Paragrafen

In de paragrafen geven we een dwarsdoorsnede van de begroting op een aantal onderwerpen door alle programma’s heen. Dit betekent dat hier algemene beleidsregels worden geformuleerd die doorwerken in verschillende programma’s. Het is dan ook mogelijk dat er doublures ontstaan met wat gemeld is in de programma’s zelf. Bedrijfsvoering is verantwoord onder het hoofdstuk 'bedrijfsvoering'.

 

 

Paragraaf Financiering

Inleiding

De paragraaf financiering geeft inzicht in de financieringspositie en de beheersing van de risico’s die aanwezig kunnen zijn bij het aantrekken en/of uitzetten (uitlenen) van middelen (geld). In deze paragraaf brengen we de kansen en risico’s rond financiering in beeld.

Beleid

Bij het aantrekken en uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen. De belangrijkste kaders hierover zijn opgenomen in de volgende beleidsdocumenten:

  • Financiële verordening, artikel 212 (2016)
  • Treasurystatuut (2017). Het treasurystatuut is bij besluit in 2017 vastgesteld door de raad. Het treasurystatuut is de vertaling van het door de gemeente gehanteerde treasurybeleid. In dit statuut zijn de doelstellingen, richtlijnen en limieten van het beleid vastgesteld. Doel van het treasurybeleid is enerzijds om op een verantwoorde wijze een zo goed (lees: hoog) mogelijk rendement te maken op belegde gelden. Anderzijds is het doel om op een verantwoorde wijze gelden aan te trekken tegen een zo aantrekkelijk (lees: laag) mogelijke rente. Kort gezegd levert een actief en gedegen treasurybeleid de gemeente juist geld op, respectievelijk bespaart het de gemeente geld.
  • Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). Op de bepalingen in deze wet berust het treasurystatuut. Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Financiering

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Deze zijn terug te vinden op de balans. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan we de reserves en voorzieningen plus de vaste geldleningen. Hierbij houden we rekening met investeringen waartoe is besloten (nieuwe investeringen). Een eventueel financieringstekort wordt eerst opgevangen door het opnemen van het goedkope kasgeld (tot de kasgeldlimiet – zie onder kasgeldlimiet-). Voor het overige deel wordt een vaste geldlening aangetrokken. Dit jaar zijn de financieringsmiddelen minder dan de financieringsbehoefte. Omdat daarnaast ook de voorraden voorgefinancierd worden, is het restant opgevangen door kasgeld aan te trekken.

Financieringsbehoefte (x 1.000)

 31-12-2021

Financieringsbehoefte

 

Boekwaarde (im)materiële vaste activa

136.974

Boekwaarde financiële vaste activa

12.070

Totaal financieringsbehoefte

149.044

Financieringsmiddelen

 

Reserves (inclusief jaarrekeningresultaat)

33.624

Voorzieningen

6.739

Vaste geldleningen *

113.566

Totaal financieringsmiddelen

153.929

Financieringsoverschot

4.885

 

Leningenportefeuille
De gemeente heeft behoefte aan externe financiering voor het herfinancieren van de huidige (aflopende) geldleningen, voor het bekostigen van investeringen, grondexploitaties en voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften van de exploitatie uitgaven.

 

Leningenportefeuille (x 1.000)

 2021

Stand leningen per 1 januari

116.345

Reguliere aflossingen

17.779

Nieuwe leningen*

15.000

Stand leningen per 31 december

113.566

 

* Er is dit jaar 1 vaste geldlening aangetrokken van € 15 miljoen op 31 december .

Activa

We kennen financiële en (im) materiële vaste activa. De meeste investeringen vinden plaats onder de materiële vaste activa. Deze investeringen bestaan uit investeringen met maatschappelijk nut en investeringen met economisch nut. Investeringen die kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten zijn investeringen met economisch nut. Investeringen met maatschappelijk nut hebben geen mogelijkheid tot het verwerven van inkomsten, zoals wegen en bruggen.

Op het moment dat een investering wordt gedaan, worden de kapitaallasten berekend en meegenomen in de exploitatie. De kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijving. Als de investering helemaal is afgeschreven (bijvoorbeeld na 10 jaar), vallen de afschrijvingslasten vrij. Elk jaar hebben we daardoor zogenaamde ‘vrijval’ in de afschrijving. Dit is in feite de ruimte voor nieuwe investeringen, uitgaande van een vast bedrag per jaar voor kapitaallasten.

Grote projecten en/of investeringen
Dit jaar zijn er een aantal grote projecten uitgevoerd of gestart met de voorbereiding: In het bijzonder: herinrichting Kerkplein Gendringen, verdere voorbereiding voor het VIP (Varsseveld Industrie Park) , verstrekking van een converteerbare aandeelhouderslening aan Alliander, zie ook de toelichting op de vaste activa van de balans .

Risicobeheer

Wij zijn als gemeente voor onze uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de Wet Fido en het treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering; de gemeente trekt geen financiering aan voor specifieke projecten. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven samen financiert. Deze wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt bij de financiering geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten.

In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm).

Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5 % van het begrotingstotaal. We sluiten een langlopende lening af zodra de hoogte van de kortgeldleningen de kasgeldlimiet met een derde opeenvolgende kwartaal overschrijdt. Wij benutten de kasgeldlimiet zo maximaal mogelijk, aangezien de rente voor kortlopende leningen momenteel zeer laag is. In 2021 was het rentepercentage voor het kortgeld het gehele jaar negatief, waardoor we rente hebben ontvangen.

Kasgeldlimiet (x 1.000)

 2021

Begrotingstotaal per 1 januari 2021

103.016

Vastgesteld percentage

8,5%

Kasgeldlimiet

8.756

Gemiddeld opgenomen kortlopende leningen

7.139

Ruimte (+)

1.617

Renterisiconorm
Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente.

De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema laat de berekening over 2021 zien.

Renterisiconorm (x 1.000)

 2021

Renterisiconorm  

Lasten begroting

103.016

Percentage risiconorm

20%

Totaal renterisiconorm

20.603

 

 

Aflossingen en renteherzieningen

 

Reguliere aflossingen geldleningen

17.779

Geldleningen met renteherziening

0

Totaal aflossingen en renteherzieningen

17.779

Ruimte (+)

2.824

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn partijen waar de gemeente een bestuurlijke relatie mee heeft en waarin we een financieel belang hebben. We hebben een zetel in het bestuur (vertegenwoordiging) of we hebben vanwege eigendom van aandelen stemrecht in de aandeelhoudersvergadering. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die in geval van een faillissement achterblijven.

Beleid

Het BBV schrijft voor om van de verbonden partijen een samenvattend overzicht te geven en onderscheid te maken in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. Conform onze financiële verordening (verordening op grond van artikel 212 gemeentewet), lichten we de verbonden partijen op hoofdlijnen toe in deze paragraaf. Het gaat hierbij om partijen met aanmerkelijk financieel belang (dit zijn partijen waar we minimaal € 50.000 per jaar aan bijdragen). Per verbonden partij zijn de doelstellingen, activiteiten, ontwikkelingen en risico’s benoemd. De paragraaf sluit af met het financieel overzicht.
De wijze waarop de verbonden partijen bijdragen aan het realiseren van onze maatschappelijke opgaven is in de programma's van deze begroting inzichtelijk gemaakt.

 

Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is.

Doelstelling

  • Uitvoeren van alle wettelijke archieftaken voor de acht gemeenten in de Achterhoek.
  • Uitvoeren van de zogenoemde “Staring-taken” (diensten op het gebied van behoud van en onderzoek naar streekcultuur en –historie). Voor 15 gemeenten in Achterhoek en Liemers.

Activiteiten

  • Het beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van archiefbewaarplaatsen van de deelnemende overheidslichamen conform de Archiefwet.
  • Het toezicht door de streekarchivaris op het beheer van de niet naar de centrale archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden van de (8) gemeenten in de Achterhoek.
  • Het in stand houden en bevorderen van het cultureel erfgoed in het gebied van de Achterhoek en de Liemers in de ruimste zin van het woord.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Doetinchem
  • Montferland
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

De burgemeester neemt namens Oude IJsselstreek zitting in het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

Het ECAL heeft zich in 2021 gericht op het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van archieven. Hierbij hoort ook het digitaliseren van de archieven en collecties.
Financieel zijn er geen afwijkingen door de eerder vastgestelde bijdrage aan de ECAL.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Geen.

 

GGD Noord- en Oost Gelderland(Warnsveld)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het op regionaal niveau vaststellen en uitvoeren van gezondheidsbeleid. Dit betreft met name activiteiten op het gebied van preventie zoals gezondheidsbevorderende en –beschermende maatregelen.

Activiteiten

  • Preventieve en uitvoerende taken vanuit de Wet publieke gezondheid, genoemd in de artikelen 2, 4, 5, 5a, 6 en 7. Dit betreft o.a. de taken op het gebied van jeugdgezondheidszorg en preventieve ouderengezondheidszorg.
  • Het uitbrengen van hygiëneadviezen aan instellingen.
  • Het uitvoeren van inspecties bij kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang.
  • Het uitvoeren van het Rijksvaccinatieprogramma.
  • Het uitbrengen van medisch milieukundige adviezen.
  • Het vaccineren en voorlichten van reizigers.
  • Het verrichten van taken op het terrein van de forensische geneeskunde.
  • Overige uit te voeren taken op het terrein van de volksgezondheid die van een GGD verwacht mogen worden ten behoeve van gemeenten, personen, instellingen en organisaties.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder volksgezondheid vanuit het college van B&W neemt deel aan het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

  • De begroting is een uitwerking van de Uitgangspuntennota 2020. Met de uitgangspuntennota biedt de GGD meer kans aan gemeenten op sturing van de jaarlijkse begroting. De begroting bevat vijf inhoudelijke programma's: Jeugdgezondheidszorg, Algemene Gezondheidszorg en Kennis en Expertise.
  • De GGD werkt middels de Bestuursagenda 2019-2023 aan 4 prioriteiten: NOG gezondere jeugd, NOG gezondere leefomgeving, NOG gezonder ouder worden en NOG gezondere leefstijl.
Voor alle vier prioriteiten geldt:
  • De GGD sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen en bij het gezondheidsbeleid en de preventieagenda’s van de gemeenten.
  • Gemeenten dragen bij aan het NOG gezonder laten worden van hun inwoners en aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Door meer te investeren in preventie en gezondheidsbevordering kan gezondheidswinst worden behaald.
  • De GGD besteedt specifieke aandacht aan het bereiken van kwetsbare groepen (mensen met een lage sociaaleconomische status, in armoede, laaggeletterdheid, nieuwkomers en psychisch kwetsbare mensen).
  • De GGD zoekt innovatieve strategieën om het bereik en de effecten van gezondheidsprogramma’s te vergroten.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de strategische visie. Kern van deze visie is dat de gemeenten hebben gekozen voor een GGD die zich versterkt als een gemeentelijke gezondheidsdienst.

 

Omgevingsdienst Achterhoek (Hengelo Gld.)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het uitvoeren van omgevingsrecht conform de landelijke kwaliteitscriteria.

Activiteiten

Vergunningverlening en handhaving op het gebied van milieuwetgeving en aanverwante specialismen (bodem, geluid, licht, externe veiligheid)

Deelnemende partijen

  • Gemeente Aalten
  • Gemeente Berkelland
  • Gemeente Bronkhorst
  • Gemeente Doetinchem
  • Gemeente Lochem
  • Gemeente Montferland
  • Gemeente Oost Gelre
  • Gemeente Oude IJsselstreek
  • Gemeente Winterswijk
  • Gemeente Zutphen
  • Provincie Gelderland

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk neemt namens de gemeente deel aan het Algemeen Bestuur.

Ontwikkelingen

De oude samenwerkingsovereenkomst die  stamt uit de begintijd van de samenwerking is gemoderniseerd en aangepast aan de huidige wijze van samenwerken. De wet Gemeenschappelijke Regelingen is aangepast en zal op 1 juli 2022 van kracht worden en heeft een implementatiefase van 2 jaar. Met de wijziging wordt de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad versterkt.

De komende tijd zal met de ODA samen gewerkt worden aan de implementatie van de Omgevingswet. De ODA voert voor de gemeenten ook de energiecontroles bij bedrijven uit. Hierbij is het uitgangspunt de voordelen aan de  bedrijven te laten zien en hierbij ook een milieuvoordeel te behalen.  

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De Omgevingsdienst Achterhoek is een uitvoeringsorganisatie die - met de Gelderse Maat als uitgangspunt - conform wet- en regelgeving uitvoering geeft aan vergunningverlening, toezicht en handhaving (de zgn. VTH-taken). Formeel blijven de de deelnemende organisaties hiervoor verantwoordelijk. Voor zover er sprake is van zelfstandige beleidsvoornemens hebben die hoofdzakelijk betrekking op het niveau van bedrijfsvoering.

 

Regio Achterhoek (Doetinchem)

Relatie met de programma's

1. De gemeente waar het goed wonen is
2. Een leefbare gemeente
3. De werkende gemeente
4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

GR Regio Achterhoek zet zich in voor een krachtige regio die snel en besluitvaardig samenwerkt om de Achterhoek economisch sterk te houden. Overheid, Ondernemers en Maatschappelijke organisaties werken hiervoor samen. De inhoudelijke basis voor de samenwerking is de Achterhoek Visie 2030, opvolger van het Strategiedocument Agenda2020.

Activiteiten

De Achterhoek Raad heeft de Achterhoek Visie 2030 vastgesteld. Op basis van deze visie bepaalt de Achterhoek Board samen met de Achterhoek Thematafels de inhoudelijke activiteiten, die worden beschreven in de jaarplannen. De Achterhoek Raad ziet toe op de voortgang. De uitvoering van deze inhoudelijke activiteiten gebeurt aan de volgende zes Thematafels:

  • Smart werken en Innovatie
  • Onderwijs en Arbeidsmarkt
  • Wonen en Vastgoed
  • Mobiliteit en Bereikbaarheid
  • Circulaire energie en Energietransitie
  • De Gezondste Regio

De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur en voert de volgende taken uit:

  • Voert de regie op de algehele samenwerking
  • Faciliteert het opstellen en uitvoeren van de Achterhoek Visie 2030, de  jaarplannen en bijbehorende investeringsagenda
  • Adviseert Board en Raad over de lobby en subsidies en levert hiervoor ook de capaciteit

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Berkelland
  • Bronckhorst
  • Doetinchem
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Burgemeester Van Dijk heeft zitting in het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn we bestuurlijk vertegenwoordigd aan alle zes Thematafels. Portefeuillehouder wonen van Oude IJsselstreek is voorzitter van de Thematafel Wonen en Vastgoed. Portefeuillehouder zorg uit Oude IJsselstreek is vicevoorzitter van de Thematafel De Gezondste Regio.

Ontwikkelingen

In 2018 hebben de zeven gemeenten die lid zijn van de Regio Achterhoek ingestemd met een nieuwe samenwerkingsstructuur. Deze bestaat uit een Achterhoek Board, Achterhoek Raad, en zes Thematafels. De nieuwe samenwerking kent ook een nieuwe naam: Achterhoek Ambassadeurs. De GR Regio Achterhoek blijft bestaan naast de nieuwe structuur. De zeven Achterhoekse gemeenten blijven hier deel van uitmaken. Deze nieuwe structuur kan van invloed zijn op hoe de gemeenschappelijke regeling Regio Achterhoek er in de toekomst uit gaat zien. In 2021 is aan de hand van een regionale tussentijdse evaluatie van de nieuwe samenwerkingsstructuur een aantal verbetervoorstellen aan de Achterhoek Raad gedaan.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

 Geen

 

 

Stadsbank Oost Nederland (Enschede)

Relatie met de programma's

2. Een leefbare gemeente (sociaal domein)

Doelstelling

Op zowel maatschappelijk als zakelijk verantwoorde wijze:
• voorzien in de behoefte aan sociaal geldelijk krediet;
• regelen van schulden van personen in financiële moeilijkheden conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
• voorzien in budgetbeheer;

Activiteiten

• kredietverlening
• budgetbeheer
• schuldhulpverlening
• verzorgen van aanvragen wet schuldsanering natuurlijke personen

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Almelo
  • Berkelland
  • Borne
  • Bronckhorst
  • Dinkelland
  • Enschede
  • Haaksbergen
  • Hellendoorn
  • Hengelo (O)
  • Hof van Twente
  • Lochem
  • Losser
  • Montferland
  • Oldenzaal
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Rijssen-Holten
  • Tubbergen
  • Twenterand
  • Wierden
  • Winterswijk

Bestuurlijk belang

Portefeuillehouder sociale zaken is vanuit het college lid van het Algemeen Bestuur, een lid van het college is plaatsvervangend lid.

Ontwikkelingen

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is ingegaan per 1 juli 2012.
Sinds 2018 voeren we de intake voor de dienstverlening van de Stadsbank uit in eigen beheer. De Stadsbank is actief met de gemeenten in gesprek om de dienstverlening beter in te richten en aan te sluiten bij de behoeften van de gemeenten.
In algemene zin zien we een verslechterende financiële positie voor een deel van onze inwoners. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van financiële ondersteuning om (dreigende) schulden op te lossen.

Schuldhulpverlening is onderdeel van onze werkzaamheden bij STOER.

De bijdrage van de Oude IJsselstreek aan de Stadsbank 2021 is ten opzichte van 2020 iets toegenomen door een indexatie.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De in gang gezette registratie en verantwoording van de geldstroom vormt een vast onderdeel van bestuurlijke rapportages vanuit het sociaal domein.

 

Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland(Zutphen)

Relatie met de programma's

4. De dienstverlenende gemeente

Doelstelling

Het gemeenschappelijk en op regionaal niveau uitvoeren van veiligheidsbeleid, specifiek gericht op brandweertaken, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en multidisciplinaire samenwerking, zowel preventief als repressief.

Activiteiten

  • inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
  • adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen als ook in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
  • adviseren van het college van burgemeester en wethouders over:
    • het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;
    • het beperken van brandgevaar;
    • het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;
    • het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;
    • voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
    • instellen en in stand houden van een brandweer;
    • instellen en in stand houden van een GHOR;
    • voorzien in de meldkamerfunctie;
    • aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
    • inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de eerder genoemde taken.

Deelnemende partijen

  • Aalten
  • Apeldoorn
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Brummen
  • Doetinchem
  • Elburg
  • Epe
  • Ermelo
  • Harderwijk
  • Hattem
  • Heerde
  • Lochem
  • Montferland
  • Nunspeet
  • Oldebroek
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Putten
  • Voorst
  • Winterswijk
  • Zutphen

Bestuurlijk belang

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in het algemeen bestuur.

Ontwikkelingen

De Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland (VNOG) streeft ernaar een toekomstbestendige veiligheidsregio te worden en te blijven. Hiervoor is op 15 januari 2020 de Toekomstvisie (en Opdrachten) door het Algemeen Bestuur VNOG vastgesteld. De Toekomstvisie en Opdrachten is de basis voor het Regionaal Beleidsplan. Hierin wordt ook de ontwikkeling van repressie naar meer risicobeperking en preventie aangegeven.

Op dit moment ligt het concept Regionaal Risicoprofiel/Regionaal Beleidsplan voor, waarop de gemeente(raden) tot 31 oktober a.s. de mogelijkheid hebben om te reageren. Bij het Regionaal Beleidsplan is het Dekkingsplan een verplichte bijlage. Dit Dekkingsplan ligt nu dus ook voor.

In 2021 wordt het financieel herverdeelmodel dat in 2017 is ingevoerd voor het eerst geactualiseerd. De gemeente Oude IJsselstreek is van 4,44% in 2020 naar 4,39% in 2021 gegaan. Het nieuwe model geldt voor vier jaren (2021-2022-2023-2024). Per 2025 gaat er dus weer een herijking plaatsvinden.

Risico's en getroffen beheersmaatregelen

De programmabegroting 2021-2024 van de VNOG is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kaderbrief en de vastgestelde Toekomstvisie en Opdrachten. De begroting is meerjarig sluitend. De begroting zelf is opgave-gericht opgebouwd; per programma wordt aangegeven wat het doel is (afkomstig uit de Toekomstvisie en Opdrachten) wat wil men bereiken, wat gaat men ervoor doen en hoe dat wordt gemeten. Dit wordt kritisch gemonitord.

Stichting Achterhoek Toerisme(Borculo)
Relatie met de programma's 3. De werkende gemeente
Doelstelling Gemeenten en bedrijfsleven willen de vrijetijdssector ontwikkelen tot een grotere economische drager in de Achterhoek. Door middel van vernieuwende marketing en fysieke producten meer bezoekers te genereren die langer in de Achterhoek willen verblijven, meer willen besteden en een herhalingsbezoek plannen. Daarnaast draagt STAT zorg voor een goede infrastructuur qua routes ed.
Activiteiten Ondersteuning voor de leden voor allerlei toeristische activiteiten. Daarnaast overkoepelend orgaan en sparring partner voor de gemeenten in de Achterhoek op het gebied van toerisme en recreatie.
Deelnemende partijen
  • Aalten         
  • Berkelland
  • Bronkhorst
  • Doetinchem
  • Lochem
  • Montferland
  • Oost Gelre
  • Oude IJsselstreek
  • Winterswijk
Bestuurlijk belang De acht Achterhoekse gemeenten plus Lochem nemen deel in het bestuur. Door formeel een besluit te nemen tot deelneming in de stichting werd een correcte juridische procedure gevolgd, waardoor gemeentelijke vertegenwoordigers niet meer op persoonlijke titel deelnemen.
Ontwikkelingen In de visie van STAT over de huidige periode staat vermeld dat STAT zich bezighoudt met doorontwikkeling van regiomarketing, versterking van de route infrastructuur, het opzetten kennisontwikkelingstraject en grip op Gastheerschap en informatievoorziening in de regio.
Risico's en getroffen beheersmaatregelen

Risicovol voor de gemeente is dat ze de ondersteuning van Stichting Achterhoek Toerisme (STAT) op toeristisch gebied mist wanneer deze uit beeld verdwijnt. Met STAT worden meerjarige contracten afgesloten die voor de gemeente een risico betekenen wanneer STAT ophoudt te bestaan. De stichting is afhankelijk van de bijdrage van gemeenten voor de uitvoering van hun activiteiten. Mochten deze inkomsten teruglopen, door bijv. een steeds meer terugtredende overheid die meer aan de markt overlaat, of door een slechte financiële situatie bij gemeenten, dan loopt de stichting het risico om haar taken voor de gemeenten niet meer te kunnen uitvoeren. Ook spelen de politieke agenda’s van de verschillende gemeenten hierbij een rol. STAT moet van toegevoegde waarde blijven voor de gemeenten.

De gemeente OIJ huurt bij STAT een regio coördinator in die ingezet wordt voor toeristische productontwikkeling en lokale promotie en marketing. De regio coördinator ondersteunt daarbij tevens de nieuwe toeristische organisatie in OIJ. Mocht STAT dit niet meer kunnen doen, dan heeft dit gevolgen voor deze inhuurstructuur en voor de toeristische organisatie in Oude IJsselstreek.

BNG Bank (Den Haag)

Primair doel

Bankier van en voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang.

Activiteiten

De strategische doelstelling van de bank is het behoud van substantiële marktaandelen in Nederlandse publieke en semipublieke domein en het behalen van een redelijk dividend voor de aandeelhouders.

Deelnemende partijen

De Staat is houder van 50% procent van de aandelen, de andere 50% is verdeeld onder gemeenten, provincies en hoogheemraadschap.

Financieel

Wij bezitten 161.460 aandelen. In de jaarrekening 2021 wordt  een dividend opbrengst verantwoord van € 292.243. Deze begrotingsperiode, 2022-2025, begroten we € 300.000 per jaar.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Alliander N.V. (Arnhem)

Primair doel

Netwerkbedrijf dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de energieleidingen in Nederland.

Activiteiten

Kernactiviteit is het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit.

Deelnemende partijen

Provincie Gelderland en Noord Holland, Falcon BV en de gemeente Amsterdam bezitten 75% van de aandelen. De overige 25% is verdeeld over diverse gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 580.414 aandelen. In de jaarrekening 2021 wordt een dividend opbrengst verantwoord van € 397.989.  Deze begrotingsperiode, 2022-2025, begroten we € 300.000 per jaar. 

In 2021 is er een converteerbare hybride aandeelhouderslening afgesloten á € 2.565.016. Deze wordt op termijn omgezet in aandelen.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Vitens (Utrecht)

Primair doel

Drinkwaterbedrijf dat drinkwater levert aan 5,6 miljoen klanten.

Activiteiten

Verantwoordelijk voor een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu.

Deelnemende partijen

De aandeelhouders bestaan uit provincies en gemeenten.

Financieel

Wij bezitten 40.057 aandelen. In 2021 is er geen dividend uitgekeerd over 2020. Deze begrotingsperiode, 2022-2025, begroten we geen dividendopbrengst. 

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder, de portefeuillehouder Financiën vertegenwoordigt onze gemeente.

Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen en het begrote bedrag aan dividend in onze begroting. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Stoer

 Primair doel

 STOER B.V. is per 1 januari 2021 opgericht door de gemeente Oude IJsselstreek als het participatiebedrijf van de gemeente; een bijzonder bedrijf dat tot in de diepste vezels opereert vanuit de visie op de uitvoering van de Participatiewet ‘Transformatie in de kijk op werk’.

 Activiteiten

STOER geeft namens de gemeente Oude IJsselstreek uitvoering aan een aantal activiteiten die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Loopbaanbegeleiding vormt de basis van de dienstverlening van STOER

 Deelnemende partijen

 Gemeente is houder van 100% van de aandelen

 Financieel

Gemeente is houder van 100% van de aandelen, De gemeente voert de financiële administratie voor STOER. De kosten die STOER maakt worden hierin separaat geadministreerd en aan STOER doorbelast. Voor de werkzaamheden die STOER uitvoert ontvangt zij jaarlijks een vergoeding van de gemeente, gelijk aan de werkelijke kosten. Deze werkwijze leidt ertoe dat de totale baten en lasten van STOER tevens in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen. Een verzoek tot het aanmerken van een fiscale eenheid voor de BTW tussen de gemeente en STOER is nog in behandeling bij de Belastingdienst. 
Het bij oprichting geplaatste kapitaal bedraagt € 10.

Bestuurlijk belang

Aandeelhouder; de burgemeester is vertegenwoordiger van de gemeente.

 Risico's

Financieel risico bij eventuele liquidatie is het verlies van maximaal de nominale waarde van onze aandelen. De kans hierop schatten wij in op nihil.

Financieel overzicht

Verbonden partij Bijdrage 2021 Bijdrage 2021 Eigen Vreemd Resultaat
(x € 1.000) primitief na wijziging 1-1-2021 31-12-2021 1-1-2021 31-12-2021
Regio Achterhoek 261 268 6.229 6.726 22.523 20.136 24
GGD Noord- en Oost Gelderland 643 643 2.876 2.912 6.975 9.902 77
VNOG 1.895 1.895 14.546 15.535 42.340 38.203 5.266
ODA 589 634 725 416 1.803 1.656 104
Stadsbank ON 300 317 1.183 971 14.998 14.534 -117
Erfgoedcentrum Ecal 166 167 199 193 768 662 -6
Stichting Achterhoek Toerisme 101 103 0 0 1.254 1.859 0
Totaal 3.956 4.026 25.759 26.753 90.662 86.952 5.347

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is bestemd (rioolheffing, afvalstoffenheffing) als heffingen waarvan de besteding niet van te voren is bestemd (onroerende-zaakbelasting en toeristenbelasting). Uit het overzicht “algemene dekkingsmiddelen” blijkt overigens van welke omvang het budgettaire belang is van met name de niet-bestemde heffingen. Dat inzicht, gekoppeld aan het inzicht over omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang, omdat de budgettaire positie van de gemeente mede wordt bepaald door de wijze waarop het lokale belastinginstrument wordt gehanteerd.

Beleid

Het beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de door de raad vastgestelde verordeningen. Om een goed overzicht te behouden in de actuele stand van zaken, stellen we jaarlijks een nieuwe verordening vast.

De gemeente Oude IJsselstreek kent de volgende gemeentelijke belastingen en heffingen:

Belasting/ heffing Omschrijving
Marktgelden Geheven voor innemen standplaatsen op warenmarkt Silvolde, Terborg, Ulft, Gendringen en Varsseveld.
Precariobelasting Geheven voor het verlenen van een standplaats op gemeentegrond
Lijkbezorgingrechten Geheven voor gebruik algemene begraafplaatsen Varsseveld en Terborg. Eventuele overschotten of tekorten worden conform besluit verrekend met de reserve.
Leges Deze betreffen diverse gemeentelijke leges (bouwvergunning, uittreksels etc.)
Toeristenbelasting Belastingheffing van personen die niet in de gemeentelijke bevolkings-administratie zijn opgenomen, maar die tegen betaling/vergoeding wel verblijf houden door overnachtingen in bijv. hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeermiddelen.
OZB niet - woningen Wordt geheven van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen.
Woonlasten Dit zijn de onroerende-zaakbelastingen zakelijk recht woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen. De opbrengsten OZB-woningen is conform besluit met 3% gestegen. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd.
Reinigingsrechten Reinigingsrecht voor bedrijven en instellingen die geringe (passend in de normale containers) hoeveelheden afval aanbieden en de gemeente hebben verzocht afval tijdens normale inzamelingsactiviteiten mee te willen nemen.
Precariorechten Geheven voor het gebruik maken van een met vergunning verleende standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Reclamebelasting Deze belasting is vanaf 2017 ingevoerd voor het centrum van Varsseveld en vanaf 2019 en 2020 ook voor bedrijventerrein Akkermansweide in Terborg, centrum Terborg en kerngebied Ulft voor openbare aankondigingen. Wij innen deze belasting in feite als tussenpersoon. De inkomsten worden verrekend met door de gemeente gemaakte kosten. Het restant wordt rechtstreeks doorbetaald aan de desbetreffende ondernemersfonds. Per saldo is dit dus budgettair neutraal.

Tarieven

Tarieven diverse heffingen 2020 2021
Onroerende-zaakbelastingen
Eigenaren van woningen, in % van de waarde 0,16145% 0,15635%
Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde 0,15605% 0,15735%
Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde 0.19198% 0,19460%
Afvalstoffenheffing
Meerpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer 183,60 195,00
Meerpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer 271,80 285,00
Eénpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer 135,84 145,90
Eénpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer 223,92 235,80
Extra grote grijze container 271,80 285,00
Reinigingsrechten
Standaard containerset met kleine grijze container 210,00 174,00
Standaard containerset met een grote grijze container 294,00 231,00
Rioolheffing
 Per aansluiting 231,00 231,00
Toeristenbelasting
 Per overnachting 1,30 1,33
Precariorechten
Dagtarief 13,45 13,85
Jaartarief 555,00 571,80

Opbrengsten

Opbrengsten belastingen/ heffingen (x 1.000) Werkelijk 2020 Begroot voor wijziging 2021 Begroot na wijziging 2021 Werkelijk 2021
OZB woningen 6.014 6.152 6.237 6.242
OZB niet-woningen 2.567 2.636 2.636 2.668
Afvalstoffenheffing 2.928 3.151 3.151 3.102
Rioolheffing woningen 3.911 3.910 3.910 3.932
Rioolrecht bedrijven 220 220 220 220
Leges 979 839 839 1.235
Lijkbezorgingrechten 120 125 125 129
Marktgelden 19 18 18 20
Reinigingsrechten 45 35 35 30
Toeristenbelasting 126 156 156 144
Precariobelasting 7 6 6 5
Reclamebelasting 18 50 50 69
Totaal 16.954 17.298 17.383 17.796

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

Afvalstoffenheffing + reinigingsrecht Lijkbezorgingsrechten
Kosten Afval 2.833 Kosten begraafplaatsen 58
Opbrengsten afval excl. heffingen 858 Opbrengsten begraafplaatsen 4
Reinigingsrechten 30 Netto kosten Begraafplaatsen 54
Netto kosten Afval 1.945 Salaris + overhead 120
Salaris + overhead 468 Kapitaallasten 8
BTW 425 Onttrekking reserve 52
Rente 28 Totale kosten 130
Resultaat tbv reserve afval 290
Totale kosten 3.156 Opbrengst heffingen 130
Opbrengst heffingen 3.156 Dekking 100%
Dekking 100%
Rioolheffing Omgevingsvergunning bouwen
Kosten Riolering 2.769 Kosten omgevingsvergunning bouwen 65
Opbrengsten Riolering excl. heffingen 22 Overige opbrengsten
Rioolheffing bij bedrijven 220 Netto kosten omgevingsvergunning bouwen 65
Netto kosten Riolering 2.527 Salaris + overhead 686
Salaris + overhead 520 Totale kosten 751
BTW 475
Rente 512 Opbrengst heffingen* 841
Onttrekking bufferfonds riolering -102
Totale kosten 3.932 Dekking 112%
*primitief begrote heffingen 500.000
Opbrengst heffingen 3.932
Dekking 100%
Algemene dienstverlening Markten
Kosten algemene dienstverlening 27 Kosten markten 27
Overige opbrengsten Overige opbrengsten 2
Netto kosten algemen dienstverlening 27 Netto kosten markten 25
Salaris + overhead 353 Salaris + overhead 19
Totale kosten 380 Totale kosten 44
Opbrengst overige dienstverlening 298 Opbrengst heffingen 21
Dekking 78% Dekking 48%

Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslagen van de woonlasten. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen per saldo niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau.

In 2021 is een totaalbedrag van € 344.000 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden. Dit is 2,59% van de totaal geraamde opbrengsten gemeentelijke belastingen die voor gemeentelijke kwijtschelding in aanmerking komt. In 2020 werd in totaliteit ruim € 302.318 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In deze paragraaf zijn conform de voorschriften in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen.

De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren:
Infrastructuur:

  • Wegen
  • Civiel technische kunstwerken
  • Riolering
  • Gemeentelijke gebouwen
  • Water

Voorzieningen:

  • Openbaar groen
  • Speelplaatsen
  • Openbare verlichting

Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner.

Op beheerniveau werken we aan het opstellen van een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR). Deze willen we dit jaar (20220 afronden.

Beleids- en beheerplannen

De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier jaar evalueren we de beheerplannen en zo nodig stellen we ze bij.

De volgende nota’s zijn vastgesteld:

Beleidsstuk/ beheerplan

Planperiode

Inhoud/opmerking

Wegenbeleid

2019 - 2023

Het nieuwe beleidsplan Wegen (2023 - 2026) wordt voorbereid.

Openbare verlichting beleid

2022 - 2025

Het nieuwe beleidsplan wordt in februari 2022 vastgesteld.

Openbare verlichting Vervangingsplan

2017 - 2020

In 2022 wordt gestart met een nieuw vervangingsplan als vervolg op het nieuwe beleidsplan.

Gemeentelijk rioleringsplan

2017 - 2020

In 2016 is een nieuw verbreed GRP vastgesteld. Actualisatie is uitgesteld tot inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Waterplan

2010 - 2020

Waterbeleidsplan

Civieltechnische kunstwerken

2018 - 2022

Beheerplan

Visie Natuur, Landschap en Groene Kernen

2021 - 2030 Beleidsvisie met uitvoeringsplan

Groenbeheerplan

2014 - 2021

Beheer groen

Bomenbeheerplan

2008 - 2019

Nieuw beheerplan wordt voorzien in 2022.

Speelruimtebeleid

2007 - 2020

In 2021 wordt nieuw beleid voorbereid; vaststelling in 2022

Speelplaatsen beheerplan

2017 - 2021

Beheer speelplaatsen

Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gemoeid zijnde financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. Aan het einde van deze paragraaf bieden we integraal inzicht in de financiën die met het onderhoud van kapitaalgoederen gemoeid zijn.

Wegen

Beleid
Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2019-2023”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal, aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROW-systematiek). Eén keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld.

 

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Schoon, heel, veilig
Niveau Basis (kwaliteitscijfer 5,5-6,5)

Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen

Rapportage kwaliteitsniveau van de wegen op basis van de weginspectie

Subdoelstelling

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen

Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023

Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen

Up to date houden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)

Kwaliteit
In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau Basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau Basis is een voldoende (kwaliteitscijfer tussen 5,5 en 6,5).

Om te kunnen bepalen welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente hebben, vertaalt een onafhankelijk bureau structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. De eind 2019 en begin 2020 uitgevoerde weginspectie  toont aan dat de kwaliteit van de wegen een lichte daling laat zien richting kwaliteitsniveau Laag.  Dit heeft vooral te maken met het dalen van het kwaliteitscijfer van de asfaltverhardingen. Voor een groot deel is de daling van de kwaliteit te verklaren. Als we de planning van de diverse onderhoudsmaatregelen (inclusief de vervangingen) bekijken dan verwachten we dat het kwaliteitscijfer weer zal stijgen. Binnen het huidige onderhoudsbudget besteden we de komende jaren extra aandacht aan de asfaltverhardingen en minder aan de elementenverhardingen.

Financiën
In het beleidsplan Wegen, dat de raad in maart 2019 heeft vastgesteld, staat een aantal uitgangspunten voor de financiële berekening beschreven, zoals:

  • Omvang van het huidige areaal;
  • Berekening alleen voor verharde wegen;
  • In stand houden van de bestaande situatie (dezelfde materialen, dezelfde constructieopbouw, dezelfde wegbreedte, enz.);
  • Alleen kosten voor groot onderhoud, geen kosten voor vervanging, geen kosten voor klein onderhoud, geen kosten voor verzorgend onderhoud zoals straatvegen of onkruidbeheersing;
  • In stand houden van het huidige areaal op het gewenste kwaliteitsniveau.

Met de hierboven genoemde uitgangspunten, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie Basis is in het beleidsplan een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Deze kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste gebracht van de exploitatie.
De BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) staat niet toe dat de kosten voor vervangingen (reconstructies) worden meegeraamd in het onderhoudsbudget Wegen. Voor reconstructies van wegen en fietspaden is  investeringsbudget vereist. We gaan hierbij voor de komende jaren uit van een bedrag van gemiddeld € 600.000 per jaar. Dit bedrag wordt vanaf 2021 als investering meegenomen in de meerjarenbegroting.

Ontwikkelingen
Alle facetten die afgelopen jaren zijn besproken, zijn in het beleidsplan opgenomen. Ieder jaar bekijken we de onderhoudsplanning van de wegen opnieuw en stellen we eventueel bij. Medio 2022 worden de wegen opnieuw geïnspecteerd. Aan de hand van de inspectiegegevens maken we weer een nieuwe onderhoudsplanning. Ook kunnen we met de nieuwe inspectiegegevens het kwaliteitsniveau van onze wegen bepalen.

Gerealiseerd
In de tweede helft van 2022 kunnen we zien of het kwaliteitsniveau van de wegen weer dichter bij het afgesproken niveau "basis" zit. Dan pas kunnen we zien of we de doelstelling (kwaliteitsniveau "basis") gaan halen.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte

Beleid

De visie van de gemeente op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte is kernachtig te verwoorden als "veilig, heel, doelmatig en schoon". Deze visie is uitgewerkt in het beheerplan dat het college in 2018 heeft vastgesteld.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Schoon, heel en veilig

Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.

 

Volledige inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).

Kwaliteit
Medio 2020 zijn alle grote kunstwerken volgens planning geïnspecteerd en is de kwaliteit en onderhoudstoestand ervan in kaart gebracht. De resultaten uit deze inspectie gaven geen aanleiding tot het uitvoeren van grote onderhoudswerkzaamheden. De kwaliteit is in overeenstemming met hetgeen is vastgelegd in het Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken 2018 - 2022.

Financieel
Uit de uitgevoerde inspectie in 2020 kwamen geen grote onderhoudsmaatregel naar voren. Dit heeft ook zijn weerslag gehad op het beschikbare budget.

Ontwikkelingen
Het huidige beheerplan heeft een looptijd tot 2023 en dient dus in 2022 herzien te worden.

Gerealiseerd
Afgelopen periode is de Hogebrug in Ulft op circulaire wijze compleet gerenoveerd.

Risico’s
De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Openbare verlichting

Beleid
Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol vervult bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.

Uitvoeren beleidsplan Openbare verlichting 2022-2026

Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten)

Uitvoeren vervangingsplan 2022 -  2026 (masten 50 jaar en ouder en armaturen van 25 jaar en ouder)

Uitvoeren regulier onderhoud

Afhandelen storingen en klachten

 

 Subdoelstelling

 

Aandacht voor circulaire economie en Smart City 

Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak

Kwaliteit
In de periode 2022-2026 gaan we verouderde armaturen en lichtmasten vervangen. Het vervangen zorgt voor daling van veiligheidsrisico’s en uniformiteit van masten en armaturen waardoor een rustig straatbeeld ontstaat.

De bestaande beleidslijn zetten we door en door technische ontwikkelingen, andere inzichten of veranderde richtlijnen vullen we deze aan met een aantal nieuwe onderdelen. 
We blijven gebiedsgericht en zo energiezuinig mogelijk verlichten. Bij het toepassen van allerlei soorten lichtbronnen in de openbare ruimte blijven we kritisch om lichthinder te voorkomen. We houden aandacht op sociale veiligheid, leefbaarheid en sfeer. We gaan het buitengebied niet meer verlichten dan nu het geval is. 

Financieel
De kosten voor regulier onderhoud, groepsgewijs vervangen van lampen, kleine klussen worden gedekt uit het in de taakveldraming opgenomen onderhoudsbudget.

Voor het op leeftijd vervangen van masten en armaturen wordt de komende vier jaar een extra investering van gemiddeld € 339.150,00 per jaar in de begroting opgenomen. De kapitaallasten van deze investering worden ten laste van het reguliere onderhoudsbudget gebracht. Hiermee verloopt dit budget neutraal.

Ontwikkelingen
De ontwikkelingen op het gebied van LED (Light Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. Het is de verwachting dat we eind 2022 circa 35% van alle armaturen vervangen hebben door een LED armatuur. Hierbij is het de bedoeling dat alle SOX en SON armaturen, die duur in onderhoud zijn dan vervangen zijn. Ons doel is om de afspraken over openbare verlichting uit het SER-energieakkoord uit 2013 te halen. Dit houdt in dat we in 2030 50% energie hebben bespaard ten opzichte van 2013. Eind 2020 was dit 28%. We investeren hiervoor in de vervanging van armaturen die ouder zijn dan 25 jaar door armaturen met ledverlichting. We gaan de komende jaren ook masten ouder dan 50 jaar vervangen.

Van Gelder Infra BV is tot en met 2023 de aannemer voor het onderhoud aan de openbare verlichting. Net als de voorgaande onderhoudscontracten zit de gemeente Oude IJsselstreek in één perceel met de Gemeente Doetinchem, Doesburg en Montferland.

Gerealiseerd
Met een besparing van 28% op de kosten van energie ten opzichte van 2013 zitten we op de goede weg om de besparing van 50% in 2030 te halen. De vervanging van de SOX en SON armaturen is voor 95% gerealiseerd. Het restant van de SOX en SON armaturen gaan we in 2022 vervangen. De vervanging van 1100 armaturen en 500 masten is niet helemaal gerealiseerd. In 2022 worden via een inhaalslag alle armaturen van 25 jaar en ouder en masten van 50 jaar en ouder vervangen.  

Risico’s
Ieder jaar testen we masten die 40 jaar of ouder zijn op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgen. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Binnen het huidige budget kunnen we de masten in tijdig vervangen . Daarmee blijft het risico beperkt. Dit moet jaarlijks opnieuw bekeken worden.

Riolering

Beleid

De Wet milieubeheer (Wm) verplicht gemeenten tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In dit plan geeft de gemeente aan hoe zij om denkt te gaan met de wettelijke zorgplichten die zij heeft voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de verplichting voor het opstellen van een GRP. Aangezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld, stellen we het opstellen van een nieuw GRP uit tot de Omgevingswet in werking is getreden. 
De wettelijke zorgplichten krijgen binnen de Omgevingswet een plek.  In 2021 gaan we bekijken hoe we dit gaan vormgeven. Dit zal binnen het Afvalwaterteam Etten opgepakt worden. Uitgangspunt hierbij is dat we een gezamenlijk plan uitwerken, met op bepaalde punten gemeente specifiek beleid. Verder zal het nieuwe plan nog breder van opzet zijn, gezien de onderwerpen rondom klimaatadaptatie. 

Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing herzien we jaarlijks en stellen we vast met behulp van een kostendekkingsplan.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan ?

Hoofddoelstelling

 

Schoon, heel, veilig
(Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater)

Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017

Subdoelstelling

 

Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering

Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017

Voorkomen van “water op straat”

Oplossen knelpunten

Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017


Kwaliteit
Door middel van camera-inspecties bepalen we jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, stellen we met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning op.
Samen met de vrijvervalriolering maakt de electro-mechanische riolering (drukriolering) het grootste onderdeel uit van het gehele rioolsysteem. Om ook hier inzicht te krijgen in de kwaliteit is nog niet zo lang geleden besloten om dit onderdeel ook periodiek te inspecteren. De eerste inspecties bevestigen de verwachte levensduur van bepaalde onderdelen. Aan de hand van de uitgevoerde inspecties stellen we hier ook een vervangingsplan voor op.
Binnen het GRP is al rekening gehouden met de hierboven genoemde vervangingsplannen.

Financieel
Uitgangspunt is het door de raad vastgestelde Rioleringsplan 2017-2020. Met de vaststelling van dit plan, zijn ook de uitgangspunten voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn:

  • Jaarlijkse stijging van de heffing met 3%;
  • Jaarlijks beoordelen of dit percentage voldoende of juist onvoldoende is voor de dekking van de riooluitgaven;
  • Een acceptabele stand van de voorziening riolering (ca. € 300.000) om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen.

Gerealiseerd
In totaal is er voor € 2.390.000 uitgegeven aan rioleringswerkzaamheden. Hoofdzakelijk betreft het hier het vervangen van oude rioolleidingen in combinatie met het aanleggen van hemelwater riolen, het renoveren van drukrioolunits, het relinen van oude rioolputten en leidingen en het voorbereiden van werken die in 2023 in uitvoering komen. Zo is onder andere in Ulft de riolering in de Roggestraat, de Ankerstraat en de Parkstraat vervangen. In Terborg is dit gebeurd in de Koningin Emmastraat en de Prins Willem Alexanderstraat. In Gendringen is de riolering in de Brederostraat vervangen.

Risico’s
Met de jaarlijkse financiële actualisatie om de hoogte van de rioolheffing te bepalen beperken we eventuele risico’s tot een aanvaardbaar niveau.

Groen, natuur en landschap

Beleid
Voor de groenvoorziening hanteren we in de wijken beeldkwaliteit Basis en in centra beeldkwaliteit Hoog. Dit is conform het vastgesteld beeldkwaliteitsplan van 2016. Uit een laatst gehouden schouw (2021) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel er is wel sprake van een dalende lijn.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

Behoud van groenvoorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau voor een aantrekkelijke groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek

Uitvoeren planmatig onderhoud

Subdoelstelling

 

Streven naar beeldkwaliteit groen die overeen komt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan

Uitvoeren planmatig onderhoud

Kwaliteit
Door middel van verschillende jaarlijkse inspecties op groenvoorziening en bomen toetsen we of de vastgestelde beeldkwaliteit en veiligheid behaald wordt.

Financieel
De werkzaamheden  zijn binnen  de huidige budgetten en formatie uitgevoerd.

Ontwikkeling
De Visie op natuur, landschap en  groene kernen  is af. Vanuit deze visie werken we verder aan vergroening. Dit doen we onder meer door meer bomen te planten en biodiversiteit in de openbare ruimte en bermen te vergroten.

Gerealiseerd
In 2021 hebben we aan de onderstaande acties gewerkt, dit is structureel andere manier van werken.
•    de succesvolle actie 'Tegel eruit, Boom erin' was in 2021 in Terborg, Silvolde, Sinderen, Heelweg en Westendorp en zijn er weer meer dan 1200 bomen uitgedeeld aan inwoners.
•    als gemeente hebben we het openbaar groen meer biodivers gemaakt door meer vaste planten (750m2), hagen(450m), bomen(150st) en bosplantsoen(1000m2) te planten en we hebben meer kruidenrijke bermen(4500m2) gemaakt.  Dit alles in plaats van gazon en mono beplanting.
•    binnen civiele projecten is er ook extra aandacht voor een biodiverse inrichting een goed voorbeeld hiervan is herinrichting van het Kerkplein in Gendringen. 
•    de machine om de bermen te kunnen maaien en het maaisel af te voeren is aangeschaft en in gebruik op verschillende proeflocaties. De eerste resultaten zijn veelbelovend.
•    we gebruiken steeds minder van het middel Xentari om de eikenprocessierups preventief te bestrijden. Daar is nu een andere optie voor Catefix, dit biologische middel werkt reactief en pleksgewijs op de nesten om de overlast te bestrijden.

Risico’s
Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.

Water

Beleid
Het Waterplan bestaat uit een inventarisatie en een analyse. Dit beleidskader zorgt dat al het water een duidelijke functie heeft voor inwoners, toeristen, bedrijven, natuur en milieu. Het gaat om waterbeleid, waardoor water en watergerelateerde raakvlakken gelijkwaardig zijn aan andere beleidsvelden. Het eindresultaat is een gezonde, "waterrijke" en milieuvriendelijke gemeente. Het plan is in 2009 vastgesteld, en loopt in 2020 af. We bekijken hoe, en in welke vorm, de inhoud van het huidige plan terug kan komen in bijvoorbeeld de omgevingsplannen.

Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Hoofddoelstelling

 

In 2020, een ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en ruimtelijke samenhang in het water in en om de gemeente Oude IJsselstreek

Uitvoering in overeenstemming met het uitvoeringsprogramma

Financieel
De financiële aspecten van het onderdeel water zijn opgenomen in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan.

Ontwikkelingen
Zoals bekend, is het klimaat aan het veranderen. Deze verandering is niet alleen van invloed op de riolering, maar ook op het watersysteem. Overtollig water uit de kernen dient ook op een verantwoorde wijze verwerkt te worden. In het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, zal er in de toekomst meer aandacht komen voor het onderdeel water. 

Gerealiseerd
In het afgelopen jaar zijn geen concrete zaken gerealiseerd met betrekking tot het hier genoemde paragraaf. Wel is de wettelijk verplichte stresstest in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie uitgevoerd. Bij deze stresstest is ook specifiek gekeken naar het onderdeel wateroverlast.

Risico’s
Behoudens beperkte overstromingsrisico’s zijn er geen risico’s bekend.

Speelplaatsen

Speelplekken en -toestellen

Gemeente Oude IJsselstreek kent ca 100 speelplekken, verspreid over de kernen.

Beleid
Veilig houden van de speelvoorzieningen volgens de WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (= landelijke norm)).

Kwaliteit
Uit de inspectieronden is gebleken dat de toestellen voldoen aan het WAS, maar verouderd zijn.

Financieel
Voor het jaar 2021 was er budget voor minimale vervanging van afgekeurde toestellen.

Ontwikkeling
Om de huidige speelsituatie, kwaliteit van de speelvoorzieningen en de financiële situatie in kaart te brengen wordt nieuw speelbeleid ontwikkeld, voor jong en oud. Dit speelbeleid vormt vanaf 2023 een actueel en leidend kader.

Gerealiseerd
In 2021 is de speelplek aan  de Nassaustraat in Varsseveld in samenspraak met de aanwonenden vernieuwd. Bij het ontwerp is aandacht besteed aan alle leeftijden en inclusie. Op andere locaties in onze gemeente zijn pleksgewijs toestellen vervangen die niet voldeden aan de veiligheidseisen.
In Westendorp was geen openbare speelplek. Daarom is geïnvesteerd in de ondergrond van een nieuw toestel en de vergroening van het schoolplein. Het schoolplein is voor iedereen toegankelijk.

Risico’s
Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in het kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, zorg en welzijn, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Met name de (financiële) risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente.

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat in artikel 9.2 dat de paragraaf grondbeleid een verplicht onderdeel vormt van de begroting. De paragraaf grondbeleid moet ten minste ingaan op (artikel 16 van het BBV):

  • Een visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;
  • Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  • Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
  • Een onderbouwing van de geraamde winstneming;
  • De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.

Nota grondbeleid
Het gemeentelijk grondbeleid is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, economische ontwikkeling, openbare ruimte, infrastructuur, recreatie en natuur. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar dienstbaar aan de hiervoor benoemde beleidsvelden. De wijze waarop we deze doelstellingen willen bereiken, is vastgelegd in de Nota grondbeleid.

Het grondbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is verantwoord in de Nota grondbeleid gemeente Oude IJsselstreek 2016. De raad geeft hierin de kaders aan waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie het grondbeleid moeten uitvoeren. De gemeente Oude IJsselstreek zet primair in op faciliterend grondbeleid, maar sluit actief grondbeleid niet uit. Zo kan actief grondbeleid een bijdrage leveren aan andere overkoepelende doelstellingen zoals het voorkomen van verpaupering, structurele leegstand of bij de realisatie van sociaal maatschappelijke doelstellingen in de zorg of op het gebied van welzijn.

De huidige nota grondbeleid dateert van 2016. Met de invoering en implementatie van de Omgevingswet is het verstandig om het grondbeleid door te lichten, zodat het aansluit op nieuwe wetgeving. In combinatie met een nieuw te vormen college en gemeenteraad en de vele woningbouwinitiatieven is het logisch en verstandig om in 2022 te starten met het actualiseren van de nota grondbeleid.

Meerjaren Prognose Grondexploitaties
In de paragraaf grondbeleid moet een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitatie afgegeven worden. Uiteraard treft u verder in deze paragraaf het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2022 aan. Naast de paragraaf grondbeleid werken we met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). Het MPG geeft meer gedetailleerd inzicht de lopende grondexploitaties. Ook wordt daarin een verantwoording afgegeven van de wijzigingen die aan de orde zijn ten opzichte van de voorgaande grondexploitaties.

Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken
De gemeente Oude IJsselstreek kent geen reserve(s) voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten wordt voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening getroffen. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze zal groot genoeg moeten zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich ook daadwerkelijk voordoen. Daarmee kan worden gesteld dat met verwachte nadelige resultaten en financiële risico’s binnen de grondexploitatie in voldoende mate rekening wordt gehouden.

Wijziging in wet en regelgeving

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen
Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting voor publieke organisaties ingevoerd. Het geeft tot gevolg dat de gemeente belasting moet afdragen over de winst die we met "commerciële activiteiten" maken. Onder commerciële activiteiten verstaan we in dit verband activiteiten die zowel de gemeente als private partijen kunnen verrichten. Binnen de gemeente is een aantal jaren geleden een Quick Scan (berekening) uitgevoerd om te bezien of de gemeente (voor het onderdeel grondexploitaties) in aanmerking komt voor vennootschapsbelasting. Op basis basis van deze inventarisatie is gebleken dat de gemeente op basis van die informatie niet in aanmerking komt voor de vennootschapsbelasting. De uitkomst van de hiervoor benoemde exercitie is gedeeld met de belastingdienst en zij deelden die conclusie. Voor een groot deel was dit toe te rekenen aan het tekort op de grondexploitatie voor Hutten Noord. Deze grondexploitatie is echter met het opstellen van de jaarrekening 2021 afgesloten. Daarnaast zijn in 2021 een tweetal nieuwe grondexploitaties geopend (Varsseveld Industriepark en 't Kuipje) en is het resultaat als gevolg van de marktomstandigheden aan het verbeteren. Vandaar dat we in 2022 opnieuw in overleg met een fiscalist moeten bezien of we als gemeente niet in aanmerking komen met de vennootschapsbelasting. 

Winstneming
In de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019)” van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Dit passen wij ook actief toe bij de Hofskamp-Oost II in Varsseveld, de Rieze in Ulft, het Centrumplan in Ulft (afgesloten met winst) en Slawijkseweg in Netterden. De beide eerstgenoemde projecten betreffen bedrijventerreinen en de laatste twee projecten woningbouw.

Omgevingswet
Naar verwachting zal de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking treden. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De wet voorziet in de integratie van de regels over onteigening, het voorkeursrecht, landinrichting, stedelijke herverkaveling en het kostenverhaal.

De huidige instrumenten van het voorkeursrecht worden vervangen door instrumenten die zo dicht mogelijk blijven bij de oude grondslagen voor vestiging van een voorkeursrecht zoals de omgevingsvisie (de oude structuurvisie) en het omgevingsplan (het bestemmingsplan). In de nieuwe wetgeving voor onteigening wordt een scheiding aangebracht tussen de onteigeningsprocedure en de schadeloosstellingsprocedure. Beide procedures worden afzonderlijk van elkaar doorlopen. Het bestuur dat het aangaat neemt een onteigeningsbeschikking dat door de bestuursrechter moet worden bekrachtigd. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit. Nadat aan een aantal wettelijke voorwaarden is voldaan wordt een onteigeningsakte ingeschreven.

Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren.

De wet biedt twee mogelijkheden van publiekrechtelijk kostenverhaal: kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling (concreet eindbeeld en tijdsplanning van de ontwikkeling) en kostenverhaal voor organische ontwikkeling (dan ontbreken een tijdsplanning en een eindbeeld). Kostenverhaal met tijdvak is mogelijk bij een omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of projectbesluit. Kostenverhaal zonder tijdvak kan alleen via het omgevingsplan plaatsvinden. Het exploitatieplan zoals we die vanuit de Wro kennen, verdwijnt en daarvoor in de plaats komt de kostenverhaalsbeschikking.

Binnen de gemeente wordt gewerkt aan een omgevingsplan voor Etten (pilot). Tegelijkertijd wordt voor een uitleglocatie woningbouw gewerkt aan het opstellen van een omgevingsplan inclusief de uitwerking van het kostenverhaal onder het regime van de omgevingswet. Dit alles gebeurt in overleg met adviesbureaus.  

Didam arrest
De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 geoordeeld dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak, indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. Dit houdt in dat het overheidslichaam de koper moet selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Deze verplichting vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel, dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. Een overheidslichaam dient dit beginsel in acht te nemen bij een beslissing met wie en onder welke voorwaarden het een overeenkomst sluit tot verkoop van een aan hem toebehorende onroerende zaak. Op dit punt verschilt de positie van een overheidslichaam met die van een private partij. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te creëren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot (i) de beschikbaarheid van de onroerende zaak, (ii) de selectieprocedure, (iii) het tijdschema en (iv) de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure
duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken en wel op een zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. Dit is een verstrekkende uitspraak en het betekent in ieder geval dat de gemeente haar beleid hierop moet aanpassen (tegen het licht houden van het grondbeleid en uitgiftebeleid). Voor een aantal concrete projecten wordt in overleg met de huisadvocaat bezien hoe met deze initiatieven om te gaan.

Actualisaties en herzieningen grondexploitaties

Actualisatie grondexploitaties
Alle lopende grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd. Daarmee wordt, conform één van de vereisten die gesteld wordt aan de paragraaf grondbeleid, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitaties afgegeven. Het actualiseren van de grondexploitatie houdt het volgende in:

  • Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar (2021);
  • Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten na 1 januari 2022;
  • Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen;
  • Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving;
  • Aanpassing parameters.

Bij het aanpassen van de parameters gaat het om het te hanteren rentepercentage, de kostenstijging en de opbrengstenstijging. Hieronder volgt een toelichting op de gehanteerde parameters: 

  • De rente waarmee in de grondexploitatie werd gerekend bedroeg 1,75% voor 2021 en bedraagt 1,50% voor 2022 en volgende jaren. Elk jaar wordt voor het herzien van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening berekend wat de rente moet zijn die over de boekwaarde aan de algemene middelen wordt vergoed, de zogenaamde ‘omslagrente’. De gemeenten zijn verplicht om de werkelijke rente over het vreemde vermogen toe te rekenen aan de grondexploitaties Op basis hiervan kon de huidige rekenrente in de grondexploitatieberekeningen worden verlaagd naar 1,50%. Eventuele rente aanpassingen zijn meegenomen in de (risico)berekeningen van de grondexploitaties;
  • Ten aanzien van de kostenstijging geldt dat een onderscheid gemaakt is in de kosten voor het bouw - en woonrijp maken en in de planontwikkelingskosten. Voor het overgrote deel van de huidige grondexploitaties geldt het bouw - en woonrijp maken grotendeels is afgerond en daarmee is de hoogte van het percentage slechts van geringe invloed. Dit geldt echter niet voor de in 2021 door de raad vastgestelde en daarmee geopende grondexploitatie voor het Varsseveldse Industrie Park (het VIP) en 't Kuipje in Breedenbroek. De resterende budgetten voor het bouw - en woonrijp maken van peildatum 1 januari 2021 naar peildatum 1 januari 2022 ( = peildatum geactualiseerde grondexploitatie) zijn geïndexeerd met 5,48% (Bron: kostenstijging Grond, weg - en waterbouw van BDB Bouw(kosten)data). Voor de periode na 1 januari 2022 en verder is aansluiting gezocht bij de "Outlook Grondexploitaties 2022" uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling.  Het restant aan planontwikkelingskosten zijn van peildatum 1 januari 2021 naar peildatum 1 januari 2022 geïndexeerd met 2,70% (Bron: consumentenprijsindex 2021 CBS). Ook hier geldt dat voor de periode na 1 januari 2022 aansluiting is gezocht bij de "Outlook Grondexploitaties 2022" uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling;
  • Het percentage voor opbrengstenstijging wordt, opnieuw, gehandhaafd op 0,00%. Voor het overgrote deel van de lopende grondexploitaties geldt dat de resterende exploitatieperiode van korte duur is. Ook zijn in veel gevallen al (koop)afspraken gemaakt. Dit alles geldt echter niet voor de grondexploitatie van het Varsseveldse Industrie Park. Deze grondexploitatie is in 2021 door de raad vastgesteld en geopend. Voor de nog uit te geven kavels op het bedrijventerrein zijn geen afspraken gemaakt. De parameter voor de opbrengstenstijging is in dit geval gebaseerd op de "Outlook grondexploitaties 2022" van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling.  

Resultaten van gronden in exploitatie
Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd naar peildatum 1 januari 2022. In de grondexploitaties wordt een onderscheid gemaakt in de al gerealiseerde uitgaven en inkomsten per 31 december 2021 en in de nog te verwachten investeringen en opbrengsten voor de periode na 1 januari 2022. Het overzicht is inclusief de in 2021 vastgestelde grondexploitaties door de gemeenteraad voor het Varsseveldse Industrie Park (bedrijventerrein) en 't Kuipje in Breedenbroek (woningbouw). In onderstaande tabel wordt het verloop van de boekwaarde weergegeven, de getroffen voorziening per 1 januari 2022, het saldo onderhanden werk en het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2022. 

Project

Boekwaarde

per 01.01.2021

Uitgaven

Inkomsten

 

Boekwaarde

per 31.12.2021

Voorziening

Onderhanden werk

per 31.12.2021

Resultaat netto contant per 01.01.2022

Resultaat netto contant per 01.01.2021

De Rieze V + VI

4.699.634 99.695

1.529.703

3.269.626

0

3.269.626

-613.982

-537.012

Hofskamp Oost II

2.680.018 34.168 1.419.978 1.294.208

0

1.294.208 -157.563 -356.407

Hutten Noord

130.712 43.073 173.784 0

0

0

0

191.097

Centrumplan Ulft

159.978 23.352

183.330

0

0

0

0

9.666

Slawijkseweg

- 28.391 -75

-193.934

165.467

0

165.467

-46.764

208

Kromkamp

182.637 9.207

91.532

100.312

0

100.312

-2.840

131.370

Het VIP

0 4.199.170

0

4.199.170

0

4.199.170

-17.208

-36.467

't Kuipje

0 40.418

0

40.418

132.205

- 91.788

132.205

-10.524

Totaal

7.824.588

4.449.008

3.204.394

9.069.202

132.205

8.936.996

-706.152

-608.068

(saldo voordelig)

(saldo voordelig)

 

 

 

 

 

 

 

Ten opzichte van de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2021 (jaarrekening 2020) is het resultaat van de grondexploitaties per saldo verbeterd. De verbetering van het resultaat heeft enerzijds te maken met de positieve ontwikkelingen op de bedrijventerreinen De Rieze in Ulft en Hofskamp Oost II in Varsseveld. De grondopbrengsten vallen hoger uit dan voorzien was in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2021 (hogere uitgifteprijs per m2 gerealiseerd). Daarnaast wordt in de grondexploitaties voor Slawijkseweg in Netterden en voor Kromkamp in Sinderen weer rekening gehouden met te verkopen bouwrijpe grond voor woningbouw nadat deze kavels voor woningbouw in een eerdere fase "on hold" zijn gezet als gevolg van de marktomstandigheden. Tot slot is het resultaat van de grondexploitatie voor 't Kuipje in Breedenbroek (ontwikkeling starterswoningen en seniorenwoningen) afgenomen. In 2022 is gebleken dat de gemeente aanvullende maatregelen moet treffen in verband met het waterpeil in en rondom het plangebied om woningbouw mogelijk te maken.

Hieronder volgt voor de lopende grondexploitaties op peildatum 1 januari 2022 een overzicht van de nog te verwachten uitgaven en inkomsten voor de periode na 1 januari 2022. Zowel de nog te realiseren uitgaven als inkomsten zijn inclusief kosten - dan wel opbrengstenstijging en rentelasten dan wel rentebaten (op eindwaarde):

Projecten Boekwaarde per 31.12.2021 Nog te realiseren (eindwaarde) Totaal resultaat op eindwaarde Resultaat netto contant
    Uitgaven Inkomsten Saldo    
De Rieze V + VI 3.269.626 187.280 4.121.500 -3.934.220 -664.594 -613.982
Hofskamp Oost II 1.294.208 270.618 1.728.755 -1.458.137 -163.929 -157.563
Slawijkseweg 165.467 33.925 248.045 -214.120 -48.653 -46.764
Kromkamp 100.312 35.593 138.860 -103.267 -2.955 -2.840
Het VIP 4.199.170 17.732.720 21.952.867 -4.220.147 -20.976 -17.208
't Kuipje 40.418 419.929 322.800 97.129 137.547 132.205
Totaal 9.069.202 18.680.065 28.512.827 -9.832.762 -763.560 -706.152
            (saldo voordelig)

Afsluiting complexen en winstneming

Afsluiting complexen
Bij de jaarrekening 2021 zijn twee grondexploitaties afgesloten, te weten: de grondexploitatie voor Hutten Noord en voor het Centrumplan Ulft. Hieronder volgt een korte toelichting op beide complexen:

Hutten Noord
De grondexploitatie voor Hutten Noord kende een tekort van € 191.097 op peildatum 1 januari 2021 en voor het tekort was dan ook een voorziening getroffen. De boekwaarde bedroeg € 130.712 per 31 december 2020. In 2021 kwam het saldo van uitgaven minus inkomsten uit op € 43.073 en daarmee komt de boekwaarde uit op € 173.085 per 31 december 2021 (is het eindsaldo van de grondexploitatie). Om het tekort te kunnen dekken, is de voorziening aangesproken en ingebracht in de grondexploitatie. Daarmee is de grondexploitatie sluitend en afgesloten. In onderstaande tabel is het verloop weergegeven:

Omschrijving Hutten Noord
Boekwaarde per 31.12.2020 (A) 130.712
   
Reguliere mutaties in 2021 (B) 43.073
Aanwenden voorziening (C) 173.085
Totaal mutatie in 2021 (D = B - C) -130.712
   
Boekwaarde per 31.12.2021 (E = A  + D)
0

Zoals aangegeven, bedroeg de voorziening ter dekking van het tekort op de grondexploitatie voor Hutten Noord € 191.097 op peildatum 1 januari 2021. Het uiteindelijk tekort bedraagt € 173.085 per 31 december 2021 en het verschil van € 17.312 (vrijval voorziening) komt ten goede aan het rekeningresultaat. De uiteindelijke uitgaven in 2021 vielen lager uit dan waarmee rekening werd gehouden in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2021.

Centrumplan Ulft
De grondexploitatie voor het Centrumplan Ulft kende een tekort van € 9.666 op peildatum 1 januari 2021 en ook hier was voor het tekort een voorziening getroffen. De boekwaarde bedroeg € 159.978 per 31 december 2020. In 2021 kwam het saldo van uitgaven minus inkomsten uit op - € 426.648 en daarmee de boekwaarde op - € 266.670 per 31 december 2021 (is het eindsaldo van de grondexploitatie). In dit geval is het tekort omgeslagen naar een overschot en met het afsluiten van de grondexploitatie is de winst dan ook genomen. Daarmee is de grondexploitatie sluitend an afgesloten. In onderstaande tabel is het verloop weergegeven:  

Omschrijving

Centrumplan Ulft

Boekwaarde per 31.12.2020 (A) 159.978
   
Reguliere mutaties in 2021 (B) -426.648
Winstneming (C) -266.670
Totaal mutatie in 2021 (D = B - C) -159.978
   
Boekwaarde per 31.12.2021 (E = A + D) 0

Aanvankelijk was sprake van een voorziening ter grootte van het tekort van € 9.666 op peildatum 1 januari 2021. Omdat het resultaat van de grondexploitatie omgeslagen is van een tekort naar een overschot hoeft de voorziening niet aangesproken te worden. De aanvankelijke getroffen voorziening van € 9.666 komt ten goede aan het rekeningresultaat. De verbetering van het resultaat is voor een groot deel te danken aan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. De verkoop van bouwrijpe grond viel gunstiger uit omdat uiteindelijk een ander en omvangrijker programma ontwikkeld is dan voorzien in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2022.

Winstneming
In de notitie "Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019)" van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Bij de volgende grondexploitaties is (tussentijds) winst genomen: Hofskamp Oost - II in Varsseveld, de Rieze in Ulft, het Centrumplan in Ulft (afgesloten met winst - zie alinea "afsluiting complexen") en de Slawijkseweg in Netterden. Voor de overige grondexploitaties geldt dat het nemen van (tussentijdse) winst niet aan de orde is, omdat of sprake is van een grondexploitatie met een tekort of er zijn nog geen gronden verkocht. In onderstaand overzicht wordt de winstneming per project toegelicht:

Project

Resultaat incl. onzekerheid & excl. genomen winst

% gerealiseerde uitgaven

% gerealiseerde inkomsten

% winstneming

Te nemen winst

Al genomen winst

Winstneming 2021

De Rieze VI + V

1.001.184

97% 38% 37% 370.696 -47.923 322.773

Hofskamp-Oost

1.586.223

99% 90% 89% 1.412.908 -973.016 439.892
Centrumplan Ulft 266.670 100% 100% 100% 266.670 0 266.670

Slawijkseweg Netterden

232.170

98% 85% 84% 193.934 0 193.934

Resultaat

 

 

 

 

2.244.207

-1.020.939

1.223.269

 

 

 

 

 

De hoogte van de te nemen winst is bepaald op basis van de daarvoor geldende methodiek volgens de BBV. In 2021 is in totaliteit voor een bedrag van € 1.223.269 aan winst genomen. Het overgrote deel van de winstneming is te danken aan de positieve ontwikkelingen op de bedrijventerreinen De Rieze in Ulft en Hofskamp - Oost in Varsseveld. De verkoop van bouwrijpe gronden verloopt voorspoedig en daarnaast vallen de m2 prijzen ook nog eens hoger uit dan voorzien is in de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2021. Ook het positief eindresultaat met betrekking tot de ontwikkeling van het Centrumplan in Ulft (zie toelichting "afsluiting complexen") draagt bij aan het positief resultaat.  

Grondexploitaties bedrijventerreinen
Binnen de gemeente kennen we drie vastgestelde en lopende grondexploitaties voor bedrijventerreinen. Het gaat om het bedrijventerrein De Rieze in Ulft, Hofskamp Oost II in Varsseveld en het Varsseveld Industriepark in Varsseveld. Beide eerstgenoemde projecten lopen al enige jaren en naar verwachting zal de grondexploitatie voor De Rieze in Ulft per 31.12.2025 afgesloten kunnen worden en die voor Hofskamp Oost II in Varsseveld per 31.12.2023. De uitgifte van kavels verloopt tot op heden voorspoedig. Dit blijkt uit de gerealiseerde verkopen in 2021 (in totaliteit circa 3,9 hectare in 2021 verkocht) en uit de toegenomen belangstelling en de daaruit volgende reserveringen en opties. Beide grondexploitaties kennen een overschot en van een getroffen voorziening is dan ook geen sprake meer. 

Al in het Gelders Streekplan van 1997 is een fasegewijze ontwikkeling van bedrijventerrein Hofskamp-Oost in Varsseveld opgenomen. Sindsdien heeft de innovatieve maakindustrie rond Varsseveld een forse ontwikkeling doorgemaakt. Dat blijkt ook uit de verkoop van bouwkavels binnen het bestemmingsplan Hofskamp-Oost 2e fase. Na vaststelling van het regionaal programma werklocaties (RPW) door de Provincie Gelderland, is de voorbereiding voor het benodigde bestemmingsplan van een derde fase gestart (Varsseveld Industriepark). Inmiddels is in januari 2021 het bestemmingsplan en de grondexploitatie door de raad vastgesteld. Inmiddels zijn ook de eerste aankopen gerealiseerd en is voor de aankoop van alle zich in het plan bevindende woningen overeenstemming bereikt. Alle bewoners hebben zich daarvoor elders kunnen vestigen. Naast de al in eigendom zijnde percelen resteren thans nog losse percelen landbouwgrond voor aankoop.

Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD
De gemeenten Doetinchem, Montferland, Bronckhorst en Oude IJsselstreek werken samen bij de ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen binnen de gemeenten. Specifiek bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark (RBT) in de gemeente Doetinchem en het Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD (EBT) in de gemeente Montferland, waarbij de deelnemende gemeenten risicodragend zijn.

In 2019 hebben de vier Achterhoekse gemeenteraden ingestemd met de uitwerking van de gedachtenlijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek. De uitwerking van deze gedachtenlijnen betekent voor het A18 BP dat het noordelijk deel weer in exploitatie wordt genomen door de toenemende vraag naar (grote) bedrijfskavels, de concrete belangstelling en een daadwerkelijke verkoop op het noordelijk deel.

De recentelijke actualisatie van de grondexploitatie van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem laat, uiteraard ook door een toenemende vraag en verkoop van beschikbaar bedrijventerrein, een licht positief resultaat zien. De voorziening van € 83.000 op peildatum 01.01.2021 komt daarmee dan ook te vervallen en ten goede aan het rekeningresultaat.  Onderstaande overzichten geven cijfermatig het verloop van de voorzieningen weer.

Verloop verliesvoorziening Samenwerking West Achterhoek Voorziening per 01.01.2021 Toename Afname Voorziening per 01.01.2022
Vrijval
Bedrijvenpark A18 83.000 0 83.000 0 83.000
Totaal          

De risico's in relatie tot de ontwikkeling worden ingeschat op € 200.000 op peildatum 1 januari 2022 en rekening houdend met het gemeentelijk aandeel van 20% nemen we een bedrag van € 40.000 mee als risico (input voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit). De omvang van de risico's zijn toegenomen:

Verloop Risico’s Samenwerking WA

Risico’s 1-1-2021

Toename

Afname

Risico’s  31-12-2021

Bedrijvenpark A18

28.000

12.000

 

40.000

Totaal

28.000

 12.000

 

40.000

 

Grondexploitaties woningbouw
In 2016 is de plancapaciteit voor woningbouw teruggebracht, maar in de afgelopen jaren is regionaal het standpunt ingenomen om in ieder geval voor starters en senioren te blijven bouwen. Dit alles wel onder de voorwaarden van regionale en lokale kwaliteitscriteria waaraan plannen getoetst kunnen worden. Dit heeft vervolgens als resultaat dat eerder geschrapte bouwmogelijkheden binnen en buiten de gemeentelijke grondexploitaties alsnog (al dan niet in gewijzigde vorm) kunnen worden benut. Het benutten van eerder geschrapte bouwmogelijkheden is bijvoorbeeld aan de orde bij Kromkamp in Sinderen en bij de Slawijkseweg in Nettterden.

Op 22 april 2021 heeft de gemeenteraad een vijftal uitleglocaties met een capaciteit voor 1.400 tot 1.850 woningen voor de periode tot 2030 aangewezen. Binnen de gemeente is de planvorming voor een vier van de vijf aangewezen uitleglocaties inmiddels begonnen. Daarnaast zijn er veel initiatieven om tot woningbouw te komen binnen de bebouwde kom van de gemeente. 

Op peildatum 1 januari 2021 was sprake van een "verliesvoorziening woningbouw" met een omvang van € 332.341. Hieronder volgt een overzicht van het verloop van de voorziening in 2021 en de omvang van de voorziening op peildatum 1 januari 2022:

Verloop verliesvoorziening woningbouw Voorziening per 01.01.2021 Vrijval voorziening Aanwenden voorziening Restant voorziening Opvoeren voorziening Voorziening per 01.01.2022
Hutten Noord 191.097 -17.312 -173.785 0 0 0
Centrumplan Ulft 9.666 -9.666 0 0 0 0
Slawijkseweg 208 -208 0 0 0 0
Kromkamp 131.370 -131.370 0 0 0 0
't Kuipje 0 0 0 0 132.205 132.205
Totaal 332.341 -158.556 -173.785 0 132.205 132.205

Van het totaal aan getroffen voorzieningen van € 332.341 valt € 158.556 vrij (komt ten goede aan rekeningresultaat) en wordt € 173.785 aangesproken (afdekken tekort afgesloten grondexploitatie Hutten Noord). Daarnaast wordt nu een voorziening getroffen van € 132.205 op peildatum 1 januari 2022 voor de grondexploitatie van 't Kuipje in Breedenbroek. 

Overzicht verloop verliesvoorzieningen grondexploitaties
In het boekjaar 2021 hebben diverse mutaties binnen bestaande voorzieningen plaatsgevonden en zijn alle verliesvoorzieningen geactualiseerd. Het verloop van deze voorzieningen staat weergegeven in onderstaand overzicht.

Verloop verliesvoorzieningen

Voorzieningen per 01.01.2021

Vrijval voorzieningen

Aanwenden voorziening

Restant voorziening

Opvoeren voorziening

Voorzieningen per 01.01.2022

Verliesvoorziening woningbouw

332.341 -158.556

-173.785

0

132.205

132.205

Verliesvoorziening bedrijventerreinen

0

0

0

0

0

0

Verliesvoorziening Samenwerking WA A18 BP

83.000

-83.000

0

0

0

0

Totaal

415.341

-241.556

-173.785

0

132.205

132.205

 


1 Alle in deze paragraaf genoemde bedragen zijn in euro’s en exclusief BTW

Risico’s

Inleiding

Grondexploitaties kenmerken zich (onder meer) door het feit dat in een vroeg stadium kosten worden gemaakt, terwijl de opbrengsten (en dus de dekking van de exploitaties) veelal op een later moment worden geboekt. In dergelijke trajecten doen zich financiële risico’s voor (marktontwikkeling, tegenvallende opbrengsten, et cetera). Omdat de risico’s binnen de grondexploitaties zich waarschijnlijk nooit gelijktijdig en/of met een maximale omvang aandienen, kan voor de bepaling van de weerstandscapaciteit niet worden volstaan met een optelling van de afzonderlijke projectrisico’s. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich in hun maximale omvang aandienen. Met het actualiseren van de grondexploitaties worden ook de kansen en bedreigingen in beeld gebracht en met behulp van een rekenmodel worden middels simulatie willekeurige scenario's bepaald en gerangschikt van "bestcase" tot "worstcase". Het model levert een bandbreedte waartussen het financiële resultaat zich waarschijnlijk zal gaan begeven.  Deze exercitie wordt per project (de lopende grondexploitaties) uitgevoerd en met de uitkomsten kan de omvang van de benodigde (vereiste) weerstandscapaciteit specifiek voor de grondexploitaties hierop afgestemd worden.

Naast risico's op grondexploitaties kent de gemeente meerdere risico's. Het totaal aan geïnventariseerde risico's vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Daarnaast wordt de aanwezige weerstandscapaciteit in beeld gebracht. De verhouding tussen de beschikbare capaciteit en de vereiste capaciteit vormt het weerstandsvermogen en dat zegt iets over de mate waarin de gemeente in staat is eventuele tegenvallers op te vangen.

Vertrekpunt voor de risicoberekeningen zijn de geactualiseerde grondexploitaties zoals opgenomen in deze paragraaf. Hieronder volgt een overzicht waarin het percentage gerealiseerde uitgaven, inkomsten en einddatum per project (lopende grondexploitaties) worden weergegeven:

Project Percentage gerealiseerde uitgaven
Percentage gerealiseerde inkomsten Verwachte einddatum
De Rieze V + VI 97% 35% 31 december 2025
Hofskamp Oost II 98% 90% 31 december 2023
Slawijkseweg 98% 83% 31 december 2023
Kromkamp 99% 96% 31 december 2023
Varsseveld Industriepark 19% 0% 31 december 2031
Kuipje 9% 0% 31 december 2023

Het overzicht geeft een beeld van de voortgang van de grondexploitaties. Hieruit volgt dat naar verwachting het overgrote deel van de huidige grondexploitaties binnen vier jaar afgesloten kunnen worden. Ook is zichtbaar dat voor een viertal grondexploitaties het percentage aan gerealiseerde uitgaven hoog uit valt (varieert tussen 97% en 99%). Drie van de vier hiervoor benoemde grondexploitaties laten ook nog eens een relatief hoog percentage aan gerealiseerde inkomsten zien. Voor projecten in een dergelijke fase geldt over het algemeen dat de omvang van de risico's te overzien zijn. 

Risico-analyse grondexploitaties
Binnen de risico-analyse is een onderscheid te maken in algemene en projectspecifieke risico's. De algemene risico's gelden in principe voor alle projecten binnen de gemeente en daarbij moet gedacht worden aan risico's ten aanzien van de kosten - en opbrengstenstijging, de rente ontwikkeling, de fasering, maar ook aan risico's op de begrote uitgaven en inkomsten (spreiding). Projectspecifieke risico's zijn, zoals de naam al zegt, alleen geldend voor het specifieke project. 

Resultaat risico-analyse
Zoals aangegeven in de inleiding voert het model simulaties uit waarbij een fysiek proces niet één keer maar vele malen wordt gesimuleerd, elke keer met andere startcondities. Het resultaat van deze verzameling simulaties is een verdeling die het hele gebied van mogelijke uitkomsten weergeeft (simulatieresultaten als afwijking ten opzichte van het begrote resultaat). Dit betekent dat in percentages kan worden aangegeven hoe groot de kans is dat het resultaat zich binnen bepaalde waarden bevindt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit is dit een belangrijk gegeven. De uitkomst van de risico-analyse per project resulteert in een grafiek waarbij het totaal oppervlak onder de grafiek 100% bedraagt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit gaan we uit van een bandbreedte van 80% waarbinnen het resultaat van de grondexploitatie zich beweegt (de uiterste resultaten < 10% en > 90% worden buiten beschouwing gelaten). In de praktijk wordt het resultaat bij het 90e percentiel (de waarde waarbij slechts 10% van de trekkingen in de simulatie een slechter resultaat geeft) als voldoende zeker beschouwd.  

Onderstaande tabel laat een samenvatting van de analyse per complex zien. Behalve het risico (risico ten opzichte van resultaat) is ook de vereiste weerstandscapaciteit per complex aangeduid indien geen rekening wordt gehouden met verevening met resultaten en risico’s van andere complexen. Wel wordt rekening gehouden met het resultaat van het betreffend complex zelf en met de ruimte die in de ramingen binnen de grondexploitaties zit (onvoorzien). De optelling van de aldus per complex bepaalde vereiste weerstandscapaciteit, is dus de totaal benodigde risicobuffer wanneer geen rekening wordt gehouden met verevening van positieve en negatieve risico’s en resultaten tussen de grondexploitatiecomplexen.

Omschrijving Formule De Rieze Hofskamp Oost Kromkamp Slawijkseweg 't Kuipje VIP Totaal Toelichting
Resultaat grondexploitatie A - 613.982 - 157.563 - 2.840 - 46.764 132.205 - 17.208 - 706.152 Positief
Resultaat plus voorziening B - 613.982 - 157.563 - 2.840 - 46.764 0 - 17.208 - 838.357 Positief
Minimumresultaat (90% zekerheid) C - 314.982 - 53.563 18.760 - 15.064 198.605 642.792 476.548 Negatief
Risico t.o.v. resultaat D = C - A 299.000 104.000 21.600 31.700 66.400 660.000 1.182.700 Negatief
Bruto risico (indien > 0) E = D + B 0 0 18.760 0 66.400 642.792 727.952 Negatief
Onvoorzien in grondexploitatie F 0 0 0 0 0 0 0 Neutraal
Netto risico (indien > 0) G = E + F 0 0 18.760 0 66.400 642.792 727.952 Negatief

Ter verduidelijking voor de leesbaarheid van het overzicht volgt hier een toelichting op de uitkomst van de risico-analyse voor De Rieze: in de basis kent de grondexploitatie een overschot van € 613.982 op peildatum 1 januari 2022. En dus is voor het project geen voorziening getroffen (alleen aan de orde op het moment dat de grondexploitatie een negatief resultaat laat zien). Uit de risico-analyse volgt dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat het resultaat van de grondexploitatie niet lager dan - € 314.982 ( = positief) zal uitvallen. Daarmee bedraagt het risico ten opzichte van het basisresultaat € 299.000 op peildatum 1 januari 2022. Het risico met de omvang van € 299.000 kan echter binnen de huidige grondexploitatie opgevangen worden zonder directe financiële consequenties. Dit geldt niet voor de grondexploitaties van Kromkamp, 't Kuipje en het Varsseveld Industriepark (VIP). Voor deze projecten wordt het gekwantificeerde restant risico dan ook meegenomen als input voor de vereiste weerstandscapaciteit. Het totaal aan vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot de lopende grondexploitaties komt daarmee uit op € 727.952 op peildatum 1 januari 2022. 

Naast de eigen grondexploitaties is de gemeente ook een samenwerking aangegaan in de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD. In de paragraaf is aangegeven dat het risico voor de gemeente in deze samenwerking begroot is op € 40.000 op peildatum 1 januari 2022. Daarmee komt het totaal aan de vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot grondexploitaties uit op een bedrag van € 767.952 op peildatum 1 januari 2022:

Omschrijving

 Vereiste weerstandscapaciteit

Samenwerking Regionaal bedrijfsterreinen (RBT/EBT)

40.000

Grondexploitaties

727.952

Totaal

 767.952

 

Het bedrag van € 767.952 aan vereiste weerstandscapaciteit wordt meegenomen in het bepalen van de weerstandsvermogen van de gemeente. Voor een nadere toelichting op het weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen van de jaarrekening.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente middelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit).

Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie.

Beleid

Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.

 Beleidsuitgangspunten:

  • Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;
  • De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.
  • Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk in tact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;
  • De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;
  • De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

Weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet-benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee.

Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per begin van het boekjaar 2021.

Weerstandscapaciteit  Bedrag
a. Begrotingsruimte (post onvoorzien) 49
b. Algemene reserves (na resultaatbestemming) 24.918
c. Stille reserves 1.000
Totaal weerstandscapaciteit per 1-1-2022 25.967

Toelichting

A. Begrotingsruimte
Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 1,25 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 49.000 opgenomen.

B. Algemene reserve

Algemene reserve
(x 1.000)
Werkelijke stand
1-1-2021
Begrote stand
1-1-2021
Werkelijke stand
1-1-2022
Algemene reserve 24.240 20.067 24.918

C. Stille reserves
Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met 50% van het verschil tussen de boekwaarde en de actuele WOZ-waarde. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van € 1.000.000.

Risico's
Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en het bedrag ten hoogte van de maximale risico. In totaal is het risico voor Oude IJsselstreek berekend op € 7.057.000

De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) :

Risico's Mate inschatbaarheid Beheersing Financieel gevolg Risico
a. Aansprakelijkheid/eigendom/Bedrijfsvoering        
Schadeclaims Slecht Verminderen 1.600 340
Eigendommen Slecht Verminderen 450 45
Bedrijfsvoering Slecht Accepteren 800 160
ICT Slecht Verminderen 4.000 400
Personeel/inhuur Redelijk Accepteren 1.000 500
b. Financiële risico's        
Bestuursdwang/proceskosten Slecht Verminderen 300 150
Niet tijdig en in volle omvang behalen van taakstellingen / dekkingsmogelijkheden Redelijk Verminderen 1.200 240
c. Grondexploitatie        
Zie paragraaf grondbeleid Redelijk Accepteren 728 728
d. Verbonden partijen        
Zie paragraaf verbonden partijen (begroting  2022) Goed Verminderen 4.222 422
Dividend Slecht Accepteren 600 300
e. Open eind regelingen        
Open eind regelingen Slecht Verminderen 4.000 1.000
f. Garant en borgstellingen        
Garant- en borgstellingen Redelijk Accepteren 177.173 1.772
g. Overige (externe) factoren        
Overige factoren Slecht Verminderen 5.000 1.000
Totaal     201.073 7.057

Toelichting categorieën

a. Aansprakelijkheid/ eigendommen /bedrijfsvoering

Dit betreft onder andere aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen. Daarnaast hebben we een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging. 
Daarnaast lopen we risico op de personeelslasten/ inhuur. Het wordt steeds moeilijker om bepaalde vacatures te vervullen. Er zijn niet/ zeer moeilijk mensen meer te vinden. Dat kan leiden tot hogere personeelslasten, omdat er meer extern moet worden ingehuurd/ingekocht. Op dit moment is de markt dusdanig, dat zelfs dit niet meer altijd lukt, wat ook maakt dat de tarieven zeer sterk zijn gestegen. Dit leidt, naast extra kosten, ook tot een nog hogere druk op de staande organisatie, wat vervolgens tot hoger ziekteverzuim kan leiden. 
De risico’s ten aanzien van ICT worden de komende jaren steeds groter met betrekking tot bijvoorbeeld hacks, ransomware, DDOS-aanvallen. Natuurlijk zijn er de nodige maatregelen genomen om hackers zoveel mogelijk te weren, en worden medewerkers regelmatig gewaarschuwd om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, maar hackers zijn inventief en bedenken telkens nieuwe wegen om de beveiliging te omzeilen. De financiële gevolgen van een hack kunnen groot zijn. 

De post bedrijfsvoering overig betreft tot slot een aantal specifieke risico’s: 

  • Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww.
  • Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders. .
  • Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders. 
  • Schadeclaim afgesloten bouwgrondexploitatie Centrumplan Ulft

b. Financiële risico’s

  • Bestuursdwang en proceskosten
  • Niet tijdig en in volle omvang behalen van taakstellingen / dekkingsmogelijkheden 

 c. Grondexploitatie

  • zie paragraaf “Grondbeleid”

 d. Verbonden partijen

  • zie paragraaf "Verbonden partijen" begroting 2022-2024
  •  Dividend: de gemeente ontvangt dividend van Alliander, Vitens en de Bank Nederlandse Gemeenten. De totale dividendraming is in de begroting al verminderd tot € 600.000. Vanwege de energietransitie heeft Alliander, zoals bekend, voor de komende jaren forse investeringen nodig om het netwerk te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. Ondanks de afgelopen jaar aangegane converteerbare aandeelhoudersleningen met bijna alle huidige aandeelhouders blijft het  risico dat de dividenduitkering nog verder daalt of zelfs voor een periode volledig vervalt, zoals nu bij Vitens al aan de orde is. Vanwege verscherpte regelgeving voor banken door de Europese Centrale Bank als gevolg van Covid, krijgt de BNG te maken met mogelijk noodzakelijke versterking van het eigen vermogen. Ook hier ligt daardoor een risico op het uit te keren dividend

e. Open-einde regelingen

De uitgaven die gemoeid zijn met open-einde regelingen zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk te beïnvloeden door de gemeente omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is. 

  • Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Jeugd, WMO en Participatie)
  • Exploitatiesubsidies
  • Leerlingenvervoer
  • ZIN (Zorg in Natura), PGB’s (persoonsgebonden budgetten)

 f. Garant/borgstellingen

  • Het overzicht van de borg-/garantstellingen is opgenomen in deze jaarstukken. 

g. Overige (externe) factoren

  • Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen.
  • Planschade.
  • Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden.
  • Leges.
  • Hypotheken personeel.
  • Fluctuatie kosten en opbrengsten Afvalscheiding.
  • Uitkering gemeentefonds inclusief Btw- compensatiefonds (BCF) en herijking.
  • Vennootschapsbelasting (VPB).
  • Omgevingswet.
  • Uittreding Laborijn
  • Covid-19
  • Oorlog Oekraïne

Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000)

De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Een ratio >2 is uitstekend te noemen.

 

 

beschikbare weerstandscapaciteit

 

25.967

 

 

Weerstandsvermogen

=

------------------------------------------------

=

-----------

=

3,68

 

 

benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

 

7.057

 

 

 

Kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen zijn:

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden)

Het is van belang deze kengetallen in breder perspectief te zien, aangezien deze op zichzelf staand maar een deel van het totale beeld van de gemeentelijke financiën weergeven.

Kengetallen
(x 1.000)

Rekening
2020

Begroting
2021
(stand 1-1)

Rekening
2021
(stand 31-12)
1a Netto schuldquote   104,6 % 120,4 % 92,2 %
1b Netto schuldquote gecorrigeerd 95,8 % 120 % 82,96 %
2  Solvabiliteitsratio 17,3 %  14 % 19,62 %
3  Grondexploitatie 6,5 % 4 % 7,01 %
4  Structurele exploitatieruimte* 1,3 % 0,98 % 1,4 %
5  Belastingcapaciteit** 99,2 %  100,4 %  97,21 %
6 Weerstandsvermogen 600 % 410 % 368 %

* Hierbij is het rekening resultaat volledig als incidenteel aangemerkt.
** Gebaseerd op het landelijk gemiddelde van € 811 (2021) voor meerpersoonhuishoudens met een koopwoning.

 

Signaleringswaarden

Waarde
Oude IJsselstreek

Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote 92,2 % <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote, gecorrigeerd 82,96 % <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio 19,62 % >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie 7,01 % <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte* 1,4 % Jaarrekening >0% Jaarrekening >0% Jaarrekening <0%
Belastingcapaciteit 97,21 % <95% 95-105% >105%
Weerstandsvermogen 368 % >100% 80-100% <80%

* Dit kengetal en de classificering is bedoeld voor begroting en meerjarenraming.