Programma 3: De werkende gemeente

Samenwerking

Samenwerking

De Achterhoek kent een aantal complexe opgaven:

  • Bevolkingskrimp (gevolgen voor draagvlak voorzieningen, arbeidsmarkt, woningmarkt)
  • Vergrijzing (gevolgen voor woningmarkt/huisvesting, gezondheidszorg, arbeidsmarkt)
  • Braindrain : jonge mensen trekken weg om elders te studeren aan Hogeschool of Universiteit en keren na hun studie niet terug (gevolgen voor arbeidsmarkt, voorzieningen)
  • Bereikbaarheid
  • Grensligging (resulterend in een “halve” arbeidsmarkt, - huizenmarkt, - voorzieningenaanbod)

 

De afgelopen vier jaar werkten (eerst 8, nu 7) Achterhoekse gemeenten samen in de Regio Achterhoek, een  Gemeenschappelijke Regeling. Daarnaast is er Achterhoek2020, een samenwerkingsverband van overheid, ondernemers en organisaties, waarin de gemeenten door twee bestuurders worden vertegenwoordigd. Geconstateerd werd dat deze samenwerkingsstructuur slagkracht en doorzettingsvermogen mist.

 

Daarnaast zijn de afgelopen vier jaar veel initiatieven van individuele Achterhoekse gemeenten op gebied van grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland. Op dit moment is hier nog weinig onderlinge afstemming of samenwerking in.

 

In 2017 is een discussie gestart over doorontwikkeling van de Regio Achterhoek en Achterhoek2020. Er is een conceptstructuur ontwikkeld met een “Achterhoek Board” (overheid, ondernemers en maatschappelijke organisaties) en Thematafels om de ideeën uit te werken. De controlerende functie komt te liggen bij een “Achterhoek Raad”, waarin de Achterhoekse gemeenteraden worden vertegenwoordigd. Besluitvorming hierover wordt verwacht in 2018. Daarnaast werkt Achterhoek2020 aan nieuwe toekomstvisie Achterhoek2030. Dit moet de basis worden waarop de nieuwe Achterhoek Board gaat sturen.

 

In 2017 is een daarnaast nieuw initiatief voor bestuurlijke internationale afstemming en besluitvorming opgericht door 5 Duitse en 7 Nederlandse gemeenten “D5 / Nl7”. Op ambtelijk niveau is er afstemming onder de vlag van “Grenshoppers”, een Nederlands-Duits ambtelijk netwerkverband.

 

Oude IJsselstreek onderhoudt al lang goede bilaterale bestuurlijke en ambtelijke betrekkingen met Bocholt. Gezamenlijke initiatieven als het Internationaal Netwerkburo en Visie Oude IJsselzone lopen goed. Oude IJsselstreek is lid van de Euregio Rijn –Waal en Euregio Gronau (als lid van Regio Achterhoek). Euregioverbanden zijn grootschalig, bieden zeer beperkt mogelijkheid om effectief invloed uit te oefenen maar bieden soms financiële ruimte in de vorm van subsidies.

 

Ten aanzien van de Regio Achterhoek moet nog besluitvorming plaatsvinden. Afhankelijk hiervan kunnen we verdere stappen zetten.
De effectiviteit van de verschillende nieuwe structuren en samenwerkingsverbanden moet komende tijd blijken.

Onderwijs

Onderwijs

Primair- en voortgezet onderwijs

De Achterhoek heeft al een aantal jaren te maken met krimp. Voor de gemeente Oude IJsselstreek geldt dat het aantal inwoners nog verder licht zal dalen, maar we zien vooral een verandering in de leeftijdsopbouw van onze inwoners. Het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd zal de komende jaren met meer dan 25% afnemen. Dit zien we terug in de behoefte van de scholen. Een aantal scholen is al begonnen met het maken van plannen voor de toekomst. Voor het middelbaar onderwijs hebben we de nieuwbouw rondom het Almende vastgesteld, zodat zij toekomstbestendig onderwijs kunnen blijven bieden.

 

De daling van het aantal kinderen heeft stevige impact op de basisscholen. Er zullen minder groepen in het basisonderwijs zijn, met leegstand of sluiting van scholen en/of schoolgebouwen onherroepelijk tot gevolg. De scholen in Oude IJsselstreek zijn deels gedateerd. Deze zijn ook deels niet ingericht voor toekomstbestendig onderwijs.

 

Specifiek is de komende jaren aandacht voor een aantal kernen; Gendringen, Etten, Silvolde. Op dit moment worden daar door de schoolbesturen initiële stappen gezet, die binnen de komende coalitieperiode moeten leiden tot besluitvorming.

 

Voor de varianten die nu uitgewerkt worden voor Gendringen lijkt het erop dat de huidige begroting ontoereikend is. We hopen dit breder op te pakken dan alleen onderwijs, maar afhankelijk van de locatie en ambitie verwachten we een paar miljoen aan extra middelen nodig te hebben. We gaan ervan uit dat de andere betrokken partijen ook bijdragen.

 

De gesprekken die er nu zijn in Etten en Silvolde leiden mogelijk ook tot investeringen in 2021/2022.

 

Onderwijs en arbeidsmarkt

Onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan het weer aan het werk helpen van mensen die al dan niet een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. In 2018 zijn we gestart met een gezamenlijke aanpak vanuit Economie, Werk & Inkomen en Onderwijs. Als gemeente brengen we partijen samen die zich in deze driehoek begeven en faciliteren we veelbelovende initiatieven zoals omscholing, herscholing en bijscholing gericht op een kansrijke (her)intreding op de arbeidsmarkt

 

Als overheid streven we naar een hoge arbeidsparticipatie van onze (regionale) bevolking, waarbij onderwijs als middel kan dienen. Met de aanwezige VMBO en ROC opleidingen en AT Techniekopleidingen en ICER streven we naar gerichte opleidingsmogelijkheden om de arbeidsparticipatie te bevorderen en daarmee werkloosheid te bestrijden. Als overheid kunnen we onderwijs en bedrijfsleven stimuleren hier gezamenlijk op in te zetten, door juist ook financieel bij te dragen aan experimenten of dat zelfs in beleid om te zetten .

 

 

Economie

Economie

We leven in een tijd met complexe opgaven en forse uitdagingen die we als overheid niet zonder het onderwijsveld en ondernemers ’oppakken. Van ons als gemeentelijke overheid mag worden verwacht dat we ondernemersgericht denken en onze dienstverlening hierop inrichten. Als onderdeel van onze Economische Beleidsvisie hebben we een “Rode loper-aanpak” uitgewerkt met het doel om te werken vanuit “één-loket-gedachte”. Verder is het aan ons om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte, voorzieningen en infrastructuur op orde zijn.

 

We zetten in op een compleet Economisch Ecosysteem, een integrale benadering van het ondernemingsklimaat als een samenhangend geheel van resources (kapitaal, personeel, kennis, advies) en aanwezige voorzieningen. Momenteel zijn we met de spelers in het veld (ondernemers, dienstverleners, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen) bezig de huidige economische structuur binnen onze gemeente in beeld te brengen. Dit in aanvulling op het onderzoek dat in 2016 ook in de Achterhoek is uitgevoerd. We verwachten de uitkomst van dit onderzoek medio dit jaar op te leveren en inzicht te hebben in de gewenste prioriteitstellingen. Daarnaast onderkennen we een drietal ontwikkelingen die hoe dan ook grote impact gaan hebben op de economische positie van het bedrijfsleven:

  • Technologische ontwikkelingen gaan momenteel razendsnel en nemen naar de toekomst toe een verdere vlucht. Technologische toepassingen vinden haar weg in zowel de maakindustrie, maar zeker ook in sectoren zoals de landbouw, toerisme, zorg, logistiek etc.;
  • De traditionele arbeidsmarkt vervreemdt in versneld tempo van deze technologische ontwikkelingen. Een flinke bedreiging voor onze economische toekomst is, dat de relatie tussen vraag en aanbod vastloopt. Dit zowel kwalitatief (passend kennis- en ervaringsniveau) als kwantitatief (vergrijzend- en krimpend arbeidspotentieel).
  • Het verduurzamen van onze economie is een grote en noodzakelijke opgave die forse impact gaat hebben op de wijze waarop producten tot stand komen en worden (her)gebruikt. Dit vraagt om maatregelen die bijdragen aan een circulair ingerichte samenleving.

 

Op grond van de resultaten uit het onderzoek naar het ecosysteem stellen we prioriteiten en komen we tot een pakket aan interventies en stimuleringsmaatregelen om de economische ontwikkeling te helpen sturen. We pleiten ervoor op basis daarvan in de begroting 2019 een structurele exploitatiebijdrage op te nemen als ook middelen voor investeringen beschikbaar te stellen. Dat doen we gericht op een aantal sectoren:

  • De maakindustrie is met een werkgelegenheidsaandeel van bijna 20% de belangrijkste sector in onze gemeente. Innoveren is voor de maakindustrie geen keuze, maar een absolute noodzaak om een goed toekomstperspectief te hebben. De transformatie van ICER naar een Smart Business Center waaraan wordt gewerkt, draagt hieraan bij.
  • Recreatie en toerisme: De vrijetijdseconomie branche is eveneens een sector van economische betekenis. Recreatief-toeristische voorzieningen zijn van belang voor zowel bezoekers afkomstig buiten onze regio, maar ook onze inwoners maken hiervan volop gebruik. De middelen uit het verleden zijn inmiddels aangewend en belegd. Recentelijk hebben lokale- en regionale partijen met elkaar overeenstemming bereikt over een nieuwe samenwerkingsstructuur met een heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Dit vorm de basis om tot een voortvarende uitvoering van de gezamenlijke ambities over te gaan. Om de doorstart van de “VVV nieuwe stijl” goed te faciliteren verwachten we extra middelen nodig te hebben in 2019 voor het inrichten van een belevings-/ of informatiecentrum. De afgelopen 10 jaar is er al flink geïnvesteerd in het opwaarderen van het voorzieningenniveau. De komende jaren ligt de lokale en regionale opgave vooral op het ontwikkelen van aansprekende concepten o.b.v. cross-overs binnen en buiten de vrijetijds- en economiesector en het professioneel vermarkten van wat onze streek te bieden heeft.
  • Detailhandel: Door toenemende onlineverkopen en een lange periode van economische recessie heeft de detailhandelsector lastige jaren achter de rug. Detaillisten en winkelend publiek hebben belang bij een zo aantrekkelijk mogelijke winkelstructuur. Inspelend op een veranderend consumentengedrag en bevolkingsafname, zet de Achterhoek in op het behoud van vitale winkelcentra door toe te werken naar compacte kernwinkelgebieden. Om dit te bereiken is het onvermijdelijk dat winkels in aanloopstraten op den duur hun functie verliezen. We voorzien dat we door middel van stedelijke herverkaveling kunnen toewerken aan compacte kernwinkelgebieden, en zullen hiervoor investeringsmiddelen nodig hebben.
  • Landbouw: Qua grondgebruik en economische omvang, is de landbouwsector van blijvend groot belang. We zien dat de samenleving in toenemende mate eisen stelt aan voedselveiligheid, dierwelzijn en reductie van bestrijdingsmiddelen- en antibioticagebruik. Agrariërs die hun bedrijfsvoering inrichten op grond van de beginselen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) behouden naar de toekomst toe toegang tot de (regionale of mondiale) afzetmarkt, het landbouw-subsidiestelsel en perspectief op externe financiering. Door het leveren van groen-blauwe diensten, het opwekken van duurzame energie en het openstellen van gronden en erven voor recreatief medegebruik, dragen MVO-agrariërs bij aan een vitaal en leefbaar platteland.
  • Bedrijventerreinen: nu de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen erg voortvarend gaat gaan we onderzoeken in hoeverre de bestaande terreinen kunnen worden geactualiseerd om er nieuwe economische ontwikkelingen te faciliteren. Daarvoor zijn in 2019 wellicht ook al investeringsgelden nodig.

Duurzaamheid

Duurzaamheid

Nederland wil in 2050 volledig energieneutraal zijn. Het is de ambitie van de regio en de gemeente om energieneutraal te worden in 2030. In de “Regionale uitvoeringagenda duurzame energie” van 2016 is deze ambitie verwoord en gekwantificeerd per gemeente. De taakstelling is hierdoor duidelijk.

De doelstelling energieneutraal in 2030 is op te delen in 4 subdoelen, elk met een eigen taakstelling. 

  • elektriciteit opwekken;
  • gas  of gasvervanging (warmte) opwekken;
  • elektriciteit besparen;
  • gas besparen.

 

De duurzaamheidsagenda van de gemeente Oude IJsselstreek geeft uitvoering aan onze ambitie. De verschillende concrete projecten en actiepunten staan hierin. We hebben als gemeente de afgelopen jaren vorderingen gemaakt:  opwekking van elektriciteit is voor 60 % gehaald (er staan al 4 windmolens en de 9 molens van Den Tol worden binnenkort gebouwd) en opwekking gas is voor 36 % gehaald (biovergisting van AGroGas, in procedure). Dat betekent dat de komende 12 jaar voor de opwekking van elektriciteit nog 40 % moet worden gerealiseerd en voor gasvervanging nog 64 %. Met de huidige plannen halen we deze doelstellingen niet.

Daarnaast is zijn er twee subdoelen voor besparing van gas (55% t.o.v. 2012) en elektriciteit (20% t.o.v. 2012). In beide subdoelen is de daling ingezet. Het is belangrijk de daling in hetzelfde tempo door te zetten.

 

De komende jaren moeten we fors blijven investeren in duurzaamheidsmaatregelen om de ambitie te kunnen behalen. Dit sluit ook volledig aan bij de opgave binnen het IBP ten aanzien van het klimaat. De komende jaren moeten we (nog sterker) de focus leggen op energiebesparing, zowel bij woningen als bedrijven. Ook willen we inzetten op grootschalige projecten als bijvoorbeeld wind-energie en zonne-energie. Een pro-actief ‘ja-mits’-beleid kan dit stimuleren.

 

We zullen de komende jaren ook uitvoering moeten geven aan het streven van het ministerie van economische zaken om in het jaar 2035 geheel aardgasloos te zijn. Het gasloos wonen zal met name in de bestaande bouw veel impact hebben.  Deze grote uitdaging willen we graag oppakken, Samenwerking met regiogemeenten is hierin wenselijk. Er zijn regionaal  nu al initiatieven  voor  een tweetal ontwikkelfondsen; een fonds met innovatieve financieringsconstructies (verduurzamen bestaande bouw) en een fonds om duurzame energieprojecten voor te financieren. Wij zouden graag aansluiten bij dergelijke initiatieven.

Daarnaast hebben we tot nu toe geen prioriteit gegeven aan duurzame mobiliteit. Mobiliteit is echter wel een belangrijke bron van CO2 uitstoot (ongeveer 25 %) en verbruikt veel fossiele brandstoffen.

Dru

Dru - Industriepark

De raad heeft in 2017 in een motie gevraagd met een meer inhoudelijke visie te komen en deze als zodanig vast te leggen in de Omgevingsvisie. Naast de organisatie en de verankering van de in de Visie DRU Industriepark gemaakte afspraken wordt gevraagd een nieuwe, meer inhoudelijke stip op de horizon te zetten. Inmiddels is hiermee een start gemaakt. De ontwikkeling van het DRU Industriepark gaat een volgende fase in. Na een periode (ca. 10 jaar) van bouwen en pionieren breekt nu de fase van ‘volwassenheid’ aan: heldere rolverdeling tussen de diverse partijen (gemeente en ‘bewoners’), zakelijke relaties op het gebied van wederzijdse verwachtingen en financiën.

De visie is door de partners (DRU CF, ICER en SSP-HAL) onderschreven. Als gemeente heroverwegen we onze rol en beraden we ons in hoeverre we organisatorisch en inhoudelijk afstand willen creëren. Dat betekent dat we als gemeente verhuurder zijn van enkele gebouwen en dat we aan de hand van budget- en prestatieovereenkomsten, subsidies en andere bijdragen cultuur, evenementen maatschappelijke doelstellingen en innovatie blijvend stimuleren. Daarmee willen we ‘de DRU’ in stand houden en zich verder laten ontwikkelen als onderdeel van ons economisch ecosysteem.

  • We zien in het DRU Industriepark een aantrekkelijke vestigingsplaatsfactor voor bedrijven en inwoners voor de gemeente en de regio en willen deze uitbouwen, maar ook als aantrekkingskracht voor recreatieve en toeristische doeleinden voor de regio. Hoe kunnen we dit versterken en behouden in relatie tot de mate waarin we als gemeente organisatorisch en inhoudelijk afstand creëren tot de DRU.
  • De lijn die voor ‘de DRU’ is ingezet werpt z’n vruchten af; ‘de DRU’ wordt door de maatschappij veel meer gezien als waardevolle voorziening voor de gemeente en de regio dan vier jaar geleden. Desondanks lijkt zendingswerk nog nodig in sommige delen van onze gemeente. Ook bij de partners lijkt de ingezette lijn voor duidelijkheid te zorgen, wordt om vereenvoudiging van de afspraken gevraagd en wordt gepleit voor één bestuurlijke c.q. beheersorganisatie om het DRU Industriepark verder tot wasdom te laten komen. De visie geeft die wens van doorontwikkeling duidelijk aan. De gemeente faciliteert deze transitie, maar treedt tegelijkertijd organisatorisch en inhoudelijk terug.

Wat willen we bereiken?