Programma 2: Een leefbare gemeente

Waarom en waartoe

In 2020 is de gemeente Oude IJsselstreek een gemeente waar inwoners bewuster en gezonder leven. Een gemeenschap met leden die elkaar ontmoeten, elkaar om hulp durven vragen en voor elkaar klaarstaan. ‘Samen, met & voor elkaar’. Een gemeente waar kinderen en jongeren kansen krijgen om zich te ontwikkelen.

Een gemeente waar gekeken wordt naar wat mensen kunnen en niet wat ze niet (meer) kunnen. Iedere inwoner heeft kwaliteiten en levert een bijdrage aan de maatschappij, betaald of onbetaald. “Iedereen doet mee”.

Een gemeente waar mensen omzien naar elkaar en hun omgeving, waar mensen zoveel mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid nemen en problemen oplossen. Waar een gezin of huishouden zelf de verantwoordelijkheid en regie heeft over het eigen leven. Een gemeente waarin het prettig wonen is en mensen zich betrokken voelen en daar naar handelen.

Maar ook een gemeente waar een vangnet is voor mensen die even -of langer- een steuntje in de rug nodig hebben en waar ruimte is voor hen die structureel geholpen moeten worden. Daarbij kan gerekend worden op duidelijkheid en consistentie van de gemeente die meedenkt. Die zorgt dat noodzakelijke ondersteuning in samenhang en altijd als toevoeging op de eigen kracht wordt ingezet.

 

In 2018 hebben we bij de voorbereiding van deze begroting geconstateerd dat in de zomermaanden de kosten, met name in de jeugdzorg, exponentieel zijn gestegen. Daarnaast begint ook het effect van de kostenverhogende wijzigingen in de tarieven huishoudelijke hulp en eigen bijdragen zichtbaar te worden. Met deze recente exponentiële groei en sterke stijging van de tekorten worden momenteel veel gemeenten, ook binnen onze regio, geconfronteerd. Er is sprake van een landelijk en wijdverbreid probleem. En het beperkt zich dus niet alleen tot de jeugdzorg.
Op dit moment vindt een inhoudelijke analyse plaats op de oorzaken van deze (versnelde) groei in kosten. De verwachting is dat ook elders, in de regio en landelijk, onderzoek naar de ontstane situatie zal plaatsvinden. Van hieruit komen we in samenspraak met uw raad dan tot een voorstel voor een stevige set maatregelen. Daarbij kijken we ook regionaal en landelijk naar goede voorbeelden en ervaringen, om de transformatie in het Sociaal Domein te organiseren. Als blijkt dat deze set maatregelen niet toereikend is, dan geven we dit aan in de Voorjaarsnota 2020. Deze presenteren we in mei 2019. Waar nodig zullen we hierbij nadere (concernbrede) keuzes aan uw raad voorleggen.

Klik op de "Meer" knop om naar de Herziening beleidsplan sociaal domein te gaan -->

*2.1:Meedoen aan onze samenleving

Waarom?

  • Er zijn inwoners die leven in een sociaal isolement. Het ontbreekt hen aan een sociaal netwerk door verschillende oorzaken waaronder een beperking, onvoldoende sociale vaardigheden of een taalbarrière.
  • Mensen worden steeds ouder. De groep ouderen wordt steeds groter en zij wonen langer zelfstandig thuis. Hierdoor is meer (informele) hulp en ondersteuning thuis nodig en neemt ook het aantal crisissituaties toe.
  • Het aantal jongeren dat gebruikmaakt van jeugdhulp neemt toe door een complexere samenleving en verbeterde signalering. Daarbij wordt de hulpverlening steeds complexer (en duurder).
  • Inwoners met een uitkering verhogen hun eigenwaarde als zij ondersteund worden naar werk, waardoor meedoen wordt bevorderd.
  • Huishoudens met een laag inkomen, vaak met schulden, kunnen minder meedoen. Dat wordt versterkt door schaamte en taboe.
  • Inzetten op zelfredzaamheid, samenredzaamheid en preventie is noodzakelijk omdat we in toekomst meer met minder geld moeten doen. Het sociaal domein heeft per hulpvraag steeds minder geld beschikbaar.
  • De regelingen voor zorg, ondersteuning of werkloosheid kunnen leiden tot afhankelijkheid en verdere sociale ongelijkheid. Door samenhang aan te brengen in de ondersteuning wordt hulp effectiever.
  • Andere maatschappelijke partners zoals verenigingen en vrijwilligersorganisaties dragen voor een belangrijk deel bij aan het welzijn en meedoen van onze inwoners. Niet alle inwoners doen mee ondanks de inzet van onze maatschappelijke partners.
  • Veel van onze inwoners lopen meer gezondheidsrisico dan anderen door hun leefstijl, leefomgeving, opleiding, (geen) werk, schuldenproblematiek, etc.

Samen aan de slag met meedoen

  • Verdere transformatie is noodzakelijk om de toenemende vraag naar zorg en ondersteuning om te buigen. Zodat we in de komende jaren kunnen uitkomen met de beschikbare budgetten.
  • Basis is en blijft dat we blijven zorgen voor inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben.
  • Dat vraagt om meer maatwerk: op de persoon passende combinaties van bijvoorbeeld zorg, aangepast werk en schuldhulpverlening.
  • We blijven zelf experimenteren en maken hierbij onder andere gebruik van succesvolle ervaringen elders.

Voorkomen is immers beter dan genezen.

Waar gaan we naartoe? (Doel)

*2.1.1: Iedereen werkt en handelt vanuit onze leidende principes.

De leidende principes:

  1. Zelf, met het eigen netwerk en dan buiten het eigen netwerk.
  2. Voorkomen is beter dan genezen.
  3. Iedereen doet mee en draagt bij aan de inclusieve samenleving.
  4. Uitgaan van wat kan of wat geleerd kan worden.
  5. Zo licht en kort als mogelijk, zo zwaar en lang als noodzakelijk.
  6. Processen zijn simpel: 'het resultaat telt'.
  7. Professionals: 'het resultaat telt'.
  8. Lokaal waar het kan, regionaal waar het beter is.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.1.2: Onze inwoners worden integraal en snel geholpen.

De inwoner ervaart zo min mogelijk barrières bij het stellen van een vraag in het sociaal domein. Ook is voor hen duidelijk wat er met de vraag gebeurt en van wie zij een antwoord kunnen verwachten. Eventuele ondersteuning wordt in samenhang ingezet.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.1.3: Sociaal domein binnen de samenleving.

De informatie over de inrichting en mogelijkheden van het sociaal domein binnen de samenleving is begrijpelijk en eenvoudig toegankelijk voor iedereen.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.1.4: Inwoners zijn meer zelfredzaam en samenredzaam.

Inwoners zijn meer zelfredzaam en samenredzaam. We zetten meer preventie in, waardoor escalatie en complexe zorg voorkomen wordt. De samenleving is alerter en hulpvragen worden eerder herkend en waar mogelijk gekoppeld aan passende ondersteuning.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.1.5: De arbeidsmarkt sluit beter aan.

Er is een betere match tussen de vraag van de arbeidsmarkt en de mogelijkheden van doelgroepen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.1.7: Inwoners die mantelzorg of vrijwillig zorg verlenen voelen zich erkend en gewaardeerd.

Inwoners die mantelzorg of vrijwillig zorg verlenen, voelen zich erkend en gewaardeerd. Zij worden gesteund door elkaar en hun omgeving en als het nodig is ook door de gemeente. De mantelzorgers en zorgvrijwilligers kunnen hun inzet volhouden. 

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.1.8: Vrijwilligers voelen zich erkend, gewaardeerd en ondersteund.

Vrijwilligers voelen zich erkend en gewaardeerd. Zij worden gesteund door elkaar, door hun omgeving en door hun organisatie en waar nodig door de gemeente.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.1.9: De gezondheidsvaardigheden van onze inwoners verhogen.

De gezondheidsvaardigheden van onze inwoners verhogen zodat zij in staat zijn om zelf hun (gezondheids)problemen op te lossen, of beter, te voorkomen. Zij beschikken over informatie over gezond leven, begrijpen die informatie en zijn daardoor actief bezig met hun gezondheid. 

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.2: Een leven lang leren

Waarom?

Leren en ontwikkelen draagt bij aan een kansrijk en succesvol leven voor alle inwoners. Door nieuwe vaardigheden en kennis op te blijven doen, kan iedereen blijven meedoen, inzetbaar blijven en daarmee zingeving aan het leven geven.

Waar gaan we naartoe? (Doel)

*2.2.4: Belemmerende factoren om te leren worden snel gesignaleerd en opgelost.

In Nederland worden 119.000 kinderen (0-18 jr) blootgesteld aan kindermishandeling. Dit is ruim 3% van de kinderen. Met gerichte ondersteuning van het onderwijs willen we vroegtijdig signaleren. En met gerichte ondersteuning van gezinnen willen we dat percentage terugdringen. We zetten in op kennis- en competentieontwikkeling op de basisschool en hulp zo dichtbij mogelijk, zodat kinderen in een veilige en prettige omgeving kunnen leren en opgroeien.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.2.5: Het onderwijs sluit duurzaam aan op de arbeidsmarkt en op relevante maatschappelijke ontwikkelingen.

Wat gaan we doen? (activiteit)

*2.8: Flexibel wonen op maat

Waarom?

Door de veranderende bevolkingssamenstelling (ontgroening en vergrijzing), sluit het woningaanbod in de bestaande voorraad niet goed meer aan bij de vraag.
De laatste jaren verandert het aantal inwoners in onze gemeente en de samenstelling van huishoudens. De huishoudens worden kleiner en de woonwensen veranderen. De komende jaren zal het aantal huishoudens nog iets stijgen. Ook past het aanbod niet altijd bij de vraag. Dit vraagt om nieuwe woningen op korte termijn.

Op langere termijn daalt het aantal huishoudens weer waardoor er mogelijk een sloopopgave ontstaat. Particuliere woningeigenaren zijn hiervoor verantwoordelijk. Hulp van Rijk en Provincie is noodzakelijk.
Daarnaast zijn veel (verouderde) woningen niet aantrekkelijk voor starters doordat ze niet voldoen aan de eisen. Verbouwingen kunnen starters niet (meer) meefinancieren. Door gestegen prijzen van koopwoningen en strengere financieringseisen voor de hypotheek zijn koopwoningen vooral voor starters minder toegankelijk.

Woningen moeten levensloopbestendig worden.
We wonen langer zelfstandig (met ondersteuning) thuis. Dit geldt niet alleen voor ouderen maar ook voor bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

Woningen moeten duurzaam worden.
Veel woningen hebben een hoog energieverbruik. Woningcorporaties (zoals Wonion) zijn volop bezig met het verduurzamen van de woningen. In de particuliere sector gebeurt dit nog te weinig.
Vanaf 2024 zijn asbesthoudende daken verboden in verband met gezondheid. Dit betreft vooral landbouwschuren. De komende jaren moeten eigenaren het asbest verwijderen. De gemeente heeft hierin een informerende en faciliterende rol.

Waar gaan we naartoe? (Doel)

*2.8.2: Levensloopbestendige en flexibele woningen

Er zijn voldoende woningen geschikt om flexibel aan te passen aan veranderende behoeften (levensloopbestendige en flexibele woningen.
Op termijn moet dit leiden tot minder (gedwongen) verhuizingen en woningaanpassingen vanuit de Wmo.

Wat gaan we doen? (activiteit)

Wat kost het?

Toelichting beleidsmatige ontwikkelingen

  • Buurtbudgetten                                     N € 35.000
    Het budget draagt bij aan opgave ‘meedoen’. Dit betreft het voortzetten van de initiatieven als gevolg van de motie Buurtbudget. Uit evaluatie blijkt dat het gebruik en effect van buurtbudgetten succesvol verloopt. We stellen voor om het budget structureel op te nemen in de begroting. Het totale budget blijft hiermee € 60.000 per jaar (€ 25.000 is al structureel in de begroting opgenomen).  

Toelichting autonome ontwikkelingen

  • Tekort sociaal domein                           N € 4.2 mln
    De tekorten worden voornamelijk veroorzaakt door de stijging in kosten op jeugdzorg, hulpmiddelen en tarieven en wijziging eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp. Daarnaast zijn de kosten op begeleiding Wmo ook gestegen. Met het opstellen van de analyse en een pakket aan maatregelen, worden de verschillende onderdelen nader uitgewerkt. Het tekort wordt gedekt door de reserve sociaal domein en de algemene reserve. Binnen dit budget valt ook de uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk ad € 154.000 per jaar (opgave ‘leven lang leren’).
  • Personeelslasten                                  budgettair neutraal
    Er is een verschuiving van personeelslasten die tot en met 2018 vanuit het sociaal domein zijn betaald naar het algemene personeelsbudget.