Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is

Opgave Flexibel wonen op maat

Coalitieprogramma

Het coalitieprogramma stelt vast dat er de laatste jaren veel is veranderd op de woningmarkt. Het aantal inwoners in onze gemeente en de samenstelling ervan verandert (ontgroening en vergrijzing). Hierdoor raken vraag en aanbod op het gebied van woonruimte in onbalans. We willen vraag en aanbod kwantitatief en kwalitatief weer in balans brengen; de woningen zijn geschikt om flexibel in te spelen op en aan te passen aan veranderende behoeften. Voor onze huidige en nieuwe inwoners zijn er geschikte, betaalbare en duurzame woningen. Er is zo weinig mogelijk leegstand van woningen. Er is maximale ruimte voor de aanpassing naar (flexibele) woonvormen binnen de bestaande woningvoorraad. De opgave voor de komende jaren sluit hier op aan.

Op basis van de meest recente cijfers blijkt dat de krimp op een later moment inzet, namelijk pas vanaf 2028 in plaats van 2025. Ook stijgt het aantal huishoudens nog steeds. Daarnaast laat de economie, met name de industrie, een stijgende lijn zien. Dat geeft aanleiding te verwachten dat de vraag naar woningen door mensen van buiten deze gemeente gaat toenemen. Om al deze redenen voeren we een flexibel woonbeleid, gericht op mogelijkheden, kansen en nieuwe initiatieven.

Wat hebben we tot dusver bereikt
We lopen voorop in het regionale traject naar een flexibeler bouwbeleid.  Zo zorgen we ervoor dat we gezamenlijk beter kunnen inspelen op actualiteit, behoefte en nieuwe initiatieven. We hebben veel meer aanvragen ontvangen voor een duurzaamheidslening dan verwacht. Het aantal aanvragen per maand in 2019 ligt nu al hoger dan het maandgemiddelde in heel 2018.  We zijn trots op de inzet van de inwoners van onze kleine kernen, die gezamenlijk de problemen aanpakken rondom het wonen in kleine kernen. Hierbij hebben wij als gemeente een sterke faciliterende rol gehad, met succes in Breedenbroek en Heelweg.

Ontwikkelingen
We blijven inzetten op flexibelere vormen van wonen. De later inzettende krimp geeft mogelijkheden, die we moeten benutten. Kwaliteit gaat boven aantallen. We kijken daarbij eerst naar inbreiding binnen de kernen. Zoals leegstaande panden, scholen of andere locaties. Pas als dat niet lukt, kijken we naar de rand van de kernen. We blijven focussen op levensloopbestendig bouwen.

We willen de duurzaamheidsleningen uitbreiden naar een Toekomstbestendig Wonen Lening, waarbij de provincie voor 50% cofinanciert. Hiermee ontstaat een lening met ‘alles onder 1 dak’.

Dit is echter niet voldoende om aan de vraag te voldoen. Daarom willen we de komende jaren het budget voor leningen verhogen met 2,5 mln euro. Gezien het revolverend karakter (het geld wordt terugbetaald) heeft dit op termijn geen effect op onze exploitatie en leningenportefeuille.

Mogelijkheden

  • De pilot ‘Eén loket woonadvies’ kunnen we voorlopig uitstellen. In plaats van één centraal loket voor woonadvies, zetten we in op heldere communicatie naar inwoners, waar deze van ons gevraagd wordt. Dit levert een besparing op van € 40.000,-.
  • De start van de ‘Taskforce Wonen en Zorg’ en vervolgens van nieuwe Taskforces stellen we niet uit, maar de inzet matigen we. De kosten worden daarmee gehalveerd en dat bespaart ongeveer € 60.000,- in 2020.
  • Het budget ‘Revitaliseringsfonds/ Investeringsfonds Creatieve Woonoplossingen’ kan anders. Dit budget was een combinatie van Revitaliseringsfonds en een ‘Investeringsfonds voor creatieve woonoplossingen’. Het eerste deel kan zonder grote bezwaren worden uitgesteld, omdat de krimp later inzet. Eerst afspraken met de provincie en andere partijen maken en pas daarna bepalen of er een bijdrage vanuit de gemeente nodig is. Het Investeringsfonds Creatieve Woonoplossingen, het tweede deel, wél handhaven om zo ontwikkelingen mogelijk te maken die aansluiten bij de woonbehoeften. Bij elkaar levert dit een besparing van ongeveer € 200.000 op vanaf 2021.

 

Opgave Duurzaamheid geeft nieuwe energie

Coalitieprogramma
In het coalitieprogramma wordt opgemerkt dat op grond van internationale afspraken en klimaatdoelen, Nederland in 2050 nagenoeg energieneutraal moet zijn. Voor onze regio is het akkoord van Groenlo gesloten. Dit akkoord bevat de doelstelling om energieneutraal te zijn in 2030. Om deze doelstelling te realiseren is een forse inzet op verduurzaming noodzakelijk, zodat we ook aan toekomstige generaties een leefbare wereld doorgeven en een schone en groene gemeente blijven.

Iedereen herkent de noodzaak en is zich bewust wat hij/zij kan bijdragen aan verduurzaming. We streven naar 90% afvalscheiding. Over 4 jaar gebruiken 500 bestaande particuliere woningen 30% minder energie. Alle nieuwbouwplannen zijn vanaf 2019, zoveel als mogelijk, energieneutraal. Vanwege de voorbeeldfunctie van onze gemeente, kopen we zoveel mogelijk duurzaam en circulair in.

De opgave voor de komende jaren sluit hier goeddeels op aan, waarbij moet worden opgemerkt dat we kiezen voor borging en consolidatie van het behaalde afvalscheidingspercentage van 75% (was voorzien voor 2020) alvorens door te stoten naar de uiteindelijke ambitie van 90%.

 

Wat hebben we tot dusver bereikt
Duurzaamheid delen we op in energietransitie en circulaire economie. Op beide terreinen zijn vorderingen gemaakt.

We lopen we qua opwekking van duurzame energie voorop binnen de Achterhoek. Er is een windpark gerealiseerd en twee plannen (wind Den Tol en AGroGas) zijn planologisch afgerond en worden binnenkort gerealiseerd.  Het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking’ (2019)  zal voor een versnelling  zorgen van de duurzame energie opwekking, met name door zonneparken. Op het gebied van energiebesparing, aardgas en elektriciteit, scoren we gemiddeld tot goed. We stimuleren inwoners en bedrijven energie te besparen. In 2019 wordt meer aandacht gegeven aan energie efficiëntie bij bedrijven.

Circulaire economie heeft duidelijk een plek veroverd in het gemeentelijke beleid. Gaat energietransitie over de overgang van fossiele naar hernieuwbare energie, circulaire economie gaat over het verstandig omgaan en hergebruiken van grondstoffen.

De gemeente kijkt meer dan voorheen door de ‘grondstoffenbril’. We geven zelf het voorbeeld door steeds meer circulair in te kopen. We steunen actief en passief circulaire initiatieven in de samenleving en we vergroten de kennis rond circulariteit. Voorbeelden zijn de deelname aan de circulaire vernieuwing van de Heuvelstraat met Wonion in Silvolde, het oprichten van een regionale grondstoffenbank en het onderzoek naar de mogelijkheden van een circulaire milieustraat.

Het beter scheiden van onze huishoudelijke afval is ook onderdeel van een circulaire economie. De gescheiden afvalstromen kunnen als grondstoffen hergebruikt worden. De gemeente heeft grote stappen gezet in het VANG-programma en heeft het doel van 75% afvalscheiding reeds gehaald. Oorspronkelijk lag dit doel in 2020.

 

Ontwikkelingen

Energietransitie
Een belangrijke ambitie is om energieneutraal te worden in 2030. Dit is een stevige ambitie. We hebben relatief veel projecten lopen, die ook succesvol zijn. Dit is echter niet voldoende, als we doorgaan in het huidige tempo halen we de ambitie om energieneutraal te worden in 2030 niet.

Er komt landelijk veel op ons af, al is veel nog onduidelijk. Het is wachten op het definitieve Klimaatakkoord en consequenties hiervan voor de gemeenten. Ondertussen wordt er wel gewerkt aan een aantal zaken. Zo heeft de regio de opdracht van het Rijk een Regionale Energie Strategie (RES) op te stellen. De gemeenten moeten van het Rijk in 2021 een Warmtetransitievisie hebben. Hierin moet de gemeente vastleggen op welke manier we van het aardgas af gaan. Dit proces moet in 2050 afgerond zijn. De provincie neemt hierin het voortouw en doet veel inventarisatiewerk voor de gemeenten. Regionaal is er een werkgroep die dit begeleidt.

De energietransitie vergt veel investeringen. We doen dit uiteraard niet allemaal zelf. We zijn sterk afhankelijk van ontwikkelingen in de markt, ontwikkelingen in de landelijke politiek en initiatieven van ondernemers.

De gemeentelijke  duurzaamheidsleningen blijken een goed middel te zijn om inwoners te stimuleren hun huis te verduurzamen. Deze leningen kunnen we uitbreiden naar Toekomstbestendig Wonen Leningen, in samenwerking met de provincie. Zie voor nadere toelichting onder opgave ‘Flexibel wonen’.  Ook de ‘asbesttrein rijdt’. De asbesttrein is een Achterhoeks samenwerkingsverband dat inwoners helpt om vervroegd hun asbestdaken te verwijderen. De gemeente faciliteert hierbij. Eventueel kunnen we in de Toekomstbestendig Wonen Lening ook beperkte mogelijkheden opnemen voor asbestsanering.

Het Akkoord van Groenlo is ambitieuzer dan hetgeen het Rijk voorschrijft. We kunnen onze ambitie temporiseren naar het niveau van het Rijk. We verliezen dan echter het momentum en de positieve ‘flow’ waar we nu in zitten. Hierop bezuinigen zou teruggang betekenen; dan  wordt de haalbaarheid van de ambitie nog moeilijker. Door activiteiten te bundelen en door ons te houden aan de prioritering vanuit de duurzaamheidsagenda, verwachten we de positieve lijn door te zetten binnen de huidige middelen en inzet.

We hebben een programma voor de verduurzaming van bedrijven van ‘Achterhoek onderneemt duurzaam’. Dit is in samenwerking met het SIKA en VIV/IBOY. Het programma heeft cofinanciering van de provincie. Adviseurs ondersteunen ondernemers om hun bedrijf in de toekomst duurzaam en circulair in te richten. Het budget voor dit programma kunnen we verlagen met € 20.000 in 2020. Dit betekent wel dat er 25% minder bedrijven kunnen deelnemen.

Circulaire economie

We gaan verder met ons speerpunt ‘circulaire economie’. We kopen steeds meer circulair in. We blijven initiatieven ondersteunen. De kwaliteit van de afvalscheiding zal extra aandacht krijgen en we onderzoeken de mogelijkheden van een milieustraat. We oriënteren ons op de deelname aan ‘Circulair Varsseveld’ en gaan hier mogelijk een pilot houden om een wijk aardgas vrij te maken.

We hebben interesse om mee te doen aan het programma Circulair Varsseveld en Wijk Van De Toekomst. Het gaat om innovatieve bedrijven die circulaire producten hebben, die in de praktijk uitgerold kunnen worden. Daarnaast is er een pilot om een wijk van het aardgas af te koppelen. Hiervoor zijn wellicht extra investeringen nodig; indien dit aan de orde is, komen we hier met de begroting op terug.

 Door uitvoering van het huidige grondstoffenplan (afvalbeleidsplan) hebben we met de afvalscheiding een percentage van 75%  behaald. Ons uiteindelijke doel is een afvalscheidings-percentage van 90% in 2025.

 

Opgave Een visie op onze omgeving

Coalitieprogramma

Met de Omgevingswet wil de rijksoverheid regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De Omgevingswet moet gemeenten in staat stellen ruimtelijk beleid beter af te stemmen op eigen behoeften en inzichten. Het opstellen van een Omgevingsvisie is een wettelijke taak die hieruit voortkomt. Een Toekomstvisie kan breder zijn dan regelgeving op het gebied van bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur, en zich ook uitstrekken tot in het sociale en economische domein. In de Oude IJsselstreek is gekozen voor de brede benadering, reden om te spreken van een Toekomstvisie.

De Omgevingswet bundelt en moderniseert in 1 wet alle wetten voor de leefomgeving. Denk hierbij aan wetten voor onder meer bouwen, milieu, water  en ruimtelijke ordening. Op 1 januari 2021 treedt de wet in werking, waarbij veel beleidsruimte wordt gedecentraliseerd. Dit betekent dat er op het gebied van regelgeving en beleid, ICT, en organisatie-inrichting veel verandert.

Instrumenten van de Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet verplicht ons als gemeente tot het beschikken over en inzetten van een aantal instrumenten:

  • Toekomstvisie. Het richtinggevende en kader stellende document van de Omgevingswet, opgesteld in opdracht van en vastgesteld door de gemeenteraad.
  • Omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied.
  • Omgevingsprogramma(‘s). De gemeente kan in het programma het beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving uitwerken.
  • Omgevingsvergunning. Rijk, provincie, gemeente en waterschap stellen vergunningplichtige activiteiten vast. Hiervoor moet een omgevingsvergunning aangevraagd worden.

 Wat hebben we tot dusver bereikt
Naar verwachting wordt in het najaar van 2019 de Toekomstvisie vastgesteld. Het vaststellen van de Toekomstvisie is een belangrijke stap op weg naar een zorgvuldige en complete implementatie van de Omgevingswet. Deze stap is des te belangrijker omdat hierin een participatief traject met honderden inwoners is gevolgd. 
Ook is een grote slag gemaakt op weg naar het Omgevingsplan dat in 2019 wordt opgesteld. Binnen het deelproject Omgevingsplan stellen we een veegverordening op, waarin alle (delen van) verordeningen met betrekking tot het fysieke domein worden gebundeld. Hierbij maken we in één moeite door een vernieuwings- en kwaliteitsslag.

Ontwikkelingen
Dat neemt niet weg dat er nog een aanzienlijk uitdaging ligt voor 2020. Na de verordeningen moeten de bestemmingsplannen en het omgevingsbeleid opgenomen worden in het Omgevingsplan. Dit moeten we vervolgens toepasbaar maken voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Een enorme opgave. Daarnaast moet voor de aansluiting op het DSO en ICT nog een grote slag gemaakt worden. Beide uitdagingen worden bemoeilijkt doordat er vanuit de wetgever, VNG en leveranciers nog geen heldere standaardoplossingen worden geboden.


Hoewel minder verplicht is het essentieel dat we in 2020 starten met het vaststellen van Omgevingswaardes (doelen/normen) en het ontwikkelen van Omgevingsprogramma’s die naar deze waardes toewerken.

Plan voor 2020
We hebben een goede positie in de implementatie van de Omgevingswet in vergelijking met gemeentes om ons heen. Deze positie willen we vasthouden door het huidige tempo te blijven voeren. Hiermee voldoen we ook aan de opdracht van de raad om het innoverende niveau van implementatie te kiezen. Om een impuls te geven aan verandering van mindset die nodig is voor het werken met de Omgevingswet willen we dat doen met eigen mensen, en daarbij aansluiting zoeken bij de reeds bestaande organisatieontwikkeling.

In theorie kunnen we over de hele linie van de implementatie temporiseren. De potentiële problemen die daardoor aan de achterkant ontstaan, met name wanneer wij op gebied van Omgevingsplan en DSO slecht voorbereid zijn, zijn echter vele malen groter dan de theoretische besparing aan de voorkant.

 

Overige onderwerpen programma 1

Plattelandsontwikkeling
De Raad heeft Plattelandsontwikkeling als speerpunt benoemd. De opgaven op dit terrein zijn groot. Het beleid heeft vele raakvlakken met andere thema’s, waaronder leefbaarheid, waterbeheer, toerisme en landbouwbeleid. De exploitatiebudgetten specifiek voor plattelandsontwikkeling zijn redelijk beperkt. We maken vooral gebruik van de kruisbestuivingen met de andere thema’s. Afhankelijk van de ambities, ook in combinatie met de andere thema’s, willen we bezien wat en hoe we hier verder uitvoering aan geven. Onze rol hierin is vooral faciliteren en stimuleren. Om ons heen zijn andere partijen en overheden er mee bezig. We zien het als een belangrijke taak om hier actief in te participeren. Waarbij we slim gebruik maken van bijvoorbeeld Leadermiddelen, zodat we met een klein budget goede impulsen kunnen geven.

Dit jaar hebben we bijvoorbeeld een bijdrage gegeven aan de Plattelandskaart. De vraag hiervoor kwam uit de samenleving. De raad geeft aan nog verder te willen versnellen. Als die versnelling plaats moet vinden, is de vraag hoe en of we dat kunnen bewerkstelligen binnen de beperkte middelen die wij hebben. 

Wegen en openbare verlichting
Het nieuwe wegenbeleidsplan is net vastgesteld. We hebben op dit moment een goede basis. Conform het wegenbeleidsplan kunnen we het doen met het beschikbare budget van 1,58 mln euro per jaar. Dit is zonder vervanging en reconstructies, waarvoor een apart investeringsbudget nodig is. Conform de regels van de BBV mogen we dit soort kosten niet meer uit het onderhoudsbudget halen.

Op basis van het meerjarenplan, moeten we qua vervanging en reconstructie vooral aan de slag met asfaltwegen binnen de bebouwde kom. Om het volledige meerjarenplan uit te voeren is de komende jaren per jaar ruim 1,5 mln euro aan investering nodig. We zoeken hierin de aansluiting met riolering. Waar het riool ook vervangen moet worden, kunnen we een deel van de kosten dekken uit het rioleringsfonds. In de huidige begroting is voor 2021 en 2022 € 750.000,- aan investeringen gereserveerd. Wij stellen voor ook in 2023 een bedrag van € 750.000,- te reserveren voor wegen. Elk jaar schouwen we het niveau van onderhoud van wegen op niveau basis. Over 2 jaar evalueren we opnieuw en passen het meerjarenplan aan waar nodig. Mogelijk moet het investeringsbedrag daarna nog worden bijgesteld, afhankelijk van het verloop van de uitvoering van het meerjarenplan en de mate waarin we kunnen combineren met werkzaamheden aan het riool.

De vervanging van licht door LED in de openbare verlichting begint langzaam een energiereductie op te leveren (nu 7%).

Meerjarenonderhoudsplanning gemeentelijke gebouwen (MJOP)
De doorrekening van de Meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s) door een extern bureau is gereed. De ervaring leert dat de MJOP’s door deze bureaus ‘veilig’ worden begroot, zowel qua kosten als qua planning. We maken op basis hiervan de vertaalslag naar onze begroting. De uitersten zijn dan om alles (inclusief de planning) over te nemen, waarbij de jaarlijkse dotatie fors om hoog zal gaan of om geheel geen verhoging van het budget in de begroting op te nemen, met het risico dat er zo nu en dan een overschrijding van het budget optreedt. We kiezen voor de tussenweg, waarbij nog enkele panden worden verkocht dan wel gesloopt. In dergelijke gevallen hoeft geen budget voor onderhoud meer gereserveerd te worden en kan volstaan worden met een verhoging van de jaarlijkse dotatie van € 130.000.

ODA

De ODA (Omgevingsdienst Achterhoek) geeft aan dat zij tekorten heeft op de exploitatie. De huidige bijdrage voor deze Gemeenschappelijke Rekening is onvoldoende. Het tekort over 2019 is € 108.000,. Volgend jaar loopt dit op tot structureel ongeveer € 130.000,-. De huidige lijn van het college is om verhogingen niet zonder meer te accepteren. We zijn echter afhankelijk van het uiteindelijke besluit van het Algemeen Bestuur van de betreffende GR, of de gevraagde extra budgetten in de eigen GR worden opgevangen/ dan wel keuzes in eigen organisatie worden gemaakt.

Riolering

De uitvoering van de riolering is kostendekkend via de rioolheffing. Jaarlijks bepalen we de rioolheffing op basis van de hoogte van het rioolfonds en de geplande uitgaven.

In 2020 maken we een nieuw Gemeentelijk Riolering Plan (GRP). Een belangrijk onderdeel hierin is de klimaatadaptatie. Wat vindt de gemeente acceptabel aan risico voor bijvoorbeeld wateroverlast? We zijn hierover voortdurend in gesprek met onder andere Montferland, Doetinchem en het Waterschap.

De rioolwerkzaamheden voeren we in nauwe samenhang met het Wegenbeleidsplan uit.

Verkeer
De verkeersvraagstukken zijn onder te verdelen in opgaven op lokaal en op regionaal niveau. Lokaal ligt de focus op verkeersveiligheid en leefbaarheid. Het huidige Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan is sterk gedateerd. Deze actualiseren we, zodat we gericht effectieve investeringen kunnen doen de komende jaren. Tegelijkertijd biedt de actualisatie de kans om lokale verkeersvraagstukken integraal op te pakken in samenhang met wegbeheer en landschapsontwikkeling.

Daarnaast hebben we aandacht voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Dit raakt ook het Sociaal Domein ten aanzien van het WMO-vervoer. Door te investeren (in samenwerking met de provincie) in bijvoorbeeld de toegankelijkheid van de bushaltes, kunnen meer mensen met het reguliere openbaar vervoer reizen. Dit levert een besparing op binnen het WMO-vervoer (via ZOOV). Dit vraagt wel om een investering vooraf. Hiervoor maken we een plan van aanpak, waarna we kunnen inschatten wat voor investering nodig is.

Regionaal werken we vooral aan een betere bereikbaarheid, maar ook aan opgaven zoals slim personenvervoer en verbetering van het OV- en fietsnetwerk. We nemen deel aan de verschillende regionale structuren, zoals de Thematafel Mobiliteit en Bereikbaarheid.  Veel regionale projecten bevinden zich nog in de fase van verkenning/onderzoek, waardoor de eerstvolgende jaren geen grote investeringen worden verwacht.

 Groen en spelen

In 2019 komt er een nieuw Groenbeleidsplan, waarvan de uitvoering vanaf 2020 start. In het algemeen zijn de kosten met name in de bestrijding van bijvoorbeeld de eikenprocessierups en duizendknoop steeds hoger. Door kritisch om te gaan met de budgetten en hierin keuzes te maken, verwachten we met de budgetten net uit te kunnen komen. Wat betreft speelruimte maken we voorlopig een pas op de plaats. Hoewel er de komende jaren nieuwe woningen bij zullen komen, is dat naar verwachting niet in de vorm van grote nieuwbouw wijken. Traditioneel werden in deze wijken altijd veel kinderen geboren. Op termijn willen we daarom overgaan op een aanpak waarbij in elke kern minstens één goede, centrale speelplek aanwezig is. Zo kunnen ook in de wat verouderde wijken met minder jonge kinderen goede speelvoorzieningen aanwezig zijn.

 Afval

De kosten voor afvalinzameling zijn kostendekkend vanuit de afvalstoffenheffing (net als riool). Onze doelen ten aanzien van het scheiden van afval lopen goed.

Het inzamelen van grof huishoudelijk afval is nog een aandachtspunt. In september 2019 bespreken we de verschillende mogelijkheden voor het realiseren van een milieustraat met de raad. Eén van de mogelijkheden is het realiseren van een circulaire milieustraat. Afhankelijk van het besluit dat hierover wordt genomen, worden de financiële effecten via de afvalstoffenheffing budgettair neutraal meegenomen in de begroting.

 Mogelijkheden

  • Het budget voor civieltechnische kunstwerken kan verlaagd worden. Veel achterstallig onderhoud is de afgelopen jaren ingelopen. Ook in 2019 doen we nog veel. We moeten deze verplichtingen nakomen. Voor 2019 komt de besparing daarmee uit op € 17.000. De jaren erna volstaan we structureel met een budget van € 125.000.  Dat is een besparing van € 42.000.
  • De opbrengsten uit bouwleges zijn de afgelopen jaren wat hoger, door de gunstigere economie. In elk geval is € 40.000 aan extra inkomsten de komende jaren reëel in te schatten. De opbrengsten uit leges zijn afhankelijk van het aantal aanvragen, waardoor de inkomsten per jaar kunnen verschillen.
  • De Keurkamer is voor meerdere jaren verhuurd, wat huuropbrengsten oplevert (€ 32.000 per jaar).
  • De resterende investeringen in de Vogelbuurt kunnen we een jaar uitstellen en wat lager bijstellen, op basis van de laatste inzichten.