

Bestaande formatie

Bestaande budget en formatie

Extra budget en bestaande formatie

Kwaliteit
In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau basis is een voldoende (cijfer tussen 5,5 en 6,5).

Om te kunnen bepalen op welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente zitten worden structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen door een onafhankelijk bureau vertaald naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. Uit de laatste inspecties blijkt dat het kwaliteitsniveau van de wegen licht aan het stijgen is en nu net onder kwaliteitsniveau basis zit (5,3 om 5,5).

Financiën
In het nieuwe beleidsplan Wegen, die eind 2018 vastgesteld wordt door de raad staan een aantal uitgangspunten voor de financiële berekening beschreven, zoals:

  • Omvang van het huidige areaal;
  • Berekening alleen voor verharde wegen;
  • In stand houden van de bestaande situatie (dezelfde materialen, dezelfde constructieopbouw, dezelfde wegbreedte, enz.);
  • Alleen kosten voor groot onderhoud, geen kosten voor vervanging, geen kosten voor klein onderhoud, geen kosten voor verzorgend onderhoud zoals straatvegen of onkruidbeheersing;
  • In stand houden van het huidige areaal op het gewenste kwaliteitsniveau.

Met de hierboven genoemde uitgangspunten, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie Basis wordt in het beleidsplan een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Voorstel is om deze kosten in jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te brengen (jaarlijks ramen in de begroting). Hierdoor kan de huidige bestemmingsreserve komen te vervallen. Afhankelijk van de uitkomst, wordt een eventueel benodigd extra budget aangegeven in de Voorjaarsnota 2020.
Volgens de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) mogen de kosten voor vervangingen (reconstructies) niet meegeraamd worden voor het onderhoudsbudget Wegen. Hierdoor zal worden voorgesteld om voor reconstructies van wegen en fietspaden een apart budget aan te vragen. We houden hierbij voorlopig rekening met een bedrag van gemiddeld € 750.000 per jaar. Dit bedrag is vanaf 2020 als investering op de meerjarenbegroting opgevoerd. De bestemmingsreserve kan per 2019 afgesloten worden.

Ontwikkelingen
Eind 2018 wordt het nieuwe beleidsplan opgesteld waarin alle facetten die afgelopen jaren zijn besproken worden opgenomen. Eind 2018 (of begin 2019) kan de raad dan het nieuwe beleidsplan vaststellen. Ieder jaar zal de onderhoudsplanning van de wegen opnieuw worden bekeken en eventueel worden bijgesteld.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Klik op de "Meer" knop om naar de Beleidsplan Wegen Oude IJsselstreek 2014-2018 te gaan -->

Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte

Beleid
Op dit moment is er (nog) geen vastgesteld beleid voor het beheer en onderhoud van de aanwezige civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte binnen de gemeente. Uitgangspunt is om iedere vijf jaar de civiele kunstwerken volledig te laten inspecteren door een gespecialiseerd bureau. In de tussenliggende jaren voert de eigen dienst inspecties uit. Voor de kunst in de openbare ruimte is ervoor gekozen om de eigen dienst jaarlijks een globale inspectie uit te laten voeren. Het jaarlijks onderhoud (schoonmaken) is hierop afgestemd. 

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel en veilig

Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.

jaarlijks

Bestaande formatie en budgetten

 

Toetsing diverse bruggen naar aanleiding van nieuwe norm verkeersbelasting.

2018

Bestaande formatie en budgetten

 

Volledige inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).

 

 

Kwaliteit
Medio 2015 zijn alle civieltechnische kunstwerken door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd. Uit deze inspectie kwam naar voren dat de geïnspecteerde kunstwerken over het algemeen in redelijke staat van onderhoud verkeerden. De geconstateerde gebreken zijn inmiddels verholpen.

Planning
Aan de hand van de jaarlijks uit te voeren schouw, zullen de onderhouds- en herstelwerkzaamheden ingepland worden.

Financieel
In 2016 is een start gemaakt met het opzetten van een beheerplan om zodoende het noodzakelijk onderhoud op een verantwoorde manier te budgetteren en te plannen. Ter ondersteuning van deze nieuwe wijze van beheren en onderhouden, is overgegaan tot aanschaf van beheersoftware. Met behulp van deze software is een doorkijk gemaakt voor de komende jaren, om in te schatten welk onderhoud minimaal noodzakelijk is. De uitkomst hiervan is vanaf 2018 verwerkt.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Openbare verlichting

Beleid
Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud vervult.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.

Uitvoeren beleidsplan Openbare verlichting 2012-2016

Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten)

Vervanging masten en armaturen

Uitvoeren regulier onderhoud

Afhandelen storingen en klachten

Op- en vaststellen beleidsplan 2018 - 2022

2012 - 2016

2019 e.v

 2017 - 2020

Jaarlijks

Jaarlijks

 Vijf jaar

Bestaande budgetten en formatie

Waar mogelijk vanuit de projecten

 Volgens Vervangingsplan

 Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

 Subdoelstelling

Het vervangen van lampen (en bijbehorende armaturen) met hoog energieverbruik.

Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak

 2019 e.v.

2019 e.v.

 Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie


Kwaliteit
In de periode 2017-2020 moeten we 1100 armaturen en 500 lichtmasten vervangen. Naast de vermindering van veiligheidsrisico’s zullen deze vervangingen ook zorgen voor een uniforme toepassing van masten en armaturen waardoor er een rustig wegbeeld ontstaat.

Financiën
In 2017 is het vervangingsplan van de openbare verlichting bekostigd uit de bestemmingsreserve Wegen en Openbare Verlichting. Vanaf 2019 wordt de bestemmingsreserve afgerond en wordt het extra bedrag van € 150.000 rechtstreeks aan het budget voor openbare verlichting toegevoegd. Dit wordt gedekt vanuit het exploitatiebudget voor wegen.

 

Ontwikkelingen
De ontwikkelingen op het gebied van LED (Lichting Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. Doordat de SOX en SON armaturen duur in onderhoud zijn worden deze in de eerste cyclus vervangen door LED armaturen. Het is de bedoeling dat we eind 2019 tussen de 20 en 25% van alle armaturen vervangen hebben door een LED armatuur.

Het dimmen van de openbare verlichting voeren we verder in, dit scheelt ongeveer 10% energieverbruik op de totale installatie. Het onderhoud van de openbare verlichting voeren we vanaf 2012 gezamenlijk met de gemeente Montferland en Doetinchem uit. Het nieuwe onderhoudscontract is in 2016 ingegaan voor een periode van 3 jaar.

Risico’s
Ieder jaar worden masten die 45 jaar of ouder zijn getest op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen steeds meer masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgt. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Met de toevoeging van € 150.000 extra budget kunnen de masten in principe tijdig worden vervangen en blijft het risico beperkt.

 

Riolering

Beleid
Binnen de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017 - 2020 (vGRP) is opgenomen hoe de gemeente denkt om te gaan met deze drie zorgplichten en bevat:

a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater en het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
b. een overzicht van de aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a;
c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd; de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten;
d. een overzicht van de financiële gevolgen van het vGRP.

Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn er verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing wordt jaarlijks herzien en met behulp van een kostendekkingsplan vastgesteld.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
(Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater)

Uitvoeren vGRP

2017-2020

Bestaande formatie en budgetten

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering

Uitvoeren GRP

jaarlijks

Idem

Voorkomen van “water op straat”

Oplossen knelpunten

Uitvoeren vGRP

jaarlijks

jaarlijks

p.m.

Bestaande formatie en budgetten

Per 2017 is er een nieuw verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vastgesteld met een looptijd van 4 jaar.

Kwaliteit
Door middel van camera-inspecties wordt jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering bepaald. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, wordt met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning opgesteld.
Samen met de vrijvervalriolering maakt de electro-mechanische riolering (drukriolering) het grootste onderdeel uit van het gehele rioolsysteem. Om ook hier inzicht te krijgen in de kwaliteit is er nog niet zo lang geleden besloten om dit onderdeel ook periodiek te inspecteren. De eerste inspecties bevestigen de verwachte levensduur van bepaalde onderdelen. Aan de hand van de uitgevoerde inspecties zal hier ook een vervangingsplan voor opgesteld worden.
Binnen het vGRP is al rekening gehouden met de hierboven genoemde vervangingsplannen.

Planning
Zoals al aangegeven is het huidige verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan herzien per 2017.

Financieel
In oktober 2016 is het gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de vaststelling van dit plan, zijn ook de uitgangspunten voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn:

  • Jaarlijkse stijging van de heffing met 3%;
  • Jaarlijks beoordelen of dit percentage voldoende of juist onvoldoende is voor de dekking van de riooluitgaven;
  • Een acceptabele stand van de voorziening riolering (ca. € 250.000 - € 300.000) om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen.

Met inachtneming van de bovenstaande uitgangspunten, is het voorstel om de rioolheffing voor 2019 te laten dalen met € 9 per huishouden (van € 246 naar € 237 ). Dit, omdat de stand van de voorziening hoger is dan noodzakelijk.

Ontwikkeling
Dat het klimaat aan het veranderen is, is inmiddels duidelijk. Wat in alle scenario’s naar voren komt zijn hogere temperaturen, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Met name de heftigere buien leveren een uitdaging op. Het traditionele riool kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Hierbij kan gedacht worden aan infiltratie in de bodem, afvoer naar open water of kortdurende bering in de openbare ruimte. Daarnaast zal er gewerkt moeten worden aan bewustwording bij de burgers. Zij zullen moeten accepteren dat er door de heftigere buien, vaker water op straat blijft staan. Het nieuwe verbreed GRP 2017 – 2020 speelt nog meer dan het vorige in op de gevolgen van klimaatverandering.

Risico’s
Met de jaarlijkse financiële actualisatie om de hoogte van de rioolheffing te bepalen beperken we eventuele risico’s tot een aanvaardbaar niveau.

 

Groen, natuur en landschap

Beleid
Op basis van het huidige budget wordt de beheerkwaliteit ‘schoon en veilig’ gerealiseerd. De beheerkwaliteit ‘heel en technisch’ blijft hierop wat achter. De verzorgingsgraad van het groen is redelijk. Uit een laatstgehouden schouwing (2017) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel aan de onderkant.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur en het bevorderen van een aantrekkelijke groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek

1.   Vastgesteld Groenbeleidsplan en Groenbeheerplan (2014)

2.   Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

 

Subdoelstelling

 

 

 

Streven naar beeldkwaliteit groen die overeen komt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan

Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

Verkoop openbaar groen
Eind 2016 is de Uitvoeringsnota Verkoop Openbaar Groen vastgesteld. Deze nota is geschikt voor het beoordelen van individuele vragen over (aankoop) van snippergroen. De nota leent zich ook voor een gebiedsgerichte benadering in een kern of wijk waarbij systematisch wordt gekeken waar gemeentegrond in gebruik is genomen. Vervolgens kan worden bekeken of en hoe een dergelijke situatie gelegaliseerd kan worden door middel van verkoop (voorkeur) of huur (eventueel).

Beheerplan bomen
Er is in het kader van de actieve informatieplicht een memo 'Ingrijpende beheersmaatregelen boom- en bosbeplantingen' gepresenteerd aan de raad. Kernpunt hieruit over laanbomen is dat we recht willen doen aan meerdere belangen en daarom een nieuw bomenbeleidsplan opstellen, waarbij er ook een duidelijke paragraaf zal worden gewijd aan het beheer van laanbomen. Hierbij zal dan ook aandacht aan het dunnen worden besteed. Doelstelling is om dit nieuwe bomenbeheersplan in 2019 operationeel te hebben. Tot die tijd zal alleen het strikt noodzakelijke beheer worden uitgevoerd.

Risico’s
Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Gemeenten moeten in het kader van de zorgplicht voor bomen een BVC-inspectie (boomveiligheidscontrole volgens de methode VTA (Visual Tree Assessment) uitvoeren. In 2015 is hier een begin mee gemaakt. In een cyclus van 3 jaren worden alle bomen geïnspecteerd; attentie- en risico-bomen worden frequenter gecontroleerd. Deze gegevens worden in het beheerpakket vastgelegd.

Een ander (financieel) risico wordt gevormd door ziektes. Specifieke ziekten aan bomen (o.a. de kastanje-, iep- en watermerkziekte) zijn moeilijk te beheersen en te genezen. Essentaksterfte is een boomziekte die door de gehele gemeente voorkomt. Als een boom ziek wordt, en een boom levert gevaar op is een snelle verwijdering noodzakelijk. De roetschorsziekte is een bijzonder ziekte omdat deze bij mensen longproblemen kan veroorzaken. De bestrijding van eikenprocessierups wordt jaarlijks uitgevoerd vanwege de volksgezondheid. De verwachting is dat de plaagdruk in de komende jaren een aandachtspunt blijft, hiervoor is een aanvulling op het huidige budget aangevraagd.

 

Water

Beleid
Het Waterplan bestaat uit een inventarisatie en een analyse. Dit  beleidskader zorgt dat al het water een duidelijke functie heeft voor burgers, toeristen, bedrijven, natuur en milieu. Het gaat om modern waterbeleid, waardoor water en watergerelateerde raakvlakken gelijkwaardig zijn aan andere beleidsvelden. Het eindresultaat is een gezonde, "waterrijke" en milieuvriendelijke gemeente.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

In 2020, een ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en ruimtelijke samenhang in het water in en om de gemeente Oude IJsselstreek

Uitvoering in overeenstemming met het uitvoeringsprogramma

jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie 

Financieel
De financiële aspecten van het onderdeel water zijn opgenomen in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan.

Ontwikkelingen
Zoals al beschreven in het onderdeel Riolering, is het klimaat aan het veranderen. Deze verandering is niet alleen van invloed op de riolering, maar ook op het watersysteem. Overtollig water uit de kernen dient ook op een verantwoorde wijze verwerkt te worden. Binnen het GRP 2017 - 2020 is hier ook aandacht aan geschonken.

Planning
Binnen het GRP 2017 – 2020 is ruimte opgenomen om het beheer en onderhoud van de watergangen meer vorm te geven.

Risico’s
Behoudens beperkte overstromingsrisico’s zijn er geen risico’s bekend.

Speelplaatsen

Speelplekken en -toestellen

Gemeente Oude IJsselstreek kent 108 actieve speelplekken, verspreid over 15 kernen. Op de actieve plekken staan in totaal 573 speeltoestellen, wat gelijk staat aan ruim vijf toestellen per locatie.

 

Beleid
In samenwerking met de inwoners wordt gekeken naar de behoefte van speeltoestellen. Daar waar deze behoefte niet direct aanwezig is, wordt versoberd. Voornamelijk wordt gekeken naar de speelterreinen die niet voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (= landelijke norm). In samenhang met de burgers wordt bekeken of de speelplekken nog wenselijk zijn. Indien dat niet het geval is worden de speelplekken of toestellen vervangen.

Beheer
In 2017 is een nieuw beheerplan speelvoorzieningen opgesteld. In dit beheerplan wordt helder gemaakt hoe de openbare speelruimte binnen de gemeente op langere termijn beheersbaar, betaalbaar en veilig blijft. Aan de hand hiervan is voor de periode 2017-2021 bekeken welke speelplekken of -toestellen in aanmerking komen voor vervanging en welke kosten hiermee gemoeid gaan.

Onderhoud en vervanging
Voor de periode tot 2021 is een overzicht gemaakt van het reguliere onderhoudsbudget op basis van wettelijke richtlijnen voor onderhoud en de waarde, leeftijd en huidige staat van de speeltoestellen en ondergronden.

Risico’s
Alle wijkbeheerders zijn voorzien van het keuringscertificaat “speeltoestellen” en kunnen dus de speeltoestellen zelfstandig keuren. Eénmaal per 3 jaar keurt een onafhankelijk bureau de toestellen nogmaals volgens NEN-EN 1176-7:2008. Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.

Financieel overzicht

 

In de notitie rente is vastgelegd dat per 1 januari 2018 de rente wordt toegewezen aan de taakvelden. Hierdoor is het verschil te verklaren tussen de afwijkingen jaarrekening 2017 en begroting 2018.

Met ingang van de begroting 2019 zijn de kapitaallasten en overhead toegerekend aan taakvelden en niet meer individuele grootboeknummers in de begroting. Hierdoor:
- zijn de lasten voor wegen in deze tabel hoger en de lasten voor kunstwerken lager
- zijn de lasten voor groen in deze tabel hoger en de lasten voor speelplaatsen lager.

Voor openbare verlichting wordt geen bedrag meer gestort in de gezamenlijke bestemmingsreserve voor wegen en openbare verlichting. Dit bedrag is vanaf 2019 toegevoegd aan het exploitatiebudget voor openbare verlichting.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling - volkshuisvesting - verkeer en vervoer – zorg en welzijn - cultuur, sport en recreatie - economische structuur.
Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Met name de financiële risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente.

Het bestaande beleid op het gebied van Grondbeleid is opgenomen in de volgende stukken:
- Nota Grondbeleid;
- In bestemmingsplannen;
- Structuurvisie
- Woningbouwprogramma Oude IJsselstreek

Nota grondbeleid
De gemeente Oude IJsselstreek heeft in 2016 haar nieuwe nota grondbeleid vastgesteld. Belangrijke wijzigingen in het nieuwe grondbeleid zijn dat naast faciliterend grondbeleid de mogelijkheid om actief te verwerven blijft, de nota anticipeert op wijzigingen en aangescherpte regelgeving vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Daarnaast heeft de gemeente als doelstelling om vastgoed (inclusief gronden) af te stoten en wordt naast de reguliere P&C cyclus gewerkt met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG).

Gronduitgifte
De gemeente heeft, door haar bijdrage aan reductie van woningbouw ingevolge het woningbouwprogramma, nog slechts enkele vrij uitgeefbare kavels voor woningbouw beschikbaar. Voor wat betreft de bedrijvenkavels lijkt de economische crisis al weer ver achter ons en dat komt tot uitdrukking in het verlenen van opties en de verkoop van bouwkavels, met name in het plan Hofskamp-Oost II in Varsseveld. Vanaf 2017 is een versnelde uitgifte te constateren die zich in 2018 heeft doorgezet en naar verwachting ook in 2019 zal doorgaan.

Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken
De gemeente Oude IJsselstreek kent geen eigen algemene reserve voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten wordt voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening getroffen. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze zal groot genoeg moeten zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich voordoen. Daarmee kan worden gesteld dat met verwachte nadelige resultaten en financiële risico’s binnen de grondexploitatie in voldoende mate rekening wordt gehouden.

Wijziging in wet en regelgeving

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen
Op basis van handreikingen toetst de gemeente Oude IJsselstreek of en in hoeverre het “grondbedrijf” van de gemeente wordt belast met een afdracht in het kader van de vennootschapsbelasting. Op basis van deze toets is het meest waarschijnlijke scenario nog steeds dat voor het “grondbedrijf” van de gemeente Oude IJsselstreek géén afdracht voor de VPB zal plaats vinden. Er is nog geen absolute zekerheid over het ingenomen standpunt van de gemeente Oude IJsselstreek. Een definitief oordeel volgt pas na controle door de belastingdienst. Jaarlijks zal getoetst worden of voldaan wordt aan de gestelde criteria voor de VPB-plicht.

Winstneming
In de Notitie Grondexploitaties uit 2016 is de aanbeveling opgenomen dat volgens het realisatiebeginsel wanneer voldoende zekerheid voor winstnemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Duidelijk is geworden dat dit geïnterpreteerd moet worden als een verplichting tot tussentijdse winstneming wanneer is voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden. Naar verwachting zal geen of slechts geringe winst kunnen worden genomen, gelet op de resultaatverwachting.

Toelichting op het exploitatieresultaat van de grondexploitaties

Actualisatie grondexploitaties
Alle gronden in exploitatie worden eens per jaar (peildatum 31 december) geactualiseerd. Deze actualisatie houdt het volgende in:
• Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar.
• Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten.
• Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen.
• Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving.
• Aanpassing van parameters rente, kostenstijging, opbrengstenstijging en disconteringsvoet (voor het bepalen van de netto contante waarde NCW).

Resultaten van gronden in exploitatie
Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd per peildatum 31 december 2017. Dat wil zeggen dat alle kosten van verwerving, bouw- en woonrijpmaken en plankosten (investeringen) en opbrengsten en winst-nemingen (desinvesteringen ) in de boekwaarden zijn verwerkt en dat de parameters zo nodig zijn aangepast (zie hiervoor onder Actualisatie grondexploitaties).  De boekwaarden, de hoogte van de voorzieningen en het resultaat van alle gronden in exploitatie zijn weergegeven in onderstaande tabel.
(Het hier gehanteerde overzicht is gelijk aan het overzicht van de (verwachte) resultaten uit de jaarrekening 2017 omdat een wijziging in de resultaatverwachting pas na opmaak van de jaarrekening 2018 kan worden gegeven).

 

De grondexploitaties hebben per saldo naar verwachting een nadelig resultaat van totaal € 1.78 miljoen (het was nadelig € 3.8 miljoen). Het verwacht nadelig resultaat is substantieel gedaald. Dat heeft vooral te maken met de toename van grondverkopen, voornamelijk bedrijventerreinen.

Afsluiting complexen
Bij de jaarrekening 2017 zijn de woningbouwcomplexen Essenkamp in Varsseveld en Van de Pavert (Berghseweg) in Varsselder afgesloten. In 2018 kunnen dat Hutten-Noord en Bomenbuurt in Ulft en Eskopje in Varsseveld zijn, gevolgd in 2019 met Slawijkseweg in Netterden en Kromkamp in Sinderen.

Grondexploitaties bedrijventerreinen
Bij actualisatie van de grondexploitatie op 31 december 2017 is  gebleken dat met een aanzienlijke verlaging van € 1,9 miljoen van deze voorziening kan worden volstaan, waardoor de thans nog benodigde voorziening uitkomt op ruim € 1.3 miljoen. Afhankelijk van een versnelde uitgifte zal deze nog verder dalen.

Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD
De gemeenten Doetinchem, Montferland, Bronckhorst en Oude IJsselstreek werken samen bij de ontwikkeling en herontwikkeling (met middelen uit het zogenaamde HRT-fonds, gevoed door de Provincie) van bedrijventerreinen binnen de gemeenten. Specifiek bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark (RBT) in de gemeente Doetinchem en het Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD (EBT) in de gemeente Montferland, waarbij de deelnemende gemeenten risicodragend zijn. In de samenwerkingsovereenkomst is tevens afgesproken dat de resultaten onderling verevend worden en eventuele baten in het HRT-fonds worden gestort.

Als risicodragende gemeente heeft Oude IJsselstreek voor haar deel van het toe te rekenen nadelige resultaat een verliesvoorziening moeten treffen. Daarnaast zijn er ook nog risico’s te benoemen.
Op 22 februari 2018 hebben de vier West Achterhoekse gemeenteraden in grote lijnen ingestemd met het uitwerken van gedachtenlijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek. De West Achterhoekse gemeenten zijn optimistisch over de  huidige dynamiek op de bedrijfsterreinen en zien inmiddels een verder toenemende vraag naar bedrijfskavels. Een solide, actuele analyse van vraag en aanbod - als onderdeel van een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) - wordt daarom voorbereid, maar de uitkomsten zullen pas in de loop van 2019 bekend zijn. Vanuit de samenwerking wordt inmiddels gestuurd op de uitwerking van het rapport Feijtel.

Gevolgen Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (regionale woonagenda)
Met de eind 2016 vastgestelde beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek geeft de gemeente invulling aan de opgave tot het terugdringen van plancapaciteit. De overcapaciteit aan woningbouwplanning wordt daarmee aangepakt. Door precisering van de geschatte kosten kan met een lagere voorziening worden volstaan.

Verloop verliesvoorzieningen
In het boekjaar 2017 hebben diverse mutaties binnen bestaande voorzieningen plaatsgevonden (zie onderstaande tabel).
(Het hier gehanteerde overzicht is gelijk aan het verloop van de verliesvoorzieningen uit de jaarrekening 2017 omdat mutaties pas bij de opmaak van de jaarrekening 2018 kunnen worden doorgevoerd. In de begroting 2018 - 2021 was nog een balanswaarde van de verliesvoorziening opgenomen van  €6.042.885)

 

Risico’s

Inleiding
Grondexploitaties zijn ramingen van het financiële verloop van ruimtelijke projecten, zoals woningbouwprojecten, bedrijventerreinen en herstructureringsplannen. Met behulp van een risicomodel worden zowel mogelijke positieve als negatieve ontwikkelingen financieel vertaald. Voor alle lopende grondexploitaties  is met behulp van het risicomodel berekend wat het financiële resultaat wordt wanneer de veronderstelde gebeurtenissen zich zouden voordoen.

Risico scenario
In onderstaande tabel zijn per exploitatie de uitkomsten van het gemiddeld risico scenario weergegeven. Het merendeel van de risico’s is afgenomen door verkoop van bouwkavels en de verwachte verbetering van de exploitatie van bedrijventerreinen.
 (Het hier gehanteerde overzicht is gelijk aan die uit de jaarrekening 2017 omdat mutaties pas bij de opmaak van de jaarrekening 2018 kunnen worden doorgevoerd.)

Het resultaat van een gemiddeld risico scenario verbetert zich in 2017 tot ruim € 1,8 miljoen. Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit wordt met het totaal van dit afgenomen risico rekening gehouden.

Risico’s totaal
Naast de grondexploitaties zijn er risico’s door woningbouwreductie in gevolge de Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (regionale woonagenda) als ook vanuit de deelname in de ontwikkeling van het regionaal en euregionaal bedrijvenpark.
(Het hier gehanteerde overzicht is gelijk aan die uit de jaarrekening 2017 omdat mutaties pas bij de opmaak van de jaarrekening 2018 kunnen worden doorgevoerd.)

De risico’s binnen de paragraaf grondbeleid hebben invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen.

 

NB: Op onderdelen is deze paragraaf Grondbeleid ingekort.  Een uitgebreide toelichting op alle onderdelen is te vinden in de paragraaf Grondbeleid als onderdeel van de jaarrekening 2017 en nog actueel. Daarnaast word verwezen naar het Meerjaren programma grondexploitatie (MPG) 2018.

Klik op de "Meer" knop om naar de MPG 2018 te gaan -->

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen gaat over de vraag in hoeverre de gemeente middelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Het gaat dus om de robuustheid van de begroting.

Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit).

Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Vanuit het provinciaal toezicht zijn formeel geen directe normen voor het weerstandsvermogen; wel geeft de Provincie richting door bandbreedtes aan te geven bij de kengetallen, voortvloeiend uit de wijzigingen in de BBV.

Beleid

Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.

 Beleidsuitgangspunten:

  • Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;
  • De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.
  • Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk in tact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;
  • De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onuitstelbaar en onvermijdelijk. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;
  • De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

Weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigingen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de geprognosticeerde weerstandscapaciteit per begin/einde van het boekjaar.

De bestanddelen bestemmingsreserves en niet-benutte belastingcapaciteit nemen we niet mee.

 

Toelichting

A. Begrotingsruimte
Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 2,50 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 99.000 opgenomen.

B. Algemene reserve

C. Stille reserves
Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met 50% van het verschil tussen de boekwaarde en de actuele WOZ-waarde. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van  € 1.000.000.

 

Risico's
Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en het bedrag ten hoogte van de maximale risico. In totaal is het risico voor Oude IJsselstreek berekend op €  8.3 mln.

De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) :

Toelichting categorieën

a. Aansprakelijkheid/ eigendommen /bedrijfsvoering
Dit betreft aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen. Daarnaast hebben we een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging.  Daarnaast zijn er een aantal specifieke risico's:

  • Personeelslasten/inhuur. Risico’s in de bedrijfsvoering zitten onder andere in de vervanging bij langdurig zieken, ontwikkelingen in personeelslasten en verregaande juridische expertise die we mogelijk moeten inhuren.
  • Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders. Als de aanstelling van bestuurders, bijv. door verkiezingen wordt beëindigd, dient de gemeente (mede afhankelijk van het aantal dienstjaren en leeftijd) wachtgeld te betalen. Het gehele bedrag wat naar verwachting als wachtgeld over een aantal jaren wordt uitgekeerd, wordt in het betreffende jaar als voorziening opgenomen.
  • Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders. De gemeente is op basis van de Wet APPA pensioenverzekeraar van bestuurders en oud-bestuurders. Deze verplichtingen kunnen tot aan de feitelijke pensioendatum niet worden overgedragen aan een “echte” pensioenmaatschappij. Dat betekent dat leven- en renterisico volledig voor rekening komen van de gemeente.

b. Financiële risico’s       
Dit zijn de risico’s voor bijvoorbeeld bestuursdwang (als de kosten niet te verhalen zijn op de overtreder). Ook de kosten voor bezwaar-en beroepsprocedures volgen hieronder, alsook mogelijk kosten voor claims vanuit gewijzigde wet- en regelgeving. De risico’s hierop nemen toe, door onder andere ‘no-cure-no-pay’ bureaus.

 c. Grondexploitatie       
Dit betreft de risico’s die verbonden zijn aan de grondexploitatie. Voor een nadere toelichting zie paragraaf “Grondbeleid”

 d. Verbonden partijen    
Als deelnemer van de gemeenschappelijke regelingen is de gemeente, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk voor eventuele tekorten bij deze verbonden partijen. Zie hiervoor de paragraaf “Verbonden partijen”.

e. Open einde regelingen
Binnen het Sociaal Domein vindt de uitvoering van een groot aantal regelingen plaats. Een deel daarvan zijn zogenaamde open-einde regelingen. Dit houdt in dat wij binnen deze betreffende regelingen moeten voldoen aan de vraag/noodzaak, ongeacht of daar wel of geen dekking tegenover staat. Voorbeelden van dit soort regelingen zijn Participatiewetuitkeringen, Jeugdwetvoorzieningen en WMO-voorzieningen. Vanuit het rijk wordt een deel van deze kosten via een zogenaamde doeluitkering afgedekt (zie verder “Laborijn”) en een deel komt binnen via algemene uitkering. Eventuele tekorten op deze regelingen moet de gemeente zelf dragen.

De afgelopen jaren is in het kader van de decentralisaties een groot aantal regelingen “overgekomen” van de Provincie (of het Rijk) en is de gemeente verantwoordelijk geworden voor onder andere de uitvoering van de Jeugdwet. Met deze overheveling naar de gemeente zijn onvoldoende middelen meegekomen om de toen begrote lasten te voldoen. De regievoering van de gemeente op deze processen zou ertoe moeten leiden dat het budget uiteindelijk toereikend zou blijven. Tot op de dag van vandaag moeten we helaas constateren dat ondanks alle ingrepen vanuit de gemeente en het voorliggend veld de uitgekeerde bedragen voor onder andere de Jeugdwet niet langer toereikend zijn. Het uitgangspunt van “geld volgt beleid” lijkt op de middellange termijn niet langer houdbaar en zal nog in 2018 geëvalueerd worden en daar waar nodig en passend binnen de ontwikkelde visie worden aangepast.

Laborijn
De gemeente Oude IJsselstreek heeft de uitvoering van de Participatiewet ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling Laborijn. Het BUIG budget dat de gemeente ontvangt voor de inkomensondersteuning wordt door Laborijn uitgegeven. Eventuele tekorten worden in eerste instantie afgedekt via de reserve van Laborijn. Indien deze niet toereikend is zal het restant door de gemeente worden afgedekt. Van dit tekort is slechts 5% van de totale uitkeringslast voor rekening van de gemeente. Eventuele grotere tekorten kunnen worden afgewend via de vangnetregeling die de gemeente de afgelopen jaren al heeft moeten gebruiken.
Laborijn heeft voor 2019 de inschatting gemaakt dat er geen vangnetregeling kan/hoeft te worden aangevraagd. Het risico dat de gemeente loopt op de inkomensondersteuning is derhalve maximaal 5% van de totale uitkeringslast. 

Naast dat Laborijn de Participatiewet voor de gemeente Oude IJsselstreek uitvoert is zij ook verantwoordelijk voor het uitvoeren van de WSW. Het betreft hier een reeds afgesloten voorziening maar burgers die hierin zitten, blijven binnen de WSW. Het rijk schroeft de jaarlijkse vergoeding voor deze mensen langzaam omlaag waarmee de kosten  de vergoeding gaan overschrijden. Laborijn heeft als taak om deze mensen daar waar dit kan te begeleiden naar een reguliere baan op de arbeidsmarkt. Ten opzicht van cijfers uit het verleden moeten wij constateren dat er een stagnatie is van deze uitstroom. Dit heeft tot gevolg dat er mogelijke tekorten op de WSW ontstaan en verder oplopen.

Huishoudelijke hulp
In 2018 zal het contract voor de uitvoering van de huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo moeten worden verlengd. De gemeente wil zoals de afgelopen jaren blijven voldoen aan de AMVB  en conform de tarieven vast te stellen. De aanzienlijke cao aanpassing zal vertaald worden in hogere tarieven. Specifieke aandacht krijgen de PGB tarieven die ook voor alfahulpen gehanteerd worden. De gemeente Oude IJssel streek staat voor een fatsoenlijke beloning voor burgers die als alfahulpen werken. Naast dat de tarieven HH omhoog gaan met de cao aanpassingen e.d. zal ook het tarief voor de alfahulp stijgen aangezien deze gerelateerd zijn aan de cao VVT. Zoals is vastgelegd  in de verordening Sociaal Domein Gemeente oude IJssel streek 2018

Op basis van de nu bij ons beschikbare informatie maken wij de inschatting dat deze tariefsverhoging voor HH1 Zin en Alfa, HH2 Zin en PGB kan oplopen naar minimaal  350.000 extra boven op de huidige begroting.

WMO eigen bijdrage
Vanaf 1-1-2019 is het nu gelden eigen bijdrage regime verleden tijd en wordt er een zgn. abonnementstarief ingevoerd. Op basis van de nu bij ons bekende cijfers gaan onze inkomsten door deze wijziging met ruim 400.000 omlaag. Daarnaast is de verwachting dat deze maatregel voor een aanzuigende werking zal zorgen bij de Huishoudelijke hulp.

Geïndiceerde jeugdvoorzieningen
De uitvoering van de Jeugdwet is bijzonder. Bij de meeste budgetten binnen het Sociaal domein is de gemeente in controle daar waar het gaat om de uitgaven. Bij de uitvoering van de Jeugdwet is dit echter anders geregeld. Een groot deel van het budget wordt ingezet voor zogenaamde geïndiceerde zorg. Het overgrote deel van deze indicaties wordt niet door de gemeente  geïndiceerd maar door verwijzers, zoals huisartsen. Deze hebben een zelfstandige bevoegdheid om hulp in te zetten die zij vanuit hun professionaliteit nodig achten. De gemeente is echter financieel verantwoordelijk voor deze uitgaven. Het overgrote deel van het financiële tekort van 2017 is hieraan te wijten. Onderdeel van het gemeentelijk beleid is om intensieve samenwerking aan te gaan met verwijzers. Hierbij is het de bedoeling om zoveel mogelijk dure zorg te voorkomen. Hiervoor is echter een lange adem nodig. Derhalve zal deze specifieke post de komende jaren zorgen voor een financiële uitdaging m.b.t. dekking, over 2019 is er een tekort van 3,5 mln geraamd; voor de jaren erna is het risico nog substantieel. Het rijk heeft een “Fonds tekortgemeenten jeugd en Wmo ingericht voor de tekorten van 2017. Hieraan zijn verschillende voorwaarden verbonden. Oude IJsselstreek komt niet in aanmerking voor een tegemoetkoming uit dit fonds.

 f. Garant/borgstellingen
Alle borg-/garantstellingen zijn in kaart gebracht (zie jaarstukken 2017). Wij hanteren 1% van het totaal als risico.

g. Overige (externe) factoren

  • Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen.
  • Planschade.
  • Leges.
  • Hypotheken personeel.
  • Afvalscheiding. Met name de pmd (plastic, metaal, drinkkartons) is een terrein waarop de vergoedingen per ton regelmatig fluctueren. Daarnaast zijn er signalen dat de kosten voor verwerking van restafval (fors) duurder worden.
  • Btw- compensatiefonds (BCF). Met de gewijzigde regelgeving wordt de BCF niet meer op voorhand toegevoegd aan het gemeentefonds. De richtlijn van de Provincie geeft aan, dat we 100% van het geprognosticeerde bedrag mogen meenemen in de begroting. De hoogte van de uitkering vanuit het BCF kan lager uitvallen, waardoor we hiervoor een risico lopen.
  • Vennootschapsbelasting (VPB).

 

Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000)

De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is.

     

Kengetallen

Naar aanleiding van wijzigingen in de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), wordt voorgeschreven dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen moet worden opgenomen. Deze kengetallen zijn:

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden)

Het is van belang deze kengetallen in breder perspectief te zien, aangezien deze op zichzelf staand maar een deel van het totale beeld van de gemeentelijke financiën weergeven.


 

De beoordeling van de Provincie komt hiermee uit oranje (matig).