Paragrafen

Paragrafen

In de paragrafen geven we een dwarsdoorsnede van de begroting op een aantal onderwerpen door alle opgaven en programma’s heen. Dit betekent dat hier algemene beleidsregels worden geformuleerd die doorwerken in verschillende opgaven en programma’s. Het is dan ook mogelijk dat er doublures ontstaan met wat gemeld is in de programma’s zelf. Zeven paragrafen zijn verplicht. De paragraaf bedrijfsvoering is ondergebracht bij programma 5 (bedrijfsvoering/overhead), aangezien vrijwel alle activiteiten feitelijk onderdeel uitmaken van de overhead. De gemeente is vrij om extra paragrafen toe te voegen.

Paragraaf Financiering

Inleiding

De paragraaf financiering geeft inzicht in de financieringspositie en de beheersing van de risico’s die aanwezig kunnen zijn bij het aantrekken en/of uitzetten (uitlenen) van geld. In deze paragraaf brengen we de kansen en risico’s rond financiering in beeld.

Beleid

Bij het aantrekken en uitlenen van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen. De belangrijkste kaders hierover zijn opgenomen in de volgende beleidsdocumenten:

  • Financiële verordening, artikel 212 (2005)
  • Treasurystatuut (2017)
    Het treasurystatuut heeft de raad in 2017 vastgesteld. Het treasurystatuut is de vertaling van het door de gemeente gehanteerde treasurybeleid. In dit statuut zijn de doelstellingen, richtlijnen en limieten van het beleid vastgesteld. Doel van het treasurybeleid is enerzijds om op een verantwoorde wijze een zo goed (lees: hoog) mogelijk rendement te maken op belegde gelden. Anderzijds is het doel om op een verantwoorde wijze gelden aan te trekken tegen een zo aantrekkelijk (lees: laag) mogelijke rente. Kort gezegd levert een actief en gedegen treasurybeleid de gemeente juist geld op, respectievelijk bespaart het de gemeente geld.
  • Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido).
    Op de bepalingen in deze wet berust het treasurystatuut. Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Financiering

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Deze zijn terug te vinden op de balans. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan we de reserves en voorzieningen plus de vaste geldleningen. Hierbij houden we rekening met investeringen waarover is besloten (nieuwe investeringen). Een eventueel financieringstekort wordt eerst opgevangen door het opnemen van het goedkope kasgeld (tot de kasgeldlimiet – zie onder kasgeldlimiet-). Voor het overige deel wordt een vaste geldlening aangetrokken. Het komend jaar verwachten wij een financieringstekort. Daarnaast gebruiken we langlopende geldleningen om de voorraden te kunnen blijven financieren. We verwachten daarom ook aankomende jaren langlopende geldleningen aan te moeten trekken.

Financieringsbehoefte (x 1.000)

 1-1-2022

Financieringsbehoefte

 

boekwaarde (im)materiële vaste activa

137.490

boekwaarde financiële vaste activa

9.241

Totaal financieringsbehoefte

146.731

Financieringsmiddelen

 

reserves

26.157

voorzieningen

6.787

vaste geldleningen

117.000

Totaal financieringsmiddelen

 149.944

Financieringsoverschot

3.213

Leningenportefeuille
De gemeente heeft behoefte aan externe financiering voor het herfinancieren van de huidige (aflopende) geldleningen, voor het bekostigen van investeringen en voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften van de exploitatie uitgaven.

 

Leningenportefeuille (x 1.000)

 2022

Stand leningen per 1 januari (*1)

117.000

Reguliere aflossingen

   17.404

Nieuwe leningen (*2)

   31.404

Stand leningen per 31 december

 131.000

(*1) Verwacht wordt dat we voor 1-1-2022 een aanvullende langlopende geldlening aantrekken van € 19 miljoen.

(*2) met name door het doorschuiven van investeringskredieten en de verwachte kosten voor het VIP (Varsseveld Industrie Park).

Activa
De activa bestaan uit investeringen met maatschappelijk nut en investeringen met economisch nut. Investeringen die kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut. Investeringen met maatschappelijk nut hebben geen mogelijkheid tot het verwerven van inkomsten, zoals wegen en bruggen.

Op het moment dat een investering volledig is afgerond, worden de kapitaallasten berekend en het eerstvolgende jaar meegenomen in de exploitatie. De kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijving. Als de investering helemaal is afgeschreven (bijvoorbeeld na 10 jaar), vallen de afschrijvingslasten vrij. Elk jaar hebben we daardoor zogenaamde ‘vrijval’ in de afschrijving. Dit is in feite de ruimte voor nieuwe investeringen, uitgaande van een vast bedrag per jaar voor kapitaallasten. In deze Programmabegroting houden we de komende jaren rekening met nieuwe kapitaallasten.

Risicobeheer

Wij zijn als gemeente voor onze uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering; de gemeente trekt geen financiering aan voor specifieke projecten. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven samen financiert. Deze wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt bij de financiering geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten.
In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm).

Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. We sluiten een langlopende lening af zodra de hoogte van de kortlopende geldleningen de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen overschrijdt. Wij benutten de kasgeldlimiet zo maximaal mogelijk, aangezien de rente voor kortlopende leningen momenteel negatief is en we dus geld ontvangen van de geldverstrekker. De verwachting is dat er de komende jaren nog sprake zal zijn van negatieve rente.

Kasgeldlimiet (x 1.000)

 2022

Begrotingstotaal per 1 januari 2022

109.251

Vastgesteld percentage

     8,5%

Kasgeldlimiet 

  9.286

verwacht gemiddelde op te nemen kortlopende leningen

  8.500

Ruimte (+)

786

Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente.

De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema laat de berekening over 2022 zien.

 

Renterisiconorm (x 1.000)

 2022

Renterisiconorm  

Lasten begroting

109.251

Percentage risiconorm

      20%

Totaal renterisiconorm

 21.850

 

 

Aflossingen en renteherzieningen

 

Reguliere aflossingen geldleningen

17.404

Geldleningen met renteherziening

            0

Totaal aflossingen en renteherzieningen

17.404

Ruimte (+)

 4.446

 

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn partijen waar de gemeente een bestuurlijke relatie mee heeft en waarin we een financieel belang hebben. We hebben een zetel in het bestuur (vertegenwoordiging) of we hebben vanwege eigendom van aandelen stemrecht in de aandeelhoudersvergadering. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die in geval van een faillissement achterblijven.

Beleid

Het BBV schrijft voor om van de verbonden partijen een samenvattend overzicht te geven en onderscheid te maken in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Conform onze financiële verordening (verordening op grond van artikel 212 gemeentewet), lichten we de verbonden partijen op hoofdlijnen toe in deze paragraaf. Het gaat hierbij om partijen met aanmerkelijk financieel belang (dit zijn partijen waar we minimaal € 50.000 per jaar aan bijdragen). Per verbonden partij zijn de doelstellingen, activiteiten, ontwikkelingen en risico’s benoemd. De paragraaf sluit af met het financieel overzicht.

De wijze waarop de verbonden partijen bijdragen aan het realiseren van onze maatschappelijke opgaven is in de programma's van deze begroting inzichtelijk gemaakt.

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is.

Doelstelling

  • Uitvoeren van alle wettelijke archieftaken voor de acht gemeenten in de Achterhoek.
  • Uitvoeren van de zogenoemde “Staring-taken” (diensten op het gebied van behoud van en onderzoek naar streekcultuur en –historie). Voor 15 gemeenten in Achterhoek en Liemers.

Activiteiten

  • Het beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van archiefbewaarplaatsen van de deelnemende overheidslichamen conform de Archiefwet.
  • Het toezicht door de streekarchivaris op het beheer van de niet naar de centrale archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de (8) gemeenten in de Achterhoek.
  • Het in stand houden en bevorderen van het cultureel erfgoed in het gebied van de Achterhoek en de Liemers in de ruimste zin van het woord.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Doetinchem
  • Montferland
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

De burgemeester neemt namens Oude IJsselstreek zitting in het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

Het ECAL richt zich de komende jaren vooral op het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van archieven. Hierbij hoort ook het digitaliseren van de archieven en collecties.
Voor 2019-2022 is een bijdrage vastgesteld voor vier jaar.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Geen.

GGD Noord- en Oost Gelderland

GGD Noord- en Oost Gelderland(Warnsveld)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het op regionaal niveau vaststellen en uitvoeren van gezondheidsbeleid. Dit betreft met name activiteiten op het gebied van preventie zoals gezondheidsbevorderende en –beschermende maatregelen.

Activiteiten

  • Preventieve en uitvoerende taken vanuit de Wet publieke gezondheid, genoemd in de artikelen 2, 4, 5, 5a, 6 en 7. Dit betreft o.a. de taken op het gebied van jeugdgezondheidszorg en preventieve ouderengezondheidszorg.
  • Het uitbrengen van hygiëneadviezen aan instellingen.
  • Het uitvoeren van inspecties bij kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang.
  • Het uitvoeren van het Rijksvaccinatieprogramma.
  • Het uitbrengen van medisch milieukundige adviezen.
  • Het vaccineren en voorlichten van reizigers.
  • Het verrichten van taken op het terrein van de forensische geneeskunde.
  • Overige uit te voeren taken op het terrein van de volksgezondheid die van een GGD verwacht mogen worden ten behoeve van gemeenten, personen, instellingen en organisaties.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder volksgezondheid vanuit het college van B&W neemt deel aan het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

  • De begroting is een uitwerking van de Uitgangspuntennota 2021. Met de uitgangspuntennota biedt de GGD meer kans aan gemeenten op sturing van de jaarlijkse begroting. De begroting bevat vijf inhoudelijke programma's: Jeugdgezondheidszorg, Algemene Gezondheidszorg en Kennis en Expertise.
  • De GGD werkt middels de Bestuursagenda 2019-2023 aan 4 prioriteiten: NOG gezondere jeugd, NOG gezondere leefomgeving, NOG gezonder ouder worden en NOG gezondere leefstijl.
Voor alle vier prioriteiten geldt:
  • De GGD sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen en bij het gezondheidsbeleid en de preventieagenda’s van de gemeenten.
  • Gemeenten dragen bij aan het NOG gezonder laten worden van hun inwoners en aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Door meer te investeren in preventie en gezondheidsbevordering kan gezondheidswinst worden behaald.
  • De GGD besteedt specifieke aandacht aan het bereiken van kwetsbare groepen (mensen met een lage sociaaleconomische status, in armoede, laaggeletterdheid, nieuwkomers en psychisch kwetsbare mensen).
  • De GGD zoekt innovatieve strategieën om het bereik en de effecten van gezondheidsprogramma’s te vergroten.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de strategische visie. Kern van deze visie is dat de gemeenten hebben gekozen voor een GGD die zich versterkt als een gemeentelijke gezondheidsdienst.

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het uitvoeren van omgevingsrecht conform de landelijke kwaliteitscriteria.

Activiteiten

Vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieuwetgeving en aanverwante specialismen.

Deelnemende partijen

  • Gemeente Aalten
  • Gemeente Berkelland
  • Gemeente Bronkhorst
  • Gemeente Doetinchem
  • Gemeente Lochem
  • Gemeente Montferland
  • Gemeente Oost Gelre
  • Gemeente Oude IJsselstreek
  • Gemeente Winterswijk
  • Gemeente Zutphen
  • Provincie Gelderland

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk neemt namens de gemeente deel aan het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

In 2017 is gestart met output financiering. Voor de producten wordt gebruikt gemaakt van het door de ODA gemaakte productenboek. De komende tijd zal met de ODA samengewerkt worden aan de implementatie van de Omgevingswet. De ODA voert voor de gemeenten ook de energie controles bij bedrijven uit. Hierbij is het uitgangspunt om de voordelen aan de  bedrijven te laten zien en hierbij ook een milieu voordeel te behalen.  

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De Omgevingsdienst Achterhoek is een uitvoeringsorganisatie die - met de Gelderse Maat als uitgangspunt - conform wet- en regelgeving uitvoering geeft aan vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zgn. VTH-taken). Formeel blijven de deelnemende organisaties hiervoor verantwoordelijk. Voor zover er sprake is van zelfstandige beleidsvoornemens hebben die hoofdzakelijk betrekking op het niveau van bedrijfsvoering.

Regio Achterhoek (Doetinchem)

 

Regio Achterhoek (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is
2. Een leefbare gemeente
3. De werkende gemeente
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

GR Regio Achterhoek zet zich in voor een krachtige regio die snel en besluitvaardig samenwerkt om de Achterhoek economisch sterk te houden. Overheid, Ondernemers en Maatschappelijke organisaties werken hiervoor samen. De inhoudelijke basis voor de samenwerking is de Achterhoek Visie 2030, opvolger van het Strategiedocument Agenda2020.

Activiteiten

De Achterhoek Raad heeft de Achterhoek Visie 2030 vastgesteld. Op basis van deze visie bepaalt de Achterhoek Board samen met de Achterhoek Thematafels de inhoudelijke activiteiten, die worden beschreven in de jaarplannen. De Achterhoek Raad ziet toe op de voortgang. De uitvoering van deze inhoudelijke activiteiten gebeurt aan de volgende zes Thematafels:

  • Smart werken en Innovatie
  • Onderwijs en Arbeidsmarkt
  • Wonen en Vastgoed
  • Mobiliteit en Bereikbaarheid
  • Circulaire energie en Energietransitie
  • De Gezondste Regio

De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur en voert de volgende taken uit:

  • Voert de regie op de algehele samenwerking
  • Faciliteert het opstellen en uitvoeren van de Achterhoek Visie 2030, de  jaarplannen en bijbehorende investeringsagenda
  • Adviseert Board en Raad over de lobby en subsidies en levert hiervoor ook de capaciteit

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Doetinchem
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk heeft zitting in het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn we bestuurlijk vertegenwoordigd aan alle zes Thematafels. Portefeuillehouder wonen van Oude IJsselstreek is voorzitter van de Thematafel Wonen en Vastgoed. Portefeuillehouder zorg uit Oude IJsselstreek is vicevoorzitter van de Thematafel De Gezondste Regio.

Ontwikkelingen

In 2018 hebben de zeven gemeenten die lid zijn van de Regio Achterhoek ingestemd met een nieuwe samenwerkingsstructuur. Deze bestaat uit een Achterhoek Board, Achterhoek Raad, en zes Thematafels. De nieuwe samenwerking kent ook een nieuwe naam: Achterhoek Ambassadeurs. De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur. De zeven Achterhoekse gemeenten blijven hier deel van uitmaken. Deze nieuwe structuur kan van invloed zijn op hoe de gemeenschappelijke regeling Regio Achterhoek er in de toekomst uit gaat zien.

In 2020 en 2021 is de samenwerking geëvalueerd. De evaluatie is in opdracht van de Achterhoek Board uitgevoerd door Berenschot en de Rijksuniversiteit Groningen. De gemeente heeft het evaluatierapport met daarbij de reactie van de Achterhoek Board onlangs ontvangen. De hoofdconclusie van de evaluatie is dat het goed gaat met de samenwerkingDe enige grote voorgestelde wijziging is om een thematafel klimaat/natuur toe te voegen. Overige voorgestelde wijzigingen hebben geen dusdanige impact op de samenwerkingsstructuur. Kortom, er liggen geen wezensvragen op tafel. De brede wens is dus om de samenwerking voort te zetten overeenkomstig de ingezette lijn. Eind 2021 wordt besloten of de achterbannen van gemeenten, ondernemers en maatschappelijke organisaties zich kunnen conformeren aan deze wens. De Achterhoek Board voert vervolgens de nodige wijzigingen door.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

 Geen

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

Op zowel maatschappelijk als zakelijk verantwoorde wijze:
• voorzien in de behoefte aan sociaal geldelijk krediet;
• regelen van schulden van personen in financiële moeilijkheden conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
• voorzien in budgetbeheer;

Activiteiten

• kredietverlening
• budgetbeheer
• schuldhulpverlening
• verzorgen van aanvragen wet schuldsanering natuurlijke personen

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Almelo
  • Berkelland
  • Borne
  • Bronckhorst
  • Dinkelland
  • Enschede
  • Haaksbergen
  • Hellendoorn
  • Hengelo (O)
  • Hof van Twente
  • Lochem
  • Losser
  • Montferland
  • Oldenzaal
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Rijssen-Holten
  • Tubbergen
  • Twenterand
  • Wierden
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Portefeuillehouder sociale zaken is vanuit het college lid van het Algemeen Bestuur, een lid van het college is plaatsvervangend lid.

Ontwikkelingen

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is ingegaan per 1 juli 2012. In algemene zin zien we een verslechterende financiële positie voor een deel van onze inwoners. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van financiële ondersteuning om (dreigende) schulden op te lossen.

Sinds 2018 voeren we de intake voor de dienstverlening van de Stadsbank uit in eigen beheer. De Stadsbank is actief met de gemeenten in gesprek om de dienstverlening beter in te richten en aan te sluiten bij de behoeften van de gemeenten.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De in gang gezette registratie en verantwoording van de geldstroom vormt een vast onderdeel van bestuurlijke rapportages vanuit het sociaal domein.

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland(Zutphen)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het gemeenschappelijk en op regionaal niveau uitvoeren van veiligheidsbeleid, specifiek gericht op brandweertaken, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en multidisciplinaire samenwerking, zowel preventief als repressief.

Activiteiten

  • inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
  • adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen als ook in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
  • adviseren van het college van burgemeester en wethouders over:
    • het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;
    • het beperken van brandgevaar;
    • het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;
    • het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;
    • voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
    • instellen en in stand houden van een brandweer;
    • instellen en in stand houden van een GHOR;
    • voorzien in de meldkamerfunctie;
    • aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
    • inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de eerder genoemde taken.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Hattem
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

 

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

 

Stichting Achterhoek Toerisme

Stichting Achterhoek Toerisme(Borculo)
Relatie met de programma's 3. De werkende gemeente
Doelstelling Gemeenten en bedrijfsleven willen de vrijetijdssector ontwikkelen tot een grotere economische drager in de Achterhoek. Door middel van vernieuwende marketing en fysieke producten meer bezoekers te genereren die langer in de Achterhoek willen verblijven, meer willen besteden en een herhalingsbezoek plannen. Daarnaast draagt STAT zorg voor een goede infrastructuur qua routes ed.
Activiteiten Ondersteuning voor de leden voor allerlei toeristische activiteiten. Daarnaast overkoepelend orgaan en sparring partner voor de gemeenten in de Achterhoek op het gebied van toerisme en recreatie.
Deelnemende partijen
  • Aalten         
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Doetinchem
  • Lochem
  • Montferland
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk
Bestuurlijk belang De acht Achterhoekse gemeenten plus Lochem nemen deel in het bestuur. Door formeel een besluit te nemen tot deelneming in de stichting werd een correcte juridische procedure gevolgd, waardoor gemeentelijke vertegenwoordigers niet meer op persoonlijke titel deelnemen.
Ontwikkelingen In de visie van STAT over de huidige periode staat vermeld dat STAT zich bezighoudt met doorontwikkeling van regiomarketing, versterking van de route infrastructuur, het opzetten kennisontwikkelingstraject en grip op Gastheerschap en informatievoorziening in de regio.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Risicovol voor de gemeente is dat ze de ondersteuning van Stichting Achterhoek Toerisme (STAT) op toeristisch gebied mist wanneer deze uit beeld verdwijnt. Met STAT worden meerjarige contracten afgesloten die voor de gemeente een risico betekenen wanneer STAT ophoudt te bestaan. De stichting is afhankelijk van de bijdrage van gemeenten voor de uitvoering van hun activiteiten. Mochten deze inkomsten teruglopen, door bijv. een steeds meer terugtredende overheid die meer aan de markt overlaat, of door een slechte financiële situatie bij gemeenten, dan loopt de stichting het risico om haar taken voor de gemeenten niet meer te kunnen uitvoeren. Ook spelen de politieke agenda’s van de verschillende gemeenten hierbij een rol. STAT moet van toegevoegde waarde blijven voor de gemeenten.

De gemeente OIJ huurt bij STAT een regio coördinator in die ingezet wordt voor toeristische productontwikkeling en lokale promotie en marketing. De regio coördinator ondersteunt daarbij tevens de nieuwe toeristische organisatie in OIJ. Mocht STAT dit niet meer kunnen doen, dan heeft dit gevolgen voor deze inhuurstructuur en voor de toeristische organisatie in Oude IJsselstreek.

Deelnemingen

Activiteiten

De strategische doelstelling van de bank is het behoud van substantiële marktaandelen in Nederlandse publieke en semipublieke domein en het behalen van een redelijk dividend voor de aandeelhouders.

Deelnemende partijen

De Staat is houder van 50% procent van de aandelen, de andere 50% is verdeeld onder gemeenten, provincies en hoogheemraadschap.

Financieel

Wij bezitten 161.460 aandelen. In de jaarrekening 2021 houden we rekening met een opbrengst á € 292.000. We begroten voor de 2022-2025 € 300.000. Zie toelichting hierover bij het hoofdstuk Algemene dekkingsmiddelen

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Alliander N.V. (Arnhem)

Primair doel

Netwerkbedrijf dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de energieleidingen in Nederland.

Activiteiten

Kernactiviteit is het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit.

Deelnemende partijen

Provincie Gelderland en Noord Holland, Falcon BV en de gemeente Amsterdam bezitten 75% van de aandelen. De overige 25% is verdeeld over diverse gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 580.414 aandelen. In de jaarrekening 2021 wordt een dividend verantwoord van € 398.000. We begroten voor 2022-2025 € 300.000. Zie toelichting hierover bij het hoofdstuk Algemene dekkingsmiddelen.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Vitens (Utrecht)

Primair doel

Drinkwaterbedrijf dat drinkwater levert aan 5,6 miljoen klanten.

Activiteiten

Verantwoordelijk voor een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.

Deelnemende partijen

De aandeelhouders bestaan uit provincies en gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 40.057 aandelen. In 2021 wordt geen dividend uitgekeerd over 2020. We begroten voor 2022-2025 ook geen dividend. Zie toelichting hierover bij het hoofdstuk Algemene dekkingsmiddelen.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

 STOER

Primair doel

 STOER B.V. is per 1 januari 2021 opgericht door de gemeente Oude IJsselstreek als het participatiebedrijf van de gemeente; een bijzonder bedrijf dat tot in de diepste vezels opereert vanuit de visie op de uitvoering van de Participatiewet ‘Transformatie in de kijk op werk’.

Activiteiten

 STOER geeft namens de gemeente Oude IJsselstreek uitvoering aan een aantal activiteiten die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Loopbaanbegeleiding vormt de basis van de dienstverlening van STOER

Deelnemende partijen

 Gemeente is houder van 100% van de aandelen

Financieel

 Gemeente is houder van 100% van de aandelen, De gemeente voert de financiële administratie voor STOER. De kosten die STOER maakt worden hierin separaat geadministreerd en aan STOER doorbelast. Voor de werkzaamheden die STOER uitvoert ontvangt zij jaarlijks een vergoeding van de gemeente, gelijk aan de werkelijke kosten. Deze werkwijze leidt ertoe dat de totale baten en lasten van STOER tevens in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen. Een verzoek tot het aanmerken van een fiscale eenheid voor de BTW tussen de gemeente en STOER is in behandeling bij de Belastingdienst.
Het bij oprichting geplaatste kapitaal bedraagt € 10.

Bestuurlijk belang

 Aandeelhouder; de burgemeester is vertegenwoordiger van de gemeente.

Risico's

 Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Financieel overzicht

Verbonden partij Bijdrage 2022 Eigen vermogen Vreemd vermogen
(x 1.000) 1-1-2022 31-12-2022 1-1-2022 31-12-2022
Regio Achterhoek 264 6.401 5.954 22.724 22.728
GGD Noord en Oost Gelderland 670 2.903 2.500 2.500 2.500
VNOG 2.119 9.119 8.776 46.053 48.954
ODA 639 106 150 1.076 1.060
Stadsbank ON 300 1.088 1.088 14.932 14.829
Erfgoedcentrum AL 166 179 123 609 572
Stichting Achterhoek Toerisme 64 0 0 2 2
Totaal 4.222

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) zijn, na de algemene uitkering uit het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Vooral voor de zuivere belastingen, dit zijn de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag in totaliteit niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Een overzicht van de inkomstenbronnen van de gemeente is in bijlage E terug te vinden.

Beleid

Het (meerjaren)beleid voor de lokale belastingen is opgenomen in de  door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen. Om een beter overzicht te krijgen in de actuele verordeningen stellen we jaarlijks een nieuwe verordening vast voor iedere belasting cq heffing.

Uitgangspunten voor onze leges, heffingen en tarieven
Voor de leges, heffingen en tarieven hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • Voor 2022 stijgt de opbrengst OZB met 0% plus het areaal;
  • De rioolheffing is maximaal 100% kostendekkend. Voor 2022 hanteren we dezelfde opbrengsten als in 2021;
  • De hoogte van de afvalstoffenheffing is afhankelijk van het tarief voor een grote of kleine container.
  • Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten zijn maximaal 100% kostendekkend;
  • De overige heffingen stijgen jaarlijks trendmatig met een indexering van 3%, met uitzondering van de reclamebelasting en lijkbezorgingsrechten;
  • Leges en rechten zijn in principe 100% kostendekkend.
Belasting / heffing Omschrijving
Marktgelden Heffen we voor innemen standplaatsen op warenmarkt Silvolde, Terborg, Ulft, Gendringen en Varsseveld.
Precariobelasting Heffen we voor het verlenen van een standplaats op gemeentegrond
Lijkbezorgingsrechten Heffen we voor gebruik algemene begraafplaatsen Varsseveld en Terborg. Eventuele overschotten of tekorten verrekenen we conform besluit met de reserve. 
Leges Dit zijn diverse gemeentelijke leges (bouwvergunning, uittreksels etc.)
Toeristenbelasting Belastingheffing van personen die niet in de gemeentelijke bevolkingsadministratie zijn opgenomen, maar die tegen betaling/vergoeding wel verblijf houden door overnachtingen in bijv. hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeermiddelen.
OZB niet - woningen Heffen we van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen.
Woonlasten Dit zijn de onroerendezaakbelastingen zakelijk recht woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen. De opbrengsten OZB-woningen zijn conform besluit dit jaar niet gestegen. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing hanteren we een kostendekkend tarief.
Reinigingsrechten Reinigingsrecht voor bedrijven en instellingen die geringe (passend in de normale containers) hoeveelheden afval aanbieden. Deze bedrijven hebben de gemeente verzocht dit afval tijdens normale inzamelingsactiviteiten mee te willen nemen. 
Precariorechten Heffen we voor het gebruik maken van een met vergunning verleende standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Reclamebelasting Belasting voor het centrum van Varsseveld, Terborg en Ulft en het bedrijventerrein Akkermansweide in Terborg  voor openbare aankondigingen. Wij innen deze belasting in feite als tussenpersoon. De inkomsten verrekenen we met door de gemeente gemaakte kosten. Het restant betalen we rechtstreeks door aan initiatiefnemers. Per saldo is dit dus budgettair neutraal.

 

Tarieven diverse heffingen

2020

2021

2022

Onroerende-zaakbelastingen

 

 

 

Eigenaren van woningen, in % van de waarde

0,16145%

0,15635%

* n.n.b.

 *Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde

0,15605%

0,15735%

* n.n.b.

Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde

0,19198%

0,19460%

* n.n.b.

Afvalstoffenheffing

 

 

 

Meerpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer

183,60

195,00

219,48

Meerpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer

 271,80

285,00

315,48

Eénpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer

 135,84

145,80

164,04

Eénpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer

 223,92

235,80

260,04

Extra grote grijze container

 271,80

285,00

315,48

Reinigingsrechten

 

 

 

Standaard containerset met kleine grijze container

 210,00

174,00

179,28

Standaard containerset met een grote grijze container

 294,00

231,00

237,96

Rioolheffing

 

 

 

 Per aansluiting

 231,00

231,00

231,00

Toeristenbelasting

 

 

 

 Per overnachting

     1,30

1,33 1,37

* de tarieven voor de OZB zijn nog niet bekend, doordat er vanaf 2022 verplicht een nieuwe berekeningsystematiek wordt
gehanteerd op basis van m2 gebruiksoppervlak.

Woonlasten

Opbrengsten Woonlasten
(x1.000)

2019

(werkelijk)

2020

(werkelijk)

2021

(begroot)

2022

(begroot)

Afvalstoffenheffing 2.794 2.928 3.151 3.547
Rioolheffing 4.014 3.911 3.910 3.910
OZB woningen 5.812 6.014 6.152 6.152
Totaal 12.620 12.853 13.214 13.609

 

Lokale lastendruk/ontwikkeling van de woonlasten

Om een indruk te hebben wat de “lokale lastendruk” is, berekenen we wat huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij gaan we uit van de voor huishoudens gebruikelijke heffingen. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) stelt jaarlijks een atlas van de lokale lasten op.

De tabel hieronder geeft de berekende belastingdruk voor Oude IJsselstreek in 2022. Het bedrag van de bruto woonlasten is opgebouwd uit de onroerendezaakbelasting, waarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde woningwaarde (zowel landelijk als provinciaal als voor Oude IJsselstreek), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 Uitgangspunten voor vergelijking van de belastingdruk oud en nieuw:
• de waarde van een woning is gemiddeld € 239.000 (2020 € 224.000)
• één- en meerpersoonshuishoudens.

 De gemiddelde belastingdruk voor een eigenaar/bewoner in 2021 en 2022 ziet er in Oude IJsselstreek dan als volgt uit (in hele €):

Jaar

Soort huishouden

OZB

Afval

Riool

Totaal

% tov 2021

2021

Eenpersoonshuishouden met kleine grijze container

353

145,80

231

729,80

 

2021

Meerpersoonshuishouden met kleine grijze container

353

195,00

231

779,00

 

2021

Eenpersoonshuishouden met grote grijze container

353

235,80

231

819,80

 

2021

Meerpersoonshuishouden met grote grijze container

353

285,00

231

869,00

 

2022

Eenpersoonshuishouden met kleine grijze container

353

         164,04 231          748,04                                       2,50%

2022

Meerpersoonshuishouden met kleine grijze container

353

         219,18 231          803,48                                       3,14%

2022

Eenpersoonshuishouden met grote grijze container

353

         260,04 231          844,04                                       2,96%

2022

Meerpersoonshuishouden met grote grijze container

353

         315,48 231          899,48                                       3,51%

De afvalstoffenheffing stijgt; de ozb en rioolheffing blijven op dezelfde niveau als in 2021, waarmee de totale lastendruk in 2021 gemiddeld stijgt met 2,99% per jaar (± € 25,-) voor huishoudens met een eigen woning. De afvalstoffenheffing stijgt in 2022 voor huishoudens met een kleine container gemiddeld € 25,- per jaar. De marktprijzen op verwerking van afval fluctueren sterk. De extra kosten worden voornamelijk veroorzaakt nieuwe aanbesteding restafval en gft en door de verbrandingsbelasting die landelijk is ingevoerd. Door de stijging van de afvalstoffenheffing kan de indruk ontstaan dat scheiden niet loont. De afvalstoffenheffing zou echter nog sterker zijn gestegen, als het afval minder goed gescheiden wordt.

Uitgaande van gemiddelde waarden van woningen en van een meerpersoonshuishouden liggen de gemiddelde woonlasten in 2021 in Gelderland op € 808 , landelijk op € 818 en regionaal (Achterhoek) op € 813 . De lasten in Oude IJsselstreek waren gemiddeld € 784 . Gemiddeld genomen is de lastendruk in 2021 in de Achterhoek met 5,17% gestegen t.o.v. 2020.

 

Opbrengsten

Opbrengsten belastingen/heffingen (x 1.000) Rekening 2020
Begroting 2021 Begroting 2022
Algemene dekkingsmiddelen      
Woonlasten (OZB eigenaren woningen + afvalstoffenheffing + rioolheffing) 12.853 13.214 13.609
Precariobelasting 7 6 6
Toeristenbelasting  126 156 160
Tariefgebonden heffingen      
Leges 979 839 723
Lijkbezorgingsrechten 120 125 128
Marktgelden 19 18 19
OZB niet-woningen 2.567 2.636 2636
Reinigingsrechten 45 35 35
Rioolrecht bedrijven 220 220 220
Reclamebelasting 18 50 51
Totaal opbrengsten 16.954 17.299 17.587

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

Hieronder hebben we inzichtelijk gemaakt, hoe bij de berekening van de tarieven wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Dit hebben we gedaan voor de tarieven van belastingen die ten hoogste kostendekkend mogen zijn.

Afvalstoffenheffing + reinigingsrecht Lijkbezorgingsrechten
Kosten Afval 3.503 Kosten begraafplaatsen 62
Opbrengsten afval excl. heffingen 840 Opbrengsten begraafplaatsen 1
Heffing bij bedrijven (Reinigingsrecht) 35 Netto kosten Begraafplaatsen 61
Netto kosten Afval 2.628 Overhead + salaris 120
Overhead + salaris 468 Rente 1
BTW 425 onttrekking reserve 57
Rente 26 Overige toerekening begraafplaatsen 64
Overige toerekening afval 919 Totale kosten 125
Totale kosten 3.547 Opbrengst heffingen 125
Opbrengst heffingen 3.547 Dekking 100%
Dekking 100%
Rioolheffing Algemene dienstverlening
Kosten Riolering 2.906 Kosten algemene dienstverlening 35
Opbrengsten Riolering excl. heffingen 3 Overige opbrengsten 0
Heffing bij bedrijven 220 Netto kosten algemene dienstverlening 27
Netto kosten Riolering 2.683 Overhead + salaris 384
Overhead + salaris 520 Overige toerekening algemene dienstverlening 384
BTW 475 Totale kosten 419
Rente 561 Opbrengst heffingen 232
omtrekking voorziening 329 Dekking 55%
Overige toerekening riolering 1.227
Totale kosten 3.910
Opbrengst heffingen 3.910
Dekking 100%
Omgevingsvergunning bouwen Markten
Kosten omgevingsvergunning bouwen 30 Kosten markten 21
Overige opbrengsten 0 Overige opbrengsten 0
Netto kosten Omgevingsvergunning bouwen 30 Netto kosten markten 21
Overhead + salaris 538 Overhead + salaris 19
Overige toerekening omgevingsvergunning 538 Overige toerekening markten 19
Totale kosten 568 Totale kosten 40
Opbrengst heffingen 388 Opbrengst heffingen 20
Dekking 68% Dekking 50%

Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau.

Belastingjaar:
Totaal aantal verzoeken Aantal toegekende verzoeken Aantal afgewezen verzoeken
Aantal verzoeken in procenten Afgeboekt t.g.v. toegekende kwijtschelding
2015 676 614 62 3,65% 248.264
2016 682 589 93 3,68% 238.553
2017 742 693 49 4,01% 258.861
2018 891 774 117 4,81% 320.149
2019 924 843 81 5,03% 322.095
2020 907 804 103 4,80% 302.318
2021* 879 826 53 4,68%

324.567

* De kwijtscheldingsgegevens voor 2021 zijn gebaseerd op basis van de gegevens zoals die op 23 augustus 2021 bekend zijn.

 

 

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In deze paragraaf zijn conform de voorschriften in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen.

De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren:
Infrastructuur:

  • Wegen
  • Civiel technische kunstwerken
  • Riolering
  • Gemeentelijke gebouwen
  • Water

Voorzieningen:

  • Openbaar groen
  • Speelplaatsen
  • Openbare verlichting

Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner.

 

Beleids- en beheerplannen

De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier jaar evalueren we de beheerplannen en zo nodig stellen we ze bij.

De volgende nota’s zijn vastgesteld:

Beleidsstuk/ beheerplan

Planperiode

Inhoud/opmerking

Wegenbeleid

2019 - 2023

Wegenbeleidsplan

Openbare verlichting beleid

2021-2026

Nieuw beleidsplan wordt naar verwachting eind 2021 vastgesteld. Het huidige beleidsplan blijft geldig totdat het nieuwe beleidsplan is vastgesteld.

Openbare verlichting Vervangingsplan

2021 - 2026

In 2020 is de laatste fase uitgevoerd. Het nieuwe vervangingsplan wordt onderdeel van het nieuwe beleidsplan.

Gemeentelijk rioleringsplan

2017 - 2022

In 2016 is een nieuw verbreed GRP vastgesteld. Die is verlengd tot en met 2022. Het nieuwe GRP wordt naar verwachting eind 2021/begin 2022 vastgesteld.

Waterbeleidsplan

2010 - 2020

Het waterbeleidsplan wordt de lokale klimaat agenda. Deze wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2022 vastgesteld.

Civieltechnische kunstwerken

2018-2022

Beheerplan

Visie natuur, groen en landschap

2021

De nieuwe visie natuur, groen en landschap is in 2021 vastgesteld en vervangt het beheerplan groen.

Groenbeheerplan

2021- 2031

Beheer groen

Bomenbeheerplan

2008 - 2019

Nieuw beheerplan wordt voorzien in 2022.

Speelruimtebeleid

2007 - 2020

Eind 2021 of begin 2022 wordt naar verwachting nieuw beleid gerealiseerd.

Speelplaatsen beheerplan

2017 - 2021

Deze vervalt en is opgenomen in het speelruimtebeleid

Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gemoeid zijnde financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. Aan het einde van deze paragraaf bieden we integraal inzicht in de financiën die met het onderhoud van kapitaalgoederen gemoeid zijn.

Wegen

Beleid
Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2019-2023”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal, aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROW-systematiek). Één keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld.

 

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
Niveau Basis (kwaliteitscijfer 5,5-6,5)

Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen

Rapportage kwaliteitsniveau van de wegen op basis van de weginspectie

jaarlijks

iedere 2 jaar

Bestaand beleid

Bestaande budgetten

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen

Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen

Up to date houden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)

jaarlijks

jaarlijks

 

jaarlijks

 

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande formatie

 

Bestaande formatie

 

Kwaliteit
In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau Basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau Basis is een voldoende (kwaliteitscijfer tussen 5,5 en 6,5).

Om te kunnen bepalen welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente hebben, vertaalt een onafhankelijk bureau structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. De eind 2019 en begin 2020 uitgevoerde weginspectie  toont aan dat de kwaliteit van de wegen een lichte daling laat zien richting kwaliteitsniveau Laag.  Dit heeft vooral te maken met het dalen van het kwaliteitscijfer van de asfaltverhardingen. Voor een groot deel is de daling van de kwaliteit te verklaren. Als we de planning van de diverse onderhoudsmaatregelen (inclusief de vervangingen) bekijken dan verwachten we dat het kwaliteitscijfer weer zal stijgen. Binnen het huidige onderhoudsbudget besteden we de komende jaren extra aandacht aan de asfaltverhardingen en minder aan de elementenverhardingen.

Financiën
In het beleidsplan Wegen, dat de raad in maart 2019 heeft vastgesteld, staat een aantal uitgangspunten voor de financiële berekening beschreven, zoals:

  • Omvang van het huidige areaal;
  • Berekening alleen voor verharde wegen;
  • In stand houden van de bestaande situatie (dezelfde materialen, dezelfde constructieopbouw, dezelfde wegbreedte, enz.);
  • Alleen kosten voor groot onderhoud, geen kosten voor vervanging, geen kosten voor klein onderhoud, geen kosten voor verzorgend onderhoud zoals straatvegen of onkruidbeheersing;
  • In stand houden van het huidige areaal op het gewenste kwaliteitsniveau.

Met de hierboven genoemde uitgangspunten, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie Basis is in het beleidsplan een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Deze kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste gebracht van de exploitatie.
De BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) staat niet toe dat de kosten voor vervangingen (reconstructies) worden meegeraamd in het onderhoudsbudget Wegen. Voor reconstructies van wegen en fietspaden is  investeringsbudget vereist. We gaan hierbij voor de komende jaren uit van een bedrag van gemiddeld € 600.000 per jaar. Dit bedrag wordt vanaf 2021 als investering meegenomen in de meerjarenbegroting.

Ontwikkelingen
Alle facetten die afgelopen jaren zijn besproken, zijn in het beleidsplan opgenomen. Ieder jaar bekijken we de onderhoudsplanning van de wegen opnieuw en stellen we eventueel bij.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte

Beleid

De visie van de gemeente op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte is kernachtig te verwoorden als "veilig, heel, doelmatig en schoon". Deze visie is uitgewerkt in het beheerplan dat het college in 2018 heeft vastgesteld.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel en veilig

Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.

jaarlijks

Bestaande formatie en budgetten

 

Opstellen meerjaren vervangingsplanning naar aanleiding van de in 2021 gehouden inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).

2022

Bestaande formatie en budgetten

Kwaliteit
In het beheerplan is opgenomen dat elke vijf jaar het volledige areaal door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd wordt. In de tussenliggende jaren voert de eigen dienst inspecties uit. Voor de kunst in de openbare ruimte is ervoor gekozen om de eigen dienst jaarlijks een globale inspectie uit te laten voeren. Het jaarlijks onderhoud (schoonmaken) is hierop afgestemd. De laatste inspectie was in 2021. In 2026 wordt er weer een volledige inspectie uitgevoerd.

Planning
Aan de hand van de jaarlijks uit te voeren schouw, plannen we de onderhouds- en herstelwerkzaamheden in. Afhankelijk van de resultaten van de uit uitgevoerde inspectie in 2021, maken we een meerjaren planning voor het herstellen van de geconstateerde gebreken.

Financieel
Aan de hand van de in 2021 uitgevoerde inspectie, wordt een meerjarenraming opgesteld, passend in de bestaande formatie en budgetten zoals opgenomen in het vastgestelde beheerplan. Het onderhoudsbudget wordt met ingang van 2022 met 40.000 euro aangevuld om reiniging en klein onderhoud te kunnen blijven uitvoeren. Dit om ingrijpender en kostbaarder onderhoud te voorkomen.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Openbare verlichting

Beleid
Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol vervult bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.

Uitvoeren beleidsplan Openbare verlichting 2021-2026

Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten)

Vervanging masten en armaturen

Uitvoeren regulier onderhoud

Afhandelen storingen en klachten

Uitvoeren Vervangingsplan 2021-2026

 

2022 - 2026

Jaarlijks

Jaarlijks

Jaarlijks

Jaarlijks

2022 - 2026

Bestaande budgetten en formatie

Waar mogelijk bestaande budgetten en formatie

Volgens Vervangingsplan 2021 - 2026

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

Bestaande budgetten en formatie

 Subdoelstelling

Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak

Jaarlijks

 

 

Bestaande budgetten en formatie

 


Kwaliteit
In de periode 2017 t/m 2021 zijn alle SOX en SON armaturen vervangen en waar mogelijk ook masten op leeftijd. In de periode 2022-2026 gaan we door met het vervangen van masten en armaturen. Dit doen we op basis van leeftijd (masten 50 jaar en armaturen 25 jaar). Naast het verminderen van het energieverbruik zorgt dit ook voor een daling van de veiligheidsrisico’s en uniformiteit van masten en armaturen waardoor een rustig straatbeeld ontstaat.

Financieel
Voor het nieuwe vervangingsplan is de komende jaren een extra investering nodig. De jaarlijkse kapitaallasten van deze investering worden uit het reguliere budget gedekt.

Ontwikkelingen
De ontwikkelingen op het gebied van LED (Light Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. Het is de verwachting dat we eind 2021 ruim 25% van alle armaturen vervangen hebben door een LED armatuur. Alle SOX en SON armaturen zijn dan vervangen. Vanaf 2022 gaan we starten met de uitvoering van het nieuwe vervangingsplan voor masten en armaturen.

Het dimmen van de openbare verlichting voeren we verder in. Dit scheelt ongeveer 10% energieverbruik op de totale installatie. Het onderhoudscontract 2020-2023 is aanbesteed. Van Gelder Infra is de komende jaren de nieuwe aannemer voor het onderhoud aan de openbare verlichting.  Net als de voorgaande onderhoudscontracten zit de gemeente Oude IJsselstreek in één perceel met de Gemeente Doetinchem, Doesburg en Montferland.

Risico’s
Ieder jaar testen we masten die 40 jaar of ouder zijn op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgen. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. We gaan door met het vervangen van oude verlichting. We gaan niet sneller vervangen dan op basis van leeftijd. Anders gooien we verlichting weg die nog niet afgeschreven is.

Riolering

Beleid

De Wet milieubeheer (Wm) verplicht gemeenten tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan. In dit plan geeft de gemeente aan hoe zij om denkt te gaan met de wettelijke zorgplichten die zij heeft voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de verplichting voor het opstellen van een GRP. Aangezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld, kiezen we er voor om de looptijd van het huidige GRP te verlengen.
De wettelijke zorgplichten krijgen binnen de Omgevingswet een plek.  In 2022 gaan we bekijken hoe we dit gaan vormgeven. Dit zal binnen het Afvalwaterteam Etten opgepakt worden. Uitgangspunt hierbij is dat we een gezamenlijk plan uitwerken, met op bepaalde punten gemeente specifiek beleid. Verder zal het nieuwe plan nog breder van opzet zijn, gezien de onderwerpen rondom klimaatadaptatie. 

Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing herzien we jaarlijks en stellen we vast met behulp van een kostendekkingsplan.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Schoon, heel, veilig
(Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater)

Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017

2017-2022

Bestaande formatie en budgetten

Subdoelstelling

 

 

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering

Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017

jaarlijks

Idem

Voorkomen van “water op straat”

Oplossen knelpunten

Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017

jaarlijks

jaarlijks

p.m.

Bestaande formatie en budgetten


Kwaliteit
Door middel van camera-inspecties bepalen we jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, stellen we met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning op.
Samen met de vrijvervalriolering maakt de electro-mechanische riolering (drukriolering) het grootste onderdeel uit van het gehele rioolsysteem. Om ook hier inzicht te krijgen in de kwaliteit is nog niet zo lang geleden besloten om dit onderdeel ook periodiek te inspecteren. De eerste inspecties bevestigen de verwachte levensduur van bepaalde onderdelen. Aan de hand van de uitgevoerde inspecties stellen we hier ook een vervangingsplan voor op.
Binnen het GRP is al rekening gehouden met de hierboven genoemde vervangingsplannen.

Planning
De looptijd van het huidige verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017 - 2020 is verlengd met één jaar. In 2021 wordt bekeken hoe één en ander verwerkt wordt binnen de kaders van de Omgevingswet.

Financieel
Uitgangspunt is het door de raad vastgestelde Rioleringsplan 2017-2020, wat uiteindelijk met één jaar is verlengd. Met de vaststelling van dit plan, zijn ook de uitgangspunten voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn:

  • Jaarlijkse stijging van de heffing met 3%;
  • Jaarlijks beoordelen of dit percentage voldoende of juist onvoldoende is voor de dekking van de riooluitgaven;
  • Een acceptabele stand van de voorziening riolering (ca. € 300.000) om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten, stellen we voor de rioolheffing voor 2022 te handhaven op het huidige tarief van € 231 per huishouden. Doordat grote projecten vaak een langere looptijd hebben, zullen kosten doorschuiven. Hierdoor verwachten wij dat de stand van het bufferfonds hoger zal uitkomen dan op dit moment in de staat van reserves en voorzieningen is opgenomen.

Ontwikkeling
Medio 2021 is de invoering van de Omgevingswet met een jaar uitgesteld, tot 1 juli 2022. Met de invoering van de Omgevingswet, vervalt de verplichting op het hebben van een Gemeentelijk Rioleringsplan. Om toch een actueel kader te hebben voor de rioolheffing, gaan we een beleidsarm Gemeentelijk Rioleringsplan opstellen.

Risico’s
Met de jaarlijkse financiële actualisatie om de hoogte van de rioolheffing te bepalen beperken we eventuele risico’s tot een aanvaardbaar niveau.

Groen, natuur en landschap

Beleid
Voor de groenvoorziening hanteren we in de wijken beeldkwaliteit Basis en in centra beeldkwaliteit Hoog. Dit is conform het vastgesteld beeldkwaliteitsplan van 2016. Uit een laatst gehouden schouw (2020) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel aan de onderkant.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

Jaar

Wat mag het kosten?

Hoofddoelstelling

 

 

 

Behoud van groenvoorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau voor een aantrekkelijke groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek

Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

 

Subdoelstelling

 

 

 

Streven naar beeldkwaliteit groen die overeen komt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan

Uitvoeren planmatig onderhoud

Jaarlijks

Bestaande budgetten en formatie

Kwaliteit
Door middel van verschillende jaarlijkse inspecties op groenvoorziening en bomen toetsen we of de vastgestelde beeldkwaliteit en veiligheid behaald wordt.

Financieel
De werkzaamheden voeren we uit binnen de huidige budgetten en formatie. We merken in het groen ook de effecten van klimaatverandering en de hiermee gepaard gaande financiële effecten.

Ontwikkeling
De Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen  is af. Vanuit deze visie werken we verder aan vergroening. Dit doen we onder andere door meer bomen te planten en de biodiversiteit in de openbare ruimte en bermen te vergroten.

Risico’s
Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Water

Beleid
Tot begin 2021 was het beleid rondom het beleidsveld water, opgenomen in het Waterplan 2010 - 2020.  Op dit moment wordt er hard gewerkt aan het opstellen van een Lokale Klimaatagenda in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Het beleidsveld water zal meegenomen worden in deze agenda.

Financieel
De financiële aspecten van het onderdeel water zijn in het verleden opgenomen in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Het voorstel is om dit in de toekomst zo voort te zetten.

Ontwikkelingen
Zoals al beschreven in het onderdeel Riolering, is het klimaat aan het veranderen. Deze verandering is niet alleen van invloed op de riolering, maar ook op het watersysteem. Overtollig water uit de kernen dient ook op een verantwoorde wijze verwerkt te worden.

Planning
Eind 2021/begin 2022 wordt de Lokale Klimaatagenda ter vaststelling aan de raad aangeboden.

Risico’s
Behoudens beperkte overstromingsrisico’s zijn er geen risico’s bekend.

Speelplaatsen

Speelplekken en -toestellen

Gemeente Oude IJsselstreek kent ca 100 speelplekken, verspreid over de kernen.

Beleid
Veilig houden van de speelvoorzieningen volgens de WAS(Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (= landelijke norm)).

Kwaliteit
Uit de inspectieronden is gebleken dat de toestellen voldoen aan het WAS, maar verouderd zijn.

Financieel
Voor het jaar 2022 is er budget voor minimale vervanging van afgekeurde toestellen.

Ontwikkeling
Om de huidige speelsituatie, kwaliteit van de speelvoorzieningen en de financiële situatie in kaart te brengen wordt nieuw speelbeleid ontwikkeld, voor jong en oud. Dit speelbeleid vormt vanaf 2022 een actueel en leidend kader.

Risico’s
Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in het kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Onder grondbeleid verstaan we alle instrumenten die de gemeente ter beschikking staan om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling - volkshuisvesting - verkeer en vervoer – zorg en welzijn - cultuur, sport en recreatie - economische structuur.
Daarnaast kan het grondbeleid leiden tot financiële risico’s voor de gemeente.

Het bestaande grondbeleid is opgenomen in de volgende stukken:
- Nota Grondbeleid;
- Bestemmingsplannen;
- Structuurvisie,

Nota grondbeleid
De gemeenteraad heeft in 2016 de Nota Grondbeleid vastgesteld. Belangrijk uitgangspunt is dat naast faciliterend grondbeleid de mogelijkheid om actief te verwerven blijft. Vastgoed (inclusief gronden) afstoten vindt slechts plaats indien deze een bijdrage levert aan het realiseren van beleidsdoelstellingen dan wel de dienstverlening van de gemeente. Naast de reguliere P&C cyclus werken we met een Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG). Grondexploitaties zijn ramingen van het financiële verloop van ruimtelijke projecten, zoals woningbouwprojecten, bedrijventerreinen en herstructureringsplannen.

Gronduitgifte
De gemeente heeft nog enkele uitgeefbare kavels voor woningbouw beschikbaar in haar lopende grondexploitaties. Om de huidige gewenste versnelling in de woningbouwopgave te realiseren wil de gemeente initiatieven zoveel mogelijk faciliteren ten behoeve van aangewezen doelgroepen en binnen de regionaal en lokaal gestelde kaders. Zo nodig leveren we ook een actieve bijdrage door gronden zelf te verwerven en in exploitatie te nemen. Daarvan is het Varsseveld Industriepark (een volgende fase van Hofskamp-Oost) voor het ontwikkelen van en uit te geven bedrijventerreinen een voorbeeld. Ook voor Varsseveld wordt ingezet op actief grondbeleid voor woningbouw in uitleglocaties.


Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken
De gemeente kent geen reserve voor (nadelige) resultaten van de grondexploitaties. De resultaten hiervan komen ten laste/ ten gunste van de algemene reserve. Voor de grondexploitaties met verwachte nadelige resultaten treffen we een verliesvoorziening. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen moet groot genoeg zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich voordoen. De verwachte nadelige resultaten en financiële risico’s zijn hiermee onderdeel van en gedekt binnen de begroting. De getroffen verliesvoorzieningen en de hoogte van de risico's worden periodiek herzien.

Wijziging in wet en regelgeving

Vennootschapsbelasting

Op basis van handreikingen, na de invoering van de vennootschapsbelasting (Vpb), toetst de gemeente of en in hoeverre het “grondbedrijf” van de gemeente wordt belast met een afdracht in het kader van deze belasting. Op basis van deze toets is het meest waarschijnlijke scenario nog steeds dat voor het grondbedrijf van de gemeente géén afdracht voor de Vpb zal plaats vinden. Het argument daarbij is dat de gemeente met het grondbedrijf géén onderneming drijft omdat niet wordt voldaan aan het criteria “winststreven”. De Vpb wordt echter bepaald aan de hand van toekomstige kasstromen en op basis van afwaarderingen in het verleden.
De gevraagde toets met toelichting op het winstoogmerk van het grondbedrijf van de gemeente voor het eerste belastingjaar na invoering van de belastingplicht in 2016 werd voorgelegd aan de Belastingdienst Grote Ondernemingen Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen. De belastingdienst komt vervolgens tot de conclusie dat de gemeente voor dat jaar inderdaad géén winstoogmerk heeft, maar geeft aan dat de gemeente op een later moment alsnog een winstoogmerk kan hebben. Daarom dient deze toets (de QuickScan) jaarlijks te worden uitgevoerd.

Winstneming

Als onderdeel van de regelgeving is, in de Notitie Grondexploitaties uit 2016, de aanbeveling opgenomen dat volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor "winst" nemen bestaat, die "winst" dan ook dient te worden genomen. Duidelijk is geworden dat dit geïnterpreteerd moet worden als een verplichting tot tussentijdse "winstneming" wanneer is voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden bij een voordelig resultaat op de grondexploitatie. Of van een eventuele winstneming sprake is wordt jaarlijks getoetst.

Wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom

Het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet voorziet in de integratie van de regels over onteigening, voorkeursrechten, landinrichting, stedelijke herverkaveling en kostenverhaal in de Omgevingswet. De regeling in de Omgevingswet bevat enkele vernieuwingen, maar de kern van het stelsel is intact gebleven. Het treedt gelijk met de Omgevingswet in werking tenzij vanuit het oogpunt van flexibiliteit het mogelijk is om voor de verschillende artikelen of onderdelen van de regeling in uitzonderingsgevallen een ander bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip van inwerkingtreding aan te houden. Onderdelen van de Aanvullingswet zijn:

Voorkeursrecht en onteigening
De huidige instrumenten van het voorkeursrecht worden vervangen door instrumenten die zo dicht mogelijk blijven bij de oude grondslagen voor vestiging van een voorkeursrecht zoals de omgevingsvisie (de oude structuurvisie) en het omgevingsplan (het voormalige bestemmingsplan).
In de nieuwe wetgeving voor onteigening wordt een scheiding aangebracht tussen de onteigeningsprocedure en de schadeloosstellingsprocedure. Beide worden afzonderlijk van elkaar doorlopen. Het bestuur dat het aangaat neemt een onteigeningsbeschikking dat door de bestuursrechter moet worden bekrachtigd. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit. Nadat aan een aantal wettelijke voorwaarden is voldaan wordt een onteigeningsakte ingeschreven.

Kostenverhaal
Gekozen is voor een herziene regeling die ook geschikt is voor gebiedsontwikkelingen met een onzeker eindbeeld en een onzeker tijdsverloop (organische gebiedsontwikkeling). Daarom kent de regeling in de Omgevingswet herziening voor kostenverhaal. Als het kostenverhaal niet is verzekerd komt de verplichte publiekrechtelijke regeling in beeld. Het kostenverhaal wordt in de Omgevingswet geïntegreerd in de kerninstrumenten van de Omgevingswet, zoals een omgevingsplan of omgevingsvergunning, of het projectbesluit.

Als het kostenverhaal niet is verzekerd komt de verplichte publiekrechtelijke regeling in beeld. Het kostenverhaal wordt in de Omgevingswet geïntegreerd in de kerninstrumenten van de Omgevingswet, zoals een omgevingsplan of omgevingsvergunning, of het projectbesluit.

Toelichting op het exploitatieresultaat van de grondexploitaties

Actualisatie grondexploitaties

Alle gronden in exploitatie worden voor de jaarrekening (peildatum 31 december) geactualiseerd. Deze actualisatie houdt het volgende in:

    • Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar.
    • Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten.
    • Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen.
    • Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving.
    • Aanpassing van parameters rente, kostenstijging, opbrengstenstijging en disconteringsvoet. Dit ten behoeve van het bepalen van d netto contante waarde (NCW).

Resultaten van gronden in exploitatie

Alle grondexploitaties zijn ten behoeve van de begroting bijgewerkt. Het verwachte (eind)resultaat van alle gronden in exploitatie hebben we weergegeven in onderstaande tabel.

 

Verwachte resultaten: 

Prognose 2021

(jaarrekening 2020)

Prognose 2022

(Begroting 2022)

 

Verschil NCW*

Grondcomplexen project:

Verwacht resultaat NCW*

Verwacht resultaat NCW*

 

60320002 de Rieze V+VI Ulft (Bedrijventerrein)

460.463 (N) -369.012 (V) 829.475 (V)

60320003 Hofskamp-Oost II Vsv (Bedrijventerrein)

-407.266 (V) -639.465 (V) 232.199 (V)
60320004 Het Varsseveld Industriepark Vsv (Bedrijventerrein) 0 (   ) -275.995 (V) 275.995 (V)

60820002 Hutten-Noord (Woningbouw DRU-Industriepark)

188.854 (N) 0 (   ) 188.854 (V)

60820003 Centrumplan Ulft (Woningbouw / centrumontwikkeling)

6.921 (N) 0 (   ) 6.921 (V)

60820004 Slawijkseweg Netterden (Woningbouw)

881 (N) -147.762 (V) 148.643 (V)

60820007 Kromkamp Sinderen (Woningbouw)

128.236 (N) -33.080 (V) 161.316 (V)

* netto contante waarde op basis disconteringsvoet

     

 

Bouwgronden in exploitatie

378.089 (N)

saldo nadelig

-1.465.315 (V)

saldo voordelig

1.843.404 (V)

toename voordelig resultaat

N = nadelig, V = voordelig

De huidige begroting laat ten opzichte van de jaarrekening 2020 een aanzienlijke verbetering zien in het verwachte (eind)resultaat. Zowel de grondexploitaties voor bedrijfsterreinen als woningbouw laten een verbetering zien.

Grondexploitatie woningbouw / Afsluiting grondexploitaties

De grondexploitaties Hutten-Noord (woningbouw DRU-Industriepark) en het Centrumplan Ulft (woningbouw centrumontwikkeling) worden naar verwachting in 2021 afgesloten met een voordelig resultaat van circa € 67.000. De overige resterende grondexploitaties voor woningbouw kunnen mogelijk in 2022 of 2023 worden afgesloten. De omslag naar een voordelig resultaat is mede het gevolg van het opvoeren van de bouwmogelijkheden (en de opbrengsten daarvan) binnen deze plannen die eerder in het kader van de “Woningbouwplanning 2016” waren geschrapt.

Na het aanwijzen van een vijftal uitbreidingslocaties zijn inmiddels voor een tweetal daarvan voorkeursrechten gevestigd en met een voorkeur voor het ontwikkelen van een plangebied “Varsseveld-West” ten behoeve van een versnelling van de woningbouwopgave. Over de financiële gevolgen van deze plannen kan nu nog geen uitkomst worden gegeven.

Veel initiatieven in verschillende plaatsen, waaronder ook kleine kernen, zijn ondertussen ingediend. In welke mate dat (financiële) gevolgen heeft is nog niet te bepalen. De gemeente is voor initiatieven die niet passen binnen het vigerend planologisch kader wettelijk verplicht om kostenverhaal toe te passen.

Grondexploitaties bedrijventerreinen

Bovenstaand resultatenoverzicht laat de bijdrage zien van de bedrijventerreinen in de voordelige resultaatverwachting. Naast de toegenomen verkopen en belangstelling voor de Rieze zijn de opbrengsten van het eerder uitgesloten terrein ingevolge de begroting- en rekeningvoorschriften (BBV) weer ingebracht. Met als gevolg een aanzienlijke verbetering.

Bedrijven durven weer te investeren. Dat geldt zeker voor het bedrijventerrein Hofskamp-Oost 2e fase in Varsseveld welke naar verwachting in 2022 geheel zal zijn uitgegeven.

Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD

De gemeenten Doetinchem, Montferland, Bronckhorst en Oude IJsselstreek werken samen bij de ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen binnen de gemeenten. Specifiek bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark (RBT) in de gemeente Doetinchem en het Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD (EBT) in de gemeente Montferland, waarbij de deelnemende gemeenten risicodragend zijn.

Verwachting wordt dat het laatst beschikbare terrein van DocksNLD in 2021 is uitgegeven. Het voordelige resultaat daarvan wordt, zoals overeengekomen, als bijdrage in de exploitatie van Bedrijvenpark A18 van Doetinchem opgenomen. Dat draagt daardoor bij aan het verkleinen van het verlies van deze exploitatie en daarmee ook aan het verlaging van het risico van de deelnemende gemeenten. Omdat dit jaar al een meerjarenplanning was vastgesteld en verwerkt in onze jaarrekening is er geen nieuwe prognose van de verwachte verliesvoorziening beschikbaar. Voor de nog de beschikbare kavels op het A18 Bedrijvenpark is de verwachting dat de uitgiftetermijn zal afnemen door toename van belangstelling en een versnelling van de uitgifte van de bouwkavels.

Verloop verliesvoorzieningen

Aangezien alle grondexploitaties een voordelig resultaat verwachten, kunnen de eerder daarvoor geraamde verliesvoorzieningen komen te vervallen.
De verliesvoorziening ingevolge de samenwerking West Achterhoek / Bedrijvenpark A18 Doetinchem blijft vooralsnog ongewijzigd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verloop van de verwachte verliesvoorzieningen.

Hoogte van de verwachte verliesvoorzieningen

Verwachting 2021
Verwachting 2022

Bedrijventerreinen Oude IJsselstreek

0 0

Woningbouw Oude IJsselstreek

332.341 0

BP A18 Doetinchem samenwerking WA (RBT / EBT)

83.000

83.000

Totaal

415.341 83.000
 

Risico’s

Risico’s

Voor alle lopende grondexploitaties wordt met behulp van een risicomodel berekend wat het financiële resultaat wordt wanneer veronderstelde (risicovolle) gebeurtenissen zich zouden voordoen.

Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit houden we rekening met het totaal van dit risico. Naast de grondexploitaties voor bedrijventerreinen en woningbouw zijn er ook risico’s als gevolg van de deelname in de ontwikkeling van het regionaal en euregionaal Bedrijvenpark A18. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de hoogte van de mogelijke risico's.

Resterende risico's:

  Verwachting risico's 2021
Verwachting risico's 2022

Risico's bedrijventerreinen Oude IJsselstreek

185.736 63.562

Risico’s woningbouw Oude IJsselstreek

1.234.469 1.255.087

Risico's Regionaal bedrijventerrein (RBT/EBT)

52.000 28.000

Gevolgen weerstandsvermogen

 1.472.205

1.346.649

De totale risico’s zijn, per saldo met een bedrag van ruim € 125.000, iets afgenomen. De marktomstandigheden kennen een verbetering waardoor ondernemers verondersteld worden weer te investeren, dit geldt voor de bedrijfsterreinen en de deelname in Bedrijvenpark A18. Voor Varsseveld Industriepark is het risico toegenomen omdat in verband met een beroepsprocedure er nog geen onherroepelijk bestemmingsplan is.
De risico’s binnen de grondexploitatie hebben invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Hiervoor verwijzen we naar de paragraaf weerstandsvermogen.
(Op onderdelen is deze paragraaf Grondbeleid tekstueel ingekort. Voor een uitgebreide toelichting op alle onderdelen verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid als onderdeel van de jaarrekening)
De risico’s worden jaarlijks geactualiseerd, zowel bij jaarrekening, begroting en MPG.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente middelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit).
De benodigde omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie.
In eerdere begrotingen hebben we enkele financiële uitgangspunten met betrekking tot het eigen vermogen en de ontwikkeling van de schuldpositie losgelaten. In deze begroting hebben we dit nu ook definitief doorgevoerd in ons beleid.
Deze wijziging is nodig om meer flexibel beleid mogelijk te maken conform de lijn van de voorjaarsnota 2022. Om de ontwikkeling van onze financiële positie te monitoren en tijdig bij te kunnen sturen, indien nodig, wordt voorgesteld rekening te houden met een ratio beschikbaar/benodigd weerstandsvermogen van minimaal 2. Dat geeft een buffer om bij tegenvallers met langere termijn doorwerking, tijd te hebben om structureel bij te sturen.

Beleid

Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.
Beleidsuitgangspunten:
• Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt incidentele weerstandscapaciteit om incidentele tegenvallers te dekken;
• De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen. De begroting 2022 voldoet hieraan.
• Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk intact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s volledig gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd en beoordeeld;
• De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor éénmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar
• De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet verzekerd zijn. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

Weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen dan wel bezuinigingen door te voeren. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die éénmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet-benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee.

Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per begin van het boekjaar 2022.

 

Weerstandscapaciteit  Bedrag
a. Begrotingsruimte (post onvoorzien) 49
b. Algemene reserves 22.815
c. Stille reserves 1.000
Totaal weerstandscapaciteit per 1-1-2020 23.864

Toelichting

A. Begrotingsruimte
Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 1,25 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 49.000 opgenomen.

B. Algemene reserve

Algemene reserve
(x 1.000)
Werkelijke stand
31-12-2020
Begrote stand
1-1-2021
Begrote stand
1-1-2022
Algemene reserve 21.979 20.067 22.815

 

C. Stille reserves
Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met 50% van het verschil tussen de boekwaarde en de actuele WOZ-waarde. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van € 1.000.000.

 

Risico's
Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en het bedrag ten hoogte van de maximale risico. In totaal is het risico voor Oude IJsselstreek berekend op € 6.649.000,00.

De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) :

Risico's Mate inschatbaarheid Beheersing Financieel gevolg Risico
a. Aansprakelijkheid/eigendom/Bedrijfsvoering        
Schadeclaims Slecht Verminderen 400 40
Eigendommen Slecht Verminderen 450 45
Personeel/inhuur Redelijk Accepteren 1.000 500
ICT Slecht Verminderen 4.000 400
Bedrijfsvoering overig Slecht Accepteren 800 160
b. Financiële risico's        
Bestuursdwang/proceskosten Slecht Verminderen 300 150
Niet tijdig of volledig halen gestelde doelen Redelijk Verminderen 1.200 240
c. Grondexploitatie        
Zie paragraaf Grondbeleid Redelijk  Accepteren 1.347 1.347
d. Verbonden partijen        
Dividend Redelijk Accepteren 600 300
Zie paragraaf verbonden partijen  Goed  Verminderen 4.222 422
e. Open eind regelingen        
Sociaal Domein Slecht Verminderen 4.000 1.000
f. Garant en borgstellingen        
Garant- en borgstellingen Redelijk Accepteren 79.468 795
g. Overige (externe) factoren        
Overige factoren Slecht Verminderen 5.000 1.000
Covid
Slecht Accepteren 1.000
250
Totaal     103.787 6.649

Toelichting categorieën

a. Aansprakelijkheid/ eigendommen /bedrijfsvoering
Dit betreft onder andere aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen. Daarnaast hebben we een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging.
Daarnaast lopen we risico op de personeelslasten/ inhuur. Het wordt steeds moeilijker om bepaalde vacatures te vervullen. Er zijn niet/ zeer moeilijk mensen meer te vinden. Dat kan leiden tot hogere personeelslasten, omdat er meer extern moet worden ingehuurd/ingekocht. Op dit moment is de markt dusdanig, dat zelfs dit niet meer altijd lukt, wat ook maakt dat de tarieven zeer sterk zijn gestegen. Dit leidt, naast extra kosten, ook tot een nog hogere druk op de staande organisatie, wat vervolgens tot hoger ziekteverzuim kan leiden.
De risico’s ten aanzien van ICT worden de komende jaren steeds groter met betrekking tot bijvoorbeeld hacks, ransomware, DDOS-aanvallen. Natuurlijk zijn er de nodige maatregelen genomen om hackers zoveel mogelijk te weren, en worden medewerkers regelmatig gewaarschuwd om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, maar hackers zijn inventief en bedenken telkens nieuwe wegen om de beveiliging te omzeilen. De financiële gevolgen van een hack kunnen groot zijn.
De post bedrijfsvoering overig betreft tot slot een aantal specifieke risico’s:
• Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww.
• Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders.
• Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders.

b. Financiële risico’s
• Bestuursdwang en proceskosten
• Niet tijdig en in volle omvang behalen van taakstellingen / dekkingsmogelijkheden

c. Grondexploitatie
• zie paragraaf “Grondbeleid”

d. Verbonden partijen
• Zie paragraaf "Verbonden partijen"
• Dividend: de gemeente ontvangt dividend van Alliander, Vitens en de Bank Nederlandse Gemeenten. De totale dividendraming is in de begroting al verminderd tot € 600.000. Vanwege de energietransitie heeft Alliander, zoals bekend, voor de komende jaren forse investeringen nodig om het netwerk te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. Hiertoe moeten zij het eigen vermogen versterken, bij voorkeur met achtergestelde leningen die door de aandeelhouders worden verstrekt (om daarmee de rentelasten zo laag mogelijk te houden). Mocht dit niet lukken, dan lopen we het risico dat de dividenduitkering nog verder daalt of zelfs voor een periode volledig vervalt, zoals nu bij Vitens al aan de orde is. Vanwege verscherpte regelgeving voor banken door de Europese Centrale Bank als gevolg van Covid, krijgt de BNG te maken met mogelijk noodzakelijke versterking van het eigen vermogen. Ook hier ligt daardoor een risico op het uit te keren dividend.

e. Open-einde regelingen
De uitgaven die gemoeid zijn met open-einde regelingen zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk te beïnvloeden door de gemeente omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is.

Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Jeugd, WMO):
In het sociaal domein is sprake van een aantal majeure ontwikkelingen die kansen en onzekerheden meebrengen voor 2022. Zij worden genoemd op blz. 21 t/m 23 van de Voorjaarsnota 2022. Een korte samenvatting:
• In de regio loopt een traject om te komen tot nieuwe inkoopafspraken met aanbieders vanaf 2022. Er worden kostenbesparingen verwacht, maar deze zijn reeds ingeboekt in de begroting. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen leiden tot tegenvallers;
• Per 1 januari 2022 is Doetinchem geen centrumgemeente meer voor beschermd wonen in de hele regio. Alle gemeenten gaan zich inzetten voor de betreffende inwoners. Het financiële effect van dit hele proces is nog niet bekend;
• Vanaf 2022 is de gemeente waar een jeugdige staat ingeschreven verantwoordelijk voor de zorgvraag en de betaling ervan van de jeugdige, ook wanneer deze verblijft in een instelling in een andere gemeente. Het financieel effect ervan is nog onduidelijk, maar kan aanzienlijk zijn, zowel positief als negatief;
• De invoering van het abonnementstarief in de Wmo (vanaf 1 januari 2019) heeft een aanzuigende werking;
• Voor 2021 heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld voor jeugdzorg. Het is nog onduidelijk welke extra middelen beschikbaar komen voor de jaren daarna. Het is aan het nieuwe kabinet om daarover definitieve besluiten te nemen;
• Het is nog onduidelijk of de gemeente in aanmerking komt voor een nieuwe compensatieregeling voor gemeenten, die zijn geconfronteerd met een aanzienlijk stijging voor de kosten van voogdij en 18+;
• Het is nog onduidelijk welk effect Covid-19 en de lockdowns hebben gehad op de mentale gezondheid voor onze inwoners en wat dit doet met toekomstige zorgvraag;

Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Participatie)
• Uitvoering Participatiewet in eigen beheer: De uitvoering van de participatiewet in eigen beheer per 1 januari 2021 en de oprichting van de Oude IJsselstreek B.V. brengt risico’s met zich mee, die voorheen onder primaire verantwoordelijkheid van Laborijn vielen. De hoogte van deze risico’s is in grote mate afhankelijk van de manier waarop de nieuwe werkwijze wordt vormgegeven.
• De gemeente Oude IJsselstreek is sinds januari 2021 volledig zelfstandig verantwoordelijk voor overschotten en tekorten op de Buiguitkering (gebundelde uitkering art. 69 Participatiewet). Indien een gemeente een tekort heeft omdat er meer bijstandsuitkeringen moeten worden uitbetaald dan dat in deze Buig uitkering van het Rijk wordt voorzien kan de gemeente aanspraak maken op de zgn.

• Vangnetuitkering. Hiervoor moet de gemeente aan een aantal voorwaarden voldoen. Niet alleen moet het tekort boven de 7,5 % van de totale Buiguitkering uitkomen, de gemeente wordt ook getoetst of het voldoende heeft gedaan om tot tekortreductie (term ministerie) te komen. Een aantal van deze voorwaarden zijn deels afhankelijk van politieke keuzes zoals het inzetten van boetes en maatregelen en het actief opleggen en innen terugvorderingen en verhaal. De keuzes die hierin gemaakt worden moeten we zien in het licht van de vastgestelde visie. Werken vanuit de bedoeling is niet louter gericht op handhaving maar zaken in perspectief zetten en integraal afwegen.
• De gemeente Oude IJsselstreek is al jaren een zgn. nadeel-gemeente. Dit houdt in dat de gemeente al jaren minder Buig ontvangt dan dat zij werkelijk nodig heeft om de uitkeringen te betalen. De verwachting is dat dit ook in 2021 zal zijn. Voor het begrotingsjaar 2022 is de verwachting dat het Buig budget wederom niet voldoende zal zijn als gevolg van het eerder genoemde verdeelsysteem. Er zijn twee zaken die hier van invloed op kunnen zijn. Of het verdeelsysteem gaat aangepast worden of het lukt de gemeente om via inzet van STOER de aantallen uitkeringen omlaag te brengen.

Uittreding Laborijn – financiële afwikkeling.  De gemeente Oude IJsselstreek is per 1 januari 2021 uit de Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn (hierna: Laborijn) getreden. Begin 2021 heeft de gemeente van Laborijn een afrekening ontvangen voor de uittredingssom. Gemeente Oude IJsselstreek heeft de hoogte van deze afrekening bestreden. Bij de voorbereiding van de begroting is het proces rond de vaststelling van de uittredingssom nog niet afgerond.

• Exploitatiesubsidies
• Leerlingenvervoer
• ZIN (Zorg in Natura)

f. Garant/borgstellingen
Het overzicht van de borg-/garantstellingen is opgenomen in de jaarstukken.

g. Overige (externe) factoren
• Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen.
• Planschade.
• Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden.
• Leges.
• Hypotheken personeel.
• Fluctuatie kosten en opbrengsten Afvalscheiding.
• Uitkering gemeentefonds inclusief Btw- compensatiefonds (BCF).
• Vennootschapsbelasting (VPB).
• Omgevingswet.
• Herijking gemeentefonds. De invoering van het nieuwe verdeelmodel van het Gemeentefonds is opnieuw met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. De verwachting was dat het effect voor onze gemeente neutraal tot licht positief zou uitvallen. Naar aanleiding van de reacties vanuit verschillende gemeenten, heeft een nieuwe herijking plaatsgevonden. Op basis van de laatste berichten, lijken de perspectieven voor onze gemeente gunstiger te zijn en positief uit te vallen. Dit betreft echter nog altijd een voorlopige inschatting. Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelvoorstel vindt nog een actualisatie plaats, waarna de herijking ingaat per 1 januari 2023.
• Covid. Met het verstrijken van de tijd komen ook de risico’s rond Covid in een ander daglicht te staan. De gevolgen van Covid treffen vooral bepaalde groepen ondernemers en inwoners, zoals de evenementenindustrie en kwetsbare doelgroepen. Natuurlijk is er staatssteun, maar het kan niet worden uitgesloten dat de gemeente (op termijn) geconfronteerd wordt met gevolgen. De gevolgen op langere termijn zijn nog niet te overzien. Hoe de effecten op de leefbaarheid, winkelkernen, economie en maatschappelijk middenveld uiteindelijk uitpakken, kunnen we op dit moment niet voorspellen.

Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000)

De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Een ratio >2 is uitstekend te noemen.

 

 

beschikbare weerstandscapaciteit

 

23.864

 

 

Weerstandsvermogen

=

------------------------------------------------

=

-----------

=

3,59

 

 

benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

 

6.649

 

 

 

Kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen zijn:

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden)

Het is van belang deze kengetallen in breder perspectief te zien, aangezien deze op zichzelf staand maar een deel van het totale beeld van de gemeentelijke financiën weergeven.

Kengetallen
(x 1.000)

Rekening
2020

Begroting
2021
(stand 1-1)

Begroting
2022
(stand 1-1)
1a Netto schuldquote   104,6% 120,4% 115,4%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd 95,8% 120% 107,1%
2  Solvabiliteitsratio 17,3% 14% 15,5%
3  Grondexploitatie 6,5% 4% 9,7%
4  Structurele exploitatieruimte 1,3% 0,98% 0,1%
5  Belastingcapaciteit* 99,2% 100,4% 99,1%

* Gebaseerd op het landelijk gemiddelde van € 811 (2021) voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning.
 

Signaleringswaarden

Waarde
Oude IJsselstreek

Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote 115,4% <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote, gecorrigeerd 107,1% <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio 15,5% >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie 9,7% <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte Begroting 0,14% Begr en MJR>0% Begr of MJR >0% Bgr en MJR <0%
Structurele exploitatieruimte MJR 2025 0,42%
Belastingcapaciteit 99,1% <95% 95-105% >105%
Weerstandsvermogen 359% >100% 80-100% <80%