Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is

Waarom en waartoe

In Oude IJsselstreek is het goed wonen. Het is hier ruim, rustig en groen. Dat willen we zo houden. En waar mogelijk zelfs verbeteren. Om hier invulling aan te geven hebben we drie bestuurlijke opgaven geformuleerd. Deze vormen de kern van dit programma:

  • Duurzaamheid geeft nieuwe energie
  • Implementeren Omgevingswet
  • Flexibel wonen op maat.

Daarnaast omvat dit programma ook een aantal beleidsmatige ontwikkelingen en autonome ontwikkelingen:

  • De beleidsmatige ontwikkelingen dragen bij aan een schone, hele en veilige openbare ruimte
  • De autonome ontwikkelingen betreffen enkele niet direct beïnvloedbare budgettaire wijzigingen op verschillende taakvelden binnen het programma.

Wij zien graag dat mensen in onze gemeente komen wonen. Om dat te bereiken moeten zij zich goed kunnen verplaatsen, mooi wonen, veilig leven, prettig recreëren, etc. Het liefst in een schone en groene omgeving. Dat betekent dat wij willen zorgen voor bijvoorbeeld goed (openbaar) vervoer, ruimte voor ontwikkeling van wonen, voorkomen van wateroverlast en mooie natuur. Zowel binnen de kernen, als in het buitengebied.

In het buitengebied dragen we bij aan voortdurende plattelandsontwikkeling. We zorgen voor de juiste balans tussen natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit, economische bedrijvigheid (met name landbouw) en duurzaamheidsinitiatieven.

Tussen buitengebied en kernen in liggen onze bedrijventerreinen. We blijven ruimte geven voor nieuwe ontwikkeling en doorontwikkeling van deze bedrijventerreinen.

Bijdrage aan opgaven

De grootste uitdagingen in het hierboven omschreven fysieke domein zijn verwoord in drie bestuurlijke opgaven, het hart van dit programma. Met het aanpakken van deze opgaven reageren we op de grootste ontwikkelingen en uitdagingen die op ons af komen. Deze opgaven zijn de volgende:

  • Duurzaamheid geeft nieuwe energie. De bundeling van plannen en ambities om aan toekomstige generaties een leefbare wereld door te geven, en een schone en groene gemeente te zijn.
  • Een visie op onze omgeving. De bundeling van werkzaamheden om op 1 januari 2021 klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
  • Flexibel wonen op maat. De bundeling van werkzaamheden gericht op het toekomstvast, levensloopbestendig en duurzaam maken van ons woningaanbod.

Beleidsmatige ontwikkelingen en autonome ontwikkelingen

Buiten de bestuurlijke opgaven omvat programma 1 een aantal overige beleidsmatige en autonome ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben ook onze aandacht. In 2020 vragen de thema’s water, mobiliteit, afval en landschap, natuur en groen om het stellen van nieuwe kaders. Deze kaders zijn richtinggevend voor de komende jaren.

Leeswijzer

Programma 1 is als volgt opgebouwd:

Programma 1 is als volgt opgebouwd:

  • Bestuurlijke opgaven
    • Doelen en activiteiten
  • Overige onderwerpen
    • Doelen en activiteiten
  • Kosten
  • Beleidsmatige en autonome ontwikkelingen
  • Reguliere taken in dit programma

*1.5: Duurzaamheid geeft nieuwe energie

Waarom?

We willen aan toekomstige generaties een leefbare wereld doorgeven, en een schone en groene gemeente zijn. Om dat te bereiken moeten we klimaatverandering zoveel mogelijk tegengaan, en uitputting van grondstoffen voorkomen. Dat vraagt om een nieuwe blik op hoe we omgaan met energie, hoe we grondstoffen gebruiken en hergebruiken, hoe we produceren en landbouw bedrijven, en hoe we afval weggooien en weer verwerken. Die blik geldt voor ons als gemeente en voor onze inwoners en bedrijven.

Binnen de Regio Achterhoek en op nationaal niveau hebben we daarom al afspraken gemaakt. In 2050 moet Nederland energieneutraal zijn. En wij dus ook. Op nationaal niveau zijn duidelijke afspraken gemaakt in het klimaatakkoord (juni 2019). In het Klimaatakkoord wil Nederland 49% CO2 reductie behalen in 2030 en 95% in 2050.

Graag zijn wij ambitieus. We hebben in de regio afgesproken in 2030 energieneutraal te zijn (exclusief mobiliteit). Ook is in het Akkoord van Groenlo een regionale uitvoeringsagenda vastgelegd die voor ons de voorkeursroute aangeeft. We willen elektriciteit en warmte opwekken, en aardgas en elektriciteit besparen. Daarnaast stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op die niet vrijblijvend is.

In 2050 wil Nederland volledig draaien op herbruikbare grondstoffen en zoveel mogelijk afval vermijden en scheiden. Nationaal zijn daarover afspraken vastgelegd in het Grondstoffenakkoord. Lokaal stimuleren we circulair denken, door het te laten zien en door het voor te doen. Zowel in het bouwen en verbouwen van nieuwe zaken als in het inzamelen, scheiden en verwerken van dat wat we weggooien.

Waar gaan we naartoe?

-1.5.1: Zelf opwekken van electriciteit (duurzame energie).

In 2030 willen we energieneutraal zijn. Om hier te komen moeten we - naast elektriciteit besparen - onder andere zelf hernieuwbare elektriciteit opwekken. De opgave voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit is 185 GWh per jaar. Op dit moment hebben we van deze opgave circa 56% gerealiseerd (uitgaande van realisatie van al vergunde plannen). Dit betekent dat we nog 44% moeten behalen door besparing en omzetting naar groene energie.

Wat gaan we doen?

-1.5.2: Vervanging van aardgas door andere warmtebronnen.

 We gebruiken in onze gemeente circa 50 miljoen m3 aardgas. De afgesproken doelstelling is om in 2030:
- 13 mln m3 aardas te vervangen door andere warmtebronnen.
- 27 mln m3 aardas te besparen (zie hiervoor het doel 'energie, elektriciteit en aardgas besparen').

Op dit moment hebben we ongeveer 81% van de doelstelling behaald (als de realisatie van AgroGas doorgaat). We moeten dus nog 19% realiseren in de komende 10 jaar.

 

Wat gaan we doen?

-1.5.3: We besparen energie, electriciteit en gas.

Om in 2030 energieneutraal te zijn moeten we - naast elektriciteit opwekken en aardgas vervangen - 27 mln m3 aardgas en 41 GWh elektriciteit besparen. De besparing op aardgas is op dit moment 31% (cijfers 2018) van de doelstelling. We moeten nog 69% besparen de komende 10 jaar. De besparing van elektriciteit is op dit moment 37% (cijfers 2018) van de doelstelling. De komende 10 jaar moeten we nog 63% besparen.

 

Wat gaan we doen?

-1.5.4: We dringen het gebruik van originele (primaire) grondstoffen terug en sluiten daarbij aan op landelijke normen.

We stimuleren het hergebruik van grondstoffen en materialen. Bijvoorbeeld door als gemeentelijke organisatie meer circulair in te kopen, circulair te (laten) bouwen en bedrijven te stimuleren een circulaire bedrijfsvoering na te steven. Daarnaast zijn er duidelijke ambities bij het scheiden en hergebruik van het huishoudelijk afval. Voor de afvalscheiding volgen we de landelijke doelstelling van 100 kilo restafval per inwoner per jaar en 90% scheiding van het afval in 2025.

Wat gaan we doen?

*1.7: Een visie op onze omgeving.

Waarom?

De omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking.
Met de Omgevingswet wil de overheid regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen.

Met de nieuwe omgevingswet willen we:

  • de verschillende plannen beter op elkaar afstemmen
  • duurzame projecten stimuleren en
  • gemeenten meer ruimte geven.

Zo ontstaat ruimte voor bedrijven en inwoners en organisaties om met ideeën te komen.

De samenleving verandert
Inwoners en bedrijven hebben vaker initiatieven. Als overheid zijn we verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. De omgevingswet maakt het mogelijk lokale vraagstukken lokaal op te lossen. De gemeente vervult hierin een ‘spin in het web’-functie. Meer keuzevrijheid om op lokaal niveau in te spelen op behoeften van initiatiefnemers en belanghebbenden.

Het is tijd voor een nieuwe visie
Dit is dé kans om vanuit een brede blik niet alleen naar de fysieke omgeving te kijken. Ook leggen we verbindingen met het sociale en economische domein. Daarom noemen we onze omgevingsvisie de Toekomstvisie.

Waar gaan we naartoe?

-1.7.1: Op 1 januari 2021 zijn we voorbereid op de Omgevingswet.

Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Hiervoor treffen we de voorbereidingen.

Wat gaan we doen?

*1.8: Flexibel wonen op maat

Waarom?

Door de veranderende bevolkingssamenstelling (ontgroening en vergrijzing), sluit het woningaanbod in de bestaande voorraad niet goed meer aan bij de vraag. De laatste jaren verandert het aantal inwoners in onze gemeente en de samenstelling van huishoudens. De huishoudens worden kleiner en de woonwensen veranderen. Onderstaand diagram geeft de ontwikkeling van het aantal huishoudens weer. De komende jaren zal het aantal huishoudens nog iets stijgen. Op langere termijn daalt het aantal huishoudens weer waardoor er mogelijk een sloopopgave ontstaat. Particuliere woningeigenaren zijn hiervoor verantwoordelijk.

 

1. Ontwikkeling aantal huishoudens in Oude IJsselstreek (% groei en aantal x 1000)

Bron: CBS

 

Het aanbod past door de veranderende bevolkingssamenstelling niet altijd bij de vraag. Dit vraagt om nieuwe woningen op korte termijn. Zowel nieuwe als bestaande bouw moet meer levensloopgeschikt worden. Dan kan flexibeler op de veranderende vraag ingespeeld worden.

Daarnaast zijn veel (verouderde) woningen niet aantrekkelijk voor starters doordat ze niet voldoen aan de eisen. Verbouwingen kunnen starters niet (meer) meefinancieren. Door gestegen prijzen van koopwoningen en strengere financieringseisen voor de hypotheek zijn koopwoningen vooral voor starters minder toegankelijk. Onderstaand overzicht geeft het aantal woningen per type weer.

 

2. Aantal woningen per type in Oude IJsselstreek

Bron: Klimaatmonitor

 

Woningen moeten levensloopgeschikt worden.
We wonen langer zelfstandig (met ondersteuning) thuis. Het verzorgingshuis is afgeschaft als collectieve huisvesting voor oudere mensen. De drempel voor verpleeghuiszorg is zo hoog gesteld dat alleen erg zieke mensen nog toegang tot die zorg krijgen. Dit geldt niet alleen voor ouderen maar ook voor mensen met een (lichte) beperking. Senioren ervaren belemmeringen om te verhuizen naar een meer passende woning. Uitstelgedrag leidt ertoe dat men pas verhuist als langer in de huidige woning niet meer houdbaar is.

Woningen moeten duurzaam worden.
Alle woningen moeten duurzamer worden. Het gemiddelde energieverbruik per woning ligt in onze gemeente hoog. Woningcorporaties (zoals Wonion) zijn hier hard mee aan de slag. Maar in de particuliere sector gebeurt dit nog te weinig. Zonder verduurzaming te stimuleren, gaan wij onze duurzaamheidsdoelstellingen niet halen. Zie hiervoor ook de opgave over Duurzaamheid. Onderstaande grafieken geven het energie-, electriciteits- en warmtegebruik over de afgelopen jaren weer. 

Waar gaan we naartoe?

-1.8.1: Vraag en aanbod zijn kwantitatief en kwalitatief beter in balans.

Uit recent bevolkingsonderzoek blijkt dat het aantal huishoudens tot 2025 meer toeneemt dan het aantal woningen dat volgens planning wordt gebouwd. Daarom kunnen bovenop de vastgestelde woningbouwplanning mogelijk extra woningen worden gebouwd. Volgens prognoses neemt het aantal huishoudens op termijn af. Dit betekent dat we straks woningen moeten slopen. Hulp van het rijk en de provincie is dan noodzakelijk.

Ook geeft onderzoek aan dat op dit moment binnen de huidige woningvraag sprake is van een dubbele mismatch:

  • Mismatch woningtype en prijssegment
    • tekort aan gelijkvloerse woningen voor senioren en starterswoningen (goedkope rijtjeshuizen)
    • overschot aan vrijstaande koopwoningen
  • Mismatch spreiding over de kernen/clusters
    • in Varsseveld, Gendringen en Silvolde is geen evenwicht tussen de vraag naar nieuwe woningen en het aanbod nieuwbouwplannen
    • in Ulft zijn er meer nieuwbouwplannen dan de berekende behoefte aangeeft; Terborg zit er tussenin
    • in de kleine kernen en het buitengebied is er een overschot aan plannen voor vrijstaande koopwoningen.

Als we kijken naar de huidige planvoorraad worden vooral woningtypen in prijssegmenten gebouwd waar in het grote geheel weinig vraag naar is.

Wat gaan we doen?

-1.8.2: Er zijn voldoende woningen geschikt om flexibel aan te passen aan veranderende behoeften (levensloopbestendige en flexibele woningen).

Levensloopgeschikt wil zeggen dat ouderen niet gedwongen hoeven te verhuizen omdat de woning niet kan worden aangepast. Op termijn moet dit leiden tot minder verhuizingen en woningaanpassingen vanuit de Wmo.

Er komen meer mensen met een zorgbehoefte, terwijl zij zelfstandig moeten blijven wonen. Aan de regietafel Wonen en Zorg is een flinke stijging van zware zorgvraag door ouderen gesignaleerd. Tegelijkertijd dreigt het organiseren van de zorg aan huis vast te lopen door oplopend tekort aan arbeidskrachten in de zorg. Daardoor ontstaat een behoefte aan concentratie van zorgvragers door zorgaanbieders; een beweging tegengesteld aan het langer thuis wonen.

Dit leidt tot het ontstaan van het verzorgingshuis nieuwe stijl. Collectieve/geclusterde huisvesting voor mensen met een zorgvraag en/of die niet meer thuis kunnen wonen, maar nog niet toe zijn aan verpleeghuiszorg. Dit wordt gerealiseerd door aanpassingen van vroegere verzorgingshuizen. Hierbij wordt de woonruimte gezien als extramuraal (financiële scheiding wonen en zorg). De complexen bevinden zich in of nabij een zorginstelling. De Wiz zorg wordt geleverd vanuit het Modulair Pakket Thuis (MPT) of het Volledig Pakket Thuis (VPT). De noodzaak tot opname in het verpleeghuis valt aldus zo goed als weg, omdat de zorginstelling (zeer) nabij is waardoor de zorg ook in zwaardere gevallen extramuraal geleverd blijft.

De gemeente dreigt hierdoor langdurig verantwoordelijk te worden gemaakt voor het leveren van de hulpmiddelen en woningaanpassingen binnen deze complexen. En doordat de zorgvraag daarbij steeds zwaarder wordt, worden ook de gevraagde hulpmiddelen en woningaanpassingen steeds complexer en duurder.

Wat gaan we doen?

Overige onderwerpen binnen programma 1

Waar gaan we naartoe?

-1.10.1: Inwoners voelen zich prettig en veilig in hun eigen woonomgeving.

Onder dit doel valt het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte. We hebben het dan over onze wegen, het groen, speelvoorzieningen, openbare verlichting en ook de riolering. Het komende jaar staat een herziening van het gemeentelijk rioleringsplan op de planning. 

Wat gaan we doen?

-1.10.2: Onze gemeente is over de weg en met openbaar vervoer goed bereikbaar

Het verbeteren van de bereikbaarheid is essentieel voor de economische ontwikkeling van de gemeente en de regio. Daarnaast stelt een goede mobiliteit onze inwoners in staat om deel te (blijven) nemen aan de samenleving. Daarom willen we de bereikbaarheid en mobiliteit op verschillende manieren optimaliseren door verbetering in de weginfrastructuur, kwaliteitsverbetering openbaar vervoer, efficiënt doelgroepenvervoer en het experimenteren met kleinschalige vervoersoplossingen.

Wat gaan we doen?

-1.10.3: Een aantrekkelijk, leefbaar en (economisch) vitaal buitengebied behouden en waar mogelijk versterken.

De afgelopen decennia neemt het aantal agrarische bedrijven gestaag af. De “blijvers” groeien in omvang en tegelijkertijd neemt de diversiteit aan functies in het buitengebied toe. Ontwikkelingen zoals de stikstofproblematiek (PAS) en het op handen zijnde klimaatakkoord hebben verstrekkende gevolgen voor de landbouwsector en daarmee (nog meer nog dan voorheen) ook voor de toekomst van ons buitengebied. Dit vraagt om een integrale visie op een vitaal en leefbaar platteland.

Wat gaan we doen?

-1.10.4: Het kerngebied binnen onze gemeente versterken.

Langs de Oude IJssel is door de eeuwen heen een concentratie aan stedelijke en landelijke functies ontstaan. Versterking van natuur- en landschapswaarden, beleving van de Oude IJssel en A-Strang (R&T) en onderscheidende woonvormen als “water-wonen” vragen om een integrale visie op het stroomgebied van de Oude IJssel. We hebben (mede ter uitvoering van de raadsmotie) het initiatief genomen om een vervolg te geven aan de Visie Oude IJssel zône. Zowel voor de grensoverschrijdende verkenningen die worden opgepakt, als voor onszelf om inzicht te hebben welke opgaven en kansen er binnen onze gemeente langs de Oude IJssel en A-Strang liggen, is het van belang om dit samenhangend in beeld te brengen.

Wat gaan we doen?

-1.10.5: Beschermen en ontwikkelen van waarden op gebied van natuur, landschap en (stedelijk) groen.

Het ontwikkelen van een actueel beleidskader op natuur, landschap en (stedelijk) groen zorgt in de toekomst voor duidelijke kaders. Dit beleidskader komt tot stand in samenwerking met betrokken partijen, organisaties en inwoners. Het doel van dit kader is inzicht verkrijgen in waarden op gebied van natuur, landschap en (stedelijk) groen en maatregelen te treffen om deze te beschermen en waar mogelijk te versterken .

Wat gaan we doen?

Wat kost het?

Beleidsmatige ontwikkelingen.

Hierna staan de belangrijkste afwijkingen voor het jaar 2020 toegelicht.

LASTEN

MJOP                                                               130.000 N
De doorrekening van de meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s) is gereed. Op basis van het gekozen niveau is een verhoging van het budget nodig.
Het hier gepresenteerde nadeel is inclusief een reserve dekking taakveld 0.10 programma 6.

Groen / onkruidbestrijding                      100.000 N
In 2016 hebben we een zeer gunstige aanbesteding gehad voor de onkruidbestrijding op verhardingen. Voor de, door de raad vastgestelde, gevraagde beeldkwaliteit Basis hebben we de afgelopen jaren 6 ct / m2 betaald. Jaarlijks waren hiermee ongeveer € 100.000 kwijt. De huidige marktprijzen zijn inmiddels verdubbeld. Om de beeldkwaliteit op het niveau basis te houden is aanvullend € 100.000 benodigd. Hierbij doen we een concessie ten aanzien van de beeldkwaliteit voor de centra en toegangswegen, die op dit moment op kwaliteitsniveau Hoog worden gehouden.

BTW doorrekening                                     165.000 V
De BTW was voor deze begrotingsperiode niet volledig doorgerekend in de rioolheffing.

Taskforces verminderen                             60.000 V         
Het is mogelijk om de toename van het budget voor taskforces de komende jaren te verminderen / temporiseren door meer met eigen inzet te doen en in gezamenlijkheid met andere partijen.

Civiel technische kunstwerken               42.000 V
Veel achterstallig onderhoud is de afgelopen jaren ingelopen. Vanaf 2020 wordt structureel volstaan met een budget van € 125.000 dus een besparing van € 42.000.

Onderhoud wegen                                       100.000 V
Betreft een besparing op het onderhoud aan wegen die minder intensief gebruikt worden en minder onderhoudsgevoelig zijn. Dit zijn vooral de wegen met een elementenverharding. Het effect van deze besparing is dat het kwaliteitsniveau van de elementenverharding uiteindelijk van Hoog naar Basis gaat. Hiermee wijken we niet af van het recentelijk vastgestelde beleidsplan Wegen, dat als uitgangspunt kwaliteitsniveau Basis kent voor alle wegen. Via de tweejaarlijkse monitoring houden we de kwaliteit in de gaten. Op de lange termijn is de kans aanwezig dat het kwaliteitsniveau van de elementverharding naar niveau Laag gaat. Hiermee wijken we dan wel af van het vastgestelde beleidsplan Wegen.

Plattelandsontwikkeling                           40.000 N
Voor het maken van een integrale visie op een vitaal en leefbaar platteland hebben we voor 2020 incidenteel een werkbudget nodig. Zie ook 1.10.3

Duurzaamheid (1 loket woonadvies)   40.000 V          
De pilot 1 loket woonadvies loopt op dit moment regionaal een aantal activiteiten op dit gebied, waarbij wordt gekeken of en hoe daarbij kan worden aangesloten bij bestaande structuren. Voorstel is af te wachten wat hiervan het resultaat is en vooralsnog niet zelf te starten met deze pilot.

 

BATEN

Extra huurinkomsten keurkamer            32.000 V
De Keurkamer is de komende jaren verhuurd, dit levert extra huurinkomsten op.

Bouwleges                                                          80.000 V
De opbrengsten uit bouwleges zijn de afgelopen jaren hoger, door de gunstigere economie. We schatten € 40.000 aan extra inkomsten voor de komende jaren als reëel. Aanvullend hierop schatten we voor 2020 en 2021 een aanvullende opbrengst van respectievelijk € 40.000 en € 20.000 in. De opbrengsten uit leges zijn en blijven wel afhankelijk van het aantal aanvragen, waardoor de inkomsten per jaar kunnen verschillen. Daarnaast worden in 2021 de Omgevingswet en de Wet Private Kwaliteitsborging van kracht. Eén van de gevolgen hiervan is een afname van de legesopbrengsten. Welke omvang deze afname zal hebben wordt nu onderzocht en uitgewerkt in scenario’s.

Grond- en vastgoedverkopen                     250.000 V
De opbrengst van extra grond- en vastgoedverkopen worden ingeschat op € 250.000 in 2020 en jaarlijks € 35.000 vanaf 2021.

Autonome ontwikkelingen.

De grootste afwijkingen worden hier benoemd. Het grootste deel van de autonome afwijkingen betreffen de afwijkingen in de kapitaallasten en doorbelasting. Deze worden niet meer apart benoemd.

Verkeer vervoer / bermen                                  44.000 V
Dit budget was nodig voor het onderhoud aan de bermen door derden (verschralen en afreien van de bermen). Door aanschaf van materieel (hydraulische kraan) en vervanging van personeel wordt het onderhoud nu in eigen beheer gedaan (buitendienst). Hierdoor kan dit budget voor uitbesteed werk komen te vervallen.

Groenvoorziening                                                 30.000 N
De bestrijding van de eikenprocessierups kost jaarlijks € 30.000 extra.

 

Wat zijn onze reguliere taken in dit programma.