Aanbieding

Aanbieding

Voor u ligt de Voorjaarsnota 2020, met de titel: ‘Op zoek naar balans’.

Het coalitieprogramma met onze negen belangrijke maatschappelijke opgaven blijft voor ons de uitdagende leidraad voor de komende jaren. Zoals in het coalitieprogramma aangegeven, streven we naar een blijvend financieel gezonde gemeente. Ons huidige financiële beleid is hier op afgestemd. We begroten verantwoord, behoedzaam en realistisch.

Met het jaarlijkse budget van circa € 90 mln zetten we ons samen met partners uit de samenleving in en bereiken we veel mooie resultaten voor onze gemeente en de regio. De voortgang loopt. Op een aantal punten vinden we het noodzakelijk om bij te sturen. Dat lichten we toe in deze Voorjaarsnota. Daarnaast staan we voor een aantal nieuwe, uitdagende ontwikkelingen binnen de opgaven en programma’s. Op deze kansen en soms ook risico’s willen en moeten we inspelen.

Over hoé we dat doen willen we graag met u in gesprek op basis van deze Voorjaarsnota. Daarmee geeft u als raad richting in de voorbereiding van onze nieuwe programmabegroting 2020-2023.

 

Voortgang opgaven en programmaonderdelen
De komende jaren staan dus vooral in het teken van de uitvoering van de opgaven uit het coalitieprogramma. Deze worden hieronder nader toegelicht. Het college zet het komende jaar onder andere in op uitbreiding van de duurzaamheidsleningen (Toekomstbestendig Wonen Lening), revitalisering van winkelkernen en bedrijventerreinen, op nieuwe woningen en werkt verder aan de implementatie van de Omgevingswet.

Daarnaast zijn er ook nieuwe ontwikkelingen waarbij er vooral veel samenhang bestaat tussen de diverse opgaven als over de programmalijnen heen. Sectorale opgaven zoals ‘nieuwe woonvormen aan het water’, recreatieve opgaven, opgaven als waterberging en waterbeheer en natuurontwikkelingsopgaven vragen om een integrale benadering. Een soortgelijke situatie geldt ook voor onderwijs, innovatie en arbeidsmarkt initiatieven i.r.t. de expanderende maakindustrie binnen onze gemeente wat leidt tot bovengemiddelde werkgelegenheidsgroeicijfers en een aanhoudende ruimtevraag. Onze uitdaging is om de komende jaren ook vanuit deze samenhang onze doelen te bereiken.

 

Sociaal Domein
Geheel in lijn met de landelijke ontwikkelingen hebben de tekorten in het Sociaal Domein een grote invloed op onze financiële positie. Recent heeft het kabinet besloten extra middelen voor de gemeenten voor deze problematiek vrij te maken. Op basis van het huidige beeld kunnen we zeggen dat deze middelen onvoldoende zijn om de tekorten in de jeugdzorg volledig op te vangen. Zonder verdere compensatie blijven de komende jaren vele miljoenen nodig, waardoor onze financiële positie verslechtert. Dit gaat per definitie ten koste van al onze inwoners.

Inmiddels geven we uitvoering aan de opdracht om met een Kwaliteitsslag binnen de financiële kaders van het Sociaal Domein uit te komen. Waarbij we vanuit de drie uitgangspunten ‘normaliseren, voorkomen en innoveren/samenwerken’ de transformatie kunnen doorzetten. Er ligt een stevige set van maatregelen die voldoet aan deze uitgangspunten en waarvan we verwachten dat we de financiële tekorten binnen het Sociaal Domein fors terug kunnen brengen. We geloven erin dat we op langere termijn uit kunnen komen met de beschikbare budgetten. Dit vraagt tijd en lukt niet in 3 tot 4 jaar. Ondanks deze maatregelen houden we dan ook in 2023 nog een tekort van circa € 1 mln over.

Geen sluitende begroting
Om de nieuwe ontwikkelingen (los van het Sociaal Domein) te kunnen bekostigen, hebben we dekkingsmogelijkheden gezocht. Het volledig opvangen van de tekorten in het Sociaal Domein kan alleen door binnen het gehele concern verdere inhoudelijke keuzes te maken. Waaronder de uitvoering van de opgaven vanuit het Interbestuurlijk Programma (IBP). Mede door de afgelopen economische crisis en de transities Sociaal Domein (die met forse bezuinigingen gepaard gingen), is het vet op de botten verminderd. Een nieuwe zware bezuinigingsslag geeft een nog veel grotere impact, ook op de lange termijn.

De begroting 2020-2023 is vanwege de tekorten in het Sociaal Domein in deze Voorjaarsnota dan ook niét meerjarig structureel sluitend.

Met ingang van de programmabegroting 2019-2022 voegen we jaarlijks een bedrag toe aan de algemene reserve (ca € 800.000 per jaar). Zelfs met deze buffer, teren we de komende jaren behoorlijk fors in op de algemene reserve.

 

Meerjarenperspectief

Het meerjarenperspectief is in meerdere onderdelen opgedeeld. De nadere toelichting is onder het hoofdstuk ‘meerjarenperspectief’ te vinden.

Prognose A geeft het financiële effect van de autonome en beleidsmatige ontwikkelingen, zonder het Sociaal Domein en zonder eventuele hogere kosten voor de gemeenschappelijke regelingen (scenario 1). Om deze ontwikkelingen op te vangen, staan hier dekkingsmogelijkheden tegenover.

Prognose B geeft het resultaat inclusief de risico’s op de gemeenschappelijke regelingen. In onze ogen is het niet meer reëel en haalbaar om de geprognosticeerde tekorten zonder meer op te vangen. Ook van onze externe partners vragen wij om op eenzelfde wijze kritisch en scherp keuzes te maken om te komen tot een sluitende begroting zonder de deelnemende gemeenten extra te belasten. Op basis hiervan beschouwen we de hogere kosten vooralsnog als risico. Als dit risico zich daadwerkelijk voordoet (door besluitvorming in het Algemeen Bestuur), zijn hier ook dekkingsmogelijkheden tegenover gesteld.

Prognose C is het resultaat inclusief Sociaal Domein. Op basis van de geprognosticeerde tekorten en de set van maatregelen, blijft er jaarlijks nog een tekort over. Dit tekort wordt de komende jaren gedekt uit de buffer en de reserves.

Dit is uiteraard geen structurele oplossing. De algemene reserve loopt terug en mag niet worden ingezet om structurele tekorten te dekken. Het effect op onze leningenportefeuille is groot, aangezien we de tekorten moeten lenen.

 

Indeling begroting
Vanuit de raad is aangegeven dat de huidige programmabegroting, met een matrix-indeling van programma’s en opgaven niet wenselijk is. De begroting is hiermee minder duidelijk en overzichtelijk geworden. De wens is om terug te gaan naar 1 ‘ingang’ via de programma’s en de matrix los te laten. Tevens is het verzoek van de raad om de inhoud van de programma’s en opgaven concreter te maken, meer gegevens (‘beeld’) te presenteren, het geld beter te koppelen aan de doelen en  het onderscheid tussen going concern en ontwikkelingen duidelijker te maken.

Indachtig de lijn die samen met de auditcommissie wordt uitgezet, hebben we de indeling in deze Voorjaarsnota weer vanuit de programma’s ingestoken. De opgaven blijven in tact en vallen onder een programma. Hiermee hopen we de leesbaarheid weer te verbeteren. Uiteraard kan deze indeling nog wijzigen, naar aanleiding van de verdere uitwerking met de commissie.

  

Opmaat naar de programmabegroting
Zoals aangegeven, vraagt de financiële ontwikkeling de komende jaren een behoorlijke ‘greep’ uit onze algemene reserve en een tekort van circa € 1 mln op het Sociaal Domein in 2023.

Deze ontwikkeling is in lijn met de koers die we in gezamenlijk overleg met de raad hebben ingezet en vast willen houden. We begroten verantwoord, zorgvuldig en realistisch; de inschatting van de opbrengsten met de set van maatregelen in het Sociaal Domein is zo reëel mogelijk. Vanuit behoedzaamheid gaan we niet op voorhand uit van een maximaal risico. We laten hiermee ook zo transparant mogelijk zien, dat dergelijke tekorten in het Sociaal Domein niet eenvoudig op te lossen zijn.

Landelijk zien we nu wel beweging, maar dit is nog onvoldoende. Unsupported image type.Daarnaast komen nog een aantal ontwikkelingen en risico’s op ons af, waar we geen invloed op hebben en waarvan we het effect nog niet weten. Denk bijvoorbeeld aan de wijzigingen in beschermd wonen, waarvan het op dit moment aannemelijk is dat niet alle kosten worden gecompenseerd.

Maar vooral de wispelturigheid van het Rijk geeft aanleiding tot financiële zorg. Waar een jaar geleden er nog extra middelen beschikbaar kwamen, is het financieel gesternte inmiddels een stuk minder positief. De signalen rondom de Meicirculaire - die naar verwachting de 1e helft van juni uitkomt- , geven aan dat deze waarschijnlijk (fors) negatief uitvalt. De daadwerkelijke uitkomst, weten we echter pas met het uitkomen van de Meicirculaire.

Om de juiste balans te blijven vinden voor een solide financieel beleid, staan we als college dan ook voor een stevige opgave. Dit vraagt om echt inhoudelijke keuzes, die effect hebben op onze inwoners. De te maken keuzes willen we in lijn met de Kwaliteitsslag die in het Sociaal Domein is ingezet, ook in de rest van het concern toepassen. De verschillende denkrichtingen, waarop we dekkingsmogelijkheden vinden, vliegen we aan vanuit de uitgangspunten normaliseren, voorkomen en samenwerken. Wij zijn ervan overtuigd dat we langs deze lijn op termijn zorgvuldig, realistisch en betaalbaar de kwaliteit van voorzieningen en dienstverlening overeind kunnen houden. Deze lijn is, net als in het Sociaal Domein niet iets wat van vandaag op morgen is gerealiseerd.

Of het mogelijk is om deze lijn vast te houden, is onder andere afhankelijk van de omvang van de financiële ontwikkelingen.  Hoe dan ook betekent dit dat we keuzes moeten maken. Hiervoor zijn verschillende denkrichtingen mogelijk. We kunnen (of moeten):

  • Temporiseren
  • Versoberen of verminderen
  • Stoppen met bepaalde taken
  • Inkomsten verhogen (OZB)
  • De hogere kosten van de GR-en al dan niet als risico opnemen
  • Onze buffer/spaargeld inzetten

                                                                                              

In de programmabegroting die we in oktober presenteren, leggen wij de financiële dekkingsmogelijkheden voor, om zo te komen tot een sluitende begroting.

 

Vaststelling

Wij stellen u voor:

De Voorjaarsnota 2020  ‘Op zoek naar balans’ voor kennisgeving aan te nemen.