Paragrafen

Paragrafen

In de paragrafen geven we een dwarsdoorsnede van de begroting op een aantal onderwerpen door alle opgaven en programma’s heen. Dit betekent dat hier algemene beleidsregels worden geformuleerd die doorwerken in verschillende opgaven en programma’s. Het is dan ook mogelijk dat er doublures ontstaan met wat gemeld is in de programma’s zelf. Zeven paragrafen zijn verplicht. De paragraaf bedrijfsvoering is ondergebracht bij programma 5 (bedrijfsvoering/overhead), aangezien vrijwel alle activiteiten feitelijk onderdeel uitmaken van de overhead. De gemeente is vrij om extra paragrafen toe te voegen.

Paragraaf Financiering

Inleiding

De paragraaf financiering geeft inzicht in de financieringspositie en de beheersing van de risico’s die aanwezig kunnen zijn bij het aantrekken en/of uitzetten (uitlenen) van geld. In deze paragraaf brengen we de kansen en risico’s rond financiering in beeld.

Beleid

Bij het aantrekken en uitlenen van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen. De belangrijkste kaders hierover zijn opgenomen in de volgende beleidsdocumenten:

  • Financiële verordening, artikel 212 (2005)
  • Treasurystatuut (2017)
    Het treasurystatuut heeft de raad in 2017 vastgesteld. Het treasurystatuut is de vertaling van het door de gemeente gehanteerde treasurybeleid. In dit statuut zijn de doelstellingen, richtlijnen en limieten van het beleid vastgesteld. Doel van het treasurybeleid is enerzijds om op een verantwoorde wijze een zo goed (lees: hoog) mogelijk rendement te maken op belegde gelden. Anderzijds is het doel om op een verantwoorde wijze gelden aan te trekken tegen een zo aantrekkelijk (lees: laag) mogelijke rente. Kort gezegd levert een actief en gedegen treasurybeleid de gemeente juist geld op, respectievelijk bespaart het de gemeente geld.
  • Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido).
    Op de bepalingen in deze wet berust het treasurystatuut. Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Financiering

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Deze zijn terug te vinden op de balans. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan we de reserves en voorzieningen plus de vaste geldleningen. Hierbij houden we rekening met investeringen waarover is besloten (nieuwe investeringen). Een eventueel financieringstekort wordt eerst opgevangen door het opnemen van het goedkope kasgeld (tot de kasgeldlimiet – zie onder kasgeldlimiet-). Voor het overige deel wordt een vaste geldlening aangetrokken. Het komend jaar verwachten wij een financieringstekort. Daarnaast gebruiken we langlopende geldleningen om de voorraden te kunnen blijven financieren. We verwachten daarom ook aankomende jaren langlopende geldleningen aan te moeten trekken.

Financieringsbehoefte (x 1.000)

 1-1-2020

Financieringsbehoefte

 

boekwaarde (im)materiële vaste activa

140.628

boekwaarde financiële vaste activa

11.968

Totaal financieringsbehoefte

152.596

Financieringsmiddelen

 

reserves

23.184

voorzieningen

6.699

vaste geldleningen

119.374

Totaal financieringsmiddelen

 149.257

Financieringstekort

3.339

Leningenportefeuille
De gemeente heeft behoefte aan externe financiering voor het herfinancieren van de huidige (aflopende) geldleningen, voor het bekostigen van investeringen en voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften van de exploitatie uitgaven.

Op basis van het coalitieakkoord is het doel om de leningenportefeuille in 2022 terug te brengen naar € 110 mln. Gezien de huidige (economische) ontwikkelingen gemeente breed en binnen het Sociaal Domein, alsmede het voornemen om in Varsseveld Hofskamp-Oost III te ontwikkelen gaan we deze doelstelling naar alle waarschijnlijkheid niet halen.

 

 

Leningenportefeuille (x 1.000)

 2020

Stand leningen per 1 januari (*1)

119.374

Reguliere aflossingen

   17.779

Nieuwe leningen (*2)

   24.000

Stand leningen per 31 december

 125.595

(*1) Verwacht wordt dat we voor 1-1-2020 een aanvullende langlopende geldlening aantrekken van € 5 miljoen.

(*2) metname door het doorschuiven van investeringskredieten en de verwachte eerste kosten voor Hofskamp-Oost III.

Activa
De activa bestaan uit investeringen met maatschappelijk nut en investeringen met economisch nut. Investeringen die kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut. Investeringen met maatschappelijk nut hebben geen mogelijkheid tot het verwerven van inkomsten, zoals wegen en bruggen.

Op het moment dat een investering volledig is afgerond, worden de kapitaallasten berekend en het eerstvolgende jaar meegenomen in de exploitatie. De kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijving. Als de investering helemaal is afgeschreven (bijvoorbeeld na 10 jaar), vallen de afschrijvingslasten vrij. Elk jaar hebben we daardoor zogenaamde ‘vrijval’ in de afschrijving. Dit is in feite de ruimte voor nieuwe investeringen, uitgaande van een vast bedrag per jaar voor kapitaallasten. In deze Programmabegroting houden we de komende jaren rekening met nieuwe kapitaallasten.

Risicobeheer

Wij zijn als gemeente voor onze uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering; de gemeente trekt geen financiering aan voor specifieke projecten. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven samen financiert. Deze wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt bij de financiering geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten.
In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm).

Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. We sluiten een langlopende lening af zodra de hoogte van de kortlopende geldleningen de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen overschrijdt. Wij benutten de kasgeldlimiet zo maximaal mogelijk, aangezien de rente voor kortlopende leningen momenteel negatief is en we dus geld ontvangen van de geldverstrekker. De verwachting is dat er de komende jaren nog sprake zal zijn van negatieve rente.

Kasgeldlimiet (x 1.000)

 2020

Begrotingstotaal per 1 januari 2020

102.883

Vastgesteld percentage

     8,5%

Kasgeldlimiet 

  8.745

verwacht gemiddelde op te nemen kortlopende leningen

  8.500

Ruimte (+)

       245

Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente.

De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema laat de berekening over 2020zien.

 

Renterisiconorm (x 1.000)

 2020

Renterisiconorm  

Lasten begroting

102.883

Percentage risiconorm

      20%

Totaal renterisiconorm

 20.577

 

 

Aflossingen en renteherzieningen

 

Reguliere aflossingen geldleningen

17.779

Geldleningen met renteherziening

            0

Totaal aflossingen en renteherzieningen

17.779

Ruimte (+)

   2.798

 

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn partijen waar de gemeente een bestuurlijke relatie mee heeft en waarin we een financieel belang hebben. We hebben een zetel in het bestuur (vertegenwoordiging) of we hebben vanwege eigendom van aandelen stemrecht in de aandeelhoudersvergadering. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die in geval van een faillissement achterblijven.

Beleid

Het BBV schrijft voor om van de verbonden partijen een samenvattend overzicht te geven en onderscheid te maken in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Conform onze financiële verordening (verordening op grond van artikel 212 gemeentewet), lichten we de verbonden partijen op hoofdlijnen toe in deze paragraaf. Het gaat hierbij om partijen met aanmerkelijk financieel belang (dit zijn partijen waar we minimaal € 50.000 per jaar aan bijdragen). Per verbonden partij zijn de doelstellingen, activiteiten, ontwikkelingen en risico’s benoemd. De paragraaf sluit af met het financieel overzicht.

De wijze waarop de verbonden partijen bijdragen aan het realiseren van onze maatschappelijke opgaven is in de programma's van deze begroting inzichtelijk gemaakt.

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

 

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

  • Uitvoeren van alle wettelijke archieftaken voor de acht gemeenten in de Achterhoek.
  • Uitvoeren van de zogenoemde “Staring-taken” (diensten op het gebied van behoud van en onderzoek naar streekcultuur en –historie). Voor 15 gemeenten in Achterhoek en Liemers.

Activiteiten

  • Het beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van archiefbewaarplaatsen van de deelnemende overheidslichamen conform de Archiefwet.
  • Het toezicht door de streekarchivaris op het beheer van de niet naar de centrale archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de (8) gemeenten in de Achterhoek.
  • Het in stand houden en bevorderen van het cultureel erfgoed in het gebied van de Achterhoek en de Liemers in de ruimste zin van het woord.

Deelnemende partijen

Gemeenschappelijke Regeling van acht Achterhoekse gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk.

Bestuurlijk belang

De burgemeester heeft namens Oude IJsselstreek zitting in het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

Het ECAL richt zich de komende jaren vooral op het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van archieven. Hierbij hoort ook het digitaliseren van de archieven en collecties.
Voor 2019-2022 is een bijdrage vastgesteld voor vier jaar.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Geen.

GGD Noord- en Oost Gelderland

 

GGD Noord- en Oost Gelderland

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het op regionaal niveau vaststellen en uitvoeren van gezondheidsbeleid. Dit betreft met name activiteiten op het gebied van preventie zoals gezondheidsbevorderende en –beschermende maatregelen.

Activiteiten

  • Preventieve en uitvoerende taken vanuit de Wet publieke gezondheid, genoemd in de artikelen 2, 4, 5, 5a, 6 en 7. Dit betreft o.a. de taken op het gebied van jeugdgezondheidszorg en preventieve ouderengezondheidszorg.
  • Het uitbrengen van hygiëneadviezen aan instellingen.
  • Het uitvoeren van inspecties bij kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang.
  • Het uitvoeren van het Rijksvaccinatieprogramma.
  • Het uitbrengen van medisch milieukundige adviezen.
  • Het vaccineren en voorlichten van reizigers.
  • Het verrichten van taken op het terrein van de forensische geneeskunde.
  • Overige uit te voeren taken op het terrein van de volksgezondheid die van een GGD verwacht mogen worden ten behoeve van gemeenten, personen, instellingen en organisaties.

Deelnemende partijen

• Aalten
• Apeldoorn
• Berkelland
• Bronckhorst
• Brummen
• Doetinchem
• Elburg

• Epe
• Ermelo
• Harderwijk
• Heerde
• Lochem
• Montferland
• Nunspeet

• Oldebroek
• Oost Gelre
• Oude IJsselstreek
• Putten
• Voorst
• Winterswijk
• Zutphen

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder volksgezondheid vanuit het college van B&W neemt deel aan het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

  • De begroting is een uitwerking van de Uitgangspuntennota 2020. Met de uitgangspuntennota biedt de GGD meer kans aan gemeenten op sturing van de jaarlijkse begroting. De begroting bevat vijf inhoudelijke programma's: Jeugdgezondheidszorg, Algemene Gezondheidszorg en Kennis en Expertise.
  • De GGD werkt middels de Bestuursagenda 2019-2023 aan 4 prioriteiten: NOG gezondere jeugd, NOG gezondere leefomgeving, NOG gezonder ouder worden en NOG gezondere leefstijl.
Voor alle vier prioriteiten geldt:
  • De GGD sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen en bij het gezondheidsbeleid en de preventieagenda’s van de gemeenten.
  • Gemeenten dragen bij aan het NOG gezonder laten worden van hun inwoners en aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Door meer te investeren in preventie en gezondheidsbevordering kan gezondheidswinst worden behaald.
  • De GGD besteedt specifieke aandacht aan het bereiken van kwetsbare groepen (mensen met een lage sociaaleconomische status, in armoede, laaggeletterdheid, nieuwkomers en psychisch kwetsbare mensen).
  • De GGD zoekt innovatieve strategieën om het bereik en de effecten van gezondheidsprogramma’s te vergroten.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de strategische visie. Kern van deze visie is dat de gemeenten hebben gekozen voor een GGD die zich versterkt als een gemeentelijke gezondheidsdienst.

Laborijn

 

Laborijn (Doetinchem)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Ontwikkelingen

In 2015 is de Participatiewet ingevoerd. De Participatiewet is de decentralisatie op het gebied van werk en inkomen. Hiermee is een aantal grote beleidsinhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De uitvoering van de Participatiewet vindt plaats door de gemeenschappelijke regeling Laborijn.

Het college van de gemeente Oude IJsselstreek heeft in juni 2019 besloten om uit te treden uit de GR Laborijn en laat onderzoeken op welke wijze de overgang vanuit de GR naar de beoogde nieuwe situatie het beste kan worden vormgegeven. De nieuwe uitvoeringsorganisatie is uiterlijk 1 januari 2021 operationeel.

Doelstelling

Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. De Participatiewet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong).

 

De kerntaken van Laborijn hebben betrekking op werk en inkomen. Door allerlei interventies ondersteunt Laborijn haar bijstandsgerechtigden naar werk.

Activiteiten

  • Diverse re-integratie-instrumenten, zoals scholing, loonkostensubsidies en overige interventies op het gebied van werk en inkomen.
  • Mensen begeleiden naar de voor hen hoogst haalbare positie op de werkladder.
  • Begeleid werken.
  • Beschut werken.
  • Detachering van mensen in de WSW.

Deelnemende partijen

Gemeenten Aalten, Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek. De gemeente Montferland heeft (vanuit Wedeo) alleen de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening neergelegd bij de Laborijn.

Bestuurlijk belang

Vanuit het college van B&W is een lid en een plaatsvervangend lid in Dagelijks en Algemeen Bestuur van Laborijn afgevaardigd.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Er is een reëel risico dat de ontvangen middelen die van het Rijk (BUIG) niet voldoende zijn om de uitkeringen te betalen en er vanuit de algemene middelen bijbetaald moet worden.

Bij effectuering van het voorgenomen besluit tot uittreding uit de GR Laborijn moeten we rekening houden met de kosten van uittreding en het inrichten van een nieuwe organisatie.

 

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

 

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het uitvoeren van omgevingsrecht conform de landelijke kwaliteitscriteria.

Activiteiten

Vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieuwetgeving en aanverwante specialismen.

Deelnemende partijen

  • Gemeente Aalten
  • Gemeente Berkelland
  • Gemeente Bronkhorst
  • Gemeente Doetinchem
  • Gemeente Lochem
  • Gemeente Montferland
  • Gemeente Oost Gelre
  • Gemeente Oude IJsselstreek
  • Gemeente Winterswijk
  • Gemeente Zutphen
  • Provincie Gelderland

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk neemt namens de gemeente deel aan het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

In 2017 is gestart met output financiering. In 2018 is gemonitord waaruit is gebleken dat de inschattingen vrij goed waren. Het aantal milieuvergunningen was door de aangetrokken economie wel hoger maar het aantal meldingen was daarentegen weer lager. Voor 2019 loopt het aantal vergunningen achter op schatting. Het aantal controles loopt licht voor op de inschatting. Voor de producten wordt gebruikt gemaakt van het door de ODA gemaakte productenboek. De komende tijd kan, indien gewenst, de ODA meewerken aan de implementatie van de Omgevingswet.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De Omgevingsdienst Achterhoek is een uitvoeringsorganisatie die - met de Gelderse Maat als uitgangspunt - conform wet- en regelgeving uitvoering geeft aan vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zgn. VTH-taken). Formeel blijven de de deelnemende organisaties hiervoor verantwoordelijk. Voor zover er sprake is van zelfstandige beleidsvoornemens hebben die hoofdzakelijk betrekking op het niveau van bedrijfsvoering.

Regio Achterhoek (Doetinchem)

 

Regio Achterhoek (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is
2. Een leefbare gemeente
3. De werkende gemeente
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

GR Regio Achterhoek zet zich in voor een krachtige regio die snel en besluitvaardig samenwerkt om de Achterhoek economisch sterk te houden. Overheid, Ondernemers en Maatschappelijke organisaties werken hiervoor samen. De inhoudelijke basis voor de samenwerking is de Achterhoek Visie 2030, opvolger van het Strategiedocument Agenda2020.

Activiteiten

De Achterhoek Raad heeft de Achterhoek Visie 2030 vastgesteld. Op basis van deze visie bepaalt de Achterhoek Board samen met de Achterhoek Thematafels de inhoudelijke activiteiten, die worden beschreven in de jaarplannen. De Achterhoek Raad ziet toe op de voortgang. De uitvoering van deze inhoudelijke activiteiten gebeurt aan de volgende zes Thematafels:

  • Smart werken en Innovatie
  • Onderwijs en Arbeidsmarkt
  • Wonen en Vastgoed
  • Mobiliteit en Bereikbaarheid
  • Circulaire energie en Energietransitie
  • De Gezondste Regio

De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur en voert de volgende taken uit:

  • Voert de regie op de algehele samenwerking
  • Faciliteert het opstellen en uitvoeren van de Achterhoek Visie 2030, de  jaarplannen en bijbehorende investeringsagenda
  • Adviseert Board en Raad over de lobby en subsidies en levert hiervoor ook de capaciteit

Deelnemende partijen

 

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Doetinchem
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk heeft zitting in het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn we bestuurlijk vertegenwoordigd aan alle zes Thematafels. Portefeuillehouder wonen van Oude IJsselstreek is voorzitter van de Thematafel Wonen en Vastgoed. Portefeuillehouder zorg uit Oude IJsselstreek is vicevoorzitter van de Thematafel De Gezondste Regio.

Ontwikkelingen

In 2018 hebben de zeven gemeenten die lid zijn van de Regio Achterhoek ingestemd met een nieuwe samenwerkingsstructuur. Deze bestaat uit een Achterhoek Board, Achterhoek Raad, en zes Thematafels. De nieuwe samenwerking kent ook een nieuwe naam: Achterhoek Ambassadeurs. De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur. De zeven Achterhoekse gemeenten blijven hier deel van uitmaken. Deze nieuwe structuur kan van invloed zijn op hoe de gemeenschappelijke regeling Regio Achterhoek er in de toekomst uit gaat zien.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

 Geen

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

Op zowel maatschappelijk als zakelijk verantwoorde wijze:
• voorzien in de behoefte aan sociaal geldelijk krediet;
• regelen van schulden van personen in financiële moeilijkheden conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
• voorzien in budgetbeheer;

Activiteiten

• kredietverlening
• budgetbeheer
• schuldhulpverlening
• verzorgen van aanvragen wet schuldsanering natuurlijke personen

Deelnemende partijen

• Aalten
• Almelo
• Berkelland
• Borne
• Bronckhorst
• Dinkelland
• Enschede
• Haaksbergen

• Hellendoorn
• Hengelo (O)
• Hof van Twente
• Lochem
• Losser
• Montferland
• Oldenzaal
• Oost Gelre

• Oude IJsselstreek
• Rijssen-Holten
• Tubbergen
• Twenterand
• Wierden
• Winterswijk

Bestuurlijk belang

Portefeuillehouder sociale zaken is vanuit het college lid van het Algemeen Bestuur, een lid van het college is plaatsvervangend lid.

Ontwikkelingen

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is ingegaan per 1 juli 2012. In algemene zin zien we een verslechterende financiële positie voor een deel van onze inwoners. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van financiële ondersteuning om (dreigende) schulden op te lossen.

Sinds 2018 voeren we de intake voor de dienstverlening van de Stadsbank uit in eigen beheer.

De bijdrage van de Oude IJsselstreek aan de Stadsbank 2020 is ten opzichte van 2019 iets afgenomen door een afnemende aantal cliënten.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De in gang gezette registratie en verantwoording van de geldstroom vormt een vast onderdeel van bestuurlijke rapportages vanuit het sociaal domein.

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland

 

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het gemeenschappelijk en op regionaal niveau uitvoeren van veiligheidsbeleid, specifiek gericht op brandweertaken, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en multidisciplinaire samenwerking, zowel preventief als repressief.

Activiteiten

  • inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
  • adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen als ook in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
  • adviseren van het college van burgemeester en wethouders over:
    • het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;
    • het beperken van brandgevaar;
    • het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;
    • het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;
    • voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
    • instellen en in stand houden van een brandweer;
    • instellen en in stand houden van een GHOR;
    • voorzien in de meldkamerfunctie;
    • aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
    • inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de eerder genoemde taken.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Hattem
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

De VNOG geeft aan dat de begroting VNOG vanaf 2020 structureel omhoog gaat. Hierover is met extra raadsinformatiebijeenkomsten en langs reguliere weg in de behandeling van de jaarstukken met colleges en raden over gecommuniceerd. 

Dit najaar bespreken de deelnemende gemeenten in de VNOG de keuze voor de mate van dienstverlening die de VNOG in de toekomst gaat bieden.

Dit jaar wordt gestart met de herziening van het dekkingsplan.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

I.v.m. de nijpende financiële situatie is de gemeentelijke bijdrage met 10 % over 2018 en 2019 gestegen. De raad heeft een zienswijze ingediend op de financiële jaarstukken VNOG.

Deze ontstane tekorten hebben vanaf 2020 een structureel karakter.

We voeren de motie van de raad ‘Voorjaarsnota-Gemeenschappelijke Regelingen” (d.d. 4 juli 2019) uit, om vanaf 2021 de bijdrage teruggeschroefd te hebben tot het niveau van 2019.

Risico is dat de bespreking van de 22 deelnemers in de GR, en daarmee de bijstelling van de koers van de VNOG, niet leidt tot een adequaat geacht niveau van dienstverlening dat qua kosten vanaf 2021 weer op het niveau van 2019 is.

Deelnemingen

BNG Bank (Den Haag)

Primair doel

Bankier van en voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang.

Activiteiten

De strategische doelstelling van de bank is het behoud van substantiële marktaandelen in Nederlandse publieke en semipublieke domein en het behalen van een redelijk dividend voor de aandeelhouders.

Deelnemende partijen

De Staat is houder van 50% procent van de aandelen, de andere 50% is verdeeld onder gemeenten, provincies en hoogheemraadschap.

Financieel

Wij bezitten 161.460 aandelen. In de jaarrekening 2019 wordt een dividend verantwoord van 460.161. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2020-2023 € 378.000.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Alliander N.V. (Arnhem)

Primair doel

Netwerkbedrijf dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de energieleidingen in Nederland.

Activiteiten

Kernactiviteit is het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit.

Deelnemende partijen

Provincie Gelderland en Noord Holland, Falcon BV en de gemeente Amsterdam bezitten 75% van de aandelen. De overige 25% is verdeeld over diverse gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 580.414 aandelen. In de jaarrekening 2019 wordt een dividend verantwoord van € 636.443. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 jaren begroten we voor 2020-2023 € 489.000.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Vitens (Utrecht)

Primair doel

Drinkwaterbedrijf dat drinkwater levert aan 5,6 miljoen klanten.

Activiteiten

Verantwoordelijk voor een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.

Deelnemende partijen

De aandeelhouders bestaan uit provincies en gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 40.057 aandelen. In de jaarrekening 2019 wordt een dividend verantwoord van 36.051. Op basis van het gemiddelde over de afgelopen 3 begroten we voor 2020-2023 € 101.000.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Financieel overzicht

Verbonden partij Bijdrage 2020 Eigen vermogen Vreemd vermogen
(x 1.000) 1-1-2020 31-12-2020 1-1-2020 31-12-2020
Regio Achterhoek 233 5.563 6.446 2.532 1.593
GGD Noord en Oost Gelderland 616 2.862 2.652 2.675 2.625
VNOG 2.050 2.622 1.809 42.249 53.752
ODA 619 66 134 1.578 1.317
Stadsbank ON 296 1.080 1.082 14.798 14.817
Laborijn 2.111 4.983 4.097 8.900 9.060
Erfgoedcentrum AL 166 103 127 693 660
Totaal 6091

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) zijn, na de algemene uitkering uit het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Vooral voor de zuivere belastingen, dit zijn de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag dan in totaliteit niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Een overzicht van de inkomstenbronnen van de gemeente is in bijlage E terug te vinden.

Beleid

Het (meerjaren)beleid voor de lokale belastingen is opgenomen in de in 2015 door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen. Om een beter overzicht te krijgen in de actuele verordeningen stellen we jaarlijks een nieuwe verordening vast voor iedere belasting cq heffing.

Uitgangspunten voor onze leges, heffingen en tarieven
Voor de leges, heffingen en tarieven hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • Voor 2020 stijgt de opbrengst OZB met 3% plus het areaal;
  • De rioolheffing is maximaal 100% kostendekkend. Voor 2020 verlagen we het tarief met 2,53% t.o.v. 2019;
  • De hoogte van de afvalstoffenheffing is afhankelijk van het tarief voor een grote of kleine container.
  • Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten zijn maximaal 100% kostendekkend;
  • De overige heffingen stijgen jaarlijks trendmatig met een indexering van 3%, met uitzondering van de reclamebelasting en lijkbezorgingsrechten;
  • Leges en rechten zijn in principe 100% kostendekkend.
Belasting / heffing Omschrijving
Marktgelden Heffen we voor innemen standplaatsen op warenmarkt Silvolde, Terborg, Ulft en Varsseveld.
Precariobelasting Heffen we voor het verlenen van een standplaats op gemeentegrond
Lijkbezorgingsrechten Heffen we voor gebruik algemene begraafplaatsen Varsseveld en Terborg. Eventuele overschotten of tekorten verrekenen we conform besluit met de reserve. 
Leges Dit zijn diverse gemeentelijke leges (bouwvergunning, uittreksels etc.)
Toeristenbelasting Belastingheffing van personen die niet in de gemeentelijke bevolkingsadministratie zijn opgenomen, maar die tegen betaling/vergoeding wel verblijf houden door overnachtingen in bijv. hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeermiddelen.
OZB niet - woningen Heffen we van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen.
Woonlasten Dit zijn de onroerendezaakbelastingen zakelijk recht woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen. De opbrengsten OZB-woningen is conform besluit met 3% gestegen. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing hanteren we een kostendekkend tarief.
Reinigingsrechten Reinigingsrecht voor bedrijven en instellingen die geringe (passend in de normale containers) hoeveelheden afval aanbieden. Deze bedrijven hebben de gemeente verzocht dit afval tijdens normale inzamelingsactiviteiten mee te willen nemen. 
Precariorechten Heffen we voor het gebruik maken van een met vergunning verleende standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Reclamebelasting Belasting voor het centrum van Varsseveld voor openbare aankondigingen. Wij innen deze belasting in feite als tussenpersoon. De inkomsten verrekenen we met door de gemeente gemaakte kosten. Het restant betalen we rechtstreeks door aan de VOV in Varsseveld. Per saldo is dit dus budgettair neutraal.

 

Tarieven diverse heffingen

2018

2019

2020

Onroerende-zaakbelastingen

 

 

 

Eigenaren van woningen, in % van de waarde

0,16620%

0,16330%

0,16145%

 *Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde

0,16158%

0,16190%

0,15605%

Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde

0,19460%

0,19450%

0,19198%

Afvalstoffenheffing

 

 

 

Meerpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer

155,04

174,00

183,60

Meerpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer

 230,04

258,00

271,80

Eénpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer

 114,96

129,00

135,84

Eénpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer

 189,96

213,00

223,92

Extra grote grijze container

 230,00

258,00

271,80

Reinigingsrechten

 

 

 

Standaard containerset met kleine grijze container

 185,04

210,36

210,00

Standaard containerset met een grote grijze container

 260,04

295,68

294,00

Rioolheffing

 

 

 

 Per aansluiting

 246,00

237,00

231,00

Toeristenbelasting

 

 

 

 Per overnachting

     1,23

1,27

      1,30

Woonlasten

Opbrengsten Woonlasten
(x1.000)
2017
(werkelijk)
2018
(werkelijk)
2019
(begroot)
2020
(begroot)
Afvalstoffenheffing 2.459 2.490 2.786 2.947
Rioolheffing 4.127 4.147 3.928 3.891
OZB woningen 5.369 5.640 5.693 5.883
Totaal 11.955 12.277 12.407 12.721

Lokale lastendruk/ontwikkeling van de woonlasten

Om een indruk te hebben wat de “lokale lastendruk” is, berekenen we wat huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij gaan we uit van de voor huishoudens gebruikelijke heffingen. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) stelt jaarlijks een atlas van de lokale lasten op.

De tabel hieronder geeft de berekende belastingdruk voor Oude IJsselstreek in 2020. Het bedrag van de bruto woonlasten is opgebouwd uit de onroerendezaakbelasting, waarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde woningwaarde (zowel landelijk als provinciaal als voor Oude IJsselstreek), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 Uitgangspunten voor vergelijking van de belastingdruk oud en nieuw:
• de waarde van een woning is gemiddeld € 212.000 (2018: € 204.000)
• één- en meerpersoonshuishoudens.

 De gemiddelde belastingdruk voor een eigenaar/bewoner in 2019 en 2020 ziet er in Oude IJsselstreek dan als volgt uit (in hele €):

Jaar

Soort huishouden

OZB

Afval

Riool

Totaal

% tov 2019

2019

Eenpersoonshuishouden met kleine grijze container

333

129

237

699

 

2019

Meerpersoonshuishouden met kleine grijze container

333

174

237

744

 

2019

Eenpersoonshuishouden met grote grijze container

333

213

237

783

 

2019

Meerpersoonshuishoudenmet grote grijze container

333

258

237

828

 

2020

Eenpersoonshuishouden met kleine grijze container

343

135,84

231

709,84

1,55%

2020

Meerpersoonshuishouden met kleine grijze container

343

183,60

231

757,60

1,82%

2020

Eenpersoonshuishouden met grote grijze container

343

223,92

231

797,92

1,90%

2020

Meerpersoonshuishouden met grote grijze container

343

271,80

231

845,80

2,14%

De OZB en afvalstoffenheffing stijgen; de rioolheffing daalt, waarmee de totale lastendruk in 2020 gemiddeld stijgt met 1,85 % (± € 13,75) per jaar voor huishoudens met een eigen woning en ± € 3,75 voor huishoudens met een huurwoning. De afvalstoffenheffing stijgt in 2020 voor huishoudens met een kleine container gemiddeld € 9,60 per jaar. De marktprijzen op verwerking van afval fluctueren sterk. De extra kosten worden voornamelijk veroorzaakt door een verstoorde marktwerking rondom het PMD afval. De vermarktingskosten zijn fors hoger door een verhoogd aanbod van PMD in Nederland en doordat het ingezamelde PMD deels vervuild is. Door de stijging van de afvalstoffenheffing kan de indruk ontstaan dat scheiden niet loont. De afvalstoffenheffing zou echter nog sterker zijn gestegen, als het afval minder goed gescheiden wordt.

Uitgaande van gemiddelde waarden van woningen en van een meerpersoonshuishouden liggen de gemiddelde woonlasten in 2019 in Gelderland op € 740 , landelijk op € 740 en regionaal (Achterhoek) op € 726 . De lasten in Oude IJsselstreek waren gemiddeld € 747 . Gemiddeld genomen is de lastendruk in de Achterhoek met 0,57% gestegen t.o.v. 2018.

Opbrengsten

Opbrengsten belastingen/heffingen (x 1.000) Rekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Algemene dekkingsmiddelen      
Woonlasten (OZB eigenaren woningen + afvalstoffenheffing + rioolrechten) 12.277 12.407 12.721
Precariobelasting 7 6 6
Toeristenbelasting  146 147 151
Tariefgebonden heffingen      
Leges 1.218 765 841
Lijkbezorgingsrechten 169 150 125
Marktgelden 19 18 18
OZB niet-woningen 2.426 2.466 2584
Reinigingsrechten 38 36 35
Rioolrecht bedrijven 220 220 220
Reclamebelasting 26 24 35
Totaal opbrengsten 16.546 16.239 16.736

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

Hieronder hebben we inzichtelijk gemaakt, hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit hebben we gedaan voor de tarieven van belastingen die ten hoogste kostendekkend mogen zijn.

 

Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. Naar verwachting verlenen we in 2019 ongeveer 800 keer kwijtschelding tot een totaal bedrag van ongeveer € 320.000.

 Overzicht kwijtschelding gemeentelijke belastingen:

Belastingjaar:
Totaal aantal verzoeken Aantal toegekende verzoeken Aantal afgewezen verzoeken
Aantal verzoeken in procenten Afgeboekt t.g.v. toegekende kwijtschelding
2013 718 615 89 3,90% 220.886
2014 644 575 66 3,48% 209.602
2015 676 614 62 3,65% 248.264
2016 682 589 93 3,68% 238.553
2017 743 693 49 4,01% 258.861
2018 891 774 117 4,81% 320.149
2019* 861 770 81 4,65% 291.905
* De kwijtscheldingsgegevens voor 2019 zijn gebaseerd op basis van de gegevens zoals die op 3 september 2019 bekend zijn.

 


 

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In deze paragraaf zijn conform de voorschriften in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen.

De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren:
Infrastructuur:

  • Wegen
  • Civiel technische kunstwerken
  • Riolering
  • Gemeentelijke gebouwen
  • Water

Voorzieningen:

  • Openbaar groen
  • Speelplaatsen
  • Openbare verlichting

Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner.

Op beheerniveau werken we aan het opstellen van een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR).

Beleids- en beheerplannen

De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier jaar evalueren we de beheerplannen en zo nodig stellen we ze bij.

De volgende nota’s zijn vastgesteld:

Beleidsstuk/ beheerplan

Planperiode

Inhoud/opmerking

Wegenbeleid

2014 - 2018

Wegenbeleidsplan

Wegenbeheer

2018 - 2023

Wegenbeheersplan

Openbare verlichting beleid

2012 - 2016

De reserve wegen is uitgebreid met openbare verlichting. Nieuw beleidsplan wordt naar verwachting eind 2019 vastgesteld.

Openbare verlichting Vervangingsplan

2017 - 2020

In 2017 is de eerste fase uitgevoerd.

Gemeentelijk rioleringsplan

2017 - 2020

In 2016 is een nieuw verbreed GRP vastgesteld.

Waterplan

2010 - 2020

Waterbeleidsplan

Groenbeleidsplan

2014 - 2019

In 2018 is gestart met een nieuwe visie voor natuur, groen en landschap.

Groenbeheerplan

2014 - 2019

Beheer groen

Bomenbeheerplan

2008 - 2018

Nieuw beheerplan wordt voorzien in 2019

Speelruimtebeleid

2007 - 2015

Er is nieuw beleid nodig voor speelruimte en -voorzieningen.

Speelplaatsen beheerplan

2017 - 2021

In 2017 is een nieuw beheerplan speelvoorzieningen opgesteld

Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gemoeid zijnde financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. Aan het einde van deze paragraaf bieden we integraal inzicht in de financiën die met het onderhoud van kapitaalgoederen gemoeid zijn.

Wegen

Beleid
Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2019-2023”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal, aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROW-systematiek). Één keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld.

 

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
Niveau Basis (kwaliteitscijfer 5,5-6,5)

Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen

Rapportage kwaliteitsniveau van de wegen op basis van de weginspectie 2019

jaarlijks

iedere 2 jaar

Bestaand beleid

Bestaande budgetten

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen

Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen

Up to date houden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)

jaarlijks

jaarlijks

 

jaarlijks

 

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande formatie

 

Bestaande formatie

 

Kwaliteit
In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau Basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau Basis is een voldoende (kwaliteitscijfer tussen 5,5 en 6,5).

Om te kunnen bepalen welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente hebben, vertaalt een onafhankelijk bureau structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. De uitgevoerde weginspecties tonen aan dat de kwaliteit van de wegen een lichte stijging laat zien richting kwaliteitsniveau Basis. Op dit moment wordt de kwaliteitsambitie Basis nog niet overal bereikt. Met name de asfaltverhardingen blijven achter.

Financiën
In het beleidsplan Wegen, dat de raad in maart 2019 heeft vastgesteld, staat een aantal uitgangspunten voor de financiële berekening beschreven, zoals:

  • Omvang van het huidige areaal;
  • Berekening alleen voor verharde wegen;
  • In stand houden van de bestaande situatie (dezelfde materialen, dezelfde constructieopbouw, dezelfde wegbreedte, enz.);
  • Alleen kosten voor groot onderhoud, geen kosten voor vervanging, geen kosten voor klein onderhoud, geen kosten voor verzorgend onderhoud zoals straatvegen of onkruidbeheersing;
  • In stand houden van het huidige areaal op het gewenste kwaliteitsniveau.

Met de hierboven genoemde uitgangspunten, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie Basis is in het beleidsplan een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Voorstel is om deze kosten in jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te brengen (jaarlijks ramen in de begroting). Hierdoor is de bestemmingsreserve komen te vervallen. Volgens de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) mogen de kosten voor vervangingen (reconstructies) niet meegeraamd worden in het onderhoudsbudget Wegen.
Voor reconstructies van wegen en fietspaden vragen we een apart investeringsbudget aan. We houden hierbij voorlopig rekening met een bedrag van gemiddeld € 600.000 per jaar. Dit bedrag voeren we vanaf 2021 als investering op op de meerjarenbegroting.

Ontwikkelingen
Alle facetten die afgelopen jaren zijn besproken, zijn in het beleidsplan opgenomen. Ieder jaar bekijken we de onderhoudsplanning van de wegen opnieuw. En stellen we ze eventueel bij.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte

Beleid

De visie van de gemeente op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte is kernachtig te verwoorden als "veilig, heel, doelmatig en schoon". Deze visie is uitgewerkt in het beheerplan dat het college in 2018 heeft vastgesteld.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel en veilig

Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.

jaarlijks

Bestaande formatie en budgetten

 

Volledige inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).

2020

Bestaande formatie en budgetten

Kwaliteit
In het beheerplan is opgenomen dat elke vijf jaar het volledige areaal door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd wordt. In de tussenliggende jaren voert de eigen dienst inspecties uit. Voor de kunst in de openbare ruimte is ervoor gekozen om de eigen dienst jaarlijks een globale inspectie uit te laten voeren. Het jaarlijks onderhoud (schoonmaken) is hierop afgestemd. De laatste inspectie was in 2015. In 2020 wordt er weer een volledige inspectie uitgevoerd.

Planning
Aan de hand van de jaarlijks uit te voeren schouw, plannen we de onderhouds- en herstelwerkzaamheden in. Afhankelijk van de resultaten van de uit te voeren inspectie in 2020, maken we een meerjaren planning voor het herstellen van de geconstateerde gebreken.

Financieel
In de aanloop naar de begroting 2020 is het beschikbare budget naar beneden bijgesteld. Deze bijstelling zet wel wat druk op de uitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in het vastgestelde beheerplan.  De uitgangspunten "heel, doelmatig en schoon" zullen we opnieuw tegen het licht houden. Aan het uitgangspunt "veilig" doen we geen concessies.

Medio 2018 is de discussie over het eigendom, en daarmee het beheer en onderhoud, van de brug over de Akkermansbeek weer opgelaaid. De brug ligt precies op de grens van Doetinchem en Oude IJsselstreek en was tot de herverdeling wegen in eigendom bij het Rijk. Het beheer en onderhoud zou bij het Waterschap Rijn en IJssel gelegen hebben. Bij de herziening van de waterlegger in 2012 door het Waterschap, is het eigendom, beheer en onderhoud bij de gemeente Oude IJsselstreek terecht gekomen. Hiertegen hebben we destijds bezwaar aangetekend. Na intrekking van het bezwaar is onderling afgesproken dat één en ander uitgezocht zou worden wanneer daar aanleiding toe zou zijn. De brug is inmiddels zo slecht dat deze volledig vernieuwd moet worden. Aanleiding genoeg om de discussie weer op te pakken. Evenals zeven jaar geleden, zullen we nu ook weer insteken op een overname van een brug zonder gebreken.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Openbare verlichting

Beleid
Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol vervult bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.

Uitvoeren beleidsplan Openbare verlichting 2020-2024

Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten)

Vervanging masten en armaturen

Uitvoeren regulier onderhoud

Afhandelen storingen en klachten

Opstellen Vervangingsplan 2021-2024

 

Jaarlijks

Jaarlijks

 2020

Jaarlijks

Jaarlijks

2020

Bestaande budgetten en formatie

Waar mogelijk vanuit de projecten

Volgens Vervangingsplan

Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

 Subdoelstelling

Het vervangen van lampen (en bijbehorende armaturen) met hoog energieverbruik.

Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak

2020

 

2020

 

 Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie

 

Bestaande budgetten en formatie


Kwaliteit
In de periode 2017-2020 moeten we 1100 armaturen en 500 lichtmasten vervangen. Het vervangen zorgt voor daling van veiligheidsrisico’s en uniformiteit van masten en armaturen waardoor een rustig straatbeeld ontstaat.

Financieel
Vanaf 2019 wordt de bestemmingsreserve afgerond en voegen we het extra bedrag van € 150.000 rechtstreeks toe aan het budget voor openbare verlichting.

Ontwikkelingen
De ontwikkelingen op het gebied van LED (Light Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. Doordat de SOX en SON armaturen duur in onderhoud zijn, vervangen we deze in de eerste cyclus van 4 jaar door LED armaturen. Het is de verwachting dat we eind 2020 tussen de 25% en 30% van alle armaturen vervangen hebben door een LED armatuur. Hierbij is het de bedoeling dat alle SOX en SON armaturen dan vervangen zijn. In 2020 stellen we een nieuw vervangingsplan op voor masten en armaturen.

Het dimmen van de openbare verlichting voeren we verder in. Dit scheelt ongeveer 10% energieverbruik op de totale installatie. Het onderhoud van de openbare verlichting voeren we vanaf 2012 gezamenlijk met de gemeenten Montferland en Doetinchem uit. Het onderhoudscontract loopt tot eind 2019. In het laatste kwartaal van 2019 wordt het nieuwe onderhoudscontract 2020-2023 aanbesteed. Net als de voorgaande onderhoudscontracten zit de gemeente Oude IJsselstreek in één perceel met de Gemeente Doetinchem, Doesburg en Montferland.

Risico’s
Ieder jaar testen we masten die 40 jaar of ouder zijn op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgen. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Met de toevoeging van € 150.000 extra budget kunnen we de masten in principe tijdig vervangen . Daarmee blijft het risico beperkt.

Riolering

Beleid
Binnen de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017 - 2020 (vGRP) is opgenomen hoe de gemeente denkt om te gaan met deze drie zorgplichten. Dit bevat:

  • een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater en het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
  • een overzicht van de aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a;
  • een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd; de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten;
  • een overzicht van de financiële gevolgen van het vGRP.

Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn er verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing herzien we jaarlijks en stellen we vast met behulp van een kostendekkingsplan.

Zoals aangegeven verloopt het huidige vGRP in 2021. In 2020 starten we daarom met een herziening van het plan. Dit zal binnen het Afvalwaterteam Etten opgepakt worden. Uitgangspunt hierbij is dat het een gezamenlijk plan wordt, met op bepaalde punten gemeente specifiek beleid. Verder zal het nieuwe plan nog breder van opzet zijn, gezien de onderwerpen rondom klimaatadaptatie. 

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
(Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater)

Uitvoeren vGRP

2017-2020

Bestaande formatie en budgetten

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering

Uitvoeren GRP

jaarlijks

Idem

Voorkomen van “water op straat”

Oplossen knelpunten

Uitvoeren vGRP

jaarlijks

jaarlijks

p.m.

Bestaande formatie en budgetten

Per 2017 is er een nieuw verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vastgesteld met een looptijd van 4 jaar.

Kwaliteit
Door middel van camera-inspecties bepalen we jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, stellen we met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning op.
Samen met de vrijvervalriolering maakt de electro-mechanische riolering (drukriolering) het grootste onderdeel uit van het gehele rioolsysteem. Om ook hier inzicht te krijgen in de kwaliteit is er nog niet zo lang geleden besloten om dit onderdeel ook periodiek te inspecteren. De eerste inspecties bevestigen de verwachte levensduur van bepaalde onderdelen. Aan de hand van de uitgevoerde inspecties stellen we hier ook een vervangingsplan voor op.
Binnen het vGRP is al rekening gehouden met de hierboven genoemde vervangingsplannen.

Planning
Het huidige verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan is herzien per 2017. In 2020 starten we met herziening van dit plan

Financieel
Uitgangspunt is het door de raad vastgestelde Rioleringsplan 2017-2020. Met de vaststelling van dit plan, zijn ook de uitgangspunten voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn:

  • Jaarlijkse stijging van de heffing met 3%;
  • Jaarlijks beoordelen of dit percentage voldoende of juist onvoldoende is voor de dekking van de riooluitgaven;
  • Een acceptabele stand van de voorziening riolering (ca. € 300.000) om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten, stellen we voor de rioolheffing voor 2020 te laten dalen met € 6 per huishouden (van € 237 naar € 231 ). Dit, omdat de stand van de voorziening hoger is dan noodzakelijk.

Ontwikkeling
Dat het klimaat aan het veranderen is, is inmiddels duidelijk. Wat in alle scenario’s naar voren komt zijn hogere temperaturen, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Met name de heftigere buien leveren een uitdaging op. Het traditionele riool kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Hierbij kan gedacht worden aan infiltratie in de bodem, afvoer naar open water of kortdurende bering in de openbare ruimte. Daarnaast moeten we werken aan bewustwording bij inwoners. Zij zullen moeten accepteren dat er door de heftigere buien, vaker water op straat blijft staan. Het nieuwe verbreed GRP 2017 – 2020 speelt nog meer dan het vorige in op de gevolgen van klimaatverandering.

Risico’s
Met de jaarlijkse financiële actualisatie om de hoogte van de rioolheffing te bepalen beperken we eventuele risico’s tot een aanvaardbaar niveau.

Groen, natuur en landschap

Beleid
Voor de groenvoorziening hanteren we in de wijken beeldkwaliteit Basis en in centra beeldkwaliteit Hoog. Dit is conform het vastgesteld beeldkwaliteitsplan van 2016. Uit een laatst gehouden schouw (2018) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel aan de onderkant.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Behoud van groenvoorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau voor een aantrekkelijke groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek

Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

 

Subdoelstelling

 

 

 

Streven naar beeldkwaliteit groen die overeen komt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan

Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

Kwaliteit
Door middel van verschillende jaarlijkse inspecties op groenvoorziening en bomen toetsen we of de vastgestelde beeldkwaliteit en veiligheid behaald wordt.

Financieel
De werkzaamheden voeren we uit binnen de huidige budgetten en formatie. Onzekere financiële factoren zijn:
- nieuwe aanbesteding beheersing onkruid op verhardingen, waarbij (door marktwerking) een toename van de kosten te verwachten is;
- bestrijding eikenprocessierups door landelijk toenemende plaagdruk.

Ontwikkeling
In 2020 ronden we de visie op Natuur, Landschap en (stedelijk) Groen af. Zie ook 1.10.5 Beschermen en ontwikkelen van waarde op gebied van Natuur, Landschap en (stedelijk) Groen.

Risico’s
Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Water

Beleid
Het Waterplan bestaat uit een inventarisatie en een analyse. Dit beleidskader zorgt dat al het water een duidelijke functie heeft voor inwoners, toeristen, bedrijven, natuur en milieu. Het gaat om waterbeleid, waardoor water en watergerelateerde raakvlakken gelijkwaardig zijn aan andere beleidsvelden. Het eindresultaat is een gezonde, "waterrijke" en milieuvriendelijke gemeente. Het plan is in 2009 vastgesteld, en loopt in 2020 af. We bekijken hoe, en in welke vorm, de inhoud van het huidige plan terug kan komen in bijvoorbeeld de omgevingsplannen.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

In 2020, een ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en ruimtelijke samenhang in het water in en om de gemeente Oude IJsselstreek

Uitvoering in overeenstemming met het uitvoeringsprogramma

jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie 

Financieel
De financiële aspecten van het onderdeel water zijn opgenomen in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan.

Ontwikkelingen
Zoals al beschreven in het onderdeel Riolering, is het klimaat aan het veranderen. Deze verandering is niet alleen van invloed op de riolering, maar ook op het watersysteem. Overtollig water uit de kernen dient ook op een verantwoorde wijze verwerkt te worden. Binnen het GRP 2017 - 2020 is hier ook aandacht voor.

Planning
Binnen het GRP 2017 – 2020 is ruimte opgenomen om het beheer en onderhoud van de watergangen meer vorm te geven.

Risico’s
Behoudens beperkte overstromingsrisico’s zijn er geen risico’s bekend.

Speelplaatsen

Speelplekken en -toestellen

Gemeente Oude IJsselstreek kent 104 actieve speelplekken, verspreid over 15 kernen. Op de actieve plekken staan in totaal 587 speeltoestellen.

Kern Aantal speelplekken  Aantal speeltoestellen
Bontebrug 2 7
Breedenbroek 2 10
Etten 5 22
Gendringen 14 99
Heelweg 1 4
Megchelen 2 13
Netterden 1 7
Silvolde 9 59
Sinderen 1 5
Terborg 12 75
Ulft 36 168
Varsselder 2 9
Varsseveld 15 90
Voorst 1 14
Westendorp 1 5
Totaal 104 587


Beleid
Veilig houden van de speelvoorzieningen volgens de WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (= landelijke norm)).

Kwaliteit
Uit de inspectieronden is gebleken dat de toestellen nog wel voldoen aan het WAS, maar verouderd zijn.

Financieel
In het huidige budget is er geen ruimte voor vervanging van speeltoestellen.

Ontwikkeling
Om de huidige speelsituatie, kwaliteit van de speelvoorzieningen en de financiële situatie in kaart te brengen zijn verschillende scenario's uitgewerkt. Aan de hand van deze uitgewerkte scenario's kan een keuze gemaakt worden voor het toekomstige speelbeleid.

Risico’s
Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in het kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.
Op het moment dat een speeltoestel niet meer voldoet aan de WAS verwijderen we deze. We vervangen niet, vanwege het huidige beschikbare budget. Het gevolg is een versobering van speelplekken.

Financieel overzicht

Onderdeel  Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
x1000  Lasten  Baten  Lasten  Baten  Lasten  Baten
Wegen 5.203 228 5.026 78 5.268 78
Kunstwerken 173 172 130
Openbare verlichting 487 59 470 470
Riolering 7.852 8.327 7.901 8.780 7.949 8.288
Groen 2.666 187 3.963 28 4.319 28
Speelplaatsen 14 12 12

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Inleiding

Onder grondbeleid verstaan we alle instrumenten die de gemeente ter beschikking staan om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling - volkshuisvesting - verkeer en vervoer – zorg en welzijn - cultuur, sport en recreatie - economische structuur.
Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Vooral de financiële risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente.

Het bestaande beleid op het gebied van Grondbeleid is opgenomen in de volgende stukken:
- Nota Grondbeleid;
- In bestemmingsplannen;
- Structuurvisie
- Woningbouwprogramma Oude IJsselstreek

Nota grondbeleid
De gemeenteraad heeft in 2016 haar nota grondbeleid vastgesteld. Belangrijk uitgangspunt is dat naast faciliterend grondbeleid de mogelijkheid om actief te verwerven blijft. Daarnaast hebben we als doelstelling vastgoed (inclusief gronden) af te stoten, tenzij deze een bijdrage levert aan het realiseren van beleidsdoelstellingen dan wel de dienstverlening van de gemeente. Naast de reguliere P&C cyclus werken we met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG).

Gronduitgifte
De gemeente heeft, door haar bijdrage aan reductie van woningbouw als gevolg van het woningbouwprogramma, nog slechts enkele vrij uitgeefbare kavels voor woningbouw beschikbaar. Voor de bedrijvenkavels lijkt de economische crisis al weer ver achter ons. Dat komt tot uitdrukking in het verlenen van opties en de verkoop van bouwkavels, vooral in het plan Hofskamp-Oost II in Varsseveld. Al vanaf 2017 constateren we een versnelde uitgifte. Deze heeft zich in 2018 en 2019 doorgezet. En gaat naar verwachting ook in 2020 door.

Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken
Oude IJsselstreek kent geen eigen algemene reserve voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten treffen we voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze moet groot genoeg zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich voordoen. Daarmee kan worden gesteld dat met verwachte nadelige resultaten en financiële risico’s binnen de grondexploitatie in voldoende mate rekening wordt gehouden.

Wijziging in wet en regelgeving

Wijziging in wet- en regelgeving

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen
Op basis van handreikingen toetsten we of en in hoeverre het “grondbedrijf” van de gemeente wordt belast met een afdracht in het kader van de vennootschapsbelasting. Op basis van deze toets is het meest waarschijnlijke scenario nog steeds dat voor het “grondbedrijf” van de gemeente géén afdracht voor de VPB zal plaats vinden. Er is nog geen absolute zekerheid over het ingenomen standpunt van de gemeente Oude IJsselstreek. Een definitief oordeel volgt pas na controle door de belastingdienst. Jaarlijks wordt getoetst of we voldoen aan de gestelde criteria voor de VPB-plicht.

Winstneming
In de Notitie Grondexploitaties uit 2016 is de aanbeveling opgenomen dat volgens het realisatiebeginsel wanneer voldoende zekerheid voor winstnemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Duidelijk is geworden dat dit geïnterpreteerd moet worden als een verplichting tot tussentijdse winstneming wanneer is voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden.

Wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom
Begin februari 2019 heeft de regering het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel voorziet in de integratie van de regels over onteigening, voorkeursrechten, landinrichting, stedelijke herverkaveling en kostenverhaal in de Omgevingswet. De regeling van de grondexploitatie in de omgevingswet bevat enkele vernieuwingen, maar de kern van het stelsel is intact gebleven. Het stelsel van de Omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking.

Uitgangspunten voor kostenverhaal Omgevingswet
Gekozen is voor een herziening van de regeling die ook geschikt is voor gebiedsontwikkelingen met een onzeker eindbeeld en een onzeker tijdsverloop. Het huidige voorliggende wetsvoorstel kent meer flexibiliteit: kostenverhaal zowel geschikt voor actieve grondpolitiek als voor organische ontwikkeling met veel onzekerheden.

Figuur exploitatieplan verdwijnt: kostenverhaalsbeschikking
Als het kostenverhaal niet is verzekerd komt de verplichte publiekrechtelijke regeling in beeld. Het kostenverhaal wordt in de Omgevingswet geïntegreerd in de kerninstrumenten van de Omgevingswet, zoals een omgevingsplan of omgevingsvergunning, of het projectbesluit.

Binnen de mogelijkheden van het voeren van een actief grondbeleid door de gemeente blijft volledig kostenverhaal door gronduitgifte het uitgangspunt.

Toelichting op het exploitatieresultaat van de grondexploitaties

Actualisaties en resultaten grondexploitaties

Actualisatie grondexploitaties

Alle gronden in exploitatie worden eens per jaar (peildatum 31 december) geactualiseerd. Deze actualisatie houdt het volgende in:

    • Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar.
    • Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten.
    • Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen.
    • Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving.
    • Aanpassing van parameters rente, kostenstijging, opbrengstenstijging en disconteringsvoet (voor het bepalen van de netto contante waarde NCW).

Resultaten van gronden in exploitatie

Alle grondexploitaties hebben we geactualiseerd per peildatum 31 december 2018. Dat wil zeggen dat alle kosten van verwerving, bouw- en woonrijp maken en plankosten (investeringen) en opbrengsten en winstnemingen (desinvesteringen) in de boekwaarden zijn verwerkt. Het verwachte resultaat van alle gronden in exploitatie hebben we weergegeven in onderstaande tabel. Daarbij is tevens rekening gehouden met de wijziging van de parameter rente welke door verlaging in 2019 en 2020 van de rekenrente daarop is aangepast.

Verwachte resultaten: 

MPG 2018

MPG 2019

Verschil NCW*

Grondcomplexen project:

NCW* 1-1-2018

NCW* 1-1-2019

(- = nadeel)

60320002 de Rieze V+VI Ulft

-677.520

-543.622

133.898

60320003 Hofskamp-Oost II Vsv

507.918

533.920

26.002

60820002 Hutten-Noord

-190.841

-188.400

2.441

60820003 Centrumplan Ulft

-7.207

-6.498

709

60820004 Slawijkseweg Netterden

0

49

49

60820007 Kromkamp Sinderen

-314.023

-311.881

2.142

* NCW op basis disconteringsvoet

 

 

 

Bouwgronden in exploitatie

-681.673

-516.430

165.241

 

De grondexploitaties hebben per saldo naar verwachting een nadelig resultaat van totaal € 0,51 miljoen (NCW). Het verwacht nadelig resultaat is wel gedaald. Dat heeft vooral te maken met de toename van grondverkopen (minder rentekosten) van voornamelijk bedrijventerreinen, en de rentedaling.

Dit eindresultaat heeft vooralsnog geen invloed op het jaarresultaat van 2020 omdat het nadelig resultaat wordt vereffend met de getroffen verliesvoorziening.

Afsluiting complexen

Naar verwachting kunnen de grondcomplexen voor woningbouw in 2020 worden afgesloten. Of omdat de percelen zijn uitgegeven of omdat op basis van de nota Woningbouwplanning er niet meer gebouwd mag worden.

Grondexploitaties bedrijventerreinen

Bij de exploitatie van de Rieze in Ulft is de verbetering van het verwachte verlies het grootst. Dit grondcomplex heeft door het bijstellen van de uitgifteperiode de langste uitgiftetermijn van 10 jaar, waardoor de invloed van de (verlaagde) rente het grootst is. Voor Hofskamp-Oost 2e fase in Varsseveld wordt een voordelig resultaat verwacht. Deze zal door de verplichte winstneming gedeeltelijk en jaarlijks worden genomen. Hoe groot deze zal zijn hangt af van de gerealiseerde verkopen.

 Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD

De gemeenten Doetinchem, Montferland, Bronckhorst en Oude IJsselstreek werken samen bij de ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen binnen de gemeenten. Specifiek bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark (RBT) in de gemeente Doetinchem en het Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD (EBT) in de gemeente Montferland, waarbij de deelnemende gemeenten risicodragend zijn.

Op 28 februari 2019 hebben de vier Achterhoekse gemeenteraden ingestemd met de uitwerking van de gedachtelijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek (rapport Feijtel).

Eén van de gedachtelijnen in 2018 was dat het noordelijk deel uit exploitatie werd gehaald en financieel gesaneerd. De uitwerking van deze gedachtelijnen betekent voor het A18 BP dat het noordelijk deel in tegenstelling tot de koers van een jaar geleden, toch weer in exploitatie wordt genomen. De reden hiervoor is de toenemende vraag naar (grote) bedrijfskavels, de concrete belangstelling en een daadwerkelijke verkoop op het noordelijk deel. Mogelijk zal de verliesvoorziening voor A18 BP van Doetinchem dan sneller verminderen maar dat is geheel afhankelijk van de verkopen daar. Ondanks veelbelovende en af te wikkelen opties is dit gematigd optimistisch ingeschat

Gevolgen Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (regionale woonagenda)

Met de eind 2016 vastgestelde beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek geeft de gemeente invulling aan de opgave de plancapaciteit terug te dringen. De overcapaciteit aan woningbouwplanning pakken we daarmee aan. Door precisering van de geschatte kosten en verdere planontwikkeling kan met een lagere voorziening worden volstaan.

Verloop verliesvoorzieningen

Per 1 januari 2019 bedroeg het totaal aan de getroffen verliesvoorziening voor woningbouw samen met de gevolgen van de beleidsnotitie woningbouwplanning gemeente Oude IJsselstreek € 0,67 miljoen. Voor de bedrijventerreinen van de gemeente Oude IJsselstreek bedroeg deze bijna € 0,68 miljoen en voor het A18 Bedrijvenpark van Doetinchem, als gevolg van de samenwerking West-Achterhoek, een bedrag van € 1,27 miljoen.

Naar verwachting kan de voorziening voor de woningbouw vanaf 2020 aangewend worden bij de afsluiting en de financiële afwikkeling van de grondcomplexen voor woningbouw. Voor de bedrijventerreinen blijft vooralsnog de verliesvoorziening voor de Rieze in Ulft in stand. Mogelijk blijft de verliesvoorziening voor A18 BP van Doetinchem voor 2020 nog (gedeeltelijk) in stand. Maar dat is geheel afhankelijk van de verkopen daar.

 

Verloop verliesvoorzieningen

Balanswaarde

 01-01-2019

Verwachte

balanswaarde

01-01-2020

De Rieze V + VI Ulft

677.520

543.622

BP A18 Doetinchem samenwerking WA

1.276.912

580.000

Woningbouwplanning Oude IJsselstreek

673.278

667.986

Totaal

2.627.710

1.791.608


Risico’s

Risico’s

Grondexploitaties zijn ramingen van het financiële verloop van ruimtelijke projecten, zoals woningbouwprojecten, bedrijventerreinen en herstructureringsplannen. Met behulp van een risicomodel vertalen we zowel mogelijke positieve als negatieve ontwikkelingen financieel. Voor alle lopende grondexploitaties wordt met behulp van het risicomodel berekend wat het financiële resultaat wordt wanneer de veronderstelde gebeurtenissen zich zouden voordoen.

Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit houden we rekening met het totaal van dit risico. Naast de grondexploitaties zijn er risico’s door woningbouwreductie als gevolg van de Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (regionale woonagenda). En ook als gevolg van de deelname in de ontwikkeling van het regionaal en euregionaal bedrijvenpark.  

Resterende risico's

Resterende risico's

Balanswaarde

 01-01-2019

Verwachte

balanswaarde

01-01-2020 

Regionaal bedrijfsterreinen (RBT/EBT)

64.000

0

Risico’s Woningbouwplanning O IJ (reg. Woonagenda)

940.000

633.783

Resterende risico's grondexploitatie (o.a. bedrijfsterreinen)

1.064.019

1.073.956

Gevolgen weerstandsvermogen

 2.068.019

1.707.739

 

De risico’s binnen de grondexploitatie hebben invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Hiervoor verwijzen we naar de paragraaf weerstandsvermogen.

(Op onderdelen is deze paragraaf Grondbeleid ingekort. Voor een uitgebreide toelichting op alle onderdelen verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid als onderdeel van de jaarrekening 2018)

Behalve dat de resultaten kunnen wijzigen door aanpassing van parameters, nieuwe omstandigheden en inzichten, is het risicoprofiel van de grondcomplexen dynamisch. Bij de tussentijdse beoordeling en duiding van de resultaten zijn de effecten op het saldo en de wijziging in het risicoprofiel in samenhang beschouwd. Immers, een project kan een verbetering op het saldo laten zien en tegelijkertijd een verslechtering in het risicoprofiel. Daarom actualiseren we de risico’s ook jaarlijks.

Per saldo zijn de resterende risico’s van de gemeentelijke grondexploitatie slechts iets toegenomen.
Het risico als gevolge van de beleidsnotitie Woningbouwplanning gemeente Oude IJsselstreek neemt de komende jaren verder af. Met de mogelijkheid om binnen kwalitatieve kaders nog te bouwen neemt het risico van eventuele planschade als gevolg van de Woningbouwplanning daarom ook af.
De risico’s vanuit de samenwerking ontwikkeling bedrijventerreinen BP A18 in Doetinchem en DocksNLD in Montferland nemen als gevolg van de economische opleving en de verwachte verkopen dit jaar geheel af.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente middelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit).

Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie.

Beleid

Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.

 Beleidsuitgangspunten:

  • Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;
  • De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.
  • Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk in tact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;
  • De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;
  • De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

 

Weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigingen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet-benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee.

Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per begin van het boekjaar 2020.

Weerstandscapaciteit  Bedrag
a. Begrotingsruimte (post onvoorzien) 48
b. Algemene reserves 21.685
c. Stille reserves 1.000
Totaal weerstandscapaciteit per 1-1-2020 22.733

Toelichting

A. Begrotingsruimte
Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 1,25 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 50.000 opgenomen.

B. Algemene reserve

Algemene reserve
(x 1.000)
Werkelijke stand
1-1-2019
Begrote stand
1-1-2020
Begrote stand
1-1-2021
Algemene reserve 20.343 21.685 21.484

 

C. Stille reserves
Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met 50% van het verschil tussen de boekwaarde en de actuele WOZ-waarde. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van € 1.000.000.

 

Risico's
Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en het bedrag ten hoogte van de maximale risico. In totaal is het risico voor Oude IJsselstreek berekend op € 5.522.000.

De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) :

Risico's Mate inschatbaarheid Beheersing Financieel gevolg Risico
a. Aansprakelijkheid/eigendom/Bedrijfsvoering        
Schadeclaims Slecht Verminderen 400 40
Eigendommen Slecht Verminderen 450 45
Bedrijfsvoering Slecht Accepteren 800 160
b. Financiële risico's        
Bestuursdwang/proceskosten Slecht Verminderen 300 150
Niet tijdig en in volle omvang behalen van taakstellingen / dekkingsmogelijkheden Redelijk Verminderen 1.200 240
c. Grondexploitatie        
Zie paragraaf grondbeleid Redelijk Accepteren 1.708 1.708
d. Verbonden partijen        
Zie paragraaf verbonden partijen Goed Verminderen 6.091 609
Frictiekosten uittreding Laborijn Slecht Verminderen PM PM
e. Open eind regelingen        
Open eind regelingen Slecht Verminderen 4.000 1.000
f. Garant en borgstellingen        
Garant- en borgstellingen Redelijk Accepteren 82.000 820
g. Overige (externe) factoren        
Overige factoren Slecht Verminderen 3.000 750
Totaal     99.949 5.522

Toelichting categorieën

a. Aansprakelijkheid/ eigendommen /bedrijfsvoering
Dit betreft aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen. Daarnaast hebben we een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging. Daarnaast zijn er een aantal specifieke risico's:

  • Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww.
  • Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders. .
  • Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders. 

b. Financiële risico’s

  • Bestuursdwang en proceskosten
  • Niet tijdig en in volle omvang behalen van taakstellingen / dekkingsmogelijkheden 

 c. Grondexploitatie

  • zie paragraaf “Grondbeleid”

 d. Verbonden partijen

  • zie paragraaf "Verbonden partijen"
  • Frictiekosten uittreding Laborijn

Een bijzonder risico binnen deze categorie betreft het risico op desintegratiekosten voor de gemeenschappelijke regeling Laborijn. De voorgenomen uittreding zal incidenteel tot aanzienlijke kosten leiden, die momenteel nog niet te ramen zijn. Ook de opbouw van een nieuwe organisatie voor de taken die terugkomen naar de gemeente zal frictiekosten geven. Ook deze kosten zijn ten tijde van het opmaken van de begroting nog niet te ramen.

e. Open-einde regelingen

De uitgaven die gemoeid zijn met open-einde regelingen zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk te beïnvloeden door de gemeente omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is. 

  • Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Jeugd, WMO en Participatie)
  • Exploitatiesubsidies
  • Leerlingenvervoer
  • ZIN (Zorg in Natura)

 f. Garant/borgstellingen

  • Het overzicht van de borg-/garantstellingen is opgenomen in de jaarstukken. 

We gaan in 2019 een garantstelling afgeven van € 1,5 mln voor de Anton Tijdink-school. Deze is ten tijde van deze begroting nog niet afgegeven, maar al wel toegevoegd aan de garantstellingen.

g. Overige (externe) factoren

  • Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen.
  • Planschade.
  • Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden.
  • Leges.
  • Hypotheken personeel.
  • Fluctuatie kosten en opbrengsten Afvalscheiding.
  • Uitkering gemeentefonds inclusief Btw- compensatiefonds (BCF).
  • Vennootschapsbelasting (VPB).
  • Omgevingswet.

Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000)

De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Een ratio >2 is uitstekend te noemen.

 

 

beschikbare weerstandscapaciteit

 

22.733

 

 

Weerstandsvermogen

=

------------------------------------------------

=

-----------

=

4.1

 

 

benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

 

5.522

 

 

 

Kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen zijn:

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden)

Het is van belang deze kengetallen in breder perspectief te zien, aangezien deze op zichzelf staand maar een deel van het totale beeld van de gemeentelijke financiën weergeven.

Kengetallen
(x 1.000)

Rekening
2018

Begroting
2019
(stand 1-1)

Begroting
2020
(stand 1-1)
1a Netto schuldquote   117% 133% 128,7%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd 106% 122% 119%
2  Solvabiliteitsratio 16% 14% 16%
3  Grondexploitatie 8% 9% 7%
4  Structurele exploitatieruimte 0% 1% -1.35%
5  Belastingcapaciteit* 101% 102% 102%

* Gebaseerd op het landelijk gemiddelde van € 740 (2019) voor meerpersoonhuishoudens met een koopwoning.
 

Signaleringswaarden

Waarde
Oude IJsselstreek

Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote 128,7% <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote, gecorrigeerd 119% <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio 16% >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie 7% <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte Begroting -1,35% Begr en MJR>0% Begr of MJR >0% Bgr en MJR <0%
Structurele exploitatieruimte MJR 2023 0,4%
Belastingcapaciteit 102% <95% 95-105% >105%
Weerstandsvermogen 410% >100% 80-100% <80%