Hoofdstuk 3 Paragrafen

In de paragrafen geven we een dwarsdoorsnede van de begroting op een aantal onderwerpen door alle programma’s heen. Dit betekent dat hier algemene beleidsregels worden geformuleerd die doorwerken in verschillende programma’s. Het is dan ook mogelijk dat er doublures ontstaan met wat gemeld is in de programma’s zelf. 

 

 

Paragraaf 3.1 Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.1 Paragraaf Financiering - Inleiding

De paragraaf financiering geeft inzicht in de financieringspositie en de beheersing van de risico’s die aanwezig kunnen zijn bij het aantrekken en/of uitzetten (uitlenen) van middelen (geld). In deze paragraaf brengen we de kansen en risico’s rond financiering in beeld.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.1 Paragraaf Financiering - Beleid

Bij het aantrekken en uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen. De belangrijkste kaders hierover zijn opgenomen in de volgende beleidsdocumenten:

  • Financiële verordening, artikel 212 (2025)
  • Treasurystatuut (2017). Het treasurystatuut is bij besluit in 2017 vastgesteld door de raad. Het treasurystatuut is de vertaling van gehanteerde treasurybeleid van de gemeente. In dit statuut zijn de doelstellingen, richtlijnen en limieten van het beleid vastgesteld. Doel van het treasurybeleid is enerzijds om op een verantwoorde wijze een zo goed (lees: hoog) mogelijk rendement te maken op belegde gelden. Anderzijds is het doel om op een verantwoorde wijze gelden aan te trekken tegen een zo aantrekkelijk (lees: laag) mogelijke rente. Kort gezegd levert een actief en gedegen treasurybeleid de gemeente juist geld op, respectievelijk bespaart het de gemeente geld.
  • Wet financiering decentrale verheden (wet fido). Op de bepalingen in deze wet berust het treasurystatuut. Het uitgangspunt van de wet fido is het beheersen van risico’s. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.1 Paragraaf Financiering - Financiering

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Deze zijn terug te vinden op de balans. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan we de reserves en voorzieningen plus de vaste geldleningen. Hierbij houden we rekening met investeringen waartoe is besloten (nieuwe investeringen). Een eventueel financieringstekort wordt eerst opgevangen door het opnemen van het goedkope kasgeld (tot de kasgeldlimiet – zie onder kasgeldlimiet-). Voor het overige deel wordt een vaste geldlening aangetrokken. Dit jaar zijn de financieringsmiddelen minder dan de financieringsbehoefte. Omdat daarnaast ook de voorraden voorgefinancierd worden, is het restant opgevangen door kasgeld aan te trekken.

Financieringsbehoefte (x 1.000)

 31-12-2025

Financieringsbehoefte

 

Boekwaarde (im)materiële vaste activa

152.113

Boekwaarde financiële vaste activa

12.647

Totaal financieringsbehoefte

164.760

Financieringsmiddelen

 

Reserves (inclusief jaarrekeningresultaat)

48.950

Voorzieningen

7.908

Vaste geldleningen *

104.616
Totaal financieringsmiddelen 161.476
Financieringstekort 3.284


De gemeente heeft behoefte aan externe financiering voor het herfinancieren van de huidige (aflopende) geldleningen, voor het bekostigen van investeringen, grondexploitaties en voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften van de exploitatie uitgaven.

 

Leningenportefeuille (x 1.000)  

 2025

Stand leningen per 1 januari

 

109.270

Reguliere aflossingen

 

14.654

Nieuwe leningen*

 

10.000

Stand leningen per 31 december

 

104.616

 

* Er is dit jaar 1 vaste geldlening aangetrokken van € 10 miljoen op 30 december.

 

Renteschema
In onderstaand overzicht presenten wij het rente schema van het 2025.
De totaal verschuldigde rente over onze langlopende leningen en het kort geld, minus de rente die wij ontvangen vanuit de bouwgronden in exploitatie, worden middels de kapitaallasten uiteindelijk verdeeld over de diverse taakvelden. 

Renteschema 2025  

Begroot 

  Realisatie 
         
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering   3.206.571   2.481.152
b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering   0   0
Saldo externe rentelasten en rente baten   3.206.571   2.481.152
         
c1. Doorberekende rente aan de grondexploitatie tegen 2,25%   -170.404   -155.487
c2. Doorberekende rente van projectfinanciering aan taakvelden 0      
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen   0      
Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente   -170.404   -155.487
         
d1. Rente over eigen vermogen 0      
d2. Rente over voorzieningen 0      
Aan taakvelden toe te rekenen interne rente       0
         
Totaal aan taakvelden toegerekende rente   3.036.167   2.325.665
e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)   3.036.167   2.325.665
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury   0   0

realisatie 2025: Omslagrente 1,39%, activa uitgezonderd annuïtaire investeringen en uitgezette leningen met een contractueel tarief

begroot 2025: Omslagrente 1,89%, activa uitgezonderd annuïtaire investeringen  en uitgezette leningen met een contractueel tarief

Activa

We kennen financiële en (im) materiële vaste activa. De meeste investeringen vinden plaats onder de materiële vaste activa. Deze investeringen bestaan uit investeringen met maatschappelijk nut en investeringen met economisch nut. Investeringen die kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut. Investeringen met maatschappelijk nut hebben geen mogelijkheid tot het verwerven van inkomsten, zoals wegen en bruggen.

Op het moment dat een investering wordt gedaan, worden de kapitaallasten berekend en meegenomen in de exploitatie. De kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijving. Als de investering helemaal is afgeschreven (bijvoorbeeld na 10 jaar), vallen de afschrijvingslasten vrij. Elk jaar hebben we daardoor zogenaamde ‘vrijval’ in de afschrijving. Dit is in feite de ruimte voor nieuwe investeringen, uitgaande van een vast bedrag per jaar voor kapitaallasten.

Grote projecten en/of investeringen
Dit jaar zijn er ook weer diverse projecten uitgevoerd of gestart met de voorbereiding: Zie overzicht investeringen boven de € 10.000 in de jaarrekening onder 4.3.1. Vaste activa.

Risicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.1 Paragraaf Financiering - Risicobeheer

Wij zijn als gemeente voor onze uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering; de gemeente trekt geen financiering aan voor specifieke projecten. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven samen financiert. Deze wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt bij de financiering geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten.

In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm).

Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. We sluiten een langlopende lening af zodra de hoogte van de kortgeldleningen de kasgeldlimiet met een derde opeenvolgend kwartaal overschrijdt. Wij benutten de kasgeldlimiet zo maximaal mogelijk, aangezien de rente voor kortlopende leningen lager is dan die voor langlopende leningen. 

Kasgeldlimiet (x 1.000)

 2025

Begrotingstotaal per 1 januari 2025

139.212

Vastgesteld percentage

8,5%

Kasgeldlimiet

11.833

Gemiddeld opgenomen kortlopende leningen

4.740

Ruimte (+)

7.093

Renterisiconorm
Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente.

De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. 

Renterisiconorm (x 1.000)

 2025

Renterisiconorm  

Lasten begroting

139.212

Percentage risiconorm

20%

Totaal renterisiconorm

27.842

 

 

Aflossingen en renteherzieningen

 

Reguliere aflossingen geldleningen

14.654

Geldleningen met renteherziening

0

Totaal aflossingen en renteherzieningen

14.654

Ruimte (+)

13.188

 

Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Inleiding

Verbonden partijen zijn partijen waar de gemeente een bestuurlijke relatie mee heeft en waarin we een financieel belang hebben. We hebben een zetel in het bestuur (vertegenwoordiging) of we hebben vanwege eigendom van aandelen stemrecht in de aandeelhoudersvergadering. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die in geval van een faillissement achterblijven.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Beleid

Het BBV schrijft voor om van de verbonden partijen een samenvattend overzicht te geven. En om onderscheid te maken in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen.

Conform onze financiële verordening (verordening op grond van artikel 212 gemeentewet), lichten we de verbonden partijen op hoofdlijnen toe in deze paragraaf. Het gaat hierbij om partijen met aanmerkelijk financieel belang (dit zijn partijen waar we minimaal € 50.000 per jaar aan bijdragen). Per verbonden partij zijn de doelstellingen, activiteiten, ontwikkelingen en risico’s benoemd. De paragraaf sluit af met het financieel overzicht.

De wijze waarop de verbonden partijen bijdragen aan het realiseren van onze maatschappelijke opgaven is in de programma's van deze begroting inzichtelijk gemaakt.

De verbonden partijen van onze gemeenten

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - De verbonden partijen van onze gemeenten

 1.  Gemeenschappelijke Regelingen

  • Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (ECAL) (Doetinchem)
  • GGD Noord- en Oost Gelderland (Warnsveld)
  • Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) (Doetinchem)
  • Regio Achterhoek (Doetinchem)
  • Stadsbank Oost Nederland (SON) (Enschede)
  • Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) (Zutphen)

2 .  Vennootschappen en coöperaties

  • AGEM (Wehl)
  • BNG N.V. (Den Haag)
  • VNG B.V. (Den Haag)
  • Alliander N.V. (Arnhem)
  • Vitens N.V. (Utrecht)
  • Stoer B.V. (Oude IJsselstreek)
  • Leisure Lands (Arnhem)

3.  Stichtingen en verenigingen

  • Stichting Achterhoek Toerisme (StAT) (Borculo)
Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (ECAL) (Doetinchem)

 

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (ECAL) (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is.

Doelstelling

  • Uitvoeren van alle wettelijke archieftaken voor de acht gemeenten in de Achterhoek.
  • Uitvoeren van de zogenoemde “Staring-taken” (diensten op het gebied van behoud van en onderzoek naar streekcultuur en –historie). Voor 15 gemeenten in Achterhoek en Liemers.

Activiteiten

  • Het beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van archiefbewaarplaatsen van de deelnemende overheidslichamen conform de Archiefwet.
  • Het toezicht door de streekarchivaris op het beheer van de niet naar de centrale archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de (8) gemeenten in de Achterhoek.
  • Het in stand houden en bevorderen van het cultureel erfgoed in het gebied van de Achterhoek en de Liemers in de ruimste zin van het woord.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Doetinchem
  • Montferland
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Wethouder Kock neemt namens Oude IJsselstreek zitting in het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

Het ECAL richt zich vooral op het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van archieven zowel fysiek als digitaal. Hierbij hoort ook het digitaliseren van de archieven en collecties.
Voor 2023-2026 was de bijdrage vastgesteld voor vier jaar. Het ECAL heeft voor de periode van 2024-2026 de bijdrage verhoogd in verband met hogere structurele kosten. In 2025 is gebleken dat deze verhoging voldoende was om de kosten van het ECAL te dekken waardoor in 2026 de bijdrage gelijk aan 2025 zal blijven.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Geen.

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - GGD Noord- en Oost Gelderland (Warnsveld

 

GGD Noord- en Oost Gelderland (Warnsveld)

Relatie met de programma's

Programma 2. Een leefbare gemeente

Doelstelling

De Gemeentelijke Gezondheids Dienst Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG) is de gezondheidsdienst van 22 gemeenten. Vanuit het missiestatement ‘een gezond houvast’ bewaakt, beschermt en bevordert de GGD NOG de gezondheid van inwoners in de regio Noord en Oost-Gelderland.

Activiteiten

Met de werkzaamheden geeft de GGD NOG invulling aan de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de publieke gezondheid. Daarnaast voert de GGD NOG ook een aantal wettelijke taken uit de Wet publieke gezondheid (Wpg) uit.

De basistaken van de GGD NOG zijn onder andere:

  • Jeugdgezondheid (4-18 jaar)
  • Infectieziektebestrijding
  • Vaccinaties
  • Medische milieukunde
  • Technische hygiënezorg
  • Maatschappelijke zorg
  • Beleidsadvisering
  • Epidemiologie
  • Gezondheidsbevordering
  • Bevolkingsonderzoeken
  • Forensische zorg

Bovenstaande basisdienstverlening is voor alle deelnemende gemeenten gelijk op basis van een financiële bijdrage per inwoner. 

De GGD NOG voert daarnaast ook nog aanvullende dienstverlening tegen betaling uit. Dat gaat om de volgende drie taken:

  • Wettelijke gemeentelijke taken: gemeenten hebben de keuze om deze taken in opdracht door de GGD NOG uit te laten voeren.
  • Autonome gemeentelijke taken:  gemeenten hebben de keuze om deze taken in opdracht door de GGD NOG uit te laten voeren.
  • Externe taken: de GGD NOG voert deze uit in opdracht van externen (bijvoorbeeld politie).

In de Producten- en Diensten Catalogus (PDC) staat de actuele en praktische informatie over de GGD-dienstverlening. 

 

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Hattem
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

Wethouder Bennink is lid van het Algemeen Bestuur en ook van de Auditcommissie. 

Ontwikkelingen

Het AB heeft een Bestuursagenda voor de periode 2023 – 2027 vastgesteld. Hierin staan de belangrijkste uitgangspunten en prioriteiten voor de GGD in de jaren 2023-2027. 

In de Bestuursagenda 2023-2027 staan vier prioriteiten:

  • Vergroten van gelijke kansen op gezondheid voor iedereen;
  • Mentale gezondheid;
  • Gezonde leefstijl;
  • Gezonde fysieke en sociale leefomgeving;

Meer informatie is te vinden in de Bestuursagenda 2023-2027.

De GGD NOG werkt de prioriteiten uit de Bestuursagenda jaarlijks verder uit in een Programmabegroting. De Programmabegroting bestaat uit vijf onderdelen: Jeugdgezondheid, Algemene Gezondheidszorg, Kennis en Expertise, Organisatieprojecten en Overhead.

Geen bezuinigingen
In 2024 zijn door diverse gemeenten (onder andere Oude IJsselstreek) signalen afgegeven naar de GGD NOG met het verzoek om een bijdrage te leveren aan de bezuinigingsopgave in het ravijnjaar 2026.

In het AB van 10 september 2025 is echter besloten om niet te bezuinigen op de GGD NOG. De belangrijkste redenen zijn diverse ontwikkelingen (onder andere het onderzoek toekomstbestendige jeugdgezondheidszorg en de landelijke bezuiniging op pandemische paraatheid) met mogelijk grote financiële gevolgen voor de GGD NOG.  Via deze brief is de gemeenteraad daarover geïnformeerd.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Het AB heeft de onderstaande risico’s als belangrijkste risico’s voor het risicomanagement vastgesteld:

  1. Inhoudelijke risico’s en risico’s in de opbrengsten;
  2. Risico’s door personele omstandigheden;
  3. Risico’s in de bedrijfsvoering;

Bovenstaande risico’s zijn gekwantificeerd om het weerstandsvermogen te bepalen. 

Het AB heeft in juli 2024 het risicomanagement en het weerstandsvermogen geactualiseerd. Informatieveiligheid is toegevoegd als één van de belangrijkste risico's in de bedrijfsvoering. Ook is er vastgesteld dat het weerstandsvermogen dient te liggen tussen minimaal 95% en maximaal 105% van de weerstandscapaciteit.

Weerstandscapaciteit
Bij de Jaarrekening 2024 was het weerstandsvermogen € 1.104.000. Dat is 100% van de benodigde weerstandscapaciteit.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) (Doetinchem)

 

Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) (Doetinchem)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

De ODA heeft als missie om bij te dragen aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving en het verminderen van milieuschade door het uitvoeren van omgevingsrecht conform de landelijke kwaliteitscriteria.

Activiteiten

Vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieuwetgeving en aanverwante specialismen. 

Deelnemende partijen

  • Gemeente Aalten
  • Gemeente Berkelland
  • Gemeente Bronkhorst
  • Gemeente Doetinchem
  • Gemeente Lochem
  • Gemeente Montferland
  • Gemeente Oost Gelre
  • Gemeente Oude IJsselstreek
  • Gemeente Winterswijk
  • Gemeente Zutphen
  • Provincie Gelderland

Bestuurlijk belang

Wethouder Bennink neemt namens de gemeente deel aan het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur

Ontwikkelingen

De ODA staat voor grote uitdagingen: invoering van de Omgevingswet, strengere landelijke kwaliteitscriteria en een krappe arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen vragen om schaalvergroting en samenwerking om kwaliteit en continuïteit te waarborgen.

Het Algemeen Bestuur van ODA heeft daarom gekozen voor een gefaseerd fusieproces met Omgevingsdienst Veluwe. Samenwerking biedt voordelen zoals het bundelen van expertise en capaciteit, betere dienstverlening aan inwoners en bedrijven, grotere innovatiekracht en toekomstbestendigheid. 

De intentieverklaring legt de koers van het fusietraject vast, waaronder het behoud van lokale binding door te werken vanuit lokale locaties.  Voorwaarden voor fusie: beide diensten moeten op vergelijkbaar kwaliteitsniveau functioneren.

De samenwerking die moet leiden tot een fusie wordt gefaseerd aangepakt: eerst nulmeting en meerjarenplan (2026) , daarna integratie van bedrijfsvoering (2026-2027) en primaire processen (2027-2028), en uiteindelijk één Gemeenschappelijke Regeling (2029).

 Deze aanpak biedt ruimte voor zorgvuldigheid en betrokkenheid van alle bestuurslagen. 

 Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De Omgevingsdienst Achterhoek is een uitvoeringsorganisatie die - met de Gelderse Maat als uitgangspunt - conform wet- en regelgeving uitvoering geeft aan vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zgn. VTH-taken). Formeel blijven de deelnemende organisaties hiervoor verantwoordelijk. Voor zover er sprake is van zelfstandige beleidsvoornemens hebben die hoofdzakelijk betrekking op het niveau van bedrijfsvoering.

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Regio Achterhoek (Doetinchem)

 

Regio Achterhoek (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is
2. Een leefbare gemeente
3. De werkende gemeente
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

GR Regio Achterhoek zet zich in voor een krachtige regio die snel en besluitvaardig samenwerkt om de Brede Welvaart in de Achterhoek sterk te houden. Overheid, Ondernemers en Maatschappelijke organisaties werken hiervoor in een nieuwe structuur genaamd 8RHK Ambassadeurs samen. De inhoudelijke basis voor de samenwerking is de Achterhoek Visie 2030.

Activiteiten

De Achterhoek Raad heeft de Achterhoek Visie 2030 vastgesteld. Op basis van deze visie bepaalt de Achterhoek Board samen met de Achterhoek Thematafels de inhoudelijke activiteiten, die worden beschreven in de jaarplannen. De Achterhoek Raad ziet toe op de voortgang. De uitvoering van deze inhoudelijke activiteiten gebeurt aan de volgende zes Thematafels:

  • Smart werken en Innovatie
  • Onderwijs en Arbeidsmarkt
  • Wonen en Vastgoed
  • Mobiliteit en Bereikbaarheid
  • Circulaire energie en Energietransitie
  • De Gezondste Regio

De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur en voert de volgende taken uit:

  • Voert de regie op de algehele samenwerking
  • Faciliteert het opstellen en uitvoeren van de Achterhoek Visie 2030, de jaarplannen en bijbehorende investeringsagenda
  • Adviseert Board en Raad over de lobby en subsidies en levert hiervoor ook de capaciteit

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Doetinchem
  • Montferland
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Burgemeester Werger heeft zitting in het Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn de alle wethouders bestuurlijk vertegenwoordigd aan alle zes Thematafels.

Ontwikkelingen

De Achterhoek aangewezen als één van de elf pilotregio's voor het Nationaal Programma Vitale Regio's van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hierbij wordt ingezet op een langdurige samenwerking tussen Rijk en regio. In 2025 is in samenwerking met de partners van de 8RHK Ambassadeurs gewerkt aan het nieuwe Achterhoekse verhaal dat als onderlegger wordt gezien voor de verdere vorming van deze samenwerking.

De Regio Achterhoek is eind 2024 gestart met een bezuinigingsopdracht en heeft in 2025 een nieuw voorstel ter consultatie voorgelegd aan de deelnemende gemeenten. Dit heeft geresulteerd in een eerste aanzet om te komen tot een nieuwe Achterhoekse Visie 2050 en een aanpassing van de Governance structuur.

Vanuit de Regio Achterhoek en 8RHK Ambassadeurs is het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek afgerond. Het product wordt meegenomen als een soort van bouwsteen voor de verdere vormgeving van de Achterhoekse Visie 2050.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

N.v.t.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Stadsbank Oost Nederland (SON) (Enschede)

 

Stadsbank Oost Nederland (SON) (Enschede)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

Op zowel maatschappelijk als zakelijk verantwoorde wijze:

• voorzien in de behoefte aan sociaal geldelijk krediet;
• regelen van schulden van personen in financiële moeilijkheden conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
• voorzien in budgetbeheer.

Activiteiten

  • kredietverlening
  • budgetbeheer
  • schuldhulpverlening
  • verzorgen van aanvragen wet schuldsanering natuurlijke personen

Deelnemende partijen

  • Almelo
  • Berkelland
  • Borne
  • Bronckhorst
  • Dinkelland
  • Enschede
  • Haaksbergen
  • Hellendoorn
  • Hengelo (O)
  • Hof van Twente
  • Lochem
  • Losser
  • Montferland
  • Oldenzaal
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Rijssen-Holten
  • Tubbergen
  • Twenterand
  • Wierden
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Wethouder Haverdil is vanuit het college lid van het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is ingegaan per 1 juli 2012. Hierdoor heeft de gemeente de verplichting om inwoners met schulden te helpen. Ook heeft de gemeente een regierol in het voorkomen en het oplossen van (problematische) schulden. 

De vroegsignalering, intake en budgetcoaching voeren we uit in eigen beheer. Het schuldregelen, kredietverstrekking, en het budgetbeheer is uitbesteed aan de Stadsbank Oost Nederland. 

De Stadsbank is een dagdeel bij de gemeente aanwezig en sluit daarnaast aan bij het inloopspreekuur Geldzaken in Ulft.

In januari 2023 is de Klantreis 2023 gestart. Een klantgerichte aanpak op maat voor inwoner en gemeente. Doelstelling is dat de afstand wordt verkleind en processen worden versneld. Dit zijn doelstellingen waar de gemeente grote waarde aan hecht, zowel vanuit het perspectief van de inwoner als voor het proces.

In de praktijk blijkt dat het in de samenwerking een uitdaging blijft om aan deze doelstellingen te kunnen voldoen. Hierover blijven wij actief in gesprek met de Stadsbank Oost Nederland. 
In het afgelopen jaar is bovendien een toename zichtbaar in de complexiteit van hulpvragen, wat leidt tot een zwaardere belasting van de uitvoering en de benodigde inzet voor ondersteuning.

Tegelijkertijd is er een toename van inwoners die ondersteuning vragen bij financiële zorgen, zonder dat er sprake is van problematische schulden.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De in gang gezette registratie en verantwoording van de geldstroom vormt een vast onderdeel van bestuurlijke rapportages vanuit het sociaal domein.

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) (Zutphen)

 

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) (Zutphen)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het gemeenschappelijk en op regionaal niveau uitvoeren van veiligheidsbeleid, specifiek gericht op brandweertaken, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding onder andere op het gebied van bevolkingszorg en multidisciplinaire samenwerking, zowel preventief als repressief. Hieronder valt bijvoorbeeld het coördineren van het weerbaarheidsvraagstuk.

Activiteiten

  • inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises en hierop anticiperen middels beleidsstukken en vakbekwaam houden van crisisfunctionarissen;
  • adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crisis in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen als ook in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
  • adviseren van het college van burgemeester en wethouders over:
    • het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;
    • het beperken van brandgevaar;
    • het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;
    • het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;
    • voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
    • instellen en in stand houden van een brandweer;
    • instellen en in stand houden van een GHOR;
    • voorzien in de meldkamerfunctie;
    • aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
    • inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de eerder genoemde taken.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Hattem
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

Burgemeester Werger vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur. Gemeentesecretaris Frerix vertegenwoordigt de gemeente in het Cluster Secretarissen Overleg.

Ontwikkelingen

Vanaf 2027 neemt de gemeentelijke bijdrage substantieel toe. Deze stijging is al geruime tijd aangekondigd en hangt voornamelijk samen met oplopende kapitaallasten voortvloeiend uit de aanschaf van nieuwe voertuigen.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Het financiële risico is beperkt. De veiligheidsregio is ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling waarin de jaarlijkse bijdrage wordt bepaald aan de hand van de kadernota en de begroting. De gemeenteraad kan hierop invloed uitoefenen door het indienen van een zienswijze.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - AGEM (Wehl)
AGEM (Wehl)
Relatie met de programma's 1. De gemeente waar het goed wonen is
Doelstelling De Agem is opgericht door de acht Achterhoekse gemeenten om de energietransitie te versnellen en de Achterhoek energieneutraal te maken. Hiervoor zijn verschillende activiteiten ontwikkeld (zie hieronder).
Activiteiten
  • Energieloket Achterhoek: alles m.b.t. energiebesparing voor inwoners, van inzicht en advies over energiebesparing, tot informatie over financieringsmogelijkheden. 
  • AGE: inkoop gemeentelijke energie en de verduurzaming van het gemeentelijk energie gebruik.
  • Coöperatie streekenergie; advies en begeleiding lokale energiecoöperaties.
  • Agem Energie Experts; Agem Ontwikkeling (project- en adviesbureau) en Agem levering (levering energie aan klanten). 
Deelnemende partijen
  • Achterhoekse gemeenten (Winterswijk heeft een aparte positie)
  • Gemeente Doesburg
  • Lokale energiecoöperaties
Bestuurlijk belang De acht Achterhoekse gemeenten hebben in 2013 de Agem opgericht. De Agem is doorontwikkeld en er is nu een gemeentelijk deel (Energieloket, Anders Omgaan met Energie, AGE) en een niet gemeentelijk deel (streekenergie, Agem Energie Experts; ontwikkeling en levering). De betrokken partijen zitten samen in een federatie "Anders omgaan met energie" .
De gemeenten zijn de enige leden van de coöperatie Energieloket Achterhoek, de Stichting Vrijwilligers Anders Omgaan met Energie, en de enige aandeelhouders van de AGE.  We zitten in het bestuur van deze onderdelen van de Agem.
Ontwikkelingen De Agem is in ontwikkeling,  de opsplitsing van het gemeentelijke en niet gemeentelijke deel is voltooid maar op onderdelen zal het nog doorontwikkelen. Zo is de federatie "Anders omgaan met energie" opgericht en schrijft aan een gedeelde visie.  Daarnaast moet de stichting "Vrijwilligers Anders Omgaan met Energie" vormgegeven worden.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen Geen.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - BNG N.V. (Den Haag)

BNG Bank  N.V. (Den Haag)

Primair doel

Bankier van en voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang.

Activiteiten

De strategische doelstelling van de bank is het behoud van substantiële marktaandelen in Nederlandse publieke en semipublieke domein en het behalen van een redelijk dividend voor de aandeelhouders.

Deelnemende partijen

De Staat is houder van 50% procent van de aandelen, de andere 50% is verdeeld onder gemeenten, provincies en hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Financieel

Wij bezitten 161.460 aandelen. In de jaarrekening 2025 is een dividend opbrengst verantwoord van € 405.000.  De begrotingsperiode 2026-2028 begroten we € 350.000 dividend per jaar.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - VNG B.V. (Den Haag)

VNG B.V. (Den Haag)

Primair doel

De VNG is dé belangenorganisatie en het kennisplatform voor alle Nederlandse gemeenten

Activiteiten

Het doel van de VNG is om de krachten van gemeenten te bundelen en gezamenlijk op te treden in het belang van de lokale overheid en haar inwoners. Tegen de achtergrond hiervan werkt de VNG in toenemende mate aan de totstandkoming van gemeentelijke producten/diensten die door alle gemeenten gebruikt kunnen worden. Verder blijft de VNG zich in de nabije toekomst inzetten voor een goede financiering van de gemeenten vanuit het Gemeentefonds, passend bij de taken die gemeenten hebben. Ook op concrete dossiers, bijvoorbeeld stikstof en woningbouw, zoekt de VNG contact met politiek Den Haag om haar standpunt wat dit betreft voor het voetlicht te brengen.

Deelnemende partijen

Alle Nederlandse gemeenten zijn lid.

Bestuurlijk belang

Wethouder Kock vertegenwoordigt de gemeente tijdens de Algemene Ledenvergadering. 39 stemmen in de Algemene ledenvergadering van de vereniging. Er is sprake van een gewogen stemverhouding op basis van het aantal inwoners.

Risico's

Niet van toepassing: het eigen vermogen van de VNG is ruim voldoende om (financiële) risico's op te vangen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Alliander N.V. (Arnhem)

Alliander N.V. (Arnhem)

Primair doel

Netwerkbedrijf dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de energieleidingen in Nederland.

Activiteiten

Kernactiviteit is het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit.

Deelnemende partijen

Provincie Gelderland, Friesland en Noord Holland en de gemeente Amsterdam bezitten 75% van de aandelen. De overige 25% is verdeeld over diverse gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 580.414 aandelen. In de jaarrekening 2025 is een dividend verantwoord van € 404.000. De begrotingsperiode 2026-2028 begroten we € 500.000 dividend per jaar.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Vitens N.V. (Utrecht)

Vitens N.V.  (Utrecht)

Primair doel

Drinkwaterbedrijf dat drinkwater levert aan 5,8 miljoen klanten.

Activiteiten

Verantwoordelijk voor een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.

Deelnemende partijen

De aandeelhouders bestaan uit 5 provincies en gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 40.057 aandelen. In 2025 is geen dividend uitgekeerd over 2024. We begroten voor 2026-2028 ook geen dividend.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Stoer B.V. (Oude IJsselstreek)

STOER B.V. (Oude IJsselstreek)

 Primair doel

 STOER B.V. is per 1 januari 2021 opgericht door de gemeente Oude IJsselstreek om de werkgeversrol voor inwoners te vervullen namens de gemeentelijke afdeling die uitvoering geeft aan de Participatiewet. 

 Activiteiten

STOER B.V. neemt voor de gemeente Oude IJsselstreek de werkgeversrol op zich als het gaat om inwoners met een beschut werk indicatie of inwoners met een maatschappelijke baan.

 Deelnemende partijen

 Gemeente is houder van 100% van de aandelen.

 Financieel

Gemeente is houder van 100% van de aandelen, De gemeente voert de financiële administratie voor STOER. De kosten die STOER maakt worden hierin separaat geadministreerd en aan STOER doorbelast. Voor de werkzaamheden die STOER uitvoert ontvangt zij jaarlijks een vergoeding van de gemeente, gelijk aan de werkelijke kosten. Deze werkwijze leidt ertoe dat de totale baten en lasten van STOER tevens in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen. Een verzoek tot het aanmerken van een fiscale eenheid voor de BTW tussen de gemeente en STOER is dit jaar akkoord bevonden door de Belastingdienst. 
Het bij oprichting geplaatste kapitaal bedraagt € 10.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder; de burgemeester is vertegenwoordiger van de gemeente.

 Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen. De kans hierop schatten wij in op nihil.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Leisure Lands (Arnhem)

Leisure Lands (Arnhem)

Primair doel

Recreatiebedrijf in het duurzaam ontwikkelen en exploiteren van recreatiegebieden voor breed toegankelijk vrijetijdsgebruik.

Activiteiten

Leisurelands wil mensen de deur uit laten gaan en steeds opnieuw laten ervaren hoe onverwacht mooi, leuk en actief je kunt recreëren in het buitengebied van Nederland. Leisurelands doet dit door duurzame en dynamische recreatiegebieden aan te bieden voor iedereen. Leisurelands zet haar expertise, innovatiekracht en creativiteit in om de (water)recreatie in de gehele regio continu te blijven ontwikkelen en versterken.

Net zoals de andere negen Achterhoekse gemeenten zijn wij aandeelhouder in Leisurelands. Hiermee leveren we een gezamenlijke bijdrage aan het duurzaam beheer en onderhoud van de waterrecreatiegebieden in de regio. Zo stimuleren we de verdere ontwikkeling van de Achterhoek als aantrekkelijke toeristisch-recreatieve bestemming.

Gemeente Oude IJsselstreek heeft geen recreatiegebied of recreatieplas van Leisurelands B.V. op haar grondgebied.

Deelnemende partijen

De gemeente Oude IJsselstreek is samen met 31 gemeenten aandeelhouder van Leisurelands B.V.

Financieel

De gemeente Oude IJsselstreek bezit 1.393 aandelen.

Bestuurlijk belang

In de Achterhoek trekken we in het Portefeuillehouders Overleg Vrijetijdseconomie (POHO-VE) al jaren samen op richting Leisurelands. De portefeuillehouder toerisme en recreatie van de gemeente Berkelland is gemachtigd namens de overige acht Achterhoekse gemeenten (Aalten, Bronckhorst, Oost Gelre, Doetinchem, Oude IJsselstreek, Lochem, Winterswijk en Zutphen).
Vanaf 2026 zijn we met 10 gemeenten omdat Montferland ook aansluit.

 Risico's

Geen.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Stichting Achterhoek Toerisme (StAT) (Borculo)

Stichting Achterhoek Toerisme (StAT) (Borculo)

Relatie met de programma's 3. De werkende gemeente
Doelstelling Gemeenten en bedrijfsleven willen de vrijetijdssector ontwikkelen tot een grotere economische drager in de Achterhoek. Door middel van vernieuwende marketing en fysieke producten meer bezoekers te genereren die langer in de Achterhoek willen verblijven, meer willen besteden en een herhalingsbezoek plannen. Daarnaast draagt STAT zorg voor een goede infrastructuur qua routes ed.
Activiteiten Ondersteuning voor de leden voor allerlei toeristische activiteiten. Daarnaast overkoepelend orgaan en sparring partner voor de gemeenten in de Achterhoek op het gebied van toerisme en recreatie.
Deelnemende partijen
  • Aalten         
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Doesburg
  • Doetinchem
  • Lochem
  • Montferland
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Zutphen
  • Winterswijk
Bestuurlijk belang De Achterhoekse gemeenten, met Doesburg, Lochem en Zutphen nemen deel in het bestuur. 
Ontwikkelingen In de visie van STAT over de huidige periode staat vermeld dat STAT zich bezighoudt met doorontwikkeling van regiomarketing, versterking van de route infrastructuur, het opzetten kennisontwikkelingstraject en grip op Gastheerschap en informatievoorziening in de regio.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Risicovol voor de gemeente is dat ze de ondersteuning van Stichting Achterhoek Toerisme (STAT) op toeristisch gebied mist wanneer deze uit beeld verdwijnt. Met STAT worden meerjarige contracten afgesloten die voor de gemeente een risico betekenen wanneer STAT ophoudt te bestaan. De stichting is afhankelijk van de bijdrage van gemeenten voor de uitvoering van hun activiteiten. Mochten deze inkomsten teruglopen, door bijv. een steeds meer terugtredende overheid die meer aan de markt overlaat, of door een slechte financiële situatie bij gemeenten, dan loopt de stichting het risico om haar taken voor de gemeenten niet meer te kunnen uitvoeren. Ook spelen de politieke agenda’s van de verschillende gemeenten hierbij een rol. STAT moet van toegevoegde waarde blijven voor de gemeenten.

De gemeente OIJ huurt bij STAT een marketing coördinator in die ingezet wordt voor toeristische productontwikkeling en lokale promotie en marketing. De marketing coördinator ondersteunt daarbij tevens de lokale toeristische organisatie in OIJ (STROIJ). Mocht STAT dit niet meer kunnen doen, dan heeft dit gevolgen voor deze inhuurstructuur en voor de toeristische organisatie in Oude IJsselstreek.

Financieel overzicht

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.2 Paragraaf Verbonden partijen - Financieel overzicht
Verbonden partij Pgr Vorm Bijdrage 2025 Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat
(x € 1.000) 1-1-2025 31-12-2025 1-1-2025 31-12-2025
Erfgoedcentrum Ecal 1 GR 222 308 525 460 417 217
GGD Noord- en Oost Gelderland 2 GR 895 1.921 3.102 10.866 6.295 1.184
ODA 4 GR 1.198 613 118 1.610 6.191 -687
Regio Achterhoek div GR 315 6.736 6.390 22.124 32.111 390
Stadsbank ON 2 GR 334 2.236 2.186 8.759 9.950 270
VNOG 4 GR 2.453 22.717 25.061 28.921 48.066 1.342
VNG 5 B.V. 71 56.301 60.360 118.819 168.141 -26
Stichting Achterhoek Toerisme 3 Sticht. 73 0 0 1.488 1.238 0
Totaal 5.561 90.832 97.742 193.047 272.408 2.689

Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen - Inleiding

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is bestemd (rioolheffing, afvalstoffenheffing) als heffingen waarvan de besteding niet van tevoren is bestemd (onroerende-zaakbelasting en toeristenbelasting). Uit het overzicht “algemene dekkingsmiddelen” blijkt overigens van welke omvang het budgettaire belang is van met name de niet-bestemde heffingen. Dat inzicht, gekoppeld aan het inzicht over omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang, omdat de budgettaire positie van de gemeente mede wordt bepaald door de wijze waarop het lokale belastinginstrument wordt gehanteerd.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen - Beleid

Het beleid over de lokale belastingen is opgenomen in de verordeningen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. We stellen jaarlijks een nieuwe verordening vast.

De gemeente Oude IJsselstreek kent de volgende gemeentelijke belastingen en heffingen:

Belasting/ heffing Omschrijving
Marktgelden Geheven voor innemen standplaatsen op warenmarkt Silvolde, Terborg, Ulft, Gendringen en Varsseveld.
Precariobelasting Geheven voor het verlenen van een standplaats op gemeentegrond
Lijkbezorgingrechten Geheven voor gebruik algemene begraafplaatsen Varsseveld en Terborg. Eventuele overschotten of tekorten worden conform besluit verrekend met de reserve.
Leges Deze betreffen diverse gemeentelijke leges (bouwvergunning, uittreksels etc.)
Toeristenbelasting Belastingheffing van personen die niet in de gemeentelijke bevolkings-administratie zijn opgenomen, maar die tegen betaling/vergoeding wel verblijf houden door overnachtingen in bijv. hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeermiddelen.
OZB niet - woningen Wordt geheven van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen.
Woonlasten Dit zijn de onroerende-zaakbelastingen zakelijk recht woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen. De woonlasten zijn conform raadsbesluit d.d. 11 november 2024 met 3% gestegen t.o.v. 2024. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd.
Reinigingsrechten Reinigingsrecht voor bedrijven en instellingen die geringe (passend in de normale containers) hoeveelheden afval aanbieden en de gemeente hebben verzocht afval tijdens normale inzamelingsactiviteiten mee te willen nemen.
Reclamebelasting Deze belasting is vanaf 2017 ingevoerd voor het centrum van Varsseveld en vanaf 2019 t/m 2022 ook voor bedrijventerrein Akkermansweide in Terborg, centrum Terborg, parkmanagement Varsseveld, parkmanagement de Rieze in Ulft en kerngebied Ulft voor openbare aankondigingen. Wij innen deze belasting in feite als tussenpersoon. De inkomsten worden verrekend met door de gemeente gemaakte kosten. Het restant wordt rechtstreeks doorbetaald aan de desbetreffende ondernemersfonds. Per saldo is dit dus budgettair neutraal.

Tarieven

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen - Tarieven
Tarieven diverse heffingen 2024 2025
Onroerende-zaakbelastingen
Eigenaren van woningen, in % van de waarde 0,11512% 0,11662%
Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde 0,13429% 0,13542%
Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde 0,17470% 0,17632%
Afvalstoffenheffing
Meerpersoonshuishoudens vast tarief 220,80 219,60
Eénpersoonshuishoudens vast tarief 170,40 189,60
Per lediging grote container rest afval 14,75 14,75
Per lediging kleine container rest afval 8,50 8,50
Per storting ondergrondse container 2,50 2,50
Reinigingsrechten
Vast tarief 220,80 219,60
Per lediging grote container rest afval 14,75 14,75
Per lediging kleine container rest afval 8,50 8,50
Rioolheffing
Per aansluiting 294,00 297,00
Toeristenbelasting
Per overnachting 1,45 1,49
Precariorechten
Dagtarief 15,15 15,60
Jaartarief 625,00 643,50

Opbrengsten

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen - Opbrengsten
Opbrengsten belastingen/ heffingen (x 1.000) Werkelijk 2024 Begroot voor wijziging 2025 Begroot na wijziging 2025 Werkelijk 2025
OZB woningen 6.483 6.784 6.919 6.918
OZB niet-woningen 2.815 2.932 2.917 2.920
Afvalstoffenheffing 4.515 4.308 4.308 4.484
Rioolheffing woningen 5.106 5.043 5.043 5.148
Rioolrecht bedrijven 278 275 275 275
Leges 1.866 1.371 1.310 1.438
Lijkbezorgingrechten 175 125 125 152
Marktgelden 23 20 20 21
Reinigingsrechten 37 35 35 44
Toeristenbelasting 184 210 270 270
Precariobelasting 7 8 8 8
Reclamebelasting 168 150 150 172
Totaal 21.657 21.261 21.380 21.850

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen - Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven
Afvalstoffenheffing + reinigingsrecht Lijkbezorgingsrechten
Kosten Afval 3.982 Kosten begraafplaatsen 97
Opbrengsten afval excl. heffingen 959 Opbrengsten begraafplaatsen 1
Reinigingsrechten 44 Netto kosten Begraafplaatsen 96
Netto kosten Afval 2.979 Salaris + overhead 180
Salaris + overhead 468 Kapitaallasten 2
BTW 425 Onttrekking reserve -46
Rente 36 Subtotaal 136
Resultaat tbv reserve afval 668
Subtotaal 1.597 Totale kosten 232
Totale kosten 4.576 Opbrengst heffingen 152
Opbrengst heffingen 4.576 Dekking 66%
Dekking 100%
Rioolheffing Omgevingsvergunning bouwen
Kosten Riolering 3.283 Kosten omgevingsvergunning bouwen 79
Opbrengsten Riolering excl. heffingen 71 Overige opbrengsten 63
Rioolheffing bij bedrijven 275 Netto kosten omgevingsvergunning bouwen 16
Netto kosten Riolering 2.937 Salaris + overhead 726
Salaris + overhead 520 Totale kosten 726
BTW 475
Rente 701 Opbrengst heffingen 679
Toevoeging bufferfonds riolering 515
Subtotaal 2.211 Dekking 92%
Totale kosten 5.148
Opbrengst heffingen 5.148
Dekking 100%
Markten
Algemene dienstverlening Kosten markten 19
Kosten algemene dienstverlening 432 Overige opbrengsten
Overige opbrengsten 0 Netto kosten markten 19
Netto kosten algemene dienstverlening 432 Salaris + overhead 29
Salaris + overhead 480 Subtotaal 29
Subtotaal 480
Totale kosten 48
Totale kosten 912
Opbrengst heffingen 21
Opbrengst overige dienstverlening 876
Dekking 44%
Dekking 96%

Woonlasten

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten

De woonlasten bestaan uit de opbrengsten van huishoudens uit OZB, Rioolheffing en Afvalstoffenheffing. Voor 2025 is tot een gemiddelde stijging van 3% woonlasten besloten.  Het vastrecht deel van de afvalstoffenheffing is in 2025 in rekening gebracht bij de huishoudens, het variabele deel op basis van het aantal ledigingen wordt afgerekend in 2026. De opbrengsten van het variabele deel afvalstoffenheffing 2025 zijn in deze jaarrekening 2025 verwerkt. Bij de begroting 2025 is uitgegaan van een gemiddeld aantal ledigingen van een mini container van 5,5 keer of een aantal van 17 inworpen in een ondergrondse container per huishouden. In werkelijkheid lag het aantal ledigingen van een mini container boven de zes ledigingen per huishouden en het aantal inworpen op gemiddeld 24 keer. Daarmee hebben we een extra opbrengst van € 170.000.

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.3 Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslagen van de woonlasten. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen per saldo niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau.

In 2025 is een totaalbedrag van € 424.166 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden, waar de raming € 386.000 is geweest. In 2025 is voor het eerst het variabele tarief afval meegenomen. Het bedrag aan kwijtschelding is 4,40% van de totaal geraamde opbrengsten gemeentelijke belastingen die voor gemeentelijke kwijtschelding in aanmerking komt. In 2024 werd in totaliteit € 388.215 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden.

Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

In deze paragraaf zijn conform de voorschriften in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen.

De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren:
Infrastructuur:

  • Wegen
  • Civieltechnische kunstwerken
  • Kunst
  • Openbare verlichting
  • Riolering
  • Gebouwen
  • Voorzieningen
  • Openbaar groen
  • Speelplaatsen

Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner.

Beleids- en beheerplannen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Beleids- en beheerplannen

De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier evalueren we de beheerplannen wegen en riolering, voor de gebouwen, openbaar groen en speelplaatsen is dit eens in de 10 jaar. Waar nodig stellen we ze bij.

De volgende beleidsstukken/beheerplannen zijn vastgesteld:

     

Wegenbeleid

2019 - 2023

In dit beleidsplan zijn de kaders voor het wegbeheer vastgelegd. Op basis van de in dit beleidsplan gemaakte keuzes worden de verhardingen binnen de gemeente beheerd en wordt uitvoering gegeven aan onderhoudsmaatregelen.  Op dit moment wordt een update van het huidige beleidsplan voorbereid.

Beleidsnotitie Openbare verlichting

2022 - 2026

De beleidsnotitie is begin 2022 vastgesteld. Deze korte beleidsnotitie is een aanvulling op en actualisatie van het beleidsplan openbare verlichting ‘Licht op maat 2012-2016’. Het beleidsplan en de beleidsnotitie vormen samen een actueel kader. Op dit moment wordt een update van het huidige beleidsplan voorbereid.

Openbare verlichting Vervangingsplan

2022 - 2026

In 2022 is uitvoering gegeven aan het nieuwe vervangingsplan als onderdeel van de nieuwe beleidsnotitie.  In vier jaar worden masten van 50 jaar en ouder vervangen. Armaturen van 25 jaar en ouder worden in een periode van vier jaar vervangen door LED armaturen. Bij het opstellen van nieuw beleid van de openbare verlichting wordt bekeken of vanaf 2027 een nieuw vervangingsplan nodig is.

Gemeentelijk rioleringsplan

2024 - 2028

Eind 2023 is dit plan vastgesteld.

Klimaatagenda

2022 - 2026

De Klimaatagenda is in juni 2022 vastgesteld.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

2023 - 2027

Beheerplan voor de civieltechnische kunstwerken en de kunst in de openbare ruimte.

Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen

2021-2031

De Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen is in 2021 vastgesteld.

Bomenbeheerplan

2022-2032

Beheerplan is gerealiseerd in 2022.

Speelruimtebeleid

2022-2032

In 2022 is het Speelruimteplan vastgesteld.

Bosbeheerplan

2022-2032

In 2022 is het Bosbeheerplan vastgesteld.

Meerjaren Onderhouds Planning (MJOP)

2019-2029

In 2025 zijn MJOP's  herzien.

Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gemoeid zijnde financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. 

Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen

Beleid
Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2019-2023”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal, aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROW-systematiek). Eén keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld. Er wordt gewerkt aan een update van het huidige beleidsplan. Het opstellen hiervan loopt parallel met het opstellen van het Integrale Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR). 

 

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Schoon, heel, veilig
Niveau Basis (kwaliteitscijfer 5,5-6,5)

Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen

Rapportage kwaliteitsniveau van de wegen op basis van de weginspectie

Subdoelstelling

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen

Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen

Up to date houden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)

Kwaliteit
In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau Basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau Basis is een voldoende (kwaliteitscijfer tussen 5,5 en 6,5).

Om te kunnen bepalen welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente hebben, vertaalt een onafhankelijk bureau structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. In 2024 zat de kwaliteit van de wegen in het algemeen op kwaliteitsniveau Laag (5,3).  Dit had vooral te maken met het kwaliteitscijfer van de asfaltverhardingen (4.4). Het is daarom van belang dat we ons de komende jaren concentreren op de staat van onderhoud van de asfaltverhardingen. Hier houden we dan ook rekening mee met de planning voor het groot onderhoud aan de wegen en met de meerjarenplanning projecten 2024 t/m 2027 (reconstructies). In deze planningen (onderhoud en reconstructies) zitten vooral wegen met een asfaltverharding die onderhouden of vervangen moeten worden.

Financiën
Het huidige beleidsplan Wegen is door de raad in maart 2019 vastgesteld en heeft een looptijd tot 2023. Een update van het huidige beleidsplan wordt nu voorbereid. Met de uitgangspunten in het huidige beleidsplan, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie "basis" is een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Deze kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste gebracht van de exploitatie. Deze kosten worden ook ieder jaar geïndexeerd. De BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) staat niet toe dat de kosten voor vervangingen (reconstructies) worden meegeraamd in het onderhoudsbudget Wegen. Voor reconstructies van wegen en fietspaden is een investeringsbudget vereist. Aan de hand van de nieuwe meerjarenplanning 2024 t/m 2027 is een investering van € 1.500.000 per jaar beschikbaar.

Ontwikkelingen
Ontwikkelingen op de markt omtrent wegbeheer worden gemonitord. Nieuwe onderhoudsmethodieken worden waar mogelijk in de vorm van een pilot uitgevoerd. Op basis van de opgedane kennis in de pilot wordt eventueel de ‘standaard’ onderhoudsmethodiek aangepast.  Daarnaast worden materialen als puin of granulaat hergebruikt onder nieuw aan te leggen wegen. De komende jaren zal er nog meer aandacht zijn voor circulariteit.
In de verschillende beheerfasen (bv. ook in de contracten) zal hier nadrukkelijk aandacht voor zijn. Daarnaast wordt gekeken naar het duurzaam toepassen van materialen.  Waar mogelijk worden asfaltverhardingen in de verblijfsgebieden omgevormd tot elementverhardingen. Deze zijn duurzamer, maar op lange termijn zorgt dit ook voor een reductie in beheerkosten.

Gerealiseerd
Naast het groot onderhoud aan de wegen vanuit de exploitatie is er ook gewerkt aan de uitvoering van de meerjarenplanning projecten. Hiervan zijn een aantal wegen al uitgevoerd of in uitvoering (dr.Dreesstraat/Thorbeckestraat Silvolde, Van Gelderstraat Terborg, Hogeweg Ulft, Akenloodsweg e.o in Gendringen, Dierenrien in Ulft, Oranjestraat e.o. in Varsseveld).

Risico’s
Vanuit de Wegenwet heeft de gemeente de zorgplicht voor verhardingen. Dit betekent dat wij als wegbeheerder altijd verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit (de onderhoudstoestand) van de verhardingen die wij in beheer hebben. Het gebruik van de wegen moet veilig kunnen plaatsvinden. Schades/ongevallen door gebreken aan de weg moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Wij zijn als wegbeheerder verplicht invulling te geven aan deze zorgplicht. De wegen moeten voldoende van kwaliteit zijn om de noodzakelijke functie te kunnen vervullen. Als kan worden aangetoond dat wij niet voldoen aan de zorgplicht dan kunnen wij aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele gevolgschade.

Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte

Beleid
De visie van de gemeente op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte is kernachtig te verwoorden als "veilig, heel, doelmatig en schoon". Deze visie is uitgewerkt in het beheerplan dat het college in 2023 heeft vastgesteld.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Schoon, heel en veilig

Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.

 

Volledige inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).

Kwaliteit
In het beheerplan is opgenomen dat elke vijf jaar het volledige areaal door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd wordt. In de tussenliggende jaren voert de eigen dienst inspecties uit. Voor de kunst in de openbare ruimte is ervoor gekozen om de eigen dienst jaarlijks een globale inspectie uit te laten voeren. Het jaarlijks onderhoud (schoonmaken) is hierop afgestemd. De laatste inspectie was in 2021. In 2026 wordt er weer een volledige inspectie uitgevoerd.

Gerealiseerd
Afgelopen jaar is voornamelijk aandacht besteed aan het regulier onderhoud van het areaal. Daarnaast zijn een aantal houten bruggen nader onderzocht, naar aanleiding van een inspectie van de eigen dienst. Uit het nader onderzoek kwam naar voren dat bij zeker drie bruggen de constructie ernstig is aangetast door houtrot. Dit jaar is begonnen met de voorbereiding voor de vervanging van deze bruggen. In het kader van circulair werken, zal gebruik gemaakt worden van hout uit onze eigen bossen wat vrijkomt bij het bosonderhoud. 

Aan de kunst in de openbare ruimte is voornamelijk regulier onderhoud gepleegd zoals schoonmaken en het herstellen van kleine beschadigingen. Aan de twee kunstwerken bij het gemeentehuis is echter groot onderhoud gepleegd. De Gent is volledig nagekeken en op diverse punten versterkt en van een nieuwe coating voorzien. De Ringen zijn gestraald en ook van een nieuwe coating voorzien.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleid
Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol vervult bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.

Uitvoeren beleidsnotitie 2022-2026

Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten)

Uitvoeren vervangingsplan 2022 - 2026 (masten 50 jaar en ouder en armaturen van 25 jaar en ouder)

Uitvoeren regulier onderhoud

Afhandelen storingen en klachten

 Subdoelstelling

 

Aandacht voor circulaire economie en Smart City 

Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak

Kwaliteit
In de periode 2017 t/m 2021 zijn bijna alle SOX en SON armaturen vervangen en waar mogelijk ook masten op leeftijd. In de periode 2022-2026 gaan we door met het vervangen van masten en armaturen. Dit doen we op basis van leeftijd (masten 50 jaar en armaturen 25 jaar). Naast het verminderen van het energieverbruik zorgt dit ook voor een daling van de veiligheidsrisico’s en uniformiteit van masten en armaturen waardoor een rustig straatbeeld ontstaat.

Financieel
Voor het  vervangen van masten en armaturen is er tot en met 2026 een investeringskrediet beschikbaar. Voor de periode 2027 tot en met 2030 zal er een nieuw investeringskrediet aangevraagd moeten worden. Dit wordt met de nieuwe beleidsnotitie 2027-2030, die in de tweede helft van 2026 aan de raad wordt aangeboden meegenomen.

Ontwikkelingen
De ontwikkelingen op het gebied van LED (Light Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. De laatste SOX en SON armaturen worden in de hierboven genoemde periode ook vervangen. Vanaf 2022 zijn we gestart met de uitvoering van het nieuwe vervangingsplan voor masten en armaturen en zitten nu in het laatste jaar van het vervangingsplan. Gelijktijdig met het opstellen van nieuw beleid voor de OV zal ook een nieuw vervangingsplan opgesteld worden.

Het dimmen van de openbare verlichting voeren we verder in. Dit scheelt ongeveer 10% energieverbruik op de totale installatie. In 2024 is het nieuwe onderhoudscontract voor de periode 2024-2028 aanbesteed. Net als de voorgaande onderhoudscontracten zit de gemeente Oude IJsselstreek in één perceel met de Gemeente Doetinchem, Doesburg en Montferland. Hier is de gemeente Brummen aan toegevoegd.

Gerealiseerd
Ieder jaar testen we masten die 40 jaar of ouder zijn op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgen. Deze masten worden binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Binnen het huidige budget kunnen we deze masten tijdig vervangen waarmee het stabiliteitsrisico beperkt blijft.  We gaan door met het vervangen van oude verlichting. Masten zonder code rood worden niet sneller vervangen dan op basis van leeftijd.

Risico’s
De huidige beleidsperiode loopt in 2026 op zijn einde. Voor de nieuwe beleidsperiode vanaf 2027 is bekend dat de grootschalige vervanging van de openbare verlichting een vervolg moet krijgen. Zonder nieuw investeringskrediet vanaf 2027 stagneert de grootschalige vervanging van de conventionele verlichting door ledverlichting. Bij niet of te weinig vervangen zullen de kosten in de toekomst toenemen omdat oude armaturen steeds meer energie verbruiken en meer kans op storingen geven. Daarnaast zullen de doelstellingen uit het SER-energieakkoord niet gehaald worden.
Op dit moment worden de kapitaallasten van het investeringsbudget ten laste gebracht van het reguliere onderhoudsbudget. Hierdoor is er minder beschikbaar voor het reguliere onderhoud, maar door de langere levensduur van ledverlichting ten opzichte van de conventionele verlichting ontstaat er op termijn ruimte.

Riolering

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering

Beleid
In de afgelopen jaren waren gemeenten op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer, verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, is de verplichting voor het opstellen van een dergelijk plan vervallen. Wel blijven gemeenten verplicht invulling te geven aan hun gemeentelijke watertaken en het onderbouwen van de benodigde rioolheffing. Om aan deze verplichting te voldoen, is ervoor gekozen om een Water- en Rioleringsprogramma (WRP) op te stellen. Dit programma beschrijft hoe de gemeente omgaat met haar wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Eind 2023 is dit WRP door de gemeenteraad vastgesteld.

Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn verschillende bronnen. De kosten voor de aanleg van riolering in  uitbreidingsplannen, worden binnen deze plannen verrekend en komen niet ten laste van het rioolfonds. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing herzien we jaarlijks en stellen we vast met behulp van een kostendekkingsplan.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan ?

Hoofddoelstelling

 

Schoon, heel, veilig
(Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater)

Uitvoering geven aan het Water- en Rioleringsprogramma 2024 - 2028

Subdoelstelling

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering

Uitvoering geven aan het Water- en Rioleringsprogramma 2024 - 2028

Voorkomen van “water op straat”

Oplossen knelpunten

Uitvoering geven aan het Water- en Rioleringsprogramma 2024 - 2028

Gerealiseerd
In het afgelopen jaar is er voor zo'n € 2.103.000 uitgegeven aan het vervangen, dan wel het relinen, van vrijvervalriolering. Hierbij zijn, daar waar nodig, tevens klimaatmaatregelen meegenomen. In Silvolde is de riolering in de Dr. Dreestraat en de Thorbeckestraat vervangen. In Gendringen is de riolering in de Akenloodsweg, de Tulpstraat en de Rozenstraat vervangen en is de riolering in de Pr. Hendrikstraat deels gerelined. Tot slot is in Varsseveld de riolering in de Pr. Irenestraat vervangen en Ulft is een deel van de riolering in de Vogelbuurt vervangen.

Aan de mechanische riolering, zoals rioolgemalen en pompunits in het buitengebied, is zo'n € 630.000 uitgegeven. Waarvan ongeveer € 550.000 aan de renovatie van 140 drukrioolunits in de omgeving van Varsseveld en Westendorp, en ongeveer € 80.000 aan de renovatie van onder andere de gemalen Gelderkampstraat en Lenteleven en de berbezinkbassins Egginkstraat en Paasberg.

Groen, natuur en landschap

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Groen, natuur en landschap

Beleid
Voor de groenvoorziening hanteren we in de wijken beeldkwaliteit Basis en in centra beeldkwaliteit Hoog. Dit is conform het vastgesteld beeldkwaliteitsplan van 2016. Uit een laatst gehouden externe inspectie (2022) blijkt dat de meeste groenonderdelen scoren op dit vastgestelde kwaliteitsniveau.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Behoud van groenvoorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau voor een aantrekkelijke, biodiverse groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek

Uitvoeren planmatig onderhoud

Subdoelstelling

 

Streven naar beeldkwaliteit groen die overeenkomt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan

Uitvoeren planmatig onderhoud

Kwaliteit
Door middel van verschillende jaarlijkse inspecties op groenvoorziening en bomen toetsen we of de vastgestelde beeldkwaliteit en veiligheid behaald wordt.

Financieel
De werkzaamheden voeren we uit binnen de huidige budgetten en formatie. We merken in het groen ook de effecten van klimaatverandering en de hiermee gepaard gaande financiële effecten.

Ontwikkeling
Vanuit de Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen werken we verder aan vergroening. Dit doen we onder andere door meer bomen te planten en de biodiversiteit in de openbare ruimte en bermen te vergroten.

Gerealiseerd
In het kader van Boomfeestdag zijn samen met vijf klassen van twee basisscholen in totaal 500 bomen aangeplant. Conform de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen is in 2025 verder uitvoering gegeven aan het uitbreiden van het ecologisch beheer door aanvullende aanplant van bomen, bloemrijke graslanden en vaste planten.

Ter versterking van de biodiversiteit binnen de gemeente is een natuurkansenkaart opgesteld. Op basis van deze kaart zijn locaties aangewezen waar extra bomen en heestergroepen zijn aangeplant. Dit zetten we de komende jaren voort. Daarnaast is in de openbare ruimte circa 266 m² Japanse duizendknoop behandeld.

Het beheerprogramma Geovisia is geïmplementeerd, waarmee het beheer en onderhoud van de openbare ruimte verder is geprofessionaliseerd en procesmatig is ingericht. In het centrum van Ulft zijn op een aantal locaties plantvakken opnieuw ingericht volgens het vasteplantenconcept van Green to Colour t.b.v. biodiversiteit en uitstraling. 

Tot slot is het hout van een deel van de verwijderde bomen hergebruikt en toegepast in onder andere zitbanken en bruggen binnen de gemeente.

Risico’s
Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten. Daarnaast zien we in toenemende mate risico’s voor ons boombestand als gevolg van verdroging en wateroverlast. 

Speelplaatsen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Speelplaatsen

Beleid
De speelruimte in de gemeente Oude IJsselstreek zijn centrale ontmoetingsplekken voor jong en oud met een uitdagend speel- en sportaanbod zoveel mogelijk naar de wens van inwoners van alle leeftijden. Gemeente Oude IJsselstreek kent 108 speelplekken, verspreid over de kernen.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

We willen toewerken naar een gevarieerd, aantrekkelijk en toegankelijk speelaanbod voor jong en oud dat goed verdeeld is over de wijken. Speelplekken kunnen daarbij ook dienen als centrale ontmoetingsplekken in de wijken.  

Participatietraject opgestart voor alle omwonenden en andere betrokkenen bij de speelplekken. 

Subdoelstelling

 

In elke grote kern minimaal 1 inclusieve speelplek realiseren. 

Overleggen met werkgroep Onbeperkt Meedoen en hen betrokken bij het participatietraject. 

Kwaliteit
Uit de inspectieronden is gebleken dat de toestellen voldoen aan het WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(=landelijke norm)).

Financieel
Tot het jaar 2027 is er budget voor vervanging, vergroening en inclusiviteit beschikbaar op de reeds bestaande speellocaties.

Ontwikkeling
Het speelruimteplan 'Samen naar buiten in de Oude IJsselstreek' vormt vanaf 2022 een actueel en leidend kader.

Gerealiseerd
Ten opzichte van voorgaande jaren hebben we minder speelplekken kunnen renoveren i.v.m. de eenmalige bezuiniging van €90.000 op het investeringsbudget. Er zijn dit jaar 4 speelplekken gerenoveerd conform het speelruimteplan. Dit betrof de speelplekken aan de Eekhoornhof en Jagershof in Silvolde, de Molenweg in Heelweg en de Ruvenkamp in Ulft. Bij de renovatie hebben we een participatietraject opgestart waarbij inwoners via een online enquête konden meedenken over de inrichting van de speeltuin. De enqueteresultaten zijn zoveel mogelijk verwerkt in 3 ontwerpen per speelplek. Vervolgens konden de inwoners stemmen op het ontwerp van hun voorkeur en is het ontwerp met de meeste stemmen ook daadwerkelijk aangelegd. 

Verder hebben we dit jaar de Samenspeelbelofte van het SamenSpeelNetwerk ondertekend tijdens de VNG netwerkbijeenkomst ‘Iedereen doet mee!’ bij de DRU in Ulft. Hiermee hebben we ons officieel gecommitteerd aan het doel om in elke grote kern minimaal 1 inclusieve speelplek te realiseren binnen de komende 6 jaar. 

Risico’s
Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in het kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.

Beheer gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Beheer gebouwen

Beleid
Het instandhouden en onderhouden van de gemeentelijke gebouwen.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Behoud van de gemeentelijke gebouwen op een redelijk conditieniveau

Uitvoering MeerJaren OnderhoudsPlan (MJOP)

   

Kwaliteit
De gemeentelijke gebouwen worden beoordeeld op basis van de norm NEN 2767. Hierin worden 5 verschillende conditiescores gehanteerd waarbij 1 een uitstekende conditie is en 5 een zeer slechte conditie. Afhankelijk van de groep waarin het gebouw is ingedeeld, dient het aan een minimaal conditieniveau te voldoen. Met de toepassing van deze condities wordt toegezien op de kwaliteit van de gebouwen. De gebouwen moeten op een redelijk niveau worden onderhouden om kapitaalvernietiging tegen te gaan. 
Uit de inspecties is gebleken dat een overgroot deel van de gebouwen niveau 3 (redelijke conditie) of beter heeft. Alle onderhoudsniveaus en de daar bijbehorende budgetten zijn hiermee in beeld. Voor de gebouwen die op korte termijn in aanmerking komen voor verkoop/sloop zijn er geen onderhoudsinspecties uitgevoerd. Het onderhoudsniveau kan voor deze gebouwen wat lager liggen.

Financieel
In de reguliere begroting is structureel budget opgenomen voor klein en groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen.  

Ontwikkeling
Alle gebouwen die de afgelopen jaren in beheer waren zijn beoordeeld op hun onderhoudstoestand door middel van een NEN 2767 inspectie, welke is uitgevoerd door een externe partij. Uit deze inspectie is een rapportage opgesteld welke inzicht geeft in de onderhoudsstaat van deze gebouwen. Uit deze rapportage is een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) voortgekomen welke in kaart brengt waar onderhoud op uitgevoerd moet worden. De kosten van zowel het dagelijks als planmatig onderhoud worden opgenomen in de MJOP. Het saldo van al deze ramingen binnen het MJOP geeft het benodigde onderhoudsbudget voor de gemeentelijke gebouwen. Eens per vier jaar wordt er door een externe partij een herinspectie op basis van NEN 2767 uitgevoerd. Tussentijdse mutaties in de MJOP worden bijgehouden en verwerkt in het systeem O-prognose. 

Gepland onderhoud van het kantoor Frank Daamenstraat is doorgeschoven en wordt meegenomen in de verbouwing van het Frank Daamenpand. Het vervangen van de BrandMeldInstallatie (BMI) in het portiersgebouw is doorgeschoven naar 2026. 

Gerealiseerd
In 2025 hebben we met zorg en aandacht gewerkt aan het beheer en onderhoud van het gemeentelijke vastgoed. De belangrijkste gerealiseerde werkzaamheden in 2025 waren:

  • Binnenschilderwerk gemeentehuis Gendringen
  • Buitenschilderwerk kantoorgebouw Varsseveld
  • Klimaatinstallatie kantoorgebouw Varsseveld
  • Vloercoating brandweerkazerne Varsseveld
  • Vervangen accu's noodverlichting DRU Portiersgebouw Ulft 
  • Buitenschilderwerk molen Gerritsen Silvolde, doorgeschoven vanuit 2024 naar 2025
  • In oktober 2025 heeft het Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed de subsidie SIM 2018 (Subsidieregeling Instandhouding Monumenten) voor het portiersgebouw definitief vastgesteld.

Met deze gerealiseerde projecten hebben we bijgedragen aan het behoud van het gemeentelijke vastgoed, zodat deze gebouwen ook in de toekomst optimaal kunnen worden gebruikt.

Risico's
Het onderhoud van de gemeentelijke objecten loopt via de bestemmingsreserve gemeentelijke objecten. Alle gebouwen die de afgelopen jaren in beheer waren zijn in 2025 beoordeeld op hun onderhoudstoestand door middel van een NEN 2767 inspectie. Uit dit onderzoek is gebleken dat het onderhoud voor diverse panden hoger uitvalt dan oorspronkelijk ingeschat. Er is voorgesteld om bij de resultaatbestemming € 1.109.000 toe te voegen aan de reserve Gemeentelijke Objecten om het onderhoud van de gemeentelijke objecten de komende jaren uit te voeren.

Paragraaf 3.5 Paragraaf Grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.5 Paragraaf Grondbeleid - Inleiding

Inleiding

Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, zorg en welzijn, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Met name de (financiële) risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente.

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat in artikel 9.2 dat de paragraaf grondbeleid een verplicht onderdeel vormt van de begroting. De paragraaf grondbeleid moet ten minste ingaan op (artikel 16 van het BBV):

  • Een visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;
  • Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  • Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
  • Een onderbouwing van de geraamde winstneming;
  • De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.

Nota grondbeleid
Het gemeentelijk grondbeleid is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, economische ontwikkeling, openbare ruimte, infrastructuur, recreatie en natuur. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar dienstbaar aan de hiervoor benoemde beleidsvelden. De wijze waarop we deze doelstellingen willen bereiken, is vastgelegd in de Nota grondbeleid.

Het grondbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is verantwoord in de Nota grondbeleid gemeente Oude IJsselstreek 2016. De raad geeft hierin de kaders aan waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie het grondbeleid moeten uitvoeren. De gemeente Oude IJsselstreek zet primair in op faciliterend grondbeleid, maar sluit actief grondbeleid niet uit. Zo kan actief grondbeleid een bijdrage leveren aan andere overkoepelende doelstellingen zoals het voorkomen van verpaupering, structurele leegstand of bij de realisatie van sociaal maatschappelijke doelstellingen in de zorg of op het gebied van welzijn. De huidige nota grondbeleid dateert van 2016 en is daarmee (mogelijk) achterhaald als gevolg van bijvoorbeeld de invoering en implementatie van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Maar het is ook niet ondenkbaar dat het beleid niet meer volledig aansluit op de ambities en opgave die de gemeente heeft in relatie tot de ruimtelijke doelstellingen die in de loop der jaren ook bijgesteld zijn. Vandaar dat in 2026 begonnen zal worden met het actualiseren van het grondbeleid, zodat het in ieder geval weer aansluit op de nieuwe wetgeving.  

Meerjaren Prognose Grondexploitaties
In de paragraaf grondbeleid moet een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitatie afgegeven worden. Uiteraard treft u verder in deze paragraaf het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2026 aan. Naast de paragraaf grondbeleid werken we met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). Het MPG geeft meer gedetailleerd inzicht in de lopende grondexploitaties. Ook wordt daarin een verantwoording afgegeven van de wijzigingen die aan de orde zijn ten opzichte van de voorgaande grondexploitaties. Deze zal separaat aan de raad voorgelegd worden.

Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken
De gemeente Oude IJsselstreek kent geen reserve(s) voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten wordt voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening getroffen. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze zal groot genoeg moeten zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich ook daadwerkelijk voordoen.

Wijziging in wet en regelgeving

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.5 Paragraaf Grondbeleid - Wijziging in wet en regelgeving

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen
Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting voor publieke organisaties ingevoerd. Het heeft tot gevolg dat de gemeente belasting moet afdragen over de winst die we met "commerciële activiteiten" maken. Onder commerciële activiteiten verstaat de Vpb - wetgeving activiteiten die zowel de gemeente als private partijen kunnen verrichten en waarmee overschotten worden behaald. Op basis van de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025 hebben we door een extern deskundige in 2025 een zogenaamde Quick Scan laten uitvoeren. De uitkomst van de Quick Scan is dat op basis van de hiervoor benoemde actualisaties en een doorkijk naar de toekomst geen positieve resultaten verwacht worden. 
Er is geen sprake van een structureel winstgevende activiteit. Derhalve is ook geen sprake van een onderneming voor de Vpb in het jaar 2025. De uitkomst van de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2026 zal opnieuw aan de extern deskundige voorgelegd worden om te bezien of we te maken krijgen met de vennootschapsbelasting. 

Winstneming
In de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023)” van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Op peildatum 1 januari 2026 kennen we drie grondexploitaties die op basis van actueel inzicht een positief eindresultaat kennen. Het gaat hier om de grondexploitaties voor De Tuit in Varsseveld, de Slawijkseweg in Netterden en De Rieze in Ulft. Voor De Tuit geldt dat we nog geen opbrengsten met de verkoop van bouwrijpe grond gerealiseerd hebben en dat van winstneming dan ook nog geen sprake kan zijn. Voor de overige twee projecten geldt dat de berekende tussentijdse winstneming lager uitvalt dan de gehanteerde ondergrens van € 5.000 en dus wordt in 2025 geen (tussentijdse) winst genomen. Voor een groot deel is het niet nemen van tussentijdse winst voor beide projecten te verklaren vanuit het gegeven dat we in 2025 nagenoeg geen opbrengsten (in ieder geval geen grondverkopen) gerealiseerd hebben.      

Omgevingswet
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De wet voorziet in de integratie van de regels over onteigening, het voorkeursrecht, landinrichting, stedelijke herverkaveling en het kostenverhaal.

De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. De ontwikkeling van deze gebieden gaat gepaard met het maken van kosten door de gemeente. Denk daarbij aan de kosten van onderzoeken, het opstellen van het omgevingsplan, maar ook aan de kosten die gepaard gaan met het inrichten van de openbare ruimte van bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk. De gemeente is verplicht om de kosten te verhalen. Op het moment dat de gemeente alle in exploitatie te nemen gronden in eigendom heeft, worden de kosten normaliter gedekt door de verkoop van bouwrijpe kavels. Er kunnen zich ook situaties voordoen waarbij de gemeente niet alle in exploitatie te nemen gronden in eigendom heeft en er partijen met een grondpositie zijn die zich beroepen op zelfrealisatie. Op dat moment zal de gemeente inzetten op het sluiten van een overeenkomst waarin onder meer het kostenverhaal is opgenomen. Mocht dit niet lukken, dan zal het kostenverhaal via de publiekrechtelijke weg plaatsvinden. Dan verhaalt de gemeente de kosten op basis van regels in het omgevingsplan. Zolang de kostenverhaalsbijdrage niet betaald is, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. De gemeente heeft voor een drietal uitleglocaties voor grootschalige woningbouw kostenverhaalsregels in het Omgevingsplan opgenomen. Het gaat om De Tuit in Varsseveld, Lenteleven in Gendringen en Biezenakker in Ulft. 

De wet biedt twee mogelijkheden van publiekrechtelijk kostenverhaal: kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling (concreet eindbeeld en tijdsplanning van de ontwikkeling) en kostenverhaal voor organische ontwikkeling (dan ontbreken een tijdsplanning en een eindbeeld). In het geval van bovengenoemde drie projecten gaat het om kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling. 

Didam arrest
De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 geoordeeld dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak. Dit betekent voor de praktijk dat de gemeente een koper moet selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Deze verplichting vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel, dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. Een overheidslichaam dient dit beginsel in acht te nemen bij een beslissing met wie en onder welke voorwaarden het een overeenkomst sluit tot verkoop van een aan hem toebehorende onroerende zaak. Op dit punt verschilt de positie van een overheidslichaam met die van een private partij. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te creëren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot (i) de beschikbaarheid van de onroerende zaak, (ii) de selectieprocedure, (iii) het tijdschema en (iv) de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken en wel op een zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. Dit is een verstrekkende uitspraak en het betekent in ieder geval dat de gemeente haar werkwijze hierop heeft moeten aanpassen en hier ook naar handelt. 

Actualisaties en herzieningen grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.5 Paragraaf Grondbeleid - Actualisaties en herzieningen grondexploitaties

Actualisatie grondexploitaties
Alle lopende grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd. Daarmee wordt, conform één van de vereisten die gesteld wordt aan de paragraaf grondbeleid, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitaties afgegeven. Het actualiseren van de grondexploitatie houdt het volgende in:

  • Bijstelling van de boekwaarden op basis van gerealiseerde inkomsten en uitgaven in het afgelopen jaar (2025);
  • Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten voor de periode na 1 januari 2026 ( = peildatum);
  • Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen;
  • Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving;
  • Aanpassing van parameters.

Naast de paragraaf grondbeleid werken we met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). Het MPG geeft meer gedetailleerd inzicht in de lopende grondexploitaties en moet gezien worden als aanvulling op de paragraaf grondbeleid behorende bij de jaarrekening. In de vergadering van 3 juli 2025 heeft de raad zowel de jaarrekening 2024 als het MPG op peildatum 1 januari 2025 vastgesteld. Met het vaststellen van het MPG zijn ook de financiële kaders voor de lopende grondexploitaties bepaald.

Aanpassing parameters
Bij het aanpassen van de parameters gaat het om het te hanteren rentepercentage, de kostenstijging en de opbrengstenstijging. Hieronder volgt een toelichting op de gehanteerde parameters: 

  • De rente waarmee in de grondexploitatie wordt gerekend bedraagt 2,25% op jaarbasis. Elk jaar wordt voor het herzien van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening berekend wat de rente moet zijn die over de boekwaarde aan de algemene middelen wordt vergoed, de zogenaamde ‘omslagrente’. De gemeenten zijn verplicht om de werkelijke rente over het vreemde vermogen toe te rekenen aan de grondexploitaties. Het te hanteren rentepercentage is daarmee ongewijzigd ten opzichte van het gehanteerde rentepercentage in de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025;
  • Ten aanzien van de kostenstijging in 2025 geldt dat een onderscheid gemaakt is in de kosten voor het bouw - en woonrijp maken en in de overige kosten (waaronder planontwikkelingskosten). Voor wat betreft de kostenstijging in 2025 met betrekking tot het bouw - en woonrijp maken sluiten we aan op de GWW index van 3,67% (Bron: kostenstijging grond, weg - en waterbouw nieuwbouw van BDB Bouw(kosten) data d.d. januari 2026). De overige kosten zijn van peildatum 1 januari 2025 naar peildatum 1 januari 2026 geïndexeerd met 3,30% (bron: consumentenprijsindex 2025 CBS).  In de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 werd rekening gehouden met een GWW index voor 2025 van 4,50% en een CPI index van 5,50% voor de overige kosten. Beide indexcijfers zijn uiteindelijk lager uitgevallen dan voorzien was en dat geeft een (beperkt) positief effect; 
  • Voor de periode na 1 januari 2026 is voor wat betreft de kostenstijging aansluiting gezocht bij de "Outlook Grondexploitaties 2026" uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Ook daarbij wordt weer een onderscheid gemaakt in de te hanteren percentage voor de civieltechnische werken en in de overige kosten; 
  • In het geval van de nog te verwachten grondopbrengsten voor de Slawijkseweg in Netterden, Kromkamp in Sinderen en de Rieze in Ulft geldt dat we geen opbrengstenstijging toepassen. Voor deze grondexploitaties geldt dat de resterende exploitatieperiode van korte duur is. Ook zijn in een groot aantal gevallen al (koop) afspraken gemaakt. Dit geldt voor de te verkopen kavels aan de Slawijkseweg in Netterden, Kromkamp in Sinderen en de helft van de nog uit te geven kavels op bedrijventerrein De Rieze. Op bedrijventerrein De Rieze is nog één kavel vrij (kent geen verplichtingen) en hiervoor geldt dat opbrengstenstijging wel van toepassing is. Voor de grondexploitaties van De Tuit en Het VIP wordt wel rekening gehouden met een opbrengstenstijging. In beide gevallen geldt dat sprake is van een grondexploitatie met een lange doorlooptijd en zijn er nog geen afspraken met ontwikkelaars dan wel bedrijven gemaakt over afname van de gronden. De parameter voor de opbrengstenstijging is in dit geval gebaseerd op de "Outlook grondexploitaties 2026" van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. 

Resultaten van gronden in exploitatie ( = actief grondbeleid)
Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd van peildatum 1 januari 2025 naar peildatum 1 januari 2026. In de geactualiseerde grondexploitaties wordt een onderscheid gemaakt in de al gerealiseerde uitgaven en inkomsten per 31 december 2025 en in de nog te verwachten uitgaven en inkomsten voor de periode na 1 januari 2026. In onderstaande tabel wordt per project (lopende grondexploitaties) allereerst het verloop van de boekwaarde weergegeven, de getroffen voorziening per 1 januari 2026 en het saldo onderhanden werk per 31 december 2025. 

(x 1.000)

Met ingang van 1 januari 2024 wordt het resultaat van de grondexploitaties op eindwaarde gepresenteerd. Dat betekent ook dat voor grondexploitaties met een tekort een voorziening op eindwaarde getroffen zal worden. 

De boekwaarde bedraagt € 9.676.246 per 31 december 2025. Een tweetal grondexploitaties laten vooralsnog een tekort zien waarvoor dan ook conform de vereisten vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording een voorziening is getroffen. Het gaat om de grondexploitaties voor Kromkamp in Sinderen (woningbouw) en Het VIP in Varsseveld (bedrijventerrein). De totale voorziening bedraagt € 2.057.484 op peildatum 1 januari 2026 en het saldo onderhanden werk komt daarmee uit op € 7.618.762 per 31 december 2025. 

Hieronder volgt voor de lopende grondexploitaties op peildatum 1 januari 2026 een overzicht van de nog te verwachten uitgaven en inkomsten voor de periode na 1 januari 2026. Zowel de nog te realiseren uitgaven als inkomsten zijn inclusief kosten - dan wel opbrengstenstijging en rentelasten dan wel rentebaten (op eindwaarde):

( x 1.000)


Uit het overzicht volgt dat de grondexploitaties per saldo in totaliteit een negatief resultaat laten zien waarin de grondexploitatie voor de 1e fase in de ontwikkeling van Het VIP het grootste aandeel heeft. De grondexploitaties voor Kromkamp in Sinderen en Het VIP in Varsseveld laten een tekort zien en zoals al toegelicht, is voor het tekort een voorziening getroffen. In het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2026 is, indien aan de orde, rekening gehouden met de eerder genomen tussentijdse winst.  

Het VIP en De Tuit hebben een looptijd van langer dan 10 jaar. Bij het VIP is hierdoor allereerst op peildatum 1 januari 2024 (jaarrekening 2023) een financiële knip (twee fasen) aangebracht in de ontwikkeling i.v.m. de doorlooptijd van de beoogde ontwikkeling. Dit had alles te maken met de netcongestie en resulteerde op de grondexploitatie een tekort waarvoor een voorziening is getroffen. In de actualisatie van de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2026 (jaarrekening 2025) neemt het tekort, o.a. door verdere vertraging van beschikbare stroom, toe en is de voorziening opgehoogd. Daarnaast is over de te verkopen kavels na het 10e jaar geen opbrengstenstijging berekend als beheersmaatregel.
Met de ontwikkeling van De Tuit wordt de bouw van 566 woningen mogelijk gemaakt. Het moment van uitgifte van de eerste bouwrijpe kavels is bepaald door in te schatten wanneer de eerste bouwrijpe kavels opgeleverd kunnen worden (afhankelijk van ruimtelijke procedure en het bouwrijp maken van de eerste fase). Vervolgens is een inschatting gemaakt hoeveel woningen de markt jaarlijks aankan. Daaruit volgt dat de bouw van alle woningen naar verwachting niet binnen de 10 jaarstermijn ontwikkeld gaan worden. Als beheersmaatregel hebben we ook hier over de te verkopen kavels na het 10e jaar geen opbrengstenstijging berekend.  

Woningbouw

Op peildatum 1 januari 2026 kennen we nog drie lopende grondexploitaties voor woningbouw. Het gaat daarbij om de grondexploitatie voor de Slawijkseweg in Netterden, Kromkamp in Sinderen en De Tuit in Varsseveld. Voor de Slawijkseweg in Netterden geldt dat in 2023 een plan met een capaciteit voor elf woningen conform vereisten vanuit het Didam arrest op de markt is gebracht. Hierop heeft een ontwikkelaar zich ingeschreven en naar verwachting zullen de gronden in eigendom van de gemeente in 2026 overgedragen worden waarna gestart kan worden met de bouw van de woningen (sinds december 2025 sprake van een onherroepelijk omgevingsplan / omgevingsvergunning). Voor Kromkamp in Sinderen geldt dat naar verwachting in 2026 het gemeentelijk perceel verkocht zal worden ten behoeve van een twee - onder - één kap woning (onherroepelijk omgevingsplan en de omgevingsvergunning zal naar verwachting in 2026 aangevraagd worden). 

Op 22 april 2021 heeft de gemeenteraad een vijftal uitleglocaties met een capaciteit voor 1.400 tot 1.850 woningen voor de periode tot 2030 aangewezen. Op 8 maart 2023 is de Woondeal 1.0 in aanwezigheid van de minister getekend en in de periode tot 2030 mogen we afgerond 8.400 woningen realiseren waarvan afgerond 1.500 in de gemeente Oude IJsselstreek.  Op 16 juni 2025 is de Woondeal 1.1  gesloten tussen het Rijk, de provincie Gelderland en de acht Achterhoekse gemeenten. De Woondeal 1.1 bevat afspraken over het aantal toe te voegen woningen in de regio Achterhoek voor de periode 2025 tot 2035. Deze Woondeal vervangt de eerdere Woondeal 1.0 welke op 8 maart 2023 is ondertekend. In de Woondeal 1.1 is afgesproken om in de Achterhoek onder voorwaarden 15.110 woningen bij te bouwen in de periode van 2025 tot en met 2034. Voor de gemeente Oude IJsselstreek betekent dit 2.500 woningen. Er is afgesproken dat deze woningen in onze gemeente in de periode van 2025 t/m 2035 worden gebouwd. In de Woondeal 1.1 zijn onder meer voorwaarden opgenomen over de betaalbaarheid van de woningen. Onder betaalbaar wordt verstaan: sociale huur en middenhuur woningen en goedkope - en betaalbare koopwoningen. 

Binnen de gemeente wordt volop aan de planvorming voor de aangewezen uitleglocaties gewerkt. Het resultaat hiervan is dat de raad op 25 april 2024 het bestemmingsplan, het stedenbouwkundig plan (inclusief beeldkwaliteitsplan), het exploitatieplan en de gemeentelijke grondexploitatie voor De Tuit heeft vastgesteld. Sinds december 2025 is sprake van een onherroepelijk bestemmingsplan (omgevingsplan) voor De Tuit. Op dit moment zijn we druk doende met de voorbereidingen voor het bouwrijp maken van de 1e fase binnen De Tuit en heeft de uitvraag voor de bouw van de eerste 61 woningen in de 1e fase van De Tuit plaatsgevonden. Naar verwachting zal in 2027 gestart worden met de daadwerkelijke bouw van deze 61 woningen. 

Daarnaast geldt dat voor Lenteleven in Gendringen en Biezenakker in Ulft het TAM Omgevingsplan ter inzage heeft gelegen. Beide locaties maken onderdeel uit van de vijf aangewezen uitleglocaties voor grootschalige woningbouw. Op het moment van schrijven zijn we bezig om voor beide projecten de zienswijze nota op te stellen. Naar verwachting zal de raad medio 2026 het TAM Omgevingsplan voor beide projecten vaststellen. 

Grondexploitaties bedrijventerreinen

Per 1 januari 2026 kennen we nog twee grondexploitaties voor bedrijventerreinen. Het gaat om het bedrijventerrein De Rieze in Ulft en het Varsseveld Industriepark in Varsseveld. Voor De Rieze geldt dat nog circa 2,28 hectare beschikbaar hebben aan uit te geven bouwrijpe gronden. Daarvoor geldt echter wel dat voor meer dan de helft van de gronden al sprake is van een overeenkomst. Naar verwachting zullen de hiervoor benoemde kavels in 2026 verkocht worden. Daarnaast is nog één vrije kavel beschikbaar en deze wordt in 2026 conform de vereisten vanuit het Didam arrest op de markt gebracht en naar verwachting zal de daadwerkelijke verkoop van het perceel in 2027 plaatsvinden. Naar verwachting zal de grondexploitatie voor De Rieze per 31 december 2028 afgesloten kunnen worden. 

 Voor wat betreft Het VIP geldt dat we er vooralsnog vanuit gaan dat start uitgifte van bouwrijpe kavels op de traditionele wijze niet voor 2033 plaats zal vinden als gevolg van netcongestie.  Wel zijn we begonnen met het slopen van de aanwezige opstallen en het treffen van mitigerende maatregelen voor de aanwezige das in het beoogd plangebied.

Naast onze eigen grondexploitaties voor bedrijventerreinen anticiperen werken we ook samen met de gemeenten Doetinchem, Montferland en Bronckhorst bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. Daarbij gaat het specifiek om de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein in de gemeente Doetinchem en DocksNLD in de gemeente Montferland. De vier gemeenten zitten risicodragend in deze ontwikkelingen. In 2019 hebben de vier Achterhoekse gemeenteraden ingestemd met de uitwerking van de gedachtelijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek. De uitwerking van deze gedachtelijnen betekent voor het A18 Bedrijvenpark dat het noordelijk deel weer in exploitatie is genomen door de toenemende vraag naar (grote) bedrijfskavels, de concrete belangstelling en een daadwerkelijke verkoop op het noordelijk deel. De recentelijke actualisatie van de grondexploitatie (peildatum 1 januari 2026) van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem laat een positief resultaat zien. We hoeven dan ook geen voorziening te treffen voor onze deelname in het Bedrijvenpark A18. Met het actualiseren van de grondexploitatie is ook een risico - analyse uitgevoerd en daaruit volgt dat het saldo aan financiële effecten van de geïnventariseerde kansen en bedreigingen binnen de geactualiseerde grondexploitatie zelf opgevangen kunnen worden. Dit betekent dat we voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit geen rekening meer hoeven te houden met een financieel risico in relatie tot de ontwikkeling van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem. 

Tussentijdse winstneming
In de notitie "Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023)" van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Bij de volgende lopende grondexploitaties is (tussentijds) winst genomen: Slawijkseweg in Netterden en De Rieze V + VI in Ulft. Voor de overige grondexploitaties geldt dat het nemen van (tussentijdse) winst niet aan de orde is, omdat of sprake is van een grondexploitatie met een tekort of er zijn nog geen gronden verkocht. In onderstaand overzicht wordt de winstneming per project toegelicht:

(x 1.000)


De hoogte van de te nemen winst is bepaald op basis van de daarvoor geldende methodiek volgens de BBV. De tussentijds genomen winst is als een "negatieve" opbrengst verantwoord in de geactualiseerde grondexploitaties voor de betreffende projecten en is ten goede aan het jaarresultaat gekomen. Zoals aangegeven bij het onderdeel "Wijziging in wet en regelgeving" is in 2025 geen sprake van het nemen van tussentijdse winst.   

Verloop resultaat grondexploitaties
In de nu volgende tabel wordt het resultaat van de grondexploitaties per 1 januari 2025 vergeleken met de resultaten van de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2026. Om een juiste vergelijking te kunnen maken, zijn de netto contante resultaten van de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025 met één jaar opgerent naar peildatum 1 januari 2026 (op basis van een verdisconteringsvoet van 2% op jaarbasis). Dus het totaal netto contant resultaat van de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025 van € 1.048.623 negatief bedraagt € 1.069.596 negatief per 1 januari 2026 (€ 1.048.623 x 1,02). Dit resultaat wordt vergeleken met de uitkomst van de geactualiseerde grondexploitaties van € 1.080.174 negatief per 1 januari 2026.  

(x 1.000)

Uit het overzicht volgt een (beperkt) negatief verschil van netto contant € 10.579 op peildatum 1 januari 2026. Het verschil is op hoofdlijnen toe te rekenen aan wijzigingen in de verwachte kosten - en opbrengstenstijging, een gewijzigde fasering waardoor kasstromen anders uitpakken dan voorzien en een wijziging in de kosten en opbrengsten. 

Het is niet exact te duiden hoe groot het effect van een wijziging in de kosten - en opbrengstenstijging is op het resultaat. Het effect is namelijk mede afhankelijk van de fasering (wanneer worden welke uitgaven en inkomsten verwacht) en van de hoogte van de nog te verwachten uitgaven en inkomsten.  Maar om toch gevoel te krijgen in de verschillen worden in het nu volgende overzicht de in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 gehanteerde parameters voor de periode vanaf 1 januari 2026 vergeleken met de gehanteerde parameters in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2026: 

Let op: in 2025 is eveneens sprake van een verschil in parameters voor wat betreft de GWW kosten en de overige kosten. Dit is bij het onderdeel "Aanpassing parameters" reeds toegelicht.

Van belang om op te merken, is dat voor De Tuit de grondprijzen geactualiseerd zijn op peildatum 1 januari 2026 en ten opzichte van de gehanteerde grondprijzen in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 vallen ze hoger uit. Uiteraard geeft dat een positief effect in het resultaat van de grondexploitatie. Voor de te ontwikkelen woningen in de sociale huur, goedkope koop en betaalbare koop hanteren we een opbrengstenstijging van 2,00% op jaarbasis (streefpercentage ECB). Voor de woningen in het dure segment hanteren we een hoger percentage (deze baseren we op de Outlook Grondexploitaties 2026 uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling). 

Zoals aangegeven, is ook de fasering van invloed van invloed op het resultaat. In het nu volgende overzicht worden de verwachte einddata per project weergegeven:

Uit het overzicht volgt dat voor alle projecten geldt dat de einddatum verder opschuift in de tijd, waarbij met name het verschil in einddatum voor Het VIP eruit springt. Hieronder volgt op hoofdlijnen per project een toelichting op de verschillen tussen de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 en de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2026. Een meer uitgebreide toelichting op de verschillen tussen de beide grondexploitaties zal in het Meerjaren Prognose Grondexploitaties opgenomen worden:

Slawijkseweg in Netterden (woningbouw)
Het positieve resultaat van de grondexploitatie voor de Slawijkseweg in Netterden is nagenoeg ongewijzigd gebleven (een positief verschil van € 401 netto contant per 1 januari 2026). Het grootste verschil is gelegen in de fasering: de verkoop van de kavels ten behoeve van de bouw van de 11 woningen is vertraagd waardoor de einddatum van de grondexploitatie met een jaar is opgeschoven.  

Kromkamp in Sinderen (woningbouw)
Het resultaat van de grondexploitatie voor Kromkamp in Sinderen is afgenomen (een verschil van €15.944 netto contant op peildatum 1 januari 2026). Verklaring hiervoor is gelegen in de vertraagde uitgifte van de bouwgrond en een aanpassing in de programmering. Uitgifte van de bouwkavel was voorzien in 2025, maar schuift door naar 2026. En in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 werd nog uitgegaan van de bouw van één vrijstaande woning, maar dit is aangepast naar de bouw van een twee - onder - één kap woning en dat genereert in dit geval minder grondopbrengsten. Voor het begrote tekort wordt een voorziening getroffen. 

De Tuit (woningbouw)                                                                                                                                                                                                                                      Het resultaat van de grondexploitatie voor De Tuit is licht verbeterd (een verschil van € 267.128 netto contant op peildatum 1 januari 2026).  De verbetering in het resultaat is op hoofdlijnen als volgt te verklaren: op basis van een hertaxatie vallen de verwervingskosten hoger uit dan voorzien was (+ 0,4 miljoen euro), de SSK raming is geactualiseerd en dat leidt tot meerkosten (+ 2,3 miljoen euro inclusief indexatie), een geactualiseerde raming van de plankosten (+ 0,6 miljoen euro inclusief indexering), herziene grondprijzen op basis van een geactualiseerd grondprijsadvies (+ 3,1 miljoen euro), ingerekende deel WBI subsidie inclusief provinciale cofinanciering (+ 0.5 miljoen euro) en het restant is gelegen in de bijgestelde parameters voor rente, kostenstijging en opbrengstenstijging en aangepaste fasering. Het totaal van voorgaande mutaties geeft in combinatie met indexeringen een totaal effect van afgerond 0,26 miljoen euro netto contant op peildatum 1 januari 2026. 

Voor wat betreft de woningbouwimpuls en de provinciale cofinanciering: de totaal toegekende bijdrage valt hoger uit dan het bedrag dat nu in de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2026 is ingerekend. Voor zowel de woningbouwimpuls als de provinciale cofinanciering gelden spelregels (voorwaarden) en is een aparte berekening opgesteld. De voorwaarden betreffen o.a. het aantal te realiseren woningen, het aandeel betaalbare woningen, het moment dat de bouw gestart moet zijn en het moment waarop de woningen gereed moeten zijn. Bij het niet voldoen aan de voorwaarden kunnen het ministerie of de provincie de subsidie (gedeeltelijk) terugvorderen. Daarnaast vindt de eindafrekening van de bijdragen plaats op grond van het (publieke) tekort aan het einde van de ontwikkeling. Dus ook als het tekort kleiner blijkt dan het publieke tekort als becijferd bij de aanvraag van beide subsidies kan (gedeeltelijke) terugbetaling van betreffende bijdragen aan de orde zijn. Omdat het resultaat van de grondexploitatie zich positief heeft ontwikkeld ten opzichte van de berekening die ten grondslag ligt aan de subsidie aanvragen is er voorzichtigheidshalve voor gekozen om in de gemeentelijke grondexploitatie slechts deels rekening te houden met de subsidies. De ontvangen voorschotten (woningbouwimpuls en provinciale cofinanciering) zijn op de balanspost van derden verkregen middelen (overlopende passiva) verantwoord. 

De Rieze V + VI in Ulft (bedrijventerrein) 
De grondexploitatie voor De Rieze V + VI in Ulft laat op peildatum 1 januari 2026 nog altijd een overschot zien. Het resultaat van de grondexploitatie is wel licht afgenomen (een verschil van € 18.910 netto contant op peildatum 1 januari 2026)  en dat is als volgt te verklaren: in 2025 zijn we geconfronteerd met niet begrote kosten en de voorziene uitgifte van bouwrijpe kavels is bijgesteld. Dit geeft een negatief effect op het resultaat van de grondexploitatie. 

Het VIP in Varsseveld (bedrijventerrein)
De grondexploitatie voor de 1e fase van Het VIP laat een tekort zien. Per 31 december 2023 is financieel een knip aangebracht in de ontwikkeling van het bedrijventerrein met het oog op een mogelijk lange doorlooptijd van de gehele ontwikkeling als gevolg van netcongestie. Dit resulteerde in grondexploitatie met een tekort waarvoor dan ook een voorziening is getroffen. De geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2026 laat nog altijd een tekort zien waarvoor dan ook een voorziening getroffen moet worden. Maar het tekort is wel in omvang toegenomen en dat heeft uiteraard een negatief effect op de hoogte van de treffen voorziening. Het verschil in resultaat van netto contant € 243.253 op peildatum 1 januari 2026 is allereerst toe te schrijven aan een verdere vertraging in de uitgifte van bouwrijpe kavels als gevolg van netcongestie. Op basis van berichtgeving in 2025 door TenneT / Liander zal naar verwachting pas in 2033 op de reguliere wijze stroom beschikbaar zijn. In de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 was dit nog voorzien in 2029. Deze verdere vertraging geeft een negatief effect op het resultaat van de grondexploitatie. Tegelijkertijd zijn we nu wel druk doende om te bezien of we op een alternatieve wijze het bedrijventerrein van stroom kunnen voorzien. Hiervoor werken we samen met een externe partij. Op het moment dat dit spoor kansrijk blijkt te zijn, zullen we de grondexploitatie hierop aanpassen en deze ter vaststelling aan de raad voorleggen. 

Een gevolg van de wijziging in de doorlooptijd is verder dat de plankosten en de kosten voor de waarde onroerende zaak belasting toenemen en dat geeft een negatief effect op het resultaat van de grondexploitatie. Tot slot is het plangebied een dassenburcht aangetroffen. Om de ontwikkeling van het bedrijventerrein mogelijk te maken moeten mitigerende maatregelen getroffen worden. Daarbij gaat het onder meer de aanleg van een nieuwe dassenburcht buiten het plangebied en een fourageergebied voor het dier. Deze kosten vallen hoger uit dan waarmee rekening is gehouden in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025.   

Overzicht verloop verliesvoorzieningen grondexploitaties
De omvang van de getroffen voorziening bedroeg € 1.673.338 op peildatum 1 januari 2025. In 2025 hebben diverse wijzigingen plaatsgevonden die uiteindelijk ook resulteren in een wijziging in de omvang van de treffen voorziening op peildatum 1 januari 2026. Hiervoor is reeds een toelichting gegeven op de gewijzigde inzichten in 2025. 

De omvang van de voorziening voor woningbouw bedraagt € 77.565 op peildatum 1 januari 2026 en bestaat volledig uit de voorziening voor het tekort op de grondexploitatie voor Kromkamp in Sinderen. De voorziening voor de bedrijventerreinen is in omvang toegenomen en is getroffen ter dekking van het voorziene tekort op de grondexploitatie voor Het VIP. In totaliteit bedraagt de omvang aan getroffen voorzieningen € 2.057.484 op peildatum 1 januari 2026. Het verloop van de voorzieningen staat weergegeven in onderstaand overzicht.

(x 1.000)

Jaarresultaat grondexploitaties
In deze paragraaf is een toelichting gegeven op de geactualiseerde grondexploitaties van peildatum 1 januari 2025 naar peildatum 1 januari 2026. Daarbij wordt per project inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen aan de orde zijn en wat dit financieel betekent voor het project.  In de volgende tabel volgt een overzicht van het jaarresultaat grondexploitaties en daarmee wordt financieel duidelijk gemaakt wat alle wijzigingen op de lopende grondexploitaties voor de gemeente betekent:
 
(x 1.000)
 
Uit het overzicht volgt een negatief jaarresultaat op de grondexploitaties van per saldo € 384.146 per 31 december 2025. Dit resultaat maakt onderdeel uit van het totale jaarresultaat van de gemeente over 2025. 

Faciliterend grondbeleid
Hiervoor is een toelichting gegeven op de lopende grondexploitaties van de gemeente. Dan hebben we het over actief grondbeleid: we kopen zelf de in exploitatie te nemen gronden aan, verzorgen de planvorming, maken het plangebied bouw - en woonrijp om vervolgens bouwrijpe grond te verkopen. In dat geval lopen we als gemeente zijnde een financieel risico waarvoor we dan ook separaat een risico - analyse opstellen (uitkomst wordt meegenomen in het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen). Daarnaast faciliteren we als gemeente steeds meer ruimtelijke ontwikkelingen. In dat geval ligt het initiatief volledig bij anderen en daarmee ook het financieel risico. Wel zijn we verplicht om kostenverhaal te verzekeren en dat betekent dat we minimaal de ambtelijke kosten moeten verhalen bij de initiatiefnemers. Deze kosten worden voor het overgrote deel begroot met behulp van de plankostenscan. De te betalen exploitatiebijdrage ter dekking van de ambtelijke kosten worden meegenomen in de anterieure overeenkomst. De bijdragen zijn op de balans verantwoord onder overlopende activa dan wel overlopende passiva.

Risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.5 Paragraaf Grondbeleid - Risico’s

Inleiding

Grondexploitaties kenmerken zich (onder meer) door het feit dat in een vroeg stadium kosten worden gemaakt, terwijl de opbrengsten (en dus de dekking van de exploitaties) veelal op een later moment worden geboekt. In dergelijke trajecten doen zich financiële risico’s voor (marktontwikkeling, tegenvallende opbrengsten, et cetera). Omdat de risico’s binnen de grondexploitaties zich waarschijnlijk nooit gelijktijdig en/of met een maximale omvang aandienen, kan voor de bepaling van de weerstandscapaciteit niet worden volstaan met een optelling van de afzonderlijke projectrisico’s. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich in hun maximale omvang aandienen. Op basis van een Monte Carlo simulatie, een statistische methode waarbij middels een groot aantal trekkingen (10.000) de kans op een bepaald resultaat wordt bepaald. Vervolgens kan met een gekozen mate van zekerheid (in dit geval 90%) aldus worden bepaald wat het te verwachten minimum resultaat is. Deze waarde kan worden gebruikt voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen. 

Het proces begint met het in beeld brengen van de kansen en bedreigingen (de risicovariabelen) inclusief een gekozen bandbreedte en type verdeling. Voor wat betreft de verdeling: meestal betreft het een driehoeksverdeling waarbij de meeste waarden in de buurt van de gekozen midden waarde liggen. Bij een uniforme verdeling is de kans op iedere waarde binnen de bandbreedte gelijk. Tot slot betekent een binomiale verdeling dat een kans (volledig) wel of niet kan optreden, waarbij kan worden aangegeven hoe groot de kans van optreden is. Vertrekpunt voor de risicoberekeningen zijn de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2026 zoals opgenomen in deze paragraaf.

Naast risico's op grondexploitaties kent de gemeente meerdere risico's. Het totaal aan geïnventariseerde risico's vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Daarnaast wordt de aanwezige weerstandscapaciteit in beeld gebracht. De verhouding tussen de beschikbare capaciteit en de vereiste capaciteit vormt het weerstandsvermogen en dat zegt iets over de mate waarin de gemeente in staat is eventuele tegenvallers op te vangen.

Resultaat risico - analyse
Zoals aangegeven in de inleiding voert het model simulaties uit waarbij een fysiek proces niet één keer maar vele malen wordt gesimuleerd, elke keer met andere startcondities. Het resultaat van deze verzameling simulaties is een verdeling die het hele gebied van mogelijke uitkomsten weergeeft (simulatieresultaten als afwijking ten opzichte van het begrote resultaat). Dit betekent dat in percentages kan worden aangegeven hoe groot de kans is dat het resultaat zich binnen bepaalde waarden bevindt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit is dit een belangrijk gegeven. De uitkomst van de risico - analyse per project resulteert in een grafiek waarbij het totaal oppervlak onder de grafiek 100% bedraagt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit gaan we uit van een bandbreedte van 80% waarbinnen het resultaat van de grondexploitatie zich beweegt (de uiterste resultaten < 10% en > 90% worden buiten beschouwing gelaten). Een belangrijke waarde is het 10% percentiel. Deze waarde geeft de (statistische) ondergrens aan: 90% van de trekkingen geven een beter resultaat dan betreffende waarde en dit resultaat wordt dan ook als voldoende zeker beschouwd. 

Onderstaande tabel laat een samenvatting van de analyse per complex zien. Behalve het risico (risico ten opzichte van resultaat) is ook de vereiste weerstandscapaciteit per complex aangeduid indien geen rekening wordt gehouden met verevening met resultaten en risico’s van andere complexen. Wel wordt rekening gehouden met het resultaat van het betreffend complex zelf. De optelling van de aldus per complex bepaalde vereiste weerstandscapaciteit, is dus de totaal benodigde risicobuffer wanneer geen rekening wordt gehouden met verevening van positieve en negatieve risico’s en resultaten tussen de grondexploitatiecomplexen.

(x 1.000)

Ter verduidelijking voor de leesbaarheid van het overzicht volgt hier een toelichting op de uitkomst van de risico - analyse voor Kromkamp: in de basis kent de grondexploitatie een tekort van € 77.565 op eindwaarde. En dus is voor het project een voorziening getroffen. Het voorziene tekort is daarmee afgedekt. Uit de risico - analyse volgt dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat het resultaat van de grondexploitatie niet lager dan € 105.174 negatief zal uitvallen. Daarmee bedraagt het risico ten opzichte van het basisresultaat € 27.609 op peildatum 1 januari 2026. Het risico kan in dit geval niet binnen de grondexploitatie zelf opgevangen worden omdat sprake is van een tekort. De omvang van het risico moet dan ook meegenomen worden in het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit. Het totaal aan vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot de lopende grondexploitaties van gemeente Oude IJsselstreek komt daarmee uit op € 4.692.244 op peildatum 1 januari 2026.  

Naast de eigen grondexploitaties is de gemeente ook een samenwerking aangegaan in de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark. In de toelichting op de geactualiseerde grondexploitatie is aangegeven dat de geïnventariseerde risico's ten aanzien van de ontwikkeling van het Bedrijvenpark A18 binnen de huidige grondexploitatie opgevangen kunnen worden. Dat betekent ook dat we voor het bepalen van onze vereiste weerstandscapaciteit geen reservering voor deze ontwikkeling op hoeven te nemen. 

Daarmee komt het totaal aan de vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot grondexploitaties voor gemeente Oude IJsselstreek uit op een bedrag van € 4.692.244 op peildatum 1 januari 2026. Het bedrag wordt meegenomen in het bepalen van het weerstandsvermogen van de gemeente. Voor een nadere toelichting op het weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen van de jaarrekening.

Paragraaf 3.6 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.6 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente middelen beschikbaar heeft om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit).

De hoogte van het gewenste weerstandsvermogen hangt van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie, waarbij we sinds 2022 als beleidsuitgangspunt hanteren dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 2,0 moet zijn. 

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.6 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid

Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.

 Beleidsuitgangspunten:

  • Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;
  • De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.
  • Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk intact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;
  • De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;
  • De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.6 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare restrisico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

Weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee.

Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per eind van het boekjaar 2025.

Weerstandscapaciteit  Bedrag
a. Begrotingsruimte (post onvoorzien) 50
b. Algemene reserves (na resultaatbestemming) 29.519
c. Bestemmingsreserve sociaal domein 3.017
Totaal weerstandscapaciteit per 31-12-2025 32.586

Toelichting

A. Begrotingsruimte
Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 1,25 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 50.000 opgenomen.

B. Algemene reserve

Algemene reserve
(x 1.000)
Begrote stand
1-1-2025
Werkelijke stand
1-1-2025
Werkelijke stand
31-12-2025
Algemene reserve (excl. resultaat)   25.472 28.684
Algemene reserve (incl. resultaat) 25.153 29.467 29.519

C. Bestemmingsreserve sociaal domein
In principe tellen bestemmingsreserves niet mee bij de bepaling van het weerstandsvermogen, omdat hieraan een specifieke bestemming gekoppeld is. Daarmee zijn ze niet vrij besteedbaar. Een uitzondering vormt de Reserve Sociaal Domein. Dit is in feite een algemene risicoreserve binnen het sociaal domein, zonder specifieke bestemming. Omdat risico's worden meegenomen bij het bepalen van het weerstandsvermogen, is het logisch deze buffer ook mee te tellen. Dat is in het verleden tot aan de begroting 2026 niet gebeurd. Door deze aanpassing ontstaat een beter beeld ontstaat van onze werkelijke weerstandscapaciteit. Voor de jaarrekening 2025 is deze daarom ook meegeteld.

Stille reserves
Omdat deze potentiële middelen niet direct beschikbaar zijn en het bedrag niet exact te bepalen is, hebben we besloten om deze categorie niet meer op te nemen binnen de weerstandscapaciteit. Tot en met de begroting 2026 was hiervoor een bedrag van € 1.000.000 opgenomen.

Risico's
Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en de maximale financiële impact. 

De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) in de jaarrekening 2025 (inclusief vergelijking met begroting 2025):

x 1.000 Risico Financiële impact Kans van voordoen Kans x impact
(Risico jrek 2025)
Begroot 2025

1

Schadeclaims 400 10% 40 40
2 Eigendommen 450

50%

225 45
3 Personeel/inhuur 1.000 60% 600 500
4 Informatieveiligheid/ICT 4.000 40% 1.600 400
5 Bedrijfsvoering overig 1.200 50% 600 600
6 Bestuursdwang 300 40% 120 150
7 Renterisico 1.000 40% 400 500
8 Algemene uitkering 1.500 50% 750 750
9 Grondbeleid 4.692 - 4.692 3.500
10 Verbonden partijen 5.561 15% 834 519
11 Sociaal Domein 4.000 50% 2.000 2.000
12 Garant- en borgstellingen 228.136 1% 2.281 1.876
13 Overige factoren 5.000 40% 2.000 2.000
  Totaal 257.239   16.142 12.880

Hiervan kan de volgende risicografiek worden gemaakt, waardoor duidelijk wordt wat de belangrijkste risico's zijn.

Hierbij gaan we uit van de volgende classificaties:

Financiële impact     Kans van voordoen  
zeer laag < 0,1 mln   zeer laag < 10%
laag 0,1 mln - 0,5 mln   laag 10%-30%
gemiddeld 0,5 mln - 1 mln   gemiddeld 30%-70%
hoog 1 mln - 3 mln   hoog 70%-90%
zeer hoog 3 mln - 10 mln   zeer hoog > 90%
extreem > 10 mln      

Algemeen beeld

Eind 2025 is de hoogte van het risicobedrag behoorlijk toegenomen ten opzichte van de begroting 2025. Belangrijk hierbij blijft dat het inschatten van risico's een grote mate van subjectiviteit kent. Het gaat dan ook meer om welk beeld uit de risicoanalyse naar voren komt dan de exacte getallen. De komende jaren willen we het risicomanagement versterken, en zal deze paragraaf ook anders worden opgezet. 

Onderstaand een toelichting op de verschillende risico's, waarbij de nummers verwijzen naar de nummering in bovenstaande risicotabel.

Toelichting risico's

1. Schadeclaims
Dit betreft onder andere aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen. 

2. Eigendommen
We hebben een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging. Daarnaast is sprake van achterstallig onderhoud op het gemeentehuis: vervanging van het dak en technische installaties zijn niet opgenomen in het meerjarenonderhoudsplan.

3. Personeel/inhuur
Het wordt steeds moeilijker om bepaalde vacatures te vervullen. Er zijn niet/ zeer moeilijk mensen meer te vinden. Dat kan leiden tot hogere personeelslasten, omdat er meer extern moet worden ingehuurd/ingekocht. Op dit moment is de markt dusdanig, dat zelfs dit niet meer altijd lukt, wat ook maakt dat de tarieven zeer sterk zijn gestegen. Dit leidt, naast extra kosten, ook tot een nog hogere druk op de staande organisatie, wat vervolgens tot hoger ziekteverzuim kan leiden.

4. Informatieveiligheid/ICT
De risico’s ten aanzien van informatieveiligheid/ICT worden de komende jaren steeds groter met betrekking tot bijvoorbeeld hacks, ransomware, DDOS-aanvallen. Natuurlijk zijn er de nodige maatregelen genomen om hackers zoveel mogelijk te weren, en worden medewerkers regelmatig gewaarschuwd om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, maar hackers zijn inventief en bedenken telkens nieuwe wegen, zoals met AI om de beveiliging te omzeilen. De financiële gevolgen van een hack kunnen groot zijn. De financiële impact is gebaseerd op de kosten die zich voor hebben gedaan bij gemeente Lochem en gemeente Hof van Twente. Ook zien we dat de afhankelijkheid van Amerikaanse bedrijven groot is (bijvoorbeeld voor cloud-oplossingen), wat in het huidige geopolitieke klimaat extra risico's met zich meebrengt. Daarnaast is sprake van een verhoogd continuiteitsgevaar, bijvoorbeeld vanwege elektriciteitsuitval, waardoor gemeentelijke dienstverlening (tijdelijk) stil komt te vallen. Dit leidt ertoe dat we zowel de financiële impact als de kans van voordien ophogen met respectievelijk € 0,5 miljoen en 5%. Het continuïteitsgevaar wordt niet alleen veroorzaakt door kwaadwillenden, maar kan zich ook door bijvoorbeeld netcongestie/overspanning voordoen.

5. Bedrijfsvoering overig 
De post bedrijfsvoering overig betreft tot slot een aantal specifieke risico’s:
• Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww.
• Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders.
• Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders.
• Schadeclaim afgesloten bouwgrondexploitatie Centrumplan Ulft.

6. Bestuursdwang 
Bestuursdwang is een bestuursrechtelijk handhavingsmiddel waarbij we een overtreding ongedaan maken op kosten van de overtreder. We lopen een risico dat we bepaalde kosten niet kunnen verhalen op derden. Ook lopen we een risico als achteraf zou blijken dat een bestuursdwangbesluit onrechtmatig was, dan moeten we proceskosten en soms ook schadevergoeding betalen.

7. Renterisico
Dit is een (sinds begroting 2023) nieuw opgenomen risico. Met name door de situatie in Oekraïne zijn de rentetarieven voor langlopende leningen in 2022 en 2023 in korte tijd zeer sterk gestegen. In de begroting 2024 was dit risico fors verhoogd van € 250.000 naar € 1,5 miljoen. We hebben toen al aangegeven dat we in de begroting rekenden met een gemiddeld rentetarief van 2%, maar dat de werkelijke rente toen al ruim boven 3,5% lag. De rente is nog steeds ongewijzigd hoog, maar de rekenrente is aangepast en de vooruitzichten zijn inmiddels gunstiger voor de wat langere termijn. Daarom hebben we in de jaarrekening 2024 dit risico weer behoorlijk verlaagd en dit blijft voor de jaarrekening 2025 ongewijzigd. 

8. Algemene uitkering
Gezien de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de uitkeringen vanuit het Rijk, is er een reëel risico dat de hoogte van de algemene uitkering anders wordt dan zoals dit nu op basis van de circulaires in de begroting van komende jaren is verwerkt. Tegelijkertijd kan dit ook een positief effect hebben, want op moment van schrijven lijkt het erop dat het de VNG lukt om met het Rijk hierover betere afspraken te maken.

9. Grondexploitatie
We houden rekening met de uitkomst van de risico-analyse van € 4,7 miljoen zoals opgenomen in de paragraaf “Grondbeleid”. 

10. Verbonden partijen 
Zie paragraaf "Verbonden partijen", het risicobedrag is opgenomen ter hoogte van een deel van de bijdrage voor 2025. Het risico is dat onze werkelijke bijdrage hoger wordt dan waar we in de begroting rekening mee houden. We zijn afhankelijk van de verbonden partij en mogelijk andere deelnemers om daar keuzes in te maken. Met name bij de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) is dit een reëel risico.  De ODA moet uiterlijk op 1 april 2026 voldoen aan landelijke robuustheidscriteria, wat extra structurele middelen vereist. Hiervoor bestaan verschillende scenario's; afhankelijk van de keuze hierin zal sprake zijn van een snelle of geleidelijke groei van de gemeentelijke bijdrage. Eind 2025 is bekend geworden dat er gekozen is voor een geleidelijke groei van de gemeentelijke bijdrage en het toewerken naar een fusie met OD Veluwe in 2029.  In de begroting 2026 zijn voldoende middelen beschikbaar gesteld. De prognose voor de komende jaren zal in de begroting 2027 worden meegenomen. Omdat de te verwachten extra kosten nu duidelijk zijn, tellen we dit nu niet mee in het risico voor het weerstandsvermogen, maar noemen we het hier wel.

11. Sociaal Domein
De uitgaven die gemoeid zijn met diverse open-einde regelingen in het Sociaal Domein zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk te beïnvloeden door de gemeente omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is.

Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Jeugd, WMO): In het sociaal domein blijft sprake van belangrijke ontwikkelingen die kansen en onzekerheden meebrengen, waaronder:

Indexering Sociaal Domein 
Het risico omvat de indexering van tarieven van onze samenwerkingspartners. Deze is vooralsnog geschat op ruim 1 miljoen euro. De inschatting is gebaseerd op gegevens die al bij ons bekend zijn zoals begroting van verbonden partijen of indexaties die zijn vastgelegd in een contract. Voor het overige deel is uitgegaan van de voorlopige OVA index van 4,34% ten opzichte van de huidige begroting. Er is dus geen rekening gehouden met eventuele groei of daling van de inzet van voorzieningen. In sommige gevallen kan er gestuurd worden op de indexatie van de tarieven waardoor deze lager kunnen uitvallen.

Effect regionale inkoop jeugdhulp met verblijf
De regionale aanbesteding voor jeugdhulp met verblijf is afgerond. Het gaat dan om pleegzorg, gezinshuiszorg en wonen in een groep. Deze aanbesteding bevat een andere financieringssystematiek dan de lopende aanbesteding. Ook worden de aanbesteden 'producten' gewijzigd. In de begroting is een bedrag opgenomen op basis van huidig gebruik en de nieuwe tarieven. Vanwege de nieuwe producten moesten we daarbij een aanname doen over de mix waarin deze tarieven in 2026 van toepassing zal zijn. Komende jaren zullen wij deze mix steeds beter kunnen voorspellen en daarmee ook realistischer kunnen begroten.

Eigen bijdrage jeugdhulp
Het kabinet werkt aan een plan om per 2028 een (beperkte) eigen bijdrage in te voeren op sommige vormen van jeugdhulp. De opbrengst daarvan hebben zij per 2028 al in mindering gebracht op onze uitkering. Wij volgen de ontwikkelingen met interesse en zodat wij op tijd kunnen beginnen met de uitwerking van het plan.

BUIG nadeelgemeente
De gemeente Oude IJsselstreek is al jaren een zgn. nadeelgemeente. Dit houdt in dat de gemeente al jaren minder Buig ontvangt dan dat zij werkelijk nodig heeft om de uitkeringen te betalen. De verwachting is dat dit ook de komende jaren zal zijn. Voor het ontvangen van een vangnetuitkering om dit nadeel deels te compenseren moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Op voorhand is niet zeker of de gemeente hieraan voldoet.

12. Garant/borgstellingen 
Het overzicht van de borg-/garantstellingen die de gemeente heeft afgegeven is opgenomen in de jaarrekening 2025. Ten opzichte van de begroting 2025 is het totale bedrag fors toegenomen van 188 miljoen naar € 228 miljoen. De kans dat een beroep wordt gedaan is echter klein, maar 1%.

13. Overige (externe) factoren
Op tal van gebieden loopt de gemeente risico's, die niet per post nader gespecificeerd zijn. Een deel hiervan bestaat uit
• Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen
• Planschade 
• Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden
• Leges
• Hypotheken personeel 
• Fluctuatie kosten en opbrengsten Afvalscheiding
• Uitkering gemeentefonds inclusief Btw- compensatiefonds (BCF) 
• Vennootschapsbelasting (VPB)
• Omgevingswet
• Algehele maatschappelijke en macro-economische (mondiale) ontwikkelingen
• Betalingsachterstanden diverse partijen waaronder inwoners, ondernemers, samenwerkende partijen e.d. In algemene zin nemen we hiervoor een risicobedrag op.

 

Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.6 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000)

De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Een ratio >2 is uitstekend te noemen.

 

 

beschikbare weerstandscapaciteit

 

32.586

 

 

Weerstandsvermogen

=

------------------------------------------------

=

-----------

=

2,02

 

 

benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

 

16.142

 

 

 

Kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.6 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen zijn:

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden

Die hebben we aangevuld met "Weerstandsvermogen". Deze kengetallen als geheel geven een goed beeld van stand van de gemeentelijke financiën, maar kunnen niet los gezien worden van de jaarrekening en meerjarenbegroting. Het samenvattend overzicht van de kengetallen is als volgt:

Kengetallen
(x 1.000)

Rekening
2024

Begroting
2025
(stand 31-12)

Rekening
2025
(stand 31-12)
1a Netto schuldquote   78,3 % 99,2% 69,6%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd 70,5 % 90,8% 62,3%
2 Solvabiliteitsratio 22,5 % 18,1% 25,8%
3 Grondexploitatie 4,0 % 4,3% 4,6%
4 Structurele exploitatieruimte 0,3 % 0,65% 5,01%
5 Belastingcapaciteit (oud) 94,2 % 93,4% 91,1%
5 Belastingcapaciteit (nieuw) - - 98,9%
6 Weerstandsvermogen 208 % 278% 202%

Qua indeling naar de signaleringswaarden die hiervoor gelden geeft dit het volgende inzicht:

Signaleringswaarden

Waarde
Oude IJsselstreek

Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuldquote

69,6 %

<90% 90-130% >130%
Netto schuldquote, gecorrigeerd 62,3 % <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio 25,8 % >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie 4,6 % <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte* 5,01 % Jaarrekening >0% Jaarrekening >0% Jaarrekening <0%
Belastingcapaciteit (oud) 91,2 % <95% 95-105% >105%
Belastingcapaciteit (nieuw) 98,9% >95% 95-105% >105%
Weerstandsvermogen 202 % >100% 80-100% <80%

* Dit kengetal en de classificering is bedoeld voor begroting en meerjarenraming en bij de jaarrekening minder bruikbaar.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de financiële positie van de gemeente eind 2025 goed tot uitstekend is. Daarbij is geen rekening gehouden met het beeld uit de begroting 2026 en daarna.

Hieronder volgt een nadere toelichting op de verschillende kengetallen. Daarbij wordt de definitie gehanteerd zoals BZK die gebruikt (in 2019), is weergegeven hoe het kengetal wordt berekend en wordt een korte beschouwing gegeven inclusief het verloop sinds 2014.

1. Schuldquote

Definitie
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

Beeld Oude IJsselstreek
De afgelopen jaren is de schuldquote aanzienlijk gedaald tot inmiddels rond de 60% a 70%, waarmee we eind 2025 in de beste categorie vallen. Hierbij wordt aangetekend dat toekomstige investeringsambities zoals opgenomen in de begroting 2026 op termijn de schuldquote weer doen toenemen.

 

2. Solvabiliteitsratio

Definitie
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente.

Beeld Oude IJsselstreek
De solvabiliteit is de laatste jaren toegenomen en bevindt zich inmiddels boven de 25%. Een percentage van 25% wordt doorgaans als gezond gezien, in de indeling van de BBV-ratio's is dat de gemiddelde categorie en is pas bij meer dan 50% sprake van een uitstekende ratio. 

 

3. Grondexploitatie

Definitie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio.

Beeld Oude IJsselstreek
Het kengetal geeft weer welk risico de gemeente relatief gezien loopt op de grondexploitatie. Hoe lager hoe minder risico. Bij ons is de omvang van de voorraad grondexploitatie ten opzichte van de totale exploitatie beperkt.

4. Structurele exploitatieruimte

Definitie
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.

Beeld Oude IJsselstreek
Het kengetal is in 2025 positief, namelijk 5,01%. In paragraaf 4.6 van de jaarrekening wordt hetgeen dat als incidenteel wordt aangemerkt nader gepresenteerd.

 

5. Belastingcapaciteit

Definitie
De belastingcapaciteit is een financieel kengetal dat inzicht biedt in de verhouding van de lokale belastingdruk in een gemeente ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Dit wordt berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in de gemeente te vergelijken met het landelijke gemiddelde, uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten wordt verstaan onroerendzaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing.

De mate waarbij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd. Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen.

Berekening

Hierbij hanteren we de volgende cijfers voor 2025:

  • Gemiddelde WOZ-waarde van € 343.000 (https://allecijfers.nl/ranglijst/hoogste-en-laagste-woningwaarde-per-gemeente-in-nederland)
  • Bij afvalstoffenheffing gaan we uit van meerpersoonshuishouden met ondergrondse container met 17 inworpen afvalzak
  • Voor het landelijk gemiddelde hanteren we de cijfers uit de Atlas lokale lasten 2025 van het Coelo.
  • Voor het gemiddelde van Oude IJsselstreek gaan we voor 2025 uit van zowel de eigen berekening al de cijfers van het Coelo

Beeld Oude IJsselstreek
Sinds 2020 was volgens de eigen berekening sprake van een daling van de woonlasten in onze gemeente ten opzichte van het landelijk referentiepunt. In de begroting 2026 was al melding gemaakt van een aanpassing van de berekening van de kengetallen. De cijfers van het Coelo wijken namelijk af van de eigen berekening. Vanaf heden stappen we over naar de berekening van het kengetal zoals Coelo dat doet, omdat dit een betere vergelijking met het landelijk gemiddelde geeft. Voor het historisch inzicht geven we hieronder beide kengetallen weer.  In vergelijking met de Coelo berekening is het kengetal minder gunstig geworden, voor 2025 ligt de belastingcapaciteit nog wel net iets onder het landelijk gemiddelde.

6. Weerstandscapaciteit
Dit kengetal is in deze paragraaf al nader toegelicht. Het verloop is als volgt:

Paragraaf 3.7 Paragraaf Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.7 Paragraaf Bedrijfsvoering - Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

De paragraaf Bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Onder bedrijfsvoering verstaan we het scheppen van voorwaarden en het bieden van ondersteuning voor de uitvoering van de gemeentelijke taken. Dit gebeurt op vakgebieden zoals: Communicatie, Personeel & Organisatie, Financiën, Juridische Zaken en meer. De processen en diensten die de bedrijfsvoering levert, dragen bij aan de realisatie van de programma's in deze begroting. In programma 5 (Bedrijfsvoering) zijn specifieke doelen benoemd, die we niet herhalen in deze paragraaf. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste opgaven per onderdeel.

Algemeen

Procesgericht werken is een belangrijke basis voor de uitvoering van onze taken en werkzaamheden. Het draagt bij aan consistentie, efficiëntie en continue verbetering in onze organisatie, waardoor doelen sneller en effectiever worden bereikt. We hebben al stappen gezet in het goed beschrijven en vastleggen van werkprocessen, maar er is nog ruimte om het verder te verbeteren en te versterken binnen onze bedrijfsvoering.

Personeel en Organisatie

De krapte op de arbeidsmarkt en de vergrijzing van ons personeelsbestand vraagt om extra inzet om de capaciteit op peil te houden. We willen een inclusieve organisatie zijn, waarbij we kansen bieden aan talent en de verschillende leeftijdsgroepen goed vertegenwoordigd zijn. We sluiten hierop aan in onze actieve benadering van de arbeidsmarkt, we zorgen voor een goed onboardingprogramma om nieuwe medewerkers op weg te helpen in de organisatie, we hebben een goed leer- en ontwikkelaanbod en er is aandacht voor vitaliteitsbeleid. Vacatures worden niet als vanzelfsprekend ingevuld, maar zijn aanleiding om nut en noodzaak te evalueren, zodat formatie eventueel ingezet kan worden om andere personele knelpunten op te lossen.

Formatie (fte)

De formatie is 362 fte in 2025 (peildatum 31-12-2025 formatie inclusief structurele vacatureruimte).

De cijfers in- en uitstroom in 2025 zijn:

Er zijn 54 medewerkers ingestroomd, dit betreft instroom via tijdelijke of vaste arbeidsovereenkomst.

In 2025 zijn 36 medewerkers uitgestroomd, het betreft uitstroom van rechtswege vanwege verstrijken duur arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of pensioen, uitstroom op eigen verzoek, of op initiatief van de werkgever met wederzijds goedvinden.

Daarnaast werden in 2025 flexwerkers geworven, personen die via een payroll-/uitzend-/detacheringsconstructie of als zzp’er tijdelijk aan ons verbonden zijn. Redenen voor een focus op een tijdelijke, flexibele schil zijn met name werkdruk, specialistische kennis en de hoeveelheid projecten en aanvragen die spelen

We hebben in 2025 16 stagiaires/afstudeerders begeleid en één leerling werknemer.

Ontwikkeling salariskosten

De salariskosten zijn gestegen van € 28,4 miljoen in 2024 gestegen, naar € 29,8 miljoen in 2025. Dit betreft de loonsom inclusief de inhuur op de formatie. De stijging is met name ontstaan door de salarisstijging i.v.m. CAO wijzigingen.

De totale inhuur is in 2025 € 8 miljoen, dit betreft inhuur personeel en extern advies op zowel de formatie als op projecten.

Overhead

Ziekteverzuim

Het ziekteverzuim in onze organisatie over 2025 bedraagt 7,3%. Binnen onze organisatie is dit -in vergelijk met 2024 een stijging, vorig jaar was het namelijk 6,23%. Met name het langdurig verzuim (psychisch) stijgt en dat is vergelijkbaar met de gemeentelijke sector.

We hebben blijvend aandacht voor ziekteverzuim en het voorkomen daarvan. De nieuwe arbodienst gaat een uitgebreider ondersteuning leveren op de verzuimbegeleiding. Verder worden mentale belasting en werkdruk belangrijke thema’s voor de komende jaren.

Vergoedingsregeling woon-/werkverkeer

De voorbereidingen zijn getroffen om per 1 januari 2026 een nieuwe vergoedingsregeling woon-/werkverkeer in te laten gaan. Het is een passende arbeidsvoorwaarde die bijdraagt aan aantrekkelijk werkgeverschap.

Actualiseren functiehuis

Dit jaar zijn we gestart met het actualiseren van ons functiehuis. De methodiek achter dit functiehuis is verouderd en wordt niet meer onderhouden. Momenteel loopt het project HR21. Via dit project beschrijven en waarderen we de functies binnen onze organisatie volgens de methodiek van HR21. Door aan te sluiten bij deze methodiek (ontwikkelt in opdracht van de VNG) houden we onze organisatie toekomstbestendig.

Doorontwikkeling

Het budget voor de Doorontwikkeling is ingezet voor een gezamenlijk ontwikkeltraject voor de teamleiders, waarin in verschillende modules aandacht is besteed aan leidinggevende vaardigheden. Daarnaast zijn uit dit budget coachingstrajecten voor een aantal teams, een implementatietraject voor procesmanagement en inspiratiesessies op het gebied van artificieel intelligence bekostigd.            

Wethouderspensioenen

De pensioenen van wethouders gaan in het kader van de wet toekomst pensioenen (Wtp) over naar een nieuw pensioenstelsel, hiermee worden de pensioenen van politici op dezelfde manier geregeld als voor de rest van Nederland. De pensioenen zijn nu apart wettelijk geregeld in de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa).

Per 1 januari 2028 worden deze via een wettelijke verplichting over gedragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).

Bij de overgang dient een eenmalige kapitaalstorting plaats te vinden aan het ABP.

Bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 dient de hoogte van de voorziening gelijk te gesteld te worden aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek naar de hoogte van de eenmalige kapitaalstorting, rekening te houden met de gewijzigde verplichtingen o.a. rekenrente en dekkingsgraad van het ABP.

Voor gemeente Oude IJsselstreek resulteerde dit in een bijstorting van € 970.000.

Integriteitsbeleid

Wij werken aan een open, veilige en integere organisatiecultuur, waarin medewerkers respectvol met elkaar samenwerken en zich vrij voelen om zich uit te spreken. Leidinggevenden hebben hierin een voorbeeldrol en maken integriteit periodiek bespreekbaar in teamoverleggen en ontwikkelgesprekken. Vanuit P&O wordt dit ondersteund door gerichte communicatie en praktische handvatten.

De gemeente beschikt over een externe vertrouwenspersoon, waar medewerkers terechtkunnen voor zowel ongewenst gedrag als integriteitsvraagstukken. Meldingen van ongewenst gedrag of vermoedens van misstanden worden zorgvuldig, serieus en voortvarend opgepakt, conform de geldende procedures.

Voor het melden van (vermoedens van) misstanden geldt een gemeentelijke meldregeling. Medewerkers kunnen zich wenden tot hun leidinggevende, de externe vertrouwenspersoon of het Huis van Klokkenluiders. De procedure is op het intranet beschikbaar voor onze medewerkers.

De gemeente beschikt daarnaast over een gedragscode waarin normen en gedragsregels rondom integriteit zijn vastgelegd. Nieuwe medewerkers leggen een ambtseed of -belofte af. Voor tijdelijke krachten geldt een vergelijkbare verklaring. Tevens wordt in veel gevallen bij indiensttreding een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) gevraagd. Tijdens de introductie besteden wij aandacht aan integriteit.

In het afgelopen jaar is via het intranet periodiek aandacht besteed aan integriteit. Nieuwe medewerkers en bestuurders hebben bij indiensttreding de ambtseed of -belofte afgelegd. Daarnaast is aandacht besteed aan het beheersen van integriteitsrisico’s binnen kritieke werkprocessen, zoals inkoop en aanbesteding en betalingen.

De externe vertrouwenspersoon heeft conform afspraak verslag uitgebracht aan de algemeen directeur. Het verder aanscherpen van procedures en regelingen is in het afgelopen jaar beperkt aan de orde geweest en wordt in het komende jaar opgepakt.

Binnen de gemeente Oude IJsselstreek is er geen directe aanleiding om integriteit als probleemthema te agenderen. Tegelijkertijd vraagt integriteit blijvende en gerichte aandacht. In 2026 wordt hier daarom vanuit management en P&O actiever invulling aan gegeven.

Concreet betekent dit dat:

  • integriteit structureel wordt geagendeerd in teamoverleggen, waarbij aandacht wordt besteed aan dilemma’s uit de praktijk;
  • leidinggevenden worden ondersteund in het voeren van het gesprek over het ‘grijze gebied’ tussen wat acceptabel is en wat niet;
  • via de communicatiekalender periodiek aandacht wordt besteed aan integriteit (bijvoorbeeld via casuïstiek, nieuwsberichten en handreikingen);
  • wordt gestart met het actualiseren en waar nodig aanscherpen van relevante regelingen en procedures;
  • blijvend aandacht wordt besteed aan een laagdrempelige meldcultuur en de bekendheid van de externe vertrouwenspersoon.

Met deze inzet wordt in 2026 nadrukkelijker gewerkt aan het versterken van het integriteitsbewustzijn en het bespreekbaar maken van dilemma’s binnen de organisatie.

Informatisering & Automatisering

De ICT-beheeromgeving is ondergebracht bij de regionale samenwerking, waarbij de gemeente Doetinchem fungeert als gastheer. De uitvoering van ICT-beheer gebeurt binnen de kaders van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Het actualiseren van de governance van de samenwerking en het continue ontwikkelen van cybersecuritymaatregelen zijn daarbij speerpunten. Het inrichten en beheren van applicaties gebeurt binnen de eigen organisatie, met een sterke focus op privacy (AVG) en zorgvuldig rechten- en autorisatiebeheer, zodat gegevens veilig en alleen toegankelijk voor bevoegde medewerkers zijn. Binnen de gemeentelijke organisatie staat informatieveiligheid hoog op de agenda in de vorm van bewustzijnsacties, trainingen en communicatie. In 2025 zijn alle medewerkers middels de game “spion op je pad” getraind op het gebied van informatieveiligheid, daarnaast hebben medewerkers wekelijks een korte video ontvangen met aandacht voor cyber security.

We hebben in 2025 strategie en richtlijnen vastgesteld voor het gebruik van Artificial Intelligence (AI).

Kunstmatige intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol in ons werk en dagelijks leven. Ook binnen onze organisatie onderzoeken we hoe AI ons kan helpen slimmer, efficiënter en innovatiever te werken. We hebben in 2025 een strategie en richtlijnen vastgesteld over hoe we AI veilig en verantwoord inzetten.

Financiën

Beheer en advisering over onze geldstromen is een belangrijk taak van team Financiën. We ondersteunen de budgetbeheerders bij hun financiële opgaven en de verantwoording ervan. Met de budgethoudersregeling hebben we stappen gezet om het meer-ogen principe voor de rechtmatige besteding van middelen verder te borgen.

De voorbereidingen voor de aanbesteding van een nieuw financieel pakket zijn in 2025 zijn gestart.

Inkoop

Het team inkoop ondersteunt bij rechtmatig, doelmatig en transparant inkopen van goederen, diensten en werken zodat publieke middelen efficiënt worden besteed en rekening wordt gehouden met wet- en regelgeving, zoals de Aanbestedingswet.

We hebben een controle uitgevoerd op ons inkoopbeleid. Vanuit de eerste steekproef op inkopen is een selectie gemaakt van de facturen die volgens een meervoudige aanbesteding moeten zijn aangekocht. In de toetsing en controle van ons inkoopbeleid zijn deze facturen volgens de juiste richtlijnen behandeld en zijn daar geen onrechtmatigheden in geconstateerd.

In 2025 zijn er tien Europese aanbestedingen uitgevoerd. In het proces Europese aanbestedingen zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Juridische Zaken

We zien de afgelopen jaren een toename in het aantal aanvragen in het kader van de Wet open overheid en de complexiteit van bezwaarprocedures. Het aantal Woo-verzoeken is in 2025 gestegen met bijna 40% ten opzichte van 2024. Dit vergt meer inzet van de juridische medewerkers. Sommige bezwaren kunnen we aan de voorkant afhandelen door in overleg te treden met bezwaarmakers, maar steeds meer inwoners zetten procedures door vanuit principiële beweegredenen vanuit wantrouwen naar de overheid. We monitoren op aantallen bezwaren en de kwaliteit van onze procedures. De opgedane inzichten delen we met beleidsmedewerkers om processen te verbeteren en om risico's te onderkennen. Waar nodig nemen we maatregelen om extra capaciteit in te zetten.

Rekenkameronderzoeken

Het onderzoek van de rekenkamer naar informatiebeveiliging en privacy is in 2025 afgerond.

De rekenkamer neemt in 2025 deel aan het grootschalige DoeMee-onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers. Dit is een benchmarkonderzoek dat jaarlijks uitgevoerd wordt, dit jaar bij ruim 150 decentrale overheden. Aanvullend wordt een verdiepend onderzoek naar investeringen en reserves uitgevoerd. De resultaten worden in het voorjaar van 2026 verwacht.

Het onderzoek naar digitale dienstverlening is eerder gestart door de rekenkamer omdat het onderzoek naar ondermijning niet is doorgegaan. Het onderzoek wordt in 2026 afgerond.

Rechtmatigheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.7 Paragraaf Bedrijfsvoering - Rechtmatigheid

Het college moet verantwoording afleggen in de jaarrekening dat de financiële beheerhandelingen conform wet- en regelgeving zijn gedaan. Oftewel dat deze rechtmatig zijn geweest. Zij doet dat in de vorm van een rechtmatigheidsverantwoording, middels een wettelijk voorgeschreven model. In deze verantwoording geeft het college aan of er rechtmatigheidsfouten zijn gemaakt, of er rechtsmatigheidsonduidelijkheden zijn en de totaalbedragen hiervan.  

Verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders  

Het college van burgemeester en wethouders geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de bepalingen vermeld in de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV. De hieruit voortvloeiende te toetsen voorwaarden zijn opgenomen in het "Normenkader 2025" vastgesteld door de gemeenteraad.  

In de “Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025” zijn twee belangrijke grenzen opgenomen die gebruikt worden voor de rapportering van onrechtmatigheden.  

1. Rapportagegrens: Dit is de grens waarboven onrechtmatigheden moeten worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Deze afweging wordt gedaan per onrechtmatigheid. De rapportagegrens is vastgesteld op € 50.000.  

2. Verantwoordingsgrens: Dit is de grens voor de conclusie in de rechtmatigheidsverantwoording. Als het totaal aan onrechtmatigheden deze grens overschrijdt, moeten alle geconstateerde onrechtmatigheden worden opgenomen in deze verantwoording, ongeacht hun omvang. Deze grens is vastgesteld op 2% van de totale lasten (exclusief reservemutaties). Voor boekjaar 2025 heeft deze verantwoordingsgrens een omvang van € 3.156.787.  

Rechtmatigheid en oordeel accountant  

De accountant geeft een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening inclusief de door het college opgestelde rechtmatigheidsverantwoording. De accountant stelt voor dit oordeel onder andere vast dat:

• de juiste interne controles zijn uitgevoerd; 
• de juiste conclusie zijn getrokken bij deze werkzaamheden; 
• de conclusies uit deze werkzaamheden juist in de verantwoording zijn opgenomen.  

De accountant geeft nog wel een oordeel over de rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties die betrekking hebben op specifieke uitkeringen (SPUK). Over deze specifieke uitkeringen legt de gemeente verantwoording af in de Sisa-bijlage bij de jaarrekening. Rechtmatigheidsfouten ten aanzien van specifieke uitkeringen worden zowel in het oordeel van de accountant als in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.  

Toelichting “acceptabele onrechtmatigheden”  

In de rechtmatigheidsverantwoording wordt een onderscheid gemaakt tussen onrechtmatigheden en acceptabele onrechtmatigheden. Acceptabele onrechtmatigheden betreffen overschrijdingen van de begrote lasten en vastgestelde investeringskredieten die wel in lijn zijn met vastgelegde afspraken met de raad. Hiermee wordt formeel het budgetrecht van de raad overschreden, maar krijgen deze overschrijdingen het label “acceptabel”. Nadere toelichting over wanneer een overschrijding het label “acceptabel” krijgt is hieronder opgenomen onder “begrotingsrechtmatigheid”. In de overall bevinding in de rechtmatigheidsverantwoording wordt het totaal aan onrechtmatigheden inclusief acceptabel aangehouden (bruto onrechtmatigheid). Eveneens wordt de omvang van de onrechtmatigheden exclusief acceptabele onrechtmatigheden gepresenteerd (netto onrechtmatigheid).  

Conclusie Rechtmatigheid 2025  

In de rechtmatigheidsverantwoording (jaarrekening paragraaf 4.10) is de voorgeschreven bewoording van de conclusie rechtmatigheid opgenomen. Deze conclusie luidt: “Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen hoger zijn dan de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens”.  

Overzicht geconstateerde fouten en onduidelijkheden 

Begrotingsonrechtmatigheden  

In de realisatie op baten en lasten (en investeringskredieten) kunnen overschrijdingen van de lasten en investeringskredieten geconstateerd. Deze overschrijdingen worden in de rechtmatigheidsverantwoording altijd aangemerkt als onrechtmatig. Deze overschrijdingen kunnen echter wel aangemerkt worden als acceptabel onrechtmatig. De overschrijdingen van de lasten en investeringskredieten zijn in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen als acceptabel als is voldaan aan onderstaande bepalingen uit de financiële verordening:  

1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 
2. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. 
3. De overschrijding is tijdig aan de raad gemeld als deze is opgenomen in een tussentijdse rapportage of begrotingswijziging gedurende het begrotingsjaar danwel toereikend zijn toegelicht tijdens een raadsinformatieavond en/of raadsinformatiebrief. 
4. De overschrijdingen op programmaniveau van de kapitaallasten en de uren. 
5. De overschrijding is het gevolg van artikel 175 van de Gemeentewet wanordelijkheden, rampen of zware ongevallen of vrees daartoe. 

Voor 2025 wordt door de BBV de dotatie aan de voorziening pensioenverplichting (voormalig) wethouders, vanwege de wettelijke verplichting naar het ABP, als acceptabel gezien. In totaal is er een overschrijding van de begrote lasten van € 5.644.304 geconstateerd, waarvan € 3.795.168 acceptabel is conform bovenstaande.

Begrotingsrechtmatigheid

x 1.000

Begroting na wijziging

Realisatie 2025

Overschrijding

2 De leefbare gemeente (sociaal domein)

€ 72.652

€ 75.001

€ -2.349

3 De werkende gemeente

€ 6.734

€ 7.094

€ -360

5 Bedrijfsvoering/ overhead

€ 16.917

€ 19.852

€ -2.935

Toelichting:

Programma 2: De overschrijding binnen het programma De leefbare gemeente is volledig acceptabel. Deze wordt gecompenseerd door baten of betreffen open-einde regelingen.

Programma 3: Een overschrijding van de begrote lasten binnen het programma De werkende gemeente met een omvang van € 360.045 is niet acceptabel. Deze wordt vooral veroorzaakt door eenmalige kosten bij IKC de Wijssel, deze dienen in één keer te worden afgeschreven. De overschrijding is gedekt uit de reserve onderwijshuisvesting.

Programma 5: De acceptabele overschrijding binnen het programma Bedrijfsvoering/ overhead bedraagt

€ 1.445.964. Dit heeft grotendeels betrekking op de dotatie aan de voorziening pensioenverplichting (voormalig) wethouders, vanwege de wettelijke verplichting naar het ABP. Het overige acceptabele deel wordt gecompenseerd door baten. Een overschrijding van de begrote lasten binnen dit programma met een omvang van € 1.489.090 is niet acceptabel. Deze wordt vooral veroorzaakt door gemaakte kosten voor doorontwikkeling, toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren en doorberekende kosten voor ICT-samenwerking. De kosten voor doorontwikkeling van € 437.000 worden gedekt uit de reserve organisatieontwikkeling.

Voorwaardencriterium 

Rechtmatigheid ten aanzien van het voorwaardencriterium in de rechtmatigheidsverantwoording betreft het handelen in lijn met het, door de auditcommissie vastgestelde, normenkader. In dit normenkader zijn alle externe wetgeving en alle gemeentelijke verordening opgenomen. Wij hebben 2 onrechtmatigheden geconstateerd.

Eind 2025 is een lening van € 10 miljoen aangetrokken. Op grond van het treasurystatuut 2017 dienen hiervoor minimaal drie offertes te worden opgevraagd en volgens de financiële verordening (art. 19 lid 1a) ten minste twee. Bij het aantrekken van deze lening is slechts één offerte opgevraagd, aangezien bij ons bekend is dat bij de BNG rente en aflossing maandelijks kunnen worden voldaan. Hiermee is niet voldaan aan het treasurystatuut. Het treasurystatuut is aan actualisatie toe en we zullen het beleid naleven zodat deze fout in de toekomst voorkomen zal worden. 

Op de balans per 31 december 2025 is onder de overlopende passiva € 221.000 opgenomen aan nog te betalen monumentensubsidies. Volgens de subsidieverordening gemeentelijke monumenten van de gemeente Oude IJsselstreek dienen voorzieningen binnen twee jaar na toekenning te zijn gerealiseerd en werkzaamheden binnen twee maanden na afronding te zijn gereed gemeld. Subsidies toegekend vóór 2023 voldoen hier niet aan en worden derhalve niet rechtmatig besteed. Dit resulteert in een onrechtmatigheid van € 90.495. Om deze fout in de toekomst te voorkomen zal voorgesteld worden de subsidieverordening aan te passen en de looptijd van de te realiseren voorzieningen te verlengen zodat deze beter aansluit op de praktijk.

Misbruik en Oneigenlijk gebruik  

Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Vooralsnog hebben we geen M&O beleid opgesteld. 

In de kadernota rechtmatigheid is opgenomen dat daadwerkelijk geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik opgenomen moet worden in de rechtmatigheidsverantwoording. Hierbij wordt vaak (onder andere) verwezen naar onterecht uitgekeerde uitkeringen sociaal domein. We hebben niet vastgelegd dat bij constatering van onjuist aangeleverde informatie, vaststellen of hier sprake is van opzet. Zodoende hangen wij hier expliciet niet het label misbruik aan. De totale omvang van nog terug te vorderen uitkeringen in 2025 naar aanleiding van onjuist verstrekte informatie is wel hoger dan de rapporteringsgrens, namelijk € 67.343. 

In 2025 zijn geen gevallen van geconstateerd misbruik of oneigenlijk gebruik.

Paragraaf 3.8 Paragraaf Openbaarheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 3.8 Paragraaf Openbaarheid - Paragraaf Openbaarheid

De Wet open overheid (Woo) streeft naar een transparante overheid die actief informatie openbaar maakt en haar informatiehuishouding op orde heeft. Vanuit de Woo maken wij bepaalde informatie actief openbaar en daarnaast behandelen wij verzoeken om informatie.

Afgelopen jaren hebben we het aantal Woo-verzoeken zien toenemen. Zo is in 2025 het aantal met bijna 40% toegenomen ten opzichte van 2024, in 2024 waren er 34 verzoeken in 2025 47. Woo-verzoeken kunnen digitaal worden ingediend via onze website, maar natuurlijk kan een verzoek ook worden ingediend via andere kanalen zoals de post. Als organisatie streven we ernaar om verzoeken zo goed en snel mogelijk te behandelen. Omdat er een toename is in het aantal verzoeken, is er extra capaciteit structureel beschikbaar gesteld om verzoeken binnen de gestelde termijnen te behandelen.

Overheidsinformatie is landelijk terug te vinden in de Woo-Index, met een verwijsindex en zoekfunctie. Hier komt de informatie op te staan die wij actief publiceren. De verplichting voor actieve openbaarmaking wordt gefaseerd ingevoerd. Wij voldoen aan de eerste Tranche die in november 2024 is ingegaan. De volgende Tranche is nog niet ingegaan. Ons streven is niet te wachten op het ingaan van de volgende Tranche. In 2025 zijn we daarom gestart met het actief publiceren van Woo-besluiten. Dit doen wij via ons eigen platform. Dit platform hebben wij daarbij gekoppeld aan de landelijke Woo-Index. Nu we onze Woo-besluiten publiceren, bereiden we ons de komende periode verder voor op de tweede Tranche.

Naast het publiceren van informatie zijn wij ook bezig met het verbeteren van onze informatiehuishouding. Wij zetten in op het uitvoeren van kwaliteitscontroles om de kwaliteit van onze informatie te waarborgen. We bieden collega’s ook ondersteuning aan bij het vastleggen van informatie door onder andere de inzet van digicoaches. Om grip te krijgen op onze informatiehuishouding gaan we daarnaast de komende jaren onze netwerkschijven uitfaseren. De voorbereidingen worden in 2026 gedaan.